Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN3599

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
09-08-2010
Datum publicatie
10-08-2010
Zaaknummer
113397 / KG ZA 10-190
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tijdens de algemene ledenvergadering van de culturele vereniging voor de islam is gestemd over een nieuw bestuur. Gedaagden stellen dat de leden hen tijdens die vergadering tot nieuw bestuur hebben gekozen. Eisers betwisten de rechtsgeldigheid van een dergelijk besluit van de ALV en stellen nog altijd als bestuur in functie te zijn. Kort samengevat vorderen zij veroordeling van gedaagden om alle overige noodzakelijke medewerking te verlenen om het bestuur in staat te stellen zijn taak te kunnen uitoefenen en zich te onthouden van het uitoefenen van bestuurstaken, op straffe van verbeurte van dwangsommen.

De voorzieningenrechter overweegt: Het is niet aan de voorzieningenrechter om een rechtstoestand of rechtsverhoudingen vast te stellen, doch om voorzieningen te treffen, welke gelden voor de tijd dat de bodemrechter nog niet heeft vastgesteld welke toestand rechtens is of wat tussen partijen geldt. In die tussentijd kan het nodig zijn ordenend in te grijpen. Daartoe biedt de wet aan de voorzieningenrechter de bevoegdheid om in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, een voorziening te geven

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010/207

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 113397 / KG ZA 10-190

datum vonnis: 9 augustus 2010 (wl)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. [eiser 1]

wonende te [woonplaats]

2. [eiser 2]

wonende te [woonplaats]

3. [eiser 3]

wonende te [woonplaats]

4. [eiser 4]

wonende te [woonplaats]

5. [eiser 5],

wonende te [woonplaats]

6. [eiser 6]

wonende te [woonplaats]

7. [eiser 7]

wonende te [woonplaats]

8. [eiser 8]

wonende te [woonplaats]

9. [eiser 9]

wonende te [woonplaats]

eisers,

advocaat: mr. M.A. Oostendorp te Utrecht,

tegen

1. [gedaagde 1]

wonende te [woonplaats]

2. [gedaagde 2]

wonende te [woonplaats]

niet verschenen,

3. [gedaagde 3]

wonende te [woonplaats]

4. [gedaagde 4]

wonende te [woonplaats]

5. [gedaagde 5]

wonende te [woonplaats]

niet verschenen,

6. [gedaagde 6]

wonende te [woonplaats]

niet verschenen,

7. [gedaagde 7]

wonende te [woonplaats]

8. [gedaagde 8]

wonende te [woonplaats]

niet verschenen,

9. [gedaagde 9]

wonende te [woonplaats]

niet verschenen,

10. [gedaagde 10]

wonende te [woonplaats]

gedaagden.

1. Het procesverloop

1.1. Eisers hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 2 augustus 2010.

1.3. Ter zitting is mr. Oostendorp namens eisers verschenen. Van eisers zijn [eiser 7 en [eiser 8] ter zitting verschenen. Aan de zijde van gedaagden zijn [gedaagde [gedaagde 1],[gedaagde 3], [gedaagde 4] en [gedaagde 7] ter zitting verschenen. Namens hen, alsmede namens [gedaagde 10], heeft mevrouw mr. E.J.M. Abels verweer gevoerd. Zij was daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitnota’s toegelicht.

Tegen de niet-verschenen gedaagden is verstek verleend.

1.4. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1. De Culturele Vereniging voor de Islam heeft als doel het waarboren van de culturele waarden van islamieten in Hengelo (Overijssel) en omstreken en het waarborgen van de ontwikkeling van de leden op kultureel-, economisch- en sociaal terrein, zomede het richting geven bij het onderwijs aan kinderen van de leden.

2.2. De Stichting Ayasofya en Kultureel Centrum heeft ten doel het beheren en exploiteren van een cultureel centrum met name ten behoeve van de (leden van) te Hengelo gevestigde vereniging “Culturele Vereniging voor de Islam”, en mede daardoor de Vereniging bij te staan in de verwezenlijking van haar doelstellingen en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

2.3. Het bestuur van de Stichting wordt gevormd door bestuursleden van de Vereniging.

2.4. Op 30 mei 2010 zijn in de algemene ledenvergadering verkiezingen gehouden voor (onder meer) een nieuw bestuur van de Vereniging en de Stichting. Tot in ieder geval

30 mei 2010 vormden eisers het bestuur van de Vereniging en de Stichting.

3. Het geschil

3.1. Vordering eisers.

Eisers vorderen, zakelijk weergegeven:

I.

veroordeling van gedaagden, althans het dagelijks bestuur bestaande uit gedaagden 1, 3 en 4, tot het verlenen van alle noodzakelijke medewerking aan de opheffing van de blokkade van het dossier in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel van de Vereniging en de Stichting, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of deel daarvan met een maximum van € 100.000,00 als gedaagden niet binnen 24 uur na betekening van dit vonnis daaraan hebben voldaan;

II.

veroordeling van gedaagden, althans het dagelijks bestuur bestaande uit gedaagden 1, 3 en 4, om hun medewerking te verlenen aan wijziging van de bevoegde personen om over de door de Vereniging en de Stichting aangehouden bankrekeningen te kunnen beschikken, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of deel daarvan met een maximum van € 100.000,00 als gedaagden niet binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de noodzakelijke medewerking verlenen;

III.

hoofdelijke veroordeling van gedaagden om alle bij hen in het bezit zijnde sleutels van de Hengelose Moskee en overige daaraan gelieerde gebouwen te overhandigen evenals de sleutels die door gedaagden aan derde zijn overhandigd, waaronder aan de door gedaagden aangestelde imam, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of deel daarvan met een maximum van € 100.000,00 indien gedaagden niet binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de noodzakelijke medewerking verlenen;

IV.

veroordeling van gedaagden om alle overige noodzakelijke medewerking te verlenen teneinde het bestuur in staat te stellen zijn taak te kunnen uitoefenen en zich te onthouden van het uitoefenen van bestuurstaken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 1.000,00 per dag of deel daarvan met een maximum van € 100.000,00 indien gedaagden niet binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de noodzakelijke medewerking verlenen c.q. zich niet onthouden van het uitoefenen van bestuurstaken;

V.

hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dit vonnis, alsmede het vonnis te waarmerken als Europese executoriale titel.

3.2. Standpunt eisers.

Ter toelichting op hun vorderingen voeren eisers aan, dat het oordeel van de voorzieningenrechter -zoals verwoord in het vonnis van 21 juli 2010- niet tot een andere conclusie kan leiden dan dat eisers vooralsnog als het rechtsgeldige bestuur gezien moeten worden en als zodanig ook in staat moeten worden gesteld om de taken van het bestuur uit te voeren en te behartigen. Dit wordt door gedaagden onmogelijk gemaakt. Zij weigeren de Kamer van Koophandel te informeren en medewerking te verlenen aan de wijziging dat het bestuur wordt heringeschreven.

Ook heeft het bestuur geen beschikking over gelden en het is niet mogelijk om op naam van de Vereniging of Stichting een bankrekening te openen omdat daarvoor een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel moet worden overgelegd.

Door de opstelling van gedaagden om geen medewerking te verlenen en zich op het standpunt te blijven stellen dat zij het nieuwe bestuur van de Vereniging en de Stichting zijn, zijn de Vereniging en de Stichting in een patstelling terechtgekomen en is de continuïteit in gevaar gekomen.

Gelet op het oordeel van de voorzieningenrechter in het vonnis van 21 juli 2010, dienen gedaagden -meer specifiek het dagelijks bestuur- alle noodzakelijke medewerking te verlenen om het bestuur in staat te stellen zijn taken uit te voeren.

3.3. Standpunt gedaagden.

Gedaagden voeren verweer. Niet alleen betwisten zij het spoedeisende belang van eisers, ook menen zij dat er geen problemen zijn bij de uitoefening van de bestuurstaken. De diverse problemen rond de bestuurbaarheid van de Vereniging zijn opgelost en na de vakantieperiode zal een algemene ledenvergadering bijeen worden geroepen om de leden onder meer te vragen of nieuwe verkiezingen gewenst worden. Als dat gewenst wordt, zal aan dat verzoek gehoor gegeven worden.

3.4. Op overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen eisers en gedaagden is in geschil wie het bestuur vormt van de Culturele Vereniging voor de Islam en de Stichting Ayasofia en Kultureel Centrum.

4.2. Op 30 mei 2010 heeft een Algemene Ledenvergadering (ALV) plaatsgevonden.

Tijdens die ALV is gestemd over een nieuw bestuur. Gedaagden stellen dat de leden hen tijdens die vergadering tot nieuw bestuur hebben gekozen. Eisers betwisten de rechtsgeldigheid van een dergelijk besluit van de ALV en stellen nog altijd als bestuur in functie te zijn.

4.3. De omstandigheid dat zowel eisers als gedaagden menen dat zij het bestuur vormen -en die opvatting ook uitdragen- heeft ertoe geleid dat bij de bank en de Kamer van Koophandel sprake is (geweest) van onduidelijkheid wie bevoegd is de vereniging te vertegenwoordigen.

4.4. In juli 2010 is tussen partijen een kort geding gevoerd. Gedaagden (toen eisers) vorderden -kort samengevat- overdracht van de administratie en sleutels en een verbod aan eisers (toen gedaagden) bestuurshandelingen te verrichten. Tevens werd medewerking gevorderd om gedaagden als bestuur in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.

De voorzieningenrechter heeft die vorderingen afgewezen en daartoe overwogen dat in een kort gedingprocedure niet kan worden vastgesteld of het nieuwe bestuur rechtsgeldig is gekozen.

4.5. De vordering in het onderhavige kort geding vertoont sterke gelijkenis met de vordering van gedaagden in het vorige kort geding. Ook deze vordering heeft betrekking op de vermelding in de registers van de Kamer van Koophandel, de bevoegdheid te beschikken over de bankrekeningen, de afgifte van sleutels en het zich (niet) als bestuurder gedragen.

4.6. Bij dagvaarding hebben eisers, onder verwijzing naar het eerdere kort gedingvonnis, aangevoerd zij -in ieder geval totdat in een bodemprocedure anders wordt beslist- het rechtsgeldige bestuur vormen. Die conclusie volgt evenwel niet uit dit eerdere vonnis.

Uit de overweging van de voorzieningenrechter -dat in een kort gedingprocedure niet kan worden vastgesteld of het nieuwe bestuur rechtsgeldig is gekozen- volgt niet welk van de twee besturen als het rechtsgeldige bestuur heeft te gelden. Enerzijds kan worden betoogd dat het oude bestuur nog in functie is, nu het niet rechtsgeldig is opgevolgd. Anderzijds kan worden betoogd dat het nieuw verkozen bestuur in functie blijft zolang niet in een bodemzaak is geoordeeld dat het besluit van de ALV -strekkende tot die benoeming- geen stand houdt.

4.7. Hetgeen eisers vorderen komt er, kort gezegd, op neer dat zij bij de Kamer van Koophandel en de bank als bevoegd bestuur vermeld willen staan en dat zij gerechtigd worden bestuurshandelingen te verrichten, terwijl dat laatste aan gedaagden wordt verboden. Aldus kan worden geconcludeerd dat eisers de facto vorderen dat de voorzieningenrechter uitspreekt dat eisers, en niet gedaagden, het bestuur vormen. De voorzieningenrechter handhaaft zijn overweging uit het vorige vonnis, te weten dat in een kort gedingprocedure niet kan worden vastgesteld of het nieuwe bestuur rechtsgeldig is gekozen. Dat impliceert de mogelijkheid (niet minder, maar ook niet meer) dat het nieuwe bestuur wel rechtsgeldig is gekozen.

4.8. Het is niet aan de voorzieningenrechter om een rechtstoestand of rechtsverhoudingen vast te stellen, doch om voorzieningen te treffen, welke gelden voor de tijd dat de bodemrechter nog niet heeft vastgesteld welke toestand rechtens is of wat tussen partijen geldt. In die tussentijd kan het nodig zijn ordenend in te grijpen. Daartoe biedt de wet aan de voorzieningenrechter de bevoegdheid om in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, een voorziening te geven.

Dit brengt mee dat de thans gevorderde voorzieningen, die er in algemene zin op zijn gericht de bevoegdheid te verkrijgen om (met uitsluiting van de andere partij) alle betalingen en alle bestuurshandelingen te mogen verrichten, niet voor honorering in aanmerking komen.

Dat neemt niet weg dat de voorzieningenrechter desgevorderd een voorlopige voorziening zou kunnen treffen voor concrete bestuurshandelingen (daaronder begrepen bepaalde specifieke betalingen), uiteraard mits er sprake is van spoedeisendheid en ook overigens aan alle vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening is voldaan.

4.9. Vorenstaande overwegingen leiden dan ook tot de conclusie dat de vorderingen van eisers moeten worden afgewezen.

4.10. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen eisers in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. Wijst de vorderingen af.

5.2. Veroordeelt eisers hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn gekweten, in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op

€ 263,00 aan verschotten.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.