Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN4398

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
16-08-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
113248 KG ZA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering in kort geding tot terugname van een paard en tot restitutiebetaling van de koopprijs.

De gevraagde voorziening is gebaseerd op een (buitengerechtelijke) ontbinding en ingesteld op grond van non-conformiteit. Niet zeker is of die grond in rechte steek houdt c.q. gaat houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 113248 KG ZA

datum vonnis: 16 augustus 2010 (ha)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[EISERES],

wonende te [woonplaats] , [land]

eiseres,

verder te noemen: [eiseres],

advocaat: mr. G. van Lent, te Almelo,

tegen

1. [gedaagde 1]

gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats]

verder te noemen: [naam]

2. [gedaagde 2]

vennoot van gedaagde sub 1.

wonende te [woonplaats]

verder te noemen: [X],

3. [gedaagde 3]

vennoot van gedaagde sub 1.

wonende te [woonplaats]

verder te noemen: [Y]

gedaagden,

alle gedaagden tezamen worden eveneens aangeduid als [naam]

advocaat mr. S.A. Wensing, te Oudewater.

De procedure

1. [eiseres] heeft gedaagden in kort geding gedagvaard. De mondelinge behandeling vond plaats op 9 augustus 2010. [eiseres] verscheen en werd bijgestaan door mr. Van Lent. Namens de gedaagden verscheen [X], bijgestaan door mr. Wensing.

De voorzieningenrechter heeft meegedeeld dat hij geen kennis neemt van de stukken die door mr. Van Lent per fax op 9 augustus 2010 aan het einde van de ochtend zijn aangeboden, nu deze in strijd met het procesreglement niet tijdig zijn ingediend.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten, zeer kort samengevat

2. Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van het navolgende.

a) [eiseres] beoefent de paardendressuursport.

b) [X] is van beroep dierenarts voor paarden. Daarnaast houdt hij een aantal paarden. [X] is mede-eigenaar van het internationale dressuurpaard [naam paard 1].

c) In september 2008 heeft [eiseres] een toen 3-jarig paard voor een bedrag van

€ 8.000,= aan [X] verkocht.

d) Met bijbetaling van € 6.000,= heeft [eiseres] vervolgens van [X] een paard gekocht genaamd [naam paard 2].

e) In juli 2009 heeft [X] [naam paard 2] teruggekocht van [eiseres] voor € 14.000,=. Dat bedrag is toen niet (terug) betaald aan [eiseres].

f) Medio augustus 2009 heeft [eiseres] een paard afgenomen genaamd [naam paard 3], een afstamming van [naam paard 1]. Middels verrekening is hiervoor (dus) betaald € 14.000,=.

g) Van [naam paard 3] is op 12 mei 2009 door [Y] een onderzoeksrapport opgemaakt. Opdrachtgever daartoe was [Z] te [woonplaats]

h) Op 27 januari 2010 is [naam paard 3] orthopedisch onderzocht in “Tierklinik Hochmoor”, Duitsland. De aan genoemde kliniek verbonden dr. Hollenrieder heeft zijn bevindingen bij brief van 30 juni 2010 aan [eiseres] meegedeeld.

Het geschil

standpunt [eiseres]

3. [eiseres] vordert, zeer kort en zakelijk samengevat, hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot terugname van het paard [naam paard 3], onder verbeurte van een dwangsom, en, bij wijze van voorschot, tot restitutiebetaling van de koopprijs van € 14.000,=. Voorts vordert zij hoofdelijke veroordeling van gedaagden, althans van [X], bij wijze van voorschot, tot betaling van € 200,= per maand voor de kosten van verzorging van [naam paard 3], te vermeerderen met de wettelijke rente over de gevorderde bedragen vanaf 4 juni 2010, en ten slotte gedaagden althans [X] in de proceskosten te veroordelen.

4. Als grondslag voor haar vordering stelt [eiseres] dat sprake is van non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW en meer in het bijzonder doet [eiseres], als consument, een beroep op artikel 7:18 BW lid 2 jegens de als professional aan te merken [X]. [eiseres] stelt, zeer kort en zakelijk samengevat, het volgende. Röntgenonderzoek laat osteochondrosis dissecans (verder: OCD) zien tussen de 6e en de 7e halswervel van het paard [naam paard 3]. [naam paard 3] zou ten gevolge van deze OCD niet geschikt zijn als sportpaard. [eiseres] stelt verder dat zij [naam paard 3] via [Z] van [X] heeft gekocht en dat zij daarbij is afgegaan op de mededeling van [X] dat het paard [naam paard 3] gegarandeerd 100% goed was voor de sport. Zij vertrouwde op de mededeling van [X] omdat hij als dierenarts voor paarden professional is, en bovendien werd de mededeling ondersteund door het keuringsrapport van 12 mei 2009. Naar zeggen van [eiseres] is zij begonnen de training van [naam paard 3] rustig op te bouwen maar na een aantal weken begon [naam paard 3] vreemd gedrag te vertonen tijdens het berijden. Zodra er meer “verzameling” van [naam paard 3] werd gevraagd, begon hij te blokkeren, zulks veroorzaakt door pijn. [eiseres] heeft vervolgens op 27 januari 2010 [naam paard 3] laten onderzoeken door Tierklinik Hochmoor in Duitsland. Uit dat onderzoek bleek naar zeggen van [eiseres] dat [naam paard 3] een OCD had tussen de 6e en 7e halswervel, waarbij haar door de kliniek is bevestigd dat [naam paard 3] van deze OCD veel last en pijn ondervond en dat daardoor problemen tijdens het rijden werden veroorzaakt. Dit maakt dat [naam paard 3] niet geschikt is voor de sport. [eiseres] stelt dat zij vervolgens [X] heeft geconfronteerd met dit verborgen gebrek en [X] heeft hierop (de röntgenfoto’s van) [naam paard 3] onderzocht. [eiseres] stelt verder dat door [X] in februari 2010 is geconstateerd dat er een OCD/breuk zat op de 6e en 7e halswervel van het paard. [X] heeft [naam paard 3] teruggenomen en aan [eiseres] bevestigd dat er sprake is van een verborgen gebrek. [eiseres] stelt verder dat [X] heeft aangegeven op zoek te willen gaan naar een ander paard voor [eiseres] maar [eiseres] heeft aangedrongen op restitutie van het aankoopbedrag van € 14.000,=. Volgens [eiseres] is [naam paard 3] op 2 juni 2010 in slechte conditie bij haar teruggebracht, zonder haar medeweten en zonder haar instemming.

5. [eiseres] stelt spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen te hebben omdat [naam paard 3] de dagelijkse verzorging, kost en plaats van een ander getalenteerd paard inneemt, ten gevolge waarvan de sportcarrière van haarzelf onnodig wordt vertraagd.

standpunt [X]/gedaagden

6. Door gedaagden is gemotiveerd verweer gevoerd. Zij stellen, zeer kort en zakelijk samengevat, dat [naam paard 3] niet door (een van) gedaagden maar door [Z] te [woonplaats] aan [eiseres] is verkocht. Vrijwel onmiddellijk na de aanschaf, in de periode van 19 september 2009 tot en met 24 januari 2010 heeft [eiseres] het paard [naam paard 3] 18 keer uitgebracht op een wedstrijd en [naam paard 3] heeft op die wedstrijden telkens goed gepresteerd. [X] erkent dat hij [naam paard 3], na de mededelingen van [eiseres], in zijn hoedanigheid van paardenarts heeft onderzocht. Hij heeft geconstateerd dat er geen sprake is van een gebrek waardoor [naam paard 3] niet geschikt zou zijn als rijpaard. Vervolgens heeft [eiseres] het paard naar de stallen van [Z] gebracht en zij heeft getracht bij [Z] het paard in- dan wel om te ruilen. Dit is niet gelukt en [Z] heeft het paard in juni 2010 aan [eiseres] geretourneerd. Gedaagden betwisten het spoedeisend belang.

7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover aan de orde, nader ingegaan.

De beoordeling

8. De stelling van [eiseres] dat dit door haar gekochte paard niet beantwoordt aan de overeenkomst laat zich mede indachtig de desbetreffende tegenspraak van gedaagden naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet eenvoudig beantwoorden. Dit oordeel behoeft de volgende toelichting.

9. Door [eiseres] is daartoe -nader- aangevoerd dat zij in de periode van september 2009 tot en met februari 2010 inderdaad veel prijzen en eervolle vermeldingen heeft vergaard met dit dressuurpaard, maar dat daarbij niet uit het oog mag worden verloren dat die op het eerste gezicht prima resultaten alleen zijn verkregen door mee te doen aan wedstrijden en concoursen op een (veel) te laag niveau, waarbij dit paard met lange teugel en dus met lage nek werd bereden. De door [eiseres] gestelde nekklachten van het paard hadden juist daarom geen negatief effect. [eiseres] stelt dat, zodra met korte teugel en met de nek recht werd gereden, het paard steeds merkbaar en ook zichtbaar blokkeerde. Later is [eiseres] daar ook vanuit het publiek op gewezen. Naar zeggen van [eiseres] was reeds bij de aankoop aan de verkopende zijde kenbaar dat zij met dit paard in een veel hoger segment dressuur wilde rijden, en dat dat resultaat zou juist vanwege de nekklachten van dit paard pertinent niet zou kunnen worden bereikt.

10. Door [X] is op basis van het hem getoonde röntgenologisch onderzoek van Tierklinik Hochmoor weersproken dat het paard [naam paard 3] lijdt aan OCD in de door [eiseres] gestelde zin. Niet is op basis van die foto’s dan wel anderszins vast te stellen dat tussen en nabij de onderste halswervels kraakbeen is verdwenen en ook wervelbot “is gaan zweven”. Hoogstens is op die foto’s zichtbaar dat sprake is van 2 symmetrische verkalkingshaarden, doch dat die mooi ingekapseld en rustig liggen, zonder benige reactie in het omliggende weefsel. Naar het zeggen van [X] kan dit niet tot gevolg hebben dat het paard disfunctioneert in de door [eiseres] gestelde zin. Er moet naar zeggen van [X] dan ook een andere oorzaak zijn waarom het paard op cruciale momenten “blokkeert”. Die oorzaak is dan echter niet [X] of [naam] toe te rekenen, maar dient voor rekening en risico van [eiseres] te blijven. Het geleverde paard voldoet naar zeggen van [X] gewoon aan de eisen, en [eiseres] moet daarmee op het door haar gewenste niveau dressuur kunnen rijden.

11. Tussen partijen staat vast dat de door Tierklinik Hochmoor gemaakte röntgenfoto’s van de nek van het paard door [eiseres] zijn verzonden naar de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Dit met verzoek door [eiseres] om op basis daarvan een standpunt te bepalen. [X] heeft weet van deze gang van zaken. Hij heeft de betreffende hoogleraar/onderzoeker hierover nog gebeld, maar die heeft hem daarop meegedeeld dat over het resultaat van het onderzoek geen mededelingen aan [X] worden gedaan.

12. Ter zitting is met partijen kort besproken in hoeverre juist voor de beoordeling of sprake is van non-conformiteit, ook nog een (voorlopig) deskundigenbericht zal zijn vereist om vast te stellen of er een medische oorzaak in de nek van het paard is te vinden waardoor het paard blokkeert. Namens gedaagden is meegedeeld dat een nog te entameren (voorlopig) deskundigenbericht zal zijn vereist om de medische klacht van [eiseres] in rechte hard te kunnen maken. Namens gedaagden is meegedeeld dat in het geval een dergelijk verzoek door [eiseres] aan de rechtbank wordt gedaan, van de zijde van gedaagden tegen de toewijzing van dat verzoek als zodanig, geen verweer zal worden gevoerd.

13. Hieruit moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter de conclusie worden getrokken dat thans niet aanstonds in kort geding is vast te stellen dat de verkopende zijde toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst door -kort gezegd- voor de uitvoering van de dressuurwensen van [eiseres], een medisch ondeugdelijk paard te leveren.

14. Het maakt hierbij naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen verschil of nu al of niet sprake is geweest van een zogenaamde consumentenverkoop. Immers het in Boek 7 artikel 18 lid 2 verwoorde (bewijs)vermoeden zal [eiseres] hoogstwaarschijnlijk in een bodemzaak niet helpen, omdat de “aard van de afwijking” zoals dat hiervoor door de voorzieningenrechter nader is geduid, zich verzet tegen het van toepassing zijn van dat bewijsvermoeden.

15. Het hiervoor overwogene brengt mee dat het in deze voorlopige voorziening gevorderde zich niet leent voor toewijzing. Immers zijn de gevraagde voorzieningen gebaseerd op een (buitengerechtelijke) ontbinding op voormelde grond, terwijl het dus nog steeds niet zeker is of die grond in rechte steek houdt c.q. gaat houden.

16. Indachtig dit eindresultaat kunnen de overige geschilpunten van partijen hier dan ook onbesproken worden gelaten.

17. [eiseres] zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op:

- vast recht € 263,=

- salaris advocaat € 527,= +

Totaal € 790,=

De beslissing

De voorzieningenrechter:

1. Wijst de vordering van [eiseres] af.

2. Veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op € 790,= (zevenhonderdnegentig euro).

3. Verklaart onderdeel 2. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar in tegenwoordigheid van H.E. Abbink, griffier uitgesproken op 16 augustus 2010.