Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN4074

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-08-2010
Datum publicatie
16-08-2010
Zaaknummer
348448 CV EXPL 5190-10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Roken op bedrijfsterrein: dringende reden aangenomen in zowel kort geding procedure als ontbindingsprocedure (beiden hieronder opgenomen) voor zover vereist.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 677
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2010/221
AR-Updates.nl 2010-0655
JAR 2010/221

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Almelo

Zaaknummer : 348448 CV EXPL 5190-10

Uitspraak : 13 augustus 2010

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. A.A.C. Stas, werkzaam bij FNV Bondgenoten Individuele Dienstverlening te Weert,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELEMENTIS SPECIALTIES NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Delden

gedaagde partij,

hierna te noemen: Elementis,

gemachtigde: mr. A.J.E. Riemslag, advocaat te Almelo.

De procedure

De eisende partij heeft gesteld en gevorderd als staat vermeld in de dagvaarding van 19 juli 2010.

Partijen hebben voor de zitting producties overgelegd; [eiser] een drietal d.d. 26 juli 2010, Elementis een vijftal d.d. 28 juli 2010.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 30 juli 2010. Tegelijkertijd is het voorwaardelijke verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex art. 7: 685 BW, ingediend door Elementis (zaaknummer 348542 EJ VERZ. 1138-10) behandeld.

[Eiser] heeft zijn standpunt doen toelichten door zijn gemachtigde, die zich daarbij heeft bediend van een pleitnota.

Elementis heeft tegen de vordering verweer gevoerd, waartoe haar gemachtigde zich eveneens heeft bediend van een pleitnota.

Het vonnis is bepaald op heden.

De feiten, het geschil en de motivering van de beslissing

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist en op grond van de inhoud van overgelegde bescheiden, voor zover niet bestreden, staat het volgende tussen partijen vast:

- [Eiser], geboren op 30 augustus 1970, is op 1 mei 2001 in dienst getreden bij Elementis, laatstelijk in de functie van leerling procesoperator, tegen een salaris van € 2246,00 bruto per maand, vermeerderd met een ploegentoeslag van € 673,80, exclusief vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en overige emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO voor Elementis.

- De laatste jaren is bij Elementis, waar met chemicaliën/brandbare stoffen wordt gewerkt, het rookbeleid aangescherpt. Met ingang van november 2008 geldt het volgende beleid: op het bedrijfsterrein van Elementis, ongeveer 16 ha groot, geldt een rookverbod achter de zogenaamde gele lijn. Er is één rookplek vóór de gele lijn voor de gehele locatie (oude fietsenstalling). Roken is aldaar eenmalig toegestaan, voor medewerkers in de dagdienst tussen 12.00 en 13.00 uur, voor medewerkers in de ochtenddienst tussen 10.30 en 11.30 uur, voor medewerkers in de middagdienst tussen 18.30 en 19.30 uur en voor medewerkers in de nachtdienst tussen 02.30 en 03.30 uur. Medewerkers in de dagdienst die langer pauzeren dan een half uur dienen uit te klokken.

- [Eiser] heeft tijdens de nachtdienst van 21 juni 2010 om 06.30 uur achter de gele lijn gerookt, op ongeveer 20 meter van het afvalplein. [Eiser] is hierop telefonisch op staande voet ontslagen, bevestigd bij brief d.d. 21 juni 2010. [Eiser] heeft diezelfde dag nog bezwaar aangetekend tegen het ontslag op staande voet.

2. [Eiser] vordert, kort weergegeven, doorbetaling van loon en wedertewerkstelling op straffe van een dwangsom. [Eiser] stelt daartoe onder meer dat van een dringende reden welke een ontslag op staande voet kan rechtvaardigen, gelet op alle omstandigheden van het geval, geen sprake is. [Eiser], verslaafd roker, erkent achter de gele lijn gerookt te hebben maar stelt zich op het standpunt dat een andere sanctie opgelegd had moeten worden; het ontslag op staande voet is disproportioneel en niet in overeenstemming met de CAO. Het incident levert een lichte overtreding op als vermeld in de bij Elementis geldende sanctieregeling en daarop kan geen ontslag op staande voet volgen. Het roken leverde op de betreffende plek geen direct gevaar op en het betreft de eerste overtreding. Vóór het per 1 juli 2008 geldende rookbeleid (gewijzigd per november 2008) mocht men roken in een rookcabine die op enkele meters van een bedrijfsgebouw stond. Ook meegenomen dient te worden zijn 9-jarig dienstverband, zijn goede functioneren en de (financiële) gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem heeft. [Eiser] heeft spijt van zijn actie en is bereid om publiekelijk excuses te maken.

3. Elementis heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Zij verweert zich, kort weergegeven, als volgt. Elementis stelt dat de overtreding van [eiser] valt onder de zware overtredingen in de sanctieregeling met als sanctie mogelijk ontslag op staande voet. [Eiser] werd betrapt bij het roken, achter de gele lijn, in de buurt van het afvalplein en daar worden chemicaliën opgeslagen. Het is niet ter bepaling van een werknemer of een bepaalde aangewezen verboden plek een gevaarlijke situatie kan opleveren of niet. Binnen Elementis is hierover met meerdere verantwoordelijke mensen goed nagedacht. Elementis heeft aandacht gevraagd voor het rookbeleid en gewezen op mogelijkheden om via een traject te stoppen met roken. Bij e-mail d.d. 21 januari 2009 heeft zij gewaarschuwd dat bij roken achter de gele lijn ontslag op staande voet zal volgen. Tot dan toe gaf Elementis waarschuwingen maar dat had niet het gewenste effect.

4. Beoordeling door de kantonrechter

a. Het vereiste spoedeisende belang is in deze zaak, gelet op de aard van de vordering en het daaromtrent door [eiser] gestelde, aanwezig. De kantonrechter dient te beoordelen of de vordering van [eiser] een zodanige kans van slagen heeft in een eventuele bodemprocedure dat de toewijzing van daarvan als voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat niet het geval.

b. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter is het niet ter beoordeling van een werknemer bij Elementis zelf of de plek waar hij rookt direct of indirect gevaar oplevert.

Het betreft hier een chemisch productiebedrijf dat grondstoffen produceert hoofdzakelijk bestemd voor de verfindustrie. Er wordt met brandbare stoffen gewerkt en in verband daarmee wordt er geproduceerd in overeenstemming met milieuvergunningen van Provincie en Brandweer. Op de naleving daarvan wordt jaarlijks gecontroleerd. De gevolgen van een mogelijke brand of ontploffing zijn niet te overzien voor de omgeving van het bedrijf en de naast gelegen stad Delden. Uit het oogpunt van veiligheid en betrouwbaarheid heeft Elementis dan ook letterlijk een streep getrokken, de gele lijn, waarachter sedert 1 juli 2008 niet meer gerookt mag worden.

a. Het beschermend karakter van dat veiligheidsvoorschrift brengt dan ook met zich mee dat ook bij een eerste overtreding daarvan de desbetreffende sanctieregeling in werking treedt: zou eerst gewaarschuwd moeten worden, dan doet dat afbreuk aan de bescherming die het veiligheidsvoorschrift biedt.

b. Ingevolge art. 5 CAO van Elementis is de werknemer mede verantwoordelijk voor de orde en veiligheid in het bedrijf en is hij verplicht tot naleving van de desbetreffende aanwijzingen en voorschriften. Bij overtreding daarvan is de werkgever bevoegd tot het nemen van disciplinaire maatregelen, zoals overeengekomen en uitgewerkt in de met de Ondernemingsraad overeengekomen “schorsings-en boeteregeling”, uitgewerkt in de “sanctieregeling”. Die sanctieregeling maakt onderscheid tussen lichte, ernstige en zware overtredingen. De werkgever heeft overtreding van het algehele rookverbod aangemerkt als zware overtreding, waarop de sanctieregeling van toepassing is, waaronder ontslag op staande voet. Dit is nadrukkelijk gecommuniceerd aan het gehele personeel per e-mail van 21 januari 2009 met de mededeling: “vanaf heden zal een ieder die achter de gele lijn of tussen de laboratoria betrapt wordt op roken op staande voet worden ontslagen. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit hetgeen betekent dat we ons dergelijke risico’s niet kunnen veroorloven”.

c. Naar het oordeel van de kantonrechter kan eiser zich na de herhaalde locatie- nieuwsbrieven over het rookbeleid en voormelde e-mail van 21 januari 2009 niet meer verschuilen achter zijn persoonlijke belangen en omstandigheden, hoe schrijnend ook en de proportionaliteit van het ontslag op staande voet aanvechten. Ook al was eiser op moment van het ontslag op staande voet 9 jaar in dienst van Elementis en heeft het ontslag op staande voet vergaande (financiële) consequenties voor hem en zijn gezin. Eiser was ten tijde van het ontslag bijna 40 jaar oud en mag mede gelet op het lange dienstverband geacht worden de ernst van de risico’s ter bescherming waartegen het rookverbod is gegeven ten volle te onderkennen en zich daarnaar te kunnen gedragen. De overtreding van het rookverbod was, gezien het gevaar van brand of ontploffing met alle risico’s voor personen, het milieu en de reputatie van Elementis op het vlak van veiligheid en betrouwbaarheid, een zware overtreding, waarop zonder waarschuwing vooraf, gezien de zwaarwichtige belangen, terecht een ontslag op staande voet kon volgen.

d. De vorderingen tot betaling van loon, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, buitengerechtelijke kosten en weder te werkstelling zullen derhalve afgewezen worden.

De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten te compenseren.

Rechtdoende in kortgeding

1. Wijst de vorderingen af.

2. Compenseert de proceskosten des dat iedere partij de hare draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. E.C.M. August de Meijer, kantonrechter, en op 13 augustus 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.