Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO4455

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
15-11-2010
Datum publicatie
19-11-2010
Zaaknummer
115428 / KG ZA 10-267
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot verlaten koopwoning na eindigen relatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 115428 / KG ZA 10-267

datum vonnis: 15 november 2010 (ck)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats], [adres],

eiseres,

advocaat: mr. K.J.J. Kroeze te Enschede,

verder ook te noemen: [eiseres],

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats], [adres],

gedaagde,

niet verschenen,

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

Gedaagde is te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 8 november 2010. Van hetgeen besproken is, zijn aantekeningen gemaakt.

Ter zitting zijn verschenen: [eiseres], vergezeld door mr. K.J.J. Kroeze.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

2. In deze zaak staat het volgende vast. [Eiseres] en [gedaagde] hebben een affectieve relatie gehad. [Eiseres] en [gedaagde] zijn beide, ieder voor de onverdeelde helft, eigenaar van het perceel met de woning, staande en gelegen aan de [adres] in [woonplaats]. [Eiseres] en [gedaagde] zijn een hypothecaire lening aangegaan bij Argenta Spaarbank N.V., verder te noemen: Argenta, van € 156.962,--, waarbij op 31 juli 2006 een recht van hypotheek is gevestigd op voornoemd perceel met woning.

Op 18 december 2008 is de samenleving van [eiseres] en [gedaagde] geëindigd. [Eiseres] heeft de woning verlaten. [Gedaagde] is in de woning woonachtig gebleven.

Op 27 augustus 2009 is het [eiseres] duidelijk geworden dat [gedaagde] reeds geruime tijd de hypothecaire verplichtingen niet meer is nagekomen en Argenta de hypothecaire lening, achterstand en incassokosten heeft opgeëist. [Gedaagde] is niet verschenen op een ten kantore van de advocaat van [eiseres] belegde bespreking over de opeising door Argenta.

Op 8 oktober 2009 is er door Argenta loonbeslag gelegd onder de werkgever van [eiseres]. Na lang aandringen heeft [gedaagde] een schriftelijke volmacht aan Post Jr. Makelaars verstrekt om tot onderhandse verkoop van de woning over te gaan. Tot op heden is het echter niet mogelijk geweest om de voor de verkoop noodzakelijke foto’s van een opgeruimde woning te maken, daar het in de woning onopgeruimd en niet schoon is. Het is niet mogelijk gebleken hierover afspraken te maken met [gedaagde]. Ook is het onmogelijk gebleken om bezichtigingen van de woning door potentiële kopers met [gedaagde] in te plannen. [Gedaagde] heeft een aantal keren letterlijk niet thuis gegeven op het moment dat de makelaar met potentiële kopers op de stoep stond. De makelaar beschikt niet over een sleutel van de woning.

Bij brief van 10 september 2010 heeft mr. Kroeze, namens [eiseres], [gedaagde] nog eenmaal in de gelegenheid gesteld zijn verblijf in de woning te continueren door binnen vijf dagen na 10 september 2010 schriftelijk in te stemmen met de voorwaarden die [eiseres] stelt aan het gecontinueerde verblijf. [Gedaagde] is erop gewezen dat [eiseres] bij gebreke van de instemming, een kort gedingprocedure aanhangig zal maken. [Gedaagde] heeft niet gereageerd op de brief.

Naast de toewijzing van de vordering tot verlating van de woning, acht [eiseres] het redelijk dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het voldoen van de helft van de maandelijks uit de hypothecaire lening voortvloeiende verplichtingen, althans dat [gedaagde] wordt verplicht dit bedrag aan Argenta Bank N.V. te voldoen. De maandelijkse rente bedraagt € 599,--, zodat de helft € 299,50 per maand bedraagt.

3. Eiseres vordert, zakelijk weergegeven, in het onderhavige kort geding:

I. [gedaagde] te veroordelen om binnen 24 uur de woning te verlaten en [gedaagde] te verbieden om in de woning terug te keren, op straffe van een dwangsom van € 2.000,-- per dag;

II. [gedaagde] te veroordelen om de woning schoon en opgeruimd achter te laten op straffe van een dwangsom van € 2.000,--;

III. [eiseres] te machtigen ter handhaving van het hiervoor onder I. vermelde verbod de hulp in te roepen van de sterke arm;

IV. Primair: [gedaagde] te veroordelen aan [eiseres] te voldoen een bedrag van € 299,50 per maand, voor de eerste van iedere maand aan [eiseres] te voldoen;

Subsidiair: [gedaagde] te veroordelen aan Argenta Bank N.V. te voldoen een bedrag van € 299,50 per maand voor de eerste van iedere maand aan de bank voldaan te hebben, op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag;

V. [gedaagde] te veroordelen alle sleutels van de woning aan [eiseres] te overhandigen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag.

4. Nu gedaagde niet ter zitting is verschenen, moeten deze feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen.

5. De voorzieningenrechter overweegt dat hij de vordering om de woning schoon en opgeruimd achter te laten, zal lezen als een vordering om de woning leeg achter te laten.

6. De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze kunnen worden toegewezen, zoals hierna vermeld.

7. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de ontruimingstermijn en de termijn van overhandiging van de sleutels te verruimen. Beide termijnen worden gesteld op veertien dagen. Voorts ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna op te leggen dwangsommen onder I. en III. te matigen tot een maximum van € 25.000,-- respectievelijk € 10.000,--.

8. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

9. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagde om binnen 14 dagen na de rechtsgeldige betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] met de zijnen en het zijne te verlaten en niet in de woning terug te keren, een en ander op straffe van een dwangsom van € 2.000,-- per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen, indien gedaagde in gebreke is aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 25.000,--.

II. Veroordeelt gedaagde een bedrag van € 299,50 per maand, en wel met ingang van heden voor de eerste van iedere maand, aan [eiseres] te voldoen.

III. Veroordeelt gedaagde alle sleutels van de woning aan [eiseres] te overhandigen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen, indien gedaagde in gebreke is aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 10.000,--.

IV. Veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 163,88 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

V Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.R. van der Winkel, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.