Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN4869

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-08-2010
Datum publicatie
24-08-2010
Zaaknummer
08/710177-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtig aan een gewelddadige (in vonnis: brute) overval op een winkel in de Beltstraat te Enschede, waarbij het personeel door de drie mededaders van verdachte met een mes zijn bedreigd. De overvallers gingen er met gouden sierden en € 125,-- vandoor. Daarnaast heeft verdachte zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan tasjesroven, eveneens in Enschede. Veroordeling: 42 maanden gevangenisstraf. Tevens dient veroordeelde de twee benadeelde partijen ieder € 1.000,-- te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710177-10

STRAFVONNIS

Uitspraak: 24 augustus 2010.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte 3],

geboren te [geboorteplaats] [geboorteland] op [1991],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring

De Karelskamp te Almelo,

terechtstaande terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 19 februari 2010 in de gemeente Enschede,

op of aan de openbare weg, de [adres], in elk geval op of aan (een)

openbare weg(en), tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas (met inhoud), in elk geval enig goed en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde (mevrouw) [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn, verdachtes mededader(s) (onverhoeds) (met kracht)

voornoemde tas uit/van de (rechter)hand van die [benadeelde 3] heeft/hebben getrokken

en/of gerukt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[verdachte 3] en/of [verdachte 4] op of omstreeks 19 februari 2010,

in de gemeente Enschede,

op of aan de openbare weg, de [adres], in ieder geval op of aan (een)

openbare weg(en),

tezamen en in vereniging en/althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een (hand)tas (met inhoud), in elk geval enig goed en/of geld, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde (mevrouw) [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[verdachte 3] en/of die [verdachte 4] (onverhoeds) (met kracht) voornoemde tas uit/van de (rechter)hand van die [benadeelde 3] heeft/hebben getrokken en/of gerukt,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19

februari 2010 in de gemeente Enschede opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] in een door hem, verdachte, bestuurde

auto te vervoeren naar de plaats van het misdrijf, en/of

- als bestuurder van die auto, die auto in de (onmiddellijke) nabijheid van

die plaats van het misdrijf te parkeren en op die [verdachte 3] en/of die

[verdachte 4] te wachten en/of op de uitkijk te gaan staan teneinde die

[verdachte 3] en/of die [verdachte 4] in geval van ontdekking op heterdaad te

kunnen waarschuwen, en/of

- die [verdachte 3] en/of die [verdachte 4] en/of de/het weggenomen (hand)tas in

die door hem, verdachte, auto te vervoeren vanaf de plaats van het misdrijf;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 19 februari 2010 in de gemeente Enschede

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat van een bankfiliaal van

de Rabobank aan de [adres] weg te nemen (een) geldbedrag(en), geheel

of ten dele toebehorende aan de Rabobank en/of aan [benadeelde 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en

die/dat weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te brengen door

middel van braak, verbreking en/of door middel van een valse sleutel,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar voornoemd

bankfiliaal is/zijn gegaan en/of (vervolgens) een bankpas ten name van die [benadeelde 3] in die geldautomaat heeft ingevoerd en/of een of meer

(pin)code(s)/cijfercombinatie(s) heeft ingetoetst,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 19 februari 2010 in de gemeente Enschede, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een

bankpas (ten name van [benadeelde 3]) heeft verworven, voorhanden heeft

gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde

van het verwerven of het voorhanden krijgen van die bankpas wist(en) dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2010, in de gemeente Enschede,

op of aan de openbare weg, de [adres], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (hand)tas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde (mevrouw) [benadeelde 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes mededader(s) (onverhoeds) (met kracht) voornoemde tas uit/van de (rechter)arm van die [benadeelde 4] heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 8 augustus 2009 in de gemeente Enschede

op of aan de openbare weg(en), de [adres] en/of de [adres],

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit de kleding) heeft

weggenomen een mobiele telefoon (merk Ericson X1), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 5], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s) die [benadeelde 5]:

- onverhoeds is/zijn genaderd en/of (vervolgens) heeft/hebben getackeld

en/althans tegen de grond heeft/hebben geduwd/gewdrukt/gewerkt, en/of

- (meermalen) tegen het hoofd/lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt

en/of gestompt en/of geslagen, en/of

- een voet/knie in de nek van die [benadeelde 5] heeft/hebben geplaats en/of

(daarbij) de kleding van die [benadeelde 5] heeft/hebben doorzocht;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 8 augustus 2009, althans in of omstreeks de periode van 8

augustus 2009 tot en met 19 februari 2010 in de gemeente Enschede, in elk

geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/althans alleen,

een mobiele telefoon (merk Ericson X1) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist(en) dat

het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 5 maart 2010 in de gemeente Enschede

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de

[adres] heeft weggenomen een of meer (gouden) siera(a)d(en) en/althans/in

elk geval enig (ander) goed en/of euro 125,00, althans een geldbedrag, geheel

of ten dele toebehorende aan de firma Cash Converters en/althans/in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerker(s)/ster(s) van die

winkel, genaamd [benadeelde 1 en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- die winkel is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) over de balie is/zijn

gesprongen en/of (met een ijzeren/hard voorwerp) op/tegen een of meer glazen

vitrine(s) heeft/hebben geslagen en/of die vitrine(s) heeft/hebben om

gegooid/geduwd, en/of

- (voortdurend/daarbij/vervolgens) die [benadeelde 1 en/of die [benadeelde 2] (een)

mes(sen) heeft/hebben getoond en/althans die [benadeelde 1 en/of die [benadeelde 2]

met (een) mes(sen) heeft/hebben bedreigd, alhans met die/dat mes(sen)

heeft/hebben gemanipuleerd, en/of

- die [benadeelde 1 en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen en/althans

heeft/hebben gezegd op de grond te knielen/plaats te nemen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen, -welke in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in aan dit vonnis aan te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair, sub 2, sub 3 primair en sub 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 19 februari 2010 in de gemeente Enschede,

op de openbare weg, de [adres], tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas met inhoud, toebehorende aan [benadeelde 3], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen voornoemde mevrouw [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat, verdachtes mededaders onverhoeds met kracht voornoemde tas uit de rechterhand van die [benadeelde 3] hebben getrokken of gerukt;

2.

hij op 15 februari 2010, in de gemeente Enschede,

op de openbare weg, de [adres], tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas (met inhoud), toebehorende aan [benadeelde 4];

3.

hij op 8 augustus 2009 in de gemeente Enschede,

op de openbare wegen, de [adres] en [adres] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit de kleding) heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Ericson X1), toebehorende aan [benadeelde 5], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

tegen die [benadeelde 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader die [benadeelde 5]:

- onverhoeds zijn genaderd en (vervolgens) hebben getackeld

en tegen de grond hebben gewerkt, en

- (meermalen) tegen het hoofd/lichaam hebben geschopt

en gestompt en geslagen, en

- een voet/knie in de nek van die [benadeelde 5] hebben geplaatst en

(daarbij) de kleding van die [benadeelde 5] hebben doorzocht;

4. hij op 5 maart 2010 in de gemeente Enschede,

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel aan de [adres] heeft weggenomen sieraden en € 125,00, toebehorende aan de firma Cash Converters, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen medewerkers van die winkel, genaamd [benadeelde 1 en [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader(s):

- die winkel zijn binnengegaan en vervolgens op de balie zijn gesprongen en tegen glazen vitrines hebben geslagen en die vitrines hebben omgegooid/geduwd, en

- daarbij die [benadeelde 1 en die [benadeelde 2] messen hebben getoond en die [benadeelde 1 en die [benadeelde 2] met messen hebben bedreigd, en

- die [benadeelde 1 en die [benadeelde 2] hebben gedwongen en hebben gezegd op de grond te knielen/plaats te nemen.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair, sub 2, sub 3 primair en sub 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 primair, het misdrijf:

"Diefstal vergezeld van geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 312 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 2, het misdrijf:

"Diefstal door twee of meer verenigde personen",

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 3 primair, het misdrijf:

“Diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 312 van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft sub 4, het misdrijf:

“Diefstal voorafgegaan en vergezeld met bedreiging van geweld gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”,

strafbaar gesteld bij artikel 310 juncto 312 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair, sub 2, sub 3 primair en sub 4 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met als bijzondere voorwaarde toezicht door de reclassering.

Toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde [benadeelde 1 en van de civiele vordering van de benadeelde [benadeelde 2] telkens tot een bedrag van € 2000,= en telkens oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel.

De raadsvrouw is van oordeel dat het nog sub1 meer subsidiair tenlastegelegde bewezen is evenals het sub 3 subsidiair tenlastegelegde.

Ten aanzien van de sub 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, sub 2, sub 3 primair en sub 4 tenlastegelegde feiten dient vrijspraak te volgen nu die feiten niet wettig en overtuigend bewezen zijn.

Zij is van oordeel dat een straf gelijk aan het voorarrest op zijn plaats is, met daarnaast een groot deel voorwaardelijk en de bijzondere voorwaarde toezicht reclassering. Ook wijst zij op de mogelijkheid van onbetaalde arbeid en van elektronisch toezicht.

Ten aanzien van de civiele vorderingen merkt de raadsvrouw het volgende op:

Primair: Nu verdachte van het sub 4 tenlastegelegde behoort te worden vrijgesproken dienen de civiele vorderingen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet ontvankelijk te worden verklaard.

Subsidiair: Indien de rechtbank echter van oordeel is dat het sub 4 tenlastegelegde wel bewezen is dienen voormelde civiele vorderingen eveneens niet ontvankelijk te worden verklaard nu zij niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor een behandeling in het strafgeding.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een brute overval op de winkel van de firma Cash Converters te Enschede.

Samen met zijn mededaders heeft verdachte op professioneel ogende wijze uitvoering gegeven aan deze overval door het gebruik van wapens en bivakmutsen.

Daarnaast heeft hij zich, samen met zijn mededader(s), schuldig gemaakt aan een aantal tasjesroven eveneens te Enschede.

Van enige daadwerkelijke twijfel of terughoudendheid bij verdachte vóór of tijdens de overvallen is de rechtbank niet gebleken.

Het zijn brute feiten en de rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking het gemak waarmee de overvallen door verdachte en zijn mededader(s) zijn gepleegd. Zij hebben hun eigen financiële motieven telkens voorop laten staan en hebben geen enkel oog gehad voor de ellende die zij bij de slachtoffers aanrichtten. Voor de

slachtoffers zijn de overvallen zeer beangstigend geweest. Bekend is dat slachtoffers van dergelijke overvallen langdurige en ernstige psychische gevolgen daarvan ondervinden. Deze traumatische ervaring zal, naar de ervaring leert, het leven van de slachtoffers langdurig beïnvloeden. Daarnaast brengen dit soort overvallen ook maatschappelijke gevoelens van onveiligheid en onrust met zich.

Blijkens het uittreksel justitiële documentatie d.d. 13 juli 2010 is verdachte niet eerder met justitie in aanraking geweest en dient derhalve als “First-offender” te worden aangemerkt.

Bij het bepalen van de op te leggen straf zal de rechtbank tevens rekening houden met de jeugdige leeftijd van verdachte.

De rechtbank heeft kennis genomen van het d.d. 25 mei 2010 opgemaakt rapport door C. Alblas, reclasseringswerker verbonden aan Jeugdzorg & Reclassering, Leger des Heils te Arnhem, betreffende verdachte.

Hoewel de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel is dat het toegepaste geweld zoals in sub 2 is tenlastegelegd niet kan worden bewezen

acht zij de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf, gelet op de ernst van de feiten en ter norminprenting en normhandhaving, passend en geboden.

Van die gevangenisstraf zal de rechtbank een deel voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw aan, met name dit soort, strafbare feiten schuldig te maken en omdat de rechtbank na te melden bijzondere voorwaarde noodzakelijk acht.

Civiele vorderingen

De rechtbank overweegt verder, dat [benadeelde 1] en [benadeelde 2], ter zake van feit 4, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van telkens € 2000,= terzake immateriële schade.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze vorderingen van de benadeelde partijen ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank zal en lager bedrag aan immateriële schade vaststellen, te weten telkens € 1000,= per benadeelde, aangezien dat bedrag de rechtbank redelijk en billijk voorkomt.

De beide vorderingen zijn tot dat bedrag toewijsbaar, met niet ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in het resterende deel van de vorderingen.

De rechtbank zal hierbij telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit sub 4 is toegebracht.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair, sub 2, sub 3 primair en sub 4 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

tweeënveertig (42) maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot tien (10) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit sub 4 tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1], [adres] te Enschede van een bedrag groot: € 1000,= (zegge: één duizend euro), voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit sub 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 1000,= ten behoeve van de benadeelde [benadeelde 1], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij: [benadeelde 1], voor een deel van

€ 1000,= niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit sub 4 tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2], [adres] te Enschede van een bedrag groot: € 1000,= (zegge: één duizend euro), voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit sub 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 1000,= ten behoeve van de benadeelde [benadeelde 2], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij: [benadeelde 2], voor een deel van €. 1000,= niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair, sub 2, sub 3 primair en sub 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. Melaard, voorzitter, mrs. Bloebaum en Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van Van Putten, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 augustus 2010.