Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN2908

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-06-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
321821 CV EXPL 12137/09
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zaakwaarneming. Voor wie heeft de zaakwaarnemer - in casu de politie - gehandeld door een glaszetter in te schakelen? Doet de politie dat in het belang van de huurder of van de eigenaar van het appartement.? Antwoord: In het belang van de huurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 321821 CV EXPL 12137/09

Uitspraak : 29 juni 2010

Vonnis in de zaak van:

de vennootschap onder firma LierGlas noodhulp & herstel

gevestigd te Lier

eisende partij

hierna ook wel te noemen: LierGlas

gemachtigde: Schmitz Booms, deurwaarders te Terborg

tegen

wonende te …

gedaagde partij

hierna ook wel te noemen: gedaagde

procederende in persoon

1. Het verdere procesverloop:

Bij tussenvonnis van 6 april 2010 werd LierGlas opgedragen om zich omtrent een vraagpunt uit te laten.

LierGlas heeft een akte genomen.

Gedaagde heeft niet op deze akte geantwoord ondanks geboden gelegenheid daartoe.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil:

De feiten

2.1 Alvorens het geschil verder te bespreken zal de kantonrechter de casus nogmaals kort samenvatten.

2.2. LierGlas is benaderd door de Politie Haaglanden, afdeling Delft met het verzoek de deur van een appartement, staande en gelegen te Delft aan de Westlandseweg 53 af te dichten en te voorzien van een deugdelijk slot. Het appartement is eigendom van gedaagde en wordt door hem verhuurd aan zijn dochter. LierGlas heeft aan het verzoek van de politie voldaan en de werkzaamheden, met bijlevering van materialen, verricht. LierGlas heeft gedaagde een factuur doen toekomen van € 211,34, welke factuur onbetaald is gebleven.

2.3. De politie had de deur van het appartement geforceerd in verband met een klacht over wateroverlast door de tandarts die onder het appartement van gedaagde zijn praktijk uitoefent. Bij controle van het appartement bleek dat de lekkage niet daar vandaan kwam.

De verdere beoordeling van het geschil

2.4. In de door LierGlas genomen akte wordt terecht gesteld, dat, op welke wijze de politie haar taak uitoefent en of de klacht over lekkage achteraf terecht of onterecht was, geen maatstaf mag zijn om vast te stellen of LierGlas recht heeft op vergoeding van haar werkzaamheden. Daar gaat het in deze zaak niet om. Uiteraard moet LierGlas worden betaald. De vraag is of de rekening dient te worden betaald door de politie, de huurder van het appartement, de eigenaar daarvan, de klagende tandarts of (heel theoretisch) de VVE.

2.5. De vragen in het tussenvonnis hadden ten doel om in verband met voorgaande vraag meer zicht te krijgen op de redelijkheid van het optreden van de politie in het kader van het forceren van de voordeur van het appartement in kwestie. In de brief van 28 april 2010 die LierGlas bij haar akte voegt wordt, kort gezegd, gesteld dat het niet de taak is van haar monteur om de politie te controleren. Dat is waar, maar de vraag was of - achteraf bezien - de redelijkheid van het politieoptreden van invloed kan zijn op de vraag waar de rekening voor de reparaties dient te worden neergelegd.

2.6. Naar inschatting van de kantonrechter kan dat inderdaad zo zijn, maar staat dat, zoals ook door LierGlas betoogd, buiten de zaakwaarneming. Met enige aarzeling komt de kantonrechter tot de conclusie dat de zaakwaarneming van de politie bij het geven van de opdracht om het appartement af te dichten en de deur te voorzien van een deugdelijk slot los dient te worden gezien van het overige politieoptreden. Bij het laten afdichten van het appartement heeft de politie zich zeker op redelijke gronden ingelaten met de behartiging van een anders belang. Ingevolge art. 6:201 BW kan een zaakwaarnemer rechtshandelingen verrichten in naam van de belanghebbende, in casu het verstrekken van opdracht aan LierGlas tot het verrichten van genoemde werkzaamheden.

2.7. De laatste vraag is, wiens belang de politie heeft behartigd bij het inschakelen van LierGlas. Was dat de eigenaar van het appartement, zoals door LierGlas aangevoerd op grond van de stelling dat gedaagde als eigenaar van de woning deze heeft verhuurd met een goed afsluitbare deur. Of was het de huurster, zoals door gedaagde geopperd.

2.8. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de politie bij het verstrekken van de reparatieopdracht gehandeld als zaakwaarnemer voor de huurster van het pand. Immers, het was haar inboedel die door het aanbrengen van een slot en het afdichten van de deur tegen diefstal werd beveiligd. De kantonrechter wijst er op dat door gedaagde onweersproken is aangevoerd dat hij op verzoek van de politie zijn dochter heeft medegedeeld dat zij de nieuwe sleutels kon ophalen op het politiebureau. Het ligt op de weg van de huurster, indien zij wordt aangesproken tot betaling, te trachten haar schade op de politie te verhalen bv. door deze in vrijwaring op te roepen. De kantonrechter merkt op dat alleen al het feit dat er een huurster is tot gevolg heeft dat de zaak niet vergelijkbaar is met de Assense zaak met rolnummer 263855/CV EXPL 09-4760. In die zaak was, naar door LierGlas aangevoerd, de bewoner tevens eigenaar.

2.9. De aarzeling waarvan de kantonrechter in r.o. 2.6 melding maakte heeft te maken met de consequentie van de redenering neergelegd in dit vonnis. Het gevolg daarvan is dat een burger die naar huis terugkeert de kans loopt te merken dat zijn woning door de politie volstrekt onnodig is opengebroken en vervolgens de rekening gepresenteerd krijgt voor de aangerichte schade.

2.10. De eindconclusie moet zijn dat de vordering dient te worden afgewezen met veroordeling van eisende partij in de kosten van het geding. Deze zullen aan de zijde van gedaagde worden begroot op nihil nu hij in persoon heeft geprocedeerd.

3. Rechtdoende:

Wijst de vordering af.

Verwijst eisende partij in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. H.J. Vos, kantonrechter, en op 29 juni 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.