Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN9580

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
04-10-2010
Datum publicatie
06-10-2010
Zaaknummer
114429 / KG ZA 10-236
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot verschaffing van toegang tot de echtelijke woning om woning verkoopklaar te maken. Vordering toegewezen. Beide partijen gerechtigd om van woning gebruik te maken. Partij die in woning woont krijgt gelegenheid zelf maatregelen te treffen. Matiging dwangsom, afwijzing inschakeling sterke arm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 114429 / KG ZA 10-236

datum vonnis: 4 oktober 2010 (l.)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. J. Hofstede te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

procederend in persoon.

1. Het procesverloop

[Eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 27 september 2010. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres], vergezeld door mr. Hofstede, en [gedaagde]. De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

2.2 [Eiseres] en [gedaagde] zijn ex-echtelieden. Tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort de gemeenschappelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning).

2.3 [Eiseres] heeft ingevolge een beschikking van de rechtbank Almelo tot en met 31 maart 2008 het uitsluitend gebruiksrecht van de woning gehad. Vanaf 1 april 2008 is het uitsluitend gebruiksrecht aan [gedaagde] toegekend. Bij beschikking van de rechtbank Almelo van 30 juli 2008 is het verzoek van [gedaagde] tot voortzetting van het exclusieve gebruik van de woning afgewezen.

2.4 [Gedaagde] heeft geprobeerd de woning over te nemen en [eiseres] uit te kopen. Partijen hebben hierover onderhandeld, maar dit heeft niet geresulteerd in een overname van de woning door [gedaagde].

2.5 De woning staat sinds december 2009 te koop. Er zijn verschillende bezichtigingen geweest, maar de woning is nog niet verkocht.

3. De standpunten van partijen

Vordering [eiseres]

3.1 [Eiseres] heeft gevorderd dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. [gedaagde] wordt gelast om binnen 3 dagen, na betekening van het kort geding-vonnis, over te gaan tot het aan [eiseres] verschaffen van toegang tot de in gemeenschappelijk eigendom toebehorende woning aan de [adres] te [woonplaats], alsmede het daarbij behorende erf, in het bijzonder door aan [eiseres] te verstrekken (een duplicaat van) de sleutel tot deze woning, danwel haar anderszins toegang te verschaffen, alsmede haar aanwezigheid, alsmede de aanwezigheid van eventuele derden die haar bij de te verrichten werkzaamheden behulpzaam zullen zijn, in en rondom de woning te gedogen;

b. wordt bepaald dat [gedaagde] een dwangsom verschuldigd zal zijn van € 1.000,00 per dag, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, voor elke dag dat [gedaagde] niet voldoet aan het onder a. gevorderde en ten deze te wijzen vonnis;

c. [eiseres] wordt gemachtigd om het onder a. gevorderde desnoods met behulp van de sterke arm van politie en/of justitie te bewerkstelligen;

d. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het onderhavige geding.

Standpunt [eiseres]

3.2 [Eiseres] voert hiertoe aan dat om verschillende redenen de verkoop van de woning ernstig wordt bemoeilijkt. Volgens de brief van de makelaar van 12 juli 2010 haken veel potentiële kopers af, omdat het teveel werk en kosten geeft om de woning in goede staat van onderhoud te brengen. Uit de brief blijkt voorts dat de presentatie van de woning niet is zoals deze zou moeten zijn. In de voor- en achtertuin staat overvloedig onkruid, de vertrekken staan vol met allerlei zaken die er niet horen en de toegang tot de zolder en de garage is onmogelijk door de vele, ongeorganiseerd opgeslagen, zaken. Ook het schilderwerk is aan een grondige opknapbeurt toe. Over het algemeen straalt de woning, naar het oordeel van de makelaar, niet de sfeer uit waar potentiële kopers naar op zoek zijn.

3.3 [Eiseres] heeft [gedaagde] uitdrukkelijk verzocht om haar toegang tot de woning te verschaffen, teneinde de woning op te ruimen en op te knappen, maar dit is door [gedaagde] geweigerd. Nu [eiseres] nog steeds mede-eigenaar van de woning is, ondervindt zij financiële nadelen van de huidige situatie. Bovendien ondervindt de woning schade als gevolg van het niet verrichten van onderhoud. Die schade zal alleen maar groter worden en de waarde van de woning zal steeds meer dalen.

3.4 [Eiseres] heeft er (spoedeisend) belang bij dat [gedaagde] haar de toegang tot de woning en het omringende erf verschaft, zodat zij met behulp van derden over kan gaan tot het verrichten van opruim- en schoonmaakwerkzaamheden in de woning alsmede onderhoudswerkzaamheden aan zowel de binnen- als buitenzijde van de woning. Omdat [gedaagde] doordeweeks bij zijn moeder in [verblijfplaats] verblijft, zal hij van de werkzaamheden nauwelijks hinder ondervinden.

Standpunt [gedaagde]

3.5 [Gedaagde] stelt dat hij [eiseres] geen toegang tot de woning wil verschaffen omdat er spullen van hem in de woning staan. Hij vindt dat hij [eiseres] niet meer kan vertrouwen. Volgens [gedaagde] is de staat van de woning in orde en is de woning van binnen netjes. Er haken veel potentiële kopers af omdat onduidelijkheid over de nabij gelegen spoorweg bestaat. [Gedaagde] stelt dat kopers door de spullen die in de woning staan, heen kunnen kijken. Volgens [gedaagde] houdt hij de verkoop van de woning niet tegen, hij is immers zelf ook afhankelijk van de verkoop. Het is juist dat hij niet permanent in de woning verblijft.

4. De beoordeling

4.1 Tussen partijen staat vast dat beide partijen (gezamenlijk) eigenaar van de woning zijn. Tevens staat vast dat [gedaagde] noch [eiseres] het exclusieve gebruiksrecht van de woning heeft. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter met zich mee dat beide partijen ingevolge artikel 5:1 lid 2 BW gerechtigd zijn om van de woning gebruik te maken. Onder dit gebruik dient mede het verrichten van opruim-, schoonmaak- en onderhouds-werkzaamheden in en rond de woning te worden verstaan.

4.2 Partijen zijn het met elkaar eens dat de woning zo spoedig mogelijk verkocht dient te worden. Gelet hierop is het zowel in het belang van [eiseres] als in het belang van [gedaagde] dat de woning in een zodanige staat wordt gebracht dat de woning aantrekkelijk(er) voor potentiële kopers is. Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is genoegzaam gebleken dat hiervoor opruim-, schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden nodig zijn. Nu ter zitting is gebleken dat [gedaagde] niet permanent in de woning verblijft, zal de aanwezigheid van [eiseres] en eventuele derden in de woning ten tijde van de werkzaamheden niet onnodig belastend voor [gedaagde] hoeven te zijn.

4.3 Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vordering van [eiseres] om [gedaagde] te gelasten [eiseres] toegang tot de woning te verschaffen en haar aanwezigheid en de aanwezigheid van eventuele derden in en rondom de woning te gedogen, toewijzen. De voorzieningenrechter zal [eiseres] een termijn van één onafgebroken week geven, waarbinnen zij haar werkzaamheden dient uit te voeren.

4.4 De voorzieningenrechter is van oordeel dat de termijn van één week pas 14 dagen na betekening van het vonnis in dient te gaan, zodat [gedaagde] de mogelijkheid heeft om in die periode van 14 dagen eventueel zelf de nodige werkzaamheden te verrichten en/of de in zijn ogen noodzakelijke maatregelen met betrekking tot zijn eigendommen die in de woning staan, te treffen.

4.5 De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de gevorderde dwangsom van € 1.000,00 per dag te matigen en zal voorts aan de dwangsom een maximum koppelen. De voorzieningenrechter acht een dwangsom van € 250,00 per dag, met een maximum van € 25.000,00, redelijk.

4.6 De koppeling van een dwangsom aan de veroordeling van [gedaagde] om [eiseres] toegang tot de woning te verschaffen en haar aanwezigheid en dat van derden te gedogen, acht de voorzieningenrechter vooralsnog van voldoende gewicht om medewerking van [gedaagde] aan het vonnis af te dwingen. De voorzieningenrechter zal daarom de vordering van [eiseres] tot het desnoods inschakelen van de sterke arm van politie en/of justitie, afwijzen.

4.7 Omdat partijen ex-echtelieden zijn, zullen de kosten van dit kort geding worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. gelast [gedaagde] om vanaf de 14e dag na betekening van dit vonnis [eiseres] gedurende één onafgebroken week toegang tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] te verschaffen, alsmede het daarbij behorende erf, door aan [eiseres] te verstrekken (een duplicaat van) de sleutel van deze woning, danwel haar anderszins toegang te verschaffen, alsmede haar aanwezigheid en de aanwezigheid van eventuele derden die haar bij de te verrichten werkzaamheden behulpzaam zullen zijn, in en rondom de woning te gedogen;

II. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat hij in gebreke blijft met de onder I. aangeduide veroordeling, zulks tot een maximum van € 25.000,00;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

V. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.