Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO2055

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-10-2010
Datum publicatie
28-10-2010
Zaaknummer
08/710296-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2011:BU1957, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2011:BU1960, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt in verband met zijn betrokkenheid bij een tweetal gewapende overvallen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

Aan de benadeelde partijen dienen bedragen van respectievelijk € 1.500,-- en € 1.853,42 te worden betaald, waarbij telkens de Terwee-maatregel is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710296-10

STRAFVONNIS

Uitspraak: 28 oktober 2010.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1990],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de PI Almelo,

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 15 april 2010 te Boekelo, in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer sub 1] en/of een of meer andere medewerkers/sters van een slagerij aan de Beckumerstraat heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (euro 648,25), in elk geval van enig geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer sub 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- (ieder) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op

het hoofd en/althans het lichaam van die [slachtoffer sub 1] en/of die medewerker(s)/ster(s) heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of gericht (gehouden), en/of

- die [slachtoffer sub 1] met kracht met een pistool, althans met een hard voorwerp,

op/tegen de rug/het lichaam heeft geslagen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 15 april 2010 te Boekelo, in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een slagerij aan de

Beckumerstraat heeft weggenomen een geldbedrag (euro 648,25), in elk geval

enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer sub 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer sub 1] en/of een of meer (andere)

medewerkers/sters van die slagerij, gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- (ieder) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op

het hoofd en/althans het lichaam van die [slachtoffer sub 1] en/of die medewerker(s)/

ster(s) heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of gericht (gehouden), en/of

- die [slachtoffer sub 1] met kracht met een pistool, althans met een hard voorwerp,

op/tegen de rug/het lichaam heeft geslagen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

[medeverdachte sub 1] op of omstreeks 15 april 2010 te Boekelo, in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer sub 1] en/of een of meer andere medewerkers/sters van een Slagerij aan de Beckumerstraat heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (euro 648,25), in elk geval van enig geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer sub 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s):

- (ieder) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op

het hoofd en/althans het lichaam van die [slachtoffer sub 1] en/of die medewerker(s)/ster(s) heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of gericht (gehouden), en/of

- die [slachtoffer sub 1] met kracht met een pistool, althans met een hard voorwerp,

op/tegen de rug/het lichaam heeft geslagen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 april

2010 te Boekelo, in de gemeente Enschede, en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) in een door hem, verdachte, bestuurde auto naar en/of (met de buit) van de plaats van het misdrijf te vervoeren,

en/of

- met die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) de plaats van het misdrijf te

observeren en/althans (meermalen) langs de plaats van het misdrijf te rijden,

en/of

- in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf te

parkeren/wachten/op de uitkijk te gaan staan teneinde in geval van

ontdekking op heterdaad die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) te kunnen waarschuwen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

[medeverdachte sub 1] op of omstreeks 15 april 2010 te Boekelo, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een slagerij aan de

Beckumerstraat heeft weggenomen een geldbedrag (euro 648,25), in elk geval

enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer sub 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer sub 1] en/of een of meer (andere) medewerkers/sters van die slagerij, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s):

- (ieder) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op

het hoofd en/althans het lichaam van die [slachtoffer sub 1] en/of die medewerker(s)/ster(s) heeft/hebben gezet en/of gedrukt en/of gericht (gehouden), en/of

- die [slachtoffer sub 1] met kracht met een pistool, althans met een hard voorwerp,

op/tegen de rug/het lichaam heeft geslagen;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 15 april

2010 te Boekelo, in de gemeente Enschede, en/of elders in Nederland

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) in een door hem, verdachte, bestuurde auto naar en/of (met de buit) van de plaats van het misdrijf te vervoeren,

en/of

- met die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) de plaats van het misdrijf te

observeren en/althans (meermalen) langs de plaats van het misdrijf te rijden,

en/of

- in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf te

parkeren/wachten/op de uitkijk te gaan staan teneinde in geval van ontdekking op heterdaad die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) te kunnen waarschuwen;

2.

hij op of omstreeks 26 februari 2010 te Lichtenvoorde, in de gemeente Oost

Gelre, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer sub 3] en/of een of meer andere medewerker(s)/ster(s) van de firma Action Non Food, genaamd [slachtoffer sub 4] en/of [slachtoffer sub 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een aanzienlijk geldbedrag (euro 6835,--), in elk geval van enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan de firma Action Non Food, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- (voortdurend) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend

voorwerp, op die [slachtoffer sub 4] en/of die [slachtoffer sub 5] en/of die [slachtoffer sub 3] heeft gericht (gehouden) en/of (daarbij/vervolgens) die [slachtoffer sub 4] en/of die [slachtoffer sub 5] en/of die [slachtoffer sub 3] (onder bedreiging met dat pistool) in een auto en/of (vervolgens) in een kantoor/winkelruimte heeft laten plaats nemen, en/of

- die [slachtoffer sub 4] (met kracht) tegen het (boven)been, en/althans het lichaam, heeft geschopt/getrapt en/of (vervolgens) stevig heeft vast gepakt en/of tegen de

grond heeft gewerkt, en/of

- (meermalen) tegen die [slachtoffer sub 4] en/of die [slachtoffer sub 5] en/of die [slachtoffer sub 3] heeft gezegd dat hij verdachte op hen/hem/haar zou schieten/dood zou schieten/door de kop zou schieten, en/althans (telkens) woorden van dreigende aard of strekking,

en/of

- de arm(en)/be(e)n(en) van die [slachtoffer sub 4] en/of [slachtoffer sub 3] en/of [slachtoffer sub 5] met tape heeft vast gebonden en/of laten vast binden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[medeverdachte sub 1] op of omstreeks 26 februari 2010 te Lichtenvoorde, in de gemeente Oost Gelre, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer sub 3] en/of een of meer andere medewerker(s)/ster(s) van de firma Action Non Food, genaamd [slachtoffer sub 4] en/of [slachtoffer sub 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een aanzienlijk geldbedrag (euro 6835,--), in elk geval van enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan de firma Action Non Food, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s):

- (voortdurend) een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend

voorwerp, op die [slachtoffer sub 4] en/of die [slachtoffer sub 5] en/of die [slachtoffer sub 3] heeft gericht (gehouden) en/of (daarbij/vervolgens) die [slachtoffer sub 4] en/of die [slachtoffer sub 5] en/of die [slachtoffer sub 3] (onder bedreiging met dat pistool) in een auto en/of (vervolgens) in een kantoor/winkelruimte heeft laten plaats nemen, en/of

- die [slachtoffer sub 4] (met kracht) tegen het (boven)been, en/althans het lichaam, heeft geschopt/getrapt en/of (vervolgens) stevig heeft vast gepakt en/of tegen de

grond heeft gewerkt, en/of

- (meermalen) tegen die [slachtoffer sub 4] en/of die [slachtoffer sub 5] en/of die [slachtoffer sub 3] heeft gezegd

dat hij verdachte op hen/hem/haar zou schieten/dood zou schieten/door de kop

zou schieten, en/althans (telkens) woorden van dreigende aard of strekking,

en/of

- de arm(en)/be(e)n(en) van die [slachtoffer sub 4] en/of [slachtoffer sub 3] en/of [slachtoffer sub 5] met tape heeft

vast gebonden en/of laten vast binden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de maand

februari 2010, althans op of omstreeks 26 februari 2010 te Lichtenvoorde,

gemeente Oost Gelre, en/of elders in Nederland (telkens) opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens)

opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- het pistool, althans het op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, te kopen/

regelen en/of (vervolgens) aan die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) te geven/ter beschikking te stellen,

en/of

- die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) in een door hem, verdachte, bestuurde

auto naar en/of (met de buit) van de plaats van het misdrijf te vervoeren,

en/of

- in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf te

parkeren/wachten/op de uitkijk te gaan staan teneinde in geval van ontdekking op heterdaad die [medeverdachte sub 1] en/of zijn mededader(s) te kunnen waarschuwen; (parketnummer 08/710296-10).

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de eventuele in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte van het sub 1 primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, omdat de samenwerking tussen verdachte en de personen die bij de slagerij naar binnen zijn gegaan, niet zodanig nauw en bewust was, dat verdachte als medepleger kan worden beschouwd. Met betrekking tot een bewezenverklaring van het sub 2 primair tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt:

Voor medeplegen is vereist dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. Nauwe samenwerking betekent niet dat de medeplegers een gelijk aandeel moeten hebben in de uitvoering van het delict. Het gaat erom dat er sprake is van een zekere onderlinge gelijkwaardigheid, dat wil zeggen dat de handelingen tot op zekere hoogte inwisselbaar zijn. Ook kan er sprake zijn van medeplegen wanneer de verdachte zich niet heeft gedistantieerd van de gedragingen van de mededader(s), hoewel daartoe wel de mogelijkheid bestond. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn betrokkenheid bij de overval op de slagerij in Boekelo hierin heeft bestaan dat hij met zijn mededaders [medeverdachte sub 2] en [medeverdachte sub 1], met wie hij amper twee maanden daarvoor ook al betrokken was geweest bij een gewapende overval en met wie hij bevriend was, in de door hem bestuurde auto naar Boekelo is gereden en dat hij wist dat één van die mededaders een vuurwapen bij zich had. Nadat zijn mededaders hem bij het verlaten van de auto hadden gezegd dat zij geld gingen halen, heeft verdachte zijn auto gedraaid waarna hij op zijn mededaders is blijven wachten. Toen zij enige tijd later met een tas waarin verdachte geld zag liggen terugkwamen is verdachte met hen weggereden. Van de buit kreeg verdachte € 20,-- of € 25,--.

Gelet op vorenstaande gedragingen van verdachte voor, tijdens en na de roofoverval, hebben verdachte en de medeverdachten met betrekking tot het feit zodanig hecht en intensief samengewerkt dat verdachte als medepleger van het feit en daarom als dader dient te worden aangemerkt. De rechtbank heeft daarbij mede gelet op de omstandigheid dat verdachte zich op geen enkele wijze heeft gedistantieerd van de gedragingen van zijn mededaders. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de overval op 15 april 2010, sprake is van medeplegen.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair en sub 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 15 april 2010 te Boekelo, in de gemeente Enschede, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer sub 1] en een medewerkster van een Slagerij aan de Beckumerstraat heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer sub 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachtes mededaders:

- ieder een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer sub 1] en die medewerkster hebben gericht gehouden, en één van verdachtes mededaders

- die [slachtoffer sub 1] met kracht met een hard voorwerp op de rug heeft geslagen;

2.

hij op 26 februari 2010 te Lichtenvoorde, in de gemeente Oost Gelre, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer sub 3] en andere medewerkers van de firma Action Non Food, genaamd [slachtoffer sub 4] en [slachtoffer sub 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een aanzienlijk geldbedrag (euro 6835,--), toebehorende aan de firma Action Non Food, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat één van verdachtes mededaders:

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer sub 4] en die [slachtoffer sub 5] en die [slachtoffer sub 3] heeft gericht gehouden en die [slachtoffer sub 4] en die [slachtoffer sub 5] en die [slachtoffer sub 3] in een auto en vervolgens in een kantoor heeft laten plaats nemen, en

- die [slachtoffer sub 4] met kracht tegen het bovenbeen heeft geschopt en vervolgens stevig heeft vast gepakt en tegen de grond heeft gewerkt, en

- tegen die [slachtoffer sub 4] heeft gezegd dat hij, verdachte, hem door de kop zou schieten, en

- de armen/benen van die [slachtoffer sub 4] en [slachtoffer sub 3] en [slachtoffer sub 5] met tape heeft vast gebonden en/of laten vast binden;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair en sub 2 primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van sub 1 primair en sub 2 primair, telkens het misdrijf:

"medeplegen van afpersing",

strafbaar gesteld bij artikel 317 jo. artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair en sub 2 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest,

met toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer sub 5] tot een bedrag van € 1500,-- ter zake een voorschot op immateriële schade, met niet ontvankelijkheid van het overige deel van de vordering en met toewijzing van de civiele vordering van Action Non Food B.V. tot een bedrag van € 2877,78 en telkens oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel, en met verbeurdverklaring van de sieraden, vernietiging van een schets van de overvallocatie en teruggave van het overige deel van het beslag.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregelen behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte is betrokken geweest bij twee gewapende overvallen, één op een slagerij in Boekelo en één op de Action te Lichtenvoorde. Verdachte is beide keren, in de wetenschap dat er overvallen zouden worden gepleegd, op verzoek van zijn mededader(s) als chauffeur opgetreden. De in genoemde locaties aanwezige personen werden onder bedreiging van een wapen dat er als een echt vuurwapen uitzag gedwongen tot afgifte van geld. De slachtoffers hebben de overvallen, blijkens hun verklaringen bij de politie, als zeer beangstigend ervaren en het mag als een feit van algemene bekendheid worden beschouwd dat feiten als deze een grove aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers inhouden en te verwachten valt dat die slachtoffers nog geruime tijd zullen lijden onder de psychische gevolgen van deze traumatische ervaringen. Bovendien brengen dergelijke feiten in de samenleving sterke gevoelens van onveiligheid en onrust met zich mee. Bij deze brutale overvallen neemt de rechtbank ondermeer in aanmerking het gemak waarmee zij door verdachte en zijn mededader(s) zijn gepleegd. Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de omtrent verdachte opgemaakte pro justitia rapportages waaruit ondermeer blijkt dat verdachte de hem tenlastegelegde feiten geheel kunnen worden toegerekend.

Ten voordele van verdachte strekt dat hij, blijkens het uittreksel uit het documentatieregister, niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Bij het bepalen van de straf zal de rechtbank rekening houden met verdachtes jeugdige leeftijd en zijn ondergeschikte rol in het gebeuren. Voorts heeft verdachte er terechtzitting blijk van gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien en lijkt hij oprecht veel spijt te hebben van hetgeen hij gedaan heeft. Daarnaast zegt hij zich volledig verantwoordelijk te voelen voor de gepleegde feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. De rechtbank is, alles overwegende, van oordeel dat aan verdachte na te melden geclausuleerde gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Teneinde deze nog jonge verdachte nog enig toekomstperspectief te bieden zal de rechtbank, met inachtneming van het vorenoverwogene, de op te leggen straf beduidend lager doen zijn dan door de officier van justitie gevorderd.

De rechtbank overweegt dat vatbaar is voor verbeurdverklaring, de inbeslaggenomen goederen, te weten een horloge (Fossil), een horloge (Michael Kors), een gouden ring met groeibriljant, nu deze voorwerpen door middel van een strafbaar feit zijn verkregen en verdachte bekend was dat zij door middel van een strafbaar feit waren verkregen.

De rechtbank overweegt verder dat vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer de inbeslaggenomen schets van een mogelijke overvallocatie, nu deze schets tot het begaan van strafbare feiten is vervaardigd en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Civiele vordering

De rechtbank overweegt verder, dat [slachtoffer sub 5], wonende te [woonplaats], [adres] en Action Non Food B.V., gevestigd te Zwaagdijk-Oost, Perenmarkt 15, zich ter zake van feit 2, via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van respectievelijk € 7.400,-- en € 2.877,78.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze vorderingen van de benadeelde partijen telkens ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen door het bewezen verklaarde feit sub 2 rechtstreeks schade is toegebracht.

De schade van [slachtoffer sub 5] voornoemd wordt begroot op € 1.500,--, ter zake van immateriële schade en die van Action Non Food B.V. op € 1.853,42 ter zake van beveiliging en onderzoekskosten. De vorderingen zullen daarom tot die delen worden worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partijen voor het overige deel

([slachtoffer sub 5] € 5.900,-- en Action Non Food B.V. € 1.024,36) niet ontvankelijk verklaren in hun vordering. De benadeelde partijen kunnen het deel van de vordering dat niet wordt toegewezen slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Uit het voorgaande volgt dat de verdachte tegenover de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit sub 2 primair is toegebracht. De rechtbank acht het van belang dat er aanvullende waarborgen komen dat verdachte de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen ook daadwerkelijk voldoet. De rechtbank zal daarom ook ten aanzien van beide vorderingen de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De na te melden straf en maatregelen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair en sub 2 primair tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van dertig maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot twaalf maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland. Draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de onder verdachte inbeslaggenomen goederen, te weten een horloge (Fossil), een horloge (Michael Kors) en een gouden ring met groeibriljant.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen schets van een mogelijke overvallocatie.

Veroordeelt verdachte terzake van het bewezen feit sub 2 primair tot betaling aan de benadeelde partijen [slachtoffer sub 5] en Action Non Food B.V., beiden voornoemd, van een bedrag groot respectievelijke € 1500,-- en € 1853,42, voorzover deze bedragen niet door een mededader zullen zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit sub 2 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 1500,-- ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer sub 5] voornoemd, en een bedrag groot € 1853,42, ten behoeve van de benadeelde partij

Action Non Food B.V., voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van de verschuldigde bedragen volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van respectievelijk 25 en 28 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover deze bedragen niet door een mededader zullen zijn voldaan.

Bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoelde bedragen daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partijen de bedragen te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partijen de verschuldigde bedragen heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van die bedragen komt te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer sub 5] en Action Non Food B.V., beiden voornoemd, voor een deel van respectievelijk € 5900,-- en € 1024,36 niet-ontvankelijk zijn in de vordering, en dat de benadeelde partijen dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Gelast de terugave aan verdachte van een kalender, een zwarte Nike tas, een paar Nike Air Max schoenen en een schrijven van de Rabobank.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair en sub 2 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Blomhert, voorzitter, mr. Vogel en mr. Verdoold, rechters, in tegenwoordigheid van Klaassen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 oktober 2010.