Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN4868

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-08-2010
Datum publicatie
24-08-2010
Zaaknummer
700216-10 en 710323-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtig aan een gewelddadige overval op een winkel in de Beltstraat te Enschede, waarbij het personeel door de drie mededaders van verdachte met een mes zijn bedreigd. De overvallers gingen er met gouden sierden en € 125,-- vandoor.

Veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk, bijzondere voorwaarde dat hij zich houdt aan de aanwijingen van de reclassering. Tevens dient hij de twee benadeelde partijen ieder € 1.000,-- te betalen. Daarbij tenuitvoerlegging van 11 dagen jeugddetentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 700216-10 en 710323-08 (tul).

STRAFVONNIS

Uitspraak: 24 augustus 2010.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte 2],

geboren te [geboorteplaats] [geboorteland], [1991],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zutphen.

terechtstaande ter zake dat:

hij op of omstreeks 5 maart 2010 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de Beltstraat heeft weggenomen een of meer (gouden) siera(a)d(en) en/althans/in elk geval enig (ander) goed en/of euro 125,00, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de firma Cash Converters en/althans/in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerker(s)/ster(s) van die winkel, genaamd [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die winkel is/zijn binnengegaan en/of (vervolgens) over de balie is/zijn

gesprongen en/of (met een ijzeren/hard voorwerp) op/tegen een of meer glazen

vitrine(s) heeft/hebben geslagen en/of die vitrine(s) heeft/hebben om

gegooid/geduwd, en/of

- (voortdurend/daarbij/vervolgens) die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2] (een)

mes(sen) heeft/hebben getoond en/althans die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2]

met (een) mes(sen) heeft/hebben bedreigd, alhans met die/dat mes(sen)

heeft/hebben gemanipuleerd, en/of

- die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2] heeft/hebben gedwongen en/althans

heeft/hebben gezegd op de grond te knielen/plaats te nemen;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen – die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen – waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 maart 2010 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel aan de Beltstraat heeft weggenomen sieraden en euro 125,00, toebehorende aan de firma Cash Converters, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen medewerkers van die winkel, genaamd [benadeelde 1] en [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededader(s):

- die winkel zijn binnengegaan en vervolgens op de balie zijn gesprongen en tegen glazen vitrines hebben geslagen en die vitrines hebben omgegooid/geduwd, en

- daarbij die [benadeelde 1] en die [benadeelde 2] messen hebben getoond en die [benadeelde 1] en die [benadeelde 2] met messen hebben bedreigd, en

- die [benadeelde 1] en die [benadeelde 2] hebben gedwongen en hebben gezegd op de grond te knielen/plaats te nemen.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

"Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”,

strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

De officier van justitie bepleit toewijzing van de civiele vordering van beide benadeelde partijen, [benadeelde 1] en [benadeelde 2]. Tevens persisteert de officier van justitie bij de vordering tot tenuitvoerlegging.

De raadsman is met de officier van justitie van mening dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De raadsman stelt een gevangenisstraf voor van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met toezicht door de reclassering. De vordering van de beide benadeelde partijen acht de raadsman niet goed onderbouwd, doch hij refereert zich dienaangaande aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot de vordering tenuitvoerlegging is de raadsman van oordeel dat, indien de vordering die 118 dagen jeugddetentie inhoudt, wordt toegewezen, zijn cliënt wel erg lang gedetineerd komt te zitten. In die strafzaak was bovendien sprake van een wanhoopsdaad en hij verzoekt de rechtbank zijn cliënt nog één keer het voordeel van de twijfel te geven.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een brute overval op de winkel van de firma Cash Converters in Enschede.

Dit feit houdt een ingrijpende aantasting in van de persoonlijke levenssfeer van de beide slachtoffers en zij ondervinden daarvan nog dagelijks de negatieve gevolgen, in de vorm van gevoelens van angst en onzekerheid.

Feiten als onderhavige veroorzaken bovendien onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

Verdachte heeft er, voorafgaand aan de overval, kennelijk niet bij stilgestaan welke grote gevolgen zijn handelen bij de slachtoffers teweeg zou kunnen brengen.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging en bij het bepalen van de hoogte hiervan allereerst rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Nu geen landelijke oriëntatiepunten straftoemeting voor dit soort feiten zijn vastgesteld, acht de rechtbank als uitgangspunt voor dit feit - daarbij acht slaand op de professioneel ogende wijze van uitvoering, het gebruik daarbij van wapens (messen) en het dragen van bivakmutsen - drie jaren gevangenisstraf reëel.

In het nadeel van verdachte spreekt dat hij eerder ter zake een geweldsdelict is veroordeeld, te weten een poging doodslag op zijn stiefvader. Weliswaar betrof het in dat geval een andere situatie, zoals de raadsman heeft betoogd, maar ook toen maakte verdachte gebruik van een mes. Verdachte is nu zonder enige schroom met een mes in zijn hand op de toonbank gesprongen en hij heeft zich daarbij agressief en dreigend gedragen. De drempel om een mes te gebruiken is bij verdachte laag en de waarschuwing die van de vorige straf dient uit te gaan heeft verdachte volledig genegeerd.

Van enige daadwerkelijke twijfel of terughoudendheid bij verdachte vóór of tijdens de overval is de rechtbank niet gebleken.

In het voordeel van verdachte, die ten tijde van het plegen van de overval 18 jaar jong was, spreekt dat hij niet de initiator was van deze overval. Omtrent verdachte is een voorlichtingsrapport d.d. 26 juli 2010 opgemaakt. Bij de vaststelling van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van dat rapport.

Hoewel een eerder opgelegd fors voorwaardelijk deel van een vrijheidsstraf verdachte er niet van heeft kunnen weerhouden het onderhavige delict te plegen, zal de rechtbank andermaal een deel van de straf, doch korter dan door de officier van justitie is geëist, voorwaardelijk opleggen.

De rechtbank acht het geboden dat aan dat voorwaardelijke deel als bijzondere voorwaarde toezicht door de reclassering wordt verbonden, zoals dat door de reclassering is geadviseerd. Bovendien strekt dat voorwaardelijk deel er andermaal toe verdachte er van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan echter, alleen al wat betreft de ernst van het bewezen verklaarde feit, niet worden volstaan met een straf zoals die door de raadsman is voorgesteld.

Gelet op het bovenstaande en ter norminprenting en normhandhaving, is naar het oordeel van de rechtbank, een gevangenisstraf als na te melden de meest passende straf.

Civiele vorderingen

De rechtbank overweegt verder, dat [benadeelde 1] en [benadeelde 2], ter zake van het tenlastegelegde feit, zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij hebben gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van telkens € 2.000,=, bestaande uit de post immateriële schade.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze vorderingen van de benadeelde partijen ten dele gegrond, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan beide benadeelde partijen door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht.

De rechtbank zal een lager bedrag aan immateriële schade vaststellen, te weten

telkens € 1.000,= per benadeelde, aangezien dat bedrag de rechtbank redelijk en billijk voorkomt.

De beide vorderingen zijn tot dat bedrag toewijsbaar, met niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in het resterende deel van de vorderingen.

De rechtbank zal hierbij telkens de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging wegens recidive, betreffende parketnummer 710323-08.

De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie te Almelo van 6 augustus 2010, tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van het bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 11 september 2008 opgelegde voorwaardelijk deel van de jeugddetentie, van oordeel dat die vordering behoort te worden toegewezen, nu is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van dertig (30) maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot zes (6) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, ook wanneer de aanwijzingen zullen inhouden dat de veroordeelde zich ambulant moet laten behandelen bij een forensische instelling voor psychotherapie en of verslavingszorg, zulks gedurende een periode de proeftijd niet te boven gaand, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Veroordeelt verdachte, ter zake van het bewezen feit tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1], wonende te Enschede, [adres] van een bedrag groot: € 1.000,= (zegge: duizend euro), voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 1.000,= ten behoeve van de benadeelde [benadeelde 1], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen zal worden toegepast, een en ander voorzover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte, ter zake van het bewezen feit tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende te Enschede, [adres] van een bedrag groot: € 1.000,= (zegge: duizend euro), voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn betaald.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 1.000,= ten behoeve van de benadeelde [benadeelde 2], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 20 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat beide voornoemde benadeelde partijen telkens voor een deel van

€ 1.000,= niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen, en dat de benadeelde partijen die vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Betreffende parketnummer: 710323-08.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 11 september 2008, te weten van 118 dagen jeugddetentie.

Aldus gewezen door mr. Melaard, voorzitter, mr. Bloebaum en mr. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van Feijer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 augustus 2010.