Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO1754

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
26-10-2010
Zaaknummer
114936 / KG ZA 10-247
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huurgeschil. Vorderingen jegens (niet verschenen) gedaagde sub 1 toegewezen. Jegens gedaagde sub 2 en 3 afgewezen, wegens inkleding vordering van eiseres (primair, subsidiair, meer subsidiair).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 114936 / KG ZA 10-247

datum vonnis: 22 oktober 2010 (gww)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Trisport Management B.V.,

gevestigd te Oud Beijerland,

eiseres,

verder te noemen Trisport,

procesadvocaat: mr. W.A.J. Hagen te Arnhem,

behandeld advocaat: mr. S.J. van Susante te Arnhem,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht,

Invest Property World LTD,

gevestigd te Carcroft Doncaster, South Yorkshire, Verenigd Koninkrijk,

gedaagde,

verder te noemen Invest Property World,

niet verschenen.

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats] [adres]

verder te noemen: [gedaagde 2],

in persoon verschenen.

3. mr. T.J.H. Zwiers, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [gedaagde 2],

kantoorhoudende te Hengelo (Ov.),

verder te noemen: de curator,

niet verschenen.

Het procesverloop

Trisport heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 15 oktober 2010. Ter zitting zijn verschenen:

[K] namens Trisport, vergezeld door mr. Van Susante en [gedaagde 2].

De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

2. Invest Property World is op 30 januari 2010 een huurovereenkomst aangegaan met Trisport, ingaande op 1 februari 2010, betreffende de woonruimte staande en gelegen aan de [adres] [plaats]. De huurprijs is vastgesteld op € 900,00 per maand exclusief BTW en exclusief gas, water en licht. De huurovereenkomst loopt tot en met

31 januari 2011.

3. Namens Invest Property World heeft [gedaagde 2], in haar hoedanigheid van bestuurder van de vennootschap, de huurovereenkomst ondertekend.

De vordering van Trisport en haar onderbouwing daarvan

4. Bij dagvaarding vordert Trisport – kort gezegd – veroordeling van Invest Property World tot betaling van achterstallige huurpenningen, nog openvallende huurpenningen en de ontruiming van het gehuurde. Subsidiair vordert Trisport dat [gedaagde 2] ontruimd en betaling van achterstallige en toekomstige huurpenningen. Daarnaast vordert Trisport nog veroordeling van de curator om te gehengen en te gedogen dat het gehuurde zal worden ontruimd, alsmede de achterstallige en toekomstige huurpenningen als boedelschuld aan te merken en als zodanig aan Trisport te betalen.

5. Primair stelt Trisport daartoe dat zij de huurovereenkomst met Invest Property World heeft gesloten en dat deze vennootschap ernstig en stelselmatig tekort schiet in de nakoming van haar maandelijkse huurbetalingsverplichtingen. Zo is Invest Property World achterstallig met de betaling van vijf reeds vervallen huurtermijnen. In totaal betreft het een bedrag van

€ 4.500,00. Daarnaast is gedurende de huurperiode tot nu toe geen voorschot voldaan voor gas, water en licht. Die totale achterstand bedraagt € 1.890,00. Volgens Trisport heeft zij voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen, omdat van haar niet verlangd of verwacht mag worden dat zij de huurachterstand en daarmee haar schade verder op laat lopen, terwijl Invest Property World inmiddels genoegzaam blijk heeft gegeven van structurele wanbetaling. Die ernstige tekortkoming kan volgens Trisport niet ongedaan worden gemaakt door het alsnog (wellicht) volledig voldoen van een huurachterstand.

6. Subsidiair stelt Trisport dat [gedaagde 2] als feitelijk huurder is aan te merken. Om die reden is ook haar curator, mr. Zwiers gedagvaard. [gedaagde 2] is immers bij vonnis van 15 september 2010 in staat van faillissement komen te verkeren. Trisport acht [gedaagde 2] mede aansprakelijk voor de achterstallige huurtermijn. De contacten tussen Trisport als verhuurder en Invest Property World liepen immers via [gedaagde 2]. Als er al een betaling werd gedaan, was deze betaling afkomstig van [gedaagde 2]. Voorts is [gedaagde 2] de enige bestuurster van Invest Property World. Zij bepaalt dus feitelijk welke betalingen er wel en niet worden verricht door de Limited. Trisport stelt zich op het standpunt dat er aan de zijde van Invest Property World sprake is van betalingsonwil. Dat is terug te leiden op [gedaagde 2], die belet dat de huurtermijn worden voldaan. Daardoor handelt zij onrechtmatig jegens Trisport.

Het verweer van [gedaagde 2]

7. [gedaagde 2] voert verweer. Zij stelt uitdrukkelijk namens zichzelf in rechte te zijn verschenen en niet namens Invest Property World, waarvan zij naar eigen zeggen inmiddels geen bestuurder meer is. Volgens [gedaagde 2] is inmiddels [J] bestuurder van Invest Property World. De betreffende wijziging is wel doorgegeven, maar kennelijk nog niet doorgevoerd in de daarvoor bestemde registers in Groot-Brittannië. Voorts stelt [gedaagde 2] dat zij weliswaar aan de [adres] [woonplaats] woont, maar het pand niet huurt. Invest Property World is volgens [gedaagde 2] de huurder en zij heeft van de vennootschap toestemming gekregen om het pand te bewonen. Die toestemming is haar medegedeeld bij monde van [J]. Bovendien heeft zij het besproken met haar curator. In ruil voor haar verblijf in de woning, maait [gedaagde 2] af en toe het gras rond het perceel waar de woning staat. Dat was volgens [gedaagde 2] ook zo afgesproken tussen Trisport en Invest Property World.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

8. Nu Invest Property World niet ter zitting is verschenen moeten de door Trisport met betrekking tot Invest Property World gestelde feiten als vaststaand worden aangenomen. Naar het oordeel van de voorzieningen heeft Trisport voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij het gevorderde en dat van haar ten aanzien van de gevorderde ontruiming en de achterstallige huurpenningen redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij de uitkomst van een eventuele bodemprocedure afwacht.

De gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen. Ten aanzien van de vorderingen onder I. en II. van het petitum van de dagvaarding heeft te gelden dat slechts de vordering ter zake achterstallige huurpenningen (zonder de contractuele boete en de buitengerechtelijke kosten) kan worden toegewezen. Ten aanzien van de overige geldvorderingen is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hiervoor uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening bij voorraad dient te worden getroffen. Wat betreft de gevorderde toekomstige huurpenningen heeft te gelden dat Invest Property World deze huurpenningen reeds op basis van de huurovereenkomst verschuldigd is, zodat niet valt in te zien welk belang Trisport heeft bij een veroordeling ter zake, te meer nu niet vast staat in hoeverre Invest Property World ten aanzien van die huurpenningen ook in gebreke zal blijven met de betaling van deze huurpenningen. Aan de gevorderde dwangsommen zal een maximum worden verbonden van € 5.000,00.

9. Het vorenstaande brengt mee dat de voorzieningenrechter de vorderingen jegens [gedaagde 2] en de curator zal afwijzen. Uit het lichaam van de dagvaarding, het petitum, alsmede de pleitnotitie van de raadsman van Trisport kan immers naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen andere conclusie worden getrokken dan dat Trisport zich primair op het standpunt stelt dat Invest Property World de huurder is en subsidiair, voor zover mocht worden geoordeeld dat zulks niet het geval is, dat [gedaagde 2] de huurster is, waarbij de curator dan het één en ander zou moeten gehengen en gedogen wegens het faillissement van [gedaagde 2]. Nu onder rechtsoverweging 8 reeds is geoordeeld over de vorderingen jegens Invest Property World en die vorderingen zijn toegewezen, komt de voorzieningenrechter niet meer toe aan de beoordeling van de subsidaire vorderingen.

10. Hetgeen hiervoor onder 8 en 9 is overwogen, brengt ten aanzien van de proceskosten mee dat Invest Property World zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure zoals deze aan de zijde van Trisport zijn gevallen. De kosten van de procedure voor [gedaagde 2], zijnde het vastrecht ad € 263,00, dienen door Trisport te worden gedragen. Dat geldt eveneens voor de kosten aan de zijde van de curator, die door de voorzieningenrechter worden begroot op nihil.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt Invest Property World om tegen behoorlijk bewijs van kwijting, binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan Trisport te betalen het bedrag van

€ 6.390,00 ter zake achterstallige huurpenningen.

II. Veroordeelt Invest Property World om het gehuurde staande en gelegen aan de [adres][plaats], met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking aan Trisport te stellen, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 500,00 per dag, of gedeelte van een dag, dat Invest Property World in gebreke blijft om aan dit vonnis te voldoen, zulks met een maximum van € 5.000,00 en met machtiging van Trisport om in geval van nalatigheid of weigering aan de zijde van Invest Property World om aan deze veroordeling te voldoen, tot de ontruiming te noodzaken, zonodig met behulp van de sterke arm van justitie of politie.

III. Veroordeelt Invest Property World in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Trisport begroot op € 390,74 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaat.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. Veroordeelt Trisport in de kosten van het geding zoals deze aan de zijde van [gedaagde 2] en curator zijn gevallen en begroot deze aan de zijde van [gedaagde 2] op € 263,00 en aan de zijde van de curator op nihil.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.