Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BO1385

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
19-10-2010
Datum publicatie
21-10-2010
Zaaknummer
08.710229-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Almelo veroordeelt verdachte voor het medeplegen van een diefstal met geweld en een afpersing van de schoonzus van de medeverdachte en een aantal andere vrouwen die in de woning/schoonheidssalon van de schoonzus aanwezig waren tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden, waarvan 1 jaar voorwaardelijk en met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding van bedragen van € 772,50, € 750,-- en € 1160,24 aan de drie benadeelde partijen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/710229-10

datum vonnis: 19 oktober 2010

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[Verdachte 1]

geboren op [1966] in [geboorteland],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in PI Almelo, HvB “De Karelskamp” in Almelo.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 5 oktober 2010. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. Hofstee en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. L. de Widt, advocaat te Almelo, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de eerste plaats al dan niet samen met een ander een overval heeft gepleegd op een woning aan de [adres] in Enschede en

in de tweede plaats al dan niet samen met een ander door (bedreiging met) geweld 2 vrouwen heeft gedwongen geld, een portemonnee en mobiele telefoons af te geven.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 24 maart 2010 in de gemeente Enschede

tezamen en in vereniging met een ander of ander(en) en/althans alleen,

A.

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning/schoonheidssalon aan de [adres] heeft weggenomen (een)

geldbedrag(en) en/of portemonnee('s)/etui en/of mobiele telefoon(s) en/of

bankpas(sen) en/althans/in elk geval enig (ander) goed en/of (een)

geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/althans/in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of een of meer

(andere) in die woning/schoonheidssalon aanwezige perso(o)n(en), genaamd

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of zijn mededader(s):

- naar die woning/schoonheidssalon is/zijn gereden/gegaan en/of die

woning/schoonheidssalon is binnen gedrongen/gegaan en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] (telkens) (stevig/krachtig) bij de

arm(en) en/of het lichaam heeft beet gepakt en/of (hardhandig) tegen het

lichaam heeft geduwd/gedrukt, en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) in het gezicht en/althans

(elders) op/tegen het (achter)hoofd en/of lichaam heeft gestompt en/of

geslagen, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die andere aanwezige(n) heeft gezegd/

geroepen: "Geld, geld" en/of -zakelijk weergegeven- dat hij, verdachte, geld

wilde en anders die [slachtoffer 1] dood ging maken;

en/of

B.

(in een woning/schoonheidssalon aan de [adres]) met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte

van (een) geldbedrag(en) en/of portemonnee('s)/etui en/of mobiele telefoon(s)

en/of bankpas(sen) en/althans/in elk geval enig (ander) goed en/of (een)

geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/althans/in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- naar die woning/schoonheidssalon is/zijn gereden/gegaan en/of die

woning/schoonheidssalon is binnen gedrongen/gegaan en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of een of meer andere in die

woning/schoonheidssalon aanwezige perso(o)n(en) (telkens) (stevig/krachtig)

bij de arm(en) en/of het lichaam heeft beet gepakt en/of (hardhandig) tegen

het lichaam heeft geduwd/gedrukt, en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) in het gezicht en/althans

(elders) op/tegen het (achter)hoofd en/of lichaam heeft gestompt en/of

geslagen, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die andere aanwezige(n) heeft gezegd/

geroepen: "Geld, geld" en/of -zakelijk weergegeven- dat hij, verdachte, geld

wilde en anders die [slachtoffer 1] dood ging maken;

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de diefstal met geweld en de afpersing zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering, ook als dat behandeling inhoudt. Daarnaast vordert de officier van justitie toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 772,50 en niet-ontvankelijk verklaring van deze benadeelde partij in het overige deel van haar vordering en daarnaast toewijzing van de gehele civiele vordering van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 3] met oplegging daarbij van de zogenaamde schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

5.1 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het tenlastegelegde onder A en B wettig en overtuigend bewezen, zulks met inbegrip van het slaan tegen het hoofd van [slachtoffer 1]. , , , , ,

5.2 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het in de eerste plaats tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 maart 2010 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning/schoonheidssalon aan de [adres] heeft weggenomen geld en een portemonnee en een mobiele telefoon en bankpassen toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld hierin bestond dat verdachte met zijn mededader:

- naar die woning/schoonheidssalon is gereden en die woning is binnen gegaan en vervolgens

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 3] stevig bij de arm heeft gepakt en hardhandig tegen het

lichaam heeft geduwd, en

- die [slachtoffer 1] meermalen, (met kracht) tegen het hoofd heeft geslagen en

- tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Geld, geld";

en

B.

in een woning/schoonheidssalon aan de [adres] met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte

van een mobiele telefoon toebehorende aan [slachtoffer 2], welk geweld hierin bestond dat verdachte met zijn mededader:

- naar die woning/schoonheidssalon is gereden en die woning/schoonheidssalon is binnen gegaan en vervolgens

- die [slachtoffer 1] en een andere in die woning/schoonheidssalon aanwezige persoon stevig

bij de arm heeft gepakt en hardhandig tegen het lichaam heeft geduwd, en

- die [slachtoffer 1] meermalen (met kracht) tegen het hoofd heeft gestompt en

- tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft geroepen: "Geld, geld".

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder A en B meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 47, 312 en 317 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

het misdrijf: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8. De op te leggen straf of maatregel

De gronden voor een straf of maatregel

Verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan een overval op een woning aan de [adres] in Enschede. Verdachtes mededader [verdachte 2] heeft verdachte gevraagd geweld te plegen tegen [verdachte 2]s schoonzus, waar die [verdachte 2] al enige tijd een conflict mee had. [verdachte 2] heeft verdachte daarvoor een flinke vergoeding in het vooruitzicht gesteld. Deze vergoeding moest verdachte wel zelf uit de woning van de schoonzus halen. Verdachte is voor het geld de woning binnengegaan en trof daar onverwacht een vijftal vrouwen aan, tegen een aantal waarvan, hij geweld heeft gebruikt om geld en mobiele telefoons buit te kunnen maken. Verdachte heeft bekend dat hij het onderhavige feit heeft gepleegd om cocaïne te kunnen kopen en dat hij ten tijde van het plegen ook onder invloed van cocaïne was. Verdachte heeft uitsluitend zijn eigen financiële motieven voorop laten staan en heeft geen enkel oog gehad voor met name de psychische schade die hij bij de slachtoffers teweeg heeft gebracht. De slachtoffers hebben de overval, blijkens de schriftelijke slachtofferverklaringen, alsmede hun verklaringen bij de politie, als zeer beangstigend ervaren. Het is een feit van algemene bekendheid dat feiten zoals deze een ingrijpende aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers inhouden en dat slachtoffers daarvan veelal nog dagelijks de negatieve gevolgen in de vorm van gevoelens van angst en onzekerheid ondervinden. Ook in deze zaak is daarvan sprake, zoals uit de schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt. Feiten als de onderhavige veroorzaken bovendien onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

Ten aanzien van de opmerking van de officier van justitie dat er de afgelopen periode een golf van overvallen heeft plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat de onderhavige kwestie een afwijkend karakter heeft nu daaraan een conflict in de familiesfeer ten grondslag ligt.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging en bij het bepalen van de hoogte hiervan allereerst rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Nu geen landelijke oriëntatiepunten straftoemeting voor dit soort feiten zijn vastgesteld, zal de rechtbank het uitgangspunt in soortgelijke zaken van drie jaar gevangenisstraf in haar overwegingen betrekken.

De rechtbank houdt ten nadele van verdachte rekening met het feit dat uit zijn justitiële documentatie blijkt dat hij herhaaldelijk voor zowel (gekwalificeerde) vermogens- als geweldsdelicten is veroordeeld. Ondanks deze regelmatige veroordelingen in het verleden is verdachte er blijkbaar niet van te weerhouden zijn criminele carrière voort te zetten. Hij geeft daarmee aan zich niets aan te trekken van de in die veroordelingen gelegen waarschuwingen en geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Verdachte heeft de feiten veelal gepleegd om in zijn cocaïnegebruik te kunnen voorzien en hij is er tot op heden niet in geslaagd die levensstijl te veranderen, ondanks eerdere opnames in verslavingsklinieken. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van verdachte dat hij deze levensstijl laat prevaleren boven het leed dat hij door zijn toedoen bij de gedupeerden teweeg heeft gebracht.

De rechtbank houdt ten voordele van verdachte rekening met het feit dat verdachte ter terechtzitting oprecht spijt heeft getoond en dat hij de verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Voorts neemt de rechtbank in het voordeel van verdachte in aanmerking dat hij zelf hulp heeft gezocht voor zijn cocaïneverslaving en dat hij zich ter terechtzitting bereidwillig toont ten aanzien van hulpverlening en een eventuele klinische opname om van zijn drugsverslaving af te komen.

De rechtbank zal bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan rekening houden met de door A. Schabbink, reclasseringswerker bij Tactus Verslavingszorg, omtrent verdachte opgestelde rapportage.

De rechtbank is van oordeel dat bij het bepalen van de hoogte van na te melden straf, geen rekening gehouden dient te worden met het feit dat een tweetal onbevoegde hulpofficieren van justitie verdachte hebben voorgeleid, in verzekering hebben gesteld en de inverzekeringstelling van verdachte hebben verlengd. De rechtbank constateert dat sprake is geweest van handelen in strijd met artikel 57 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, maar zij zal daaraan in deze zaak geen verdere consequenties verbinden, nu verdachte door dit verzuim niet in enig rechtens te respecteren belang is geschaad.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte en zijn mededader een gelijke straf moet worden opgelegd. Weliswaar verschillen de rol bij het feit en strafrechtelijk verleden tussen verdachte en zijn mededader, maar de rechtbank is van mening dat de rol van initiator en bedenker van het plan van de medeverdachte [verdachte 2] even zwaar dient te wegen als de uitvoerende rol en speciale recidive van verdachte.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en toezicht van de reclassering, passend en geboden is.

9. De schade van benadeelden

9.1 De vorderingen van de benadeelde partijen

[Slachtoffer 2], wonende te Enschede aan [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.207,55 (twaalfhonderdzeven euro en vijfenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- Mobiele telefoon Nokia N95 van een half jaar oud € 435,45

- 3 nieuwe betaalpassen à € 7,50 euro € 22,50

- immateriële schadevergoeding € 750,00

De benadeelde partij behoudt zich het recht voor om eventueel overige, nu nog niet bekende of gevorderde, schade in een later stadium via een civiele procedure van de verdachte te vorderen. De benadeelde partij heeft gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij voor wat betreft de post “mobiele telefoon” niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu zij dit gedeelte van haar vordering niet voldoende heeft onderbouwd. De vordering kan volgens de officier voor het overige worden toegewezen.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij voor wat betreft de mobiele telefoon niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. Het gedeelte van de vordering dat ziet op de betaalpassen is voor toewijzing vatbaar. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat in onderhavige zaak geen sprake is van het toepassen van fors geweld, zodat de immateriële schadevergoeding gematigd dient te worden.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn weliswaar betwist, maar de rechtbank zal het gevorderde deels toewijzen, te weten de schadeposten betaalpassen en de immateriële schadevergoeding, tot een bedrag van € 772,50 (zevenhonderdtweeënzeventig euro en vijftig eurocent), inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige, te weten de schadepost mobiele telefoon Nokia N95, niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[Slachtoffer 3], wonende te Enschede aan [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 750,-- (zevenhonderdvijftig euro). Deze schade bestaat uit de volgende post:

- een immateriële schadevergoeding ad € 750,--.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing vatbaar is.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom in het geheel toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[Sachtoffer 1], wonende te Enschede aan de [adres], voor wie mr. A.P. Drosten, advocaat in Enschede, als gemachtigde optreedt, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1160,24 (elfhonderdzestig euro en vierentwintig eurocent). Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- Aanvragen medische informatie € 60,24

- Rechtsbijstand € 100,-

- immateriële schadevergoeding € 1.000,-

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing vatbaar is.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen.

9.2 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het onder A en B tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder A en B meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

het misdrijf: diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

het misdrijf: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder A en B bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren en 6 maanden, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 772,50 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2010) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 772,50 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 750,-- voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 750,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 1060,24 voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 100,--, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1160,24 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 21 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.H.W. Teekman, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en

mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2010.