Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN2904

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
30-07-2010
Zaaknummer
339842 EJ VERZ 10-2754
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voortzetting dienstverband?

Ook niet als in de arbeidsovereenkomst staat opgenomen dat als datum indiensttreding zal gelden bij jubilea 1 juni 1997?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0607
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 339.842 EJ VERZ 10-2754

Beschikking van de kantonrechter d.d. 26 mei 2010 in de zaak van:

De stichting

Woningstichting Domijn

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede

verzoekster,

hierna te noemen Domijn

gemachtigde: mr E.P. Cornel

advocaat te Enschede

tegen

wonende te …

verweerder,

hierna te noemen: verweerder

gemachtigde: mr S.D. Smid

als juriste werkzaam bij FNV Bouw te Deventer

Gezien het op 21 april 2010 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 20 mei 2010

Overweegt:

1. Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met de in de wet bedoelde opzegverboden.

2. Domijn verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verweerder op grond van een gewichtige reden, bestaande uit een wijziging van omstandigheden, welke met zich meebrengt dat er op korte termijn een einde aan die arbeidsrelatie tussen partijen dient te komen.

3. Die wijziging van omstandigheden zou bestaan uit de wederzijdse constatering dat er geen vruchtbare samenwerking mogelijk is en dat er een ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te volgen, in de visie van Domijn per 31 december 2010.

4. Verweerder is zojuist zestig jaar geworden en is met ingang van 1 februari 2008 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Domijn.

Zijn huidige functie is wijkassistent. Zijn bruto maandsalaris bedraagt € 2.664,-- per maand op basis van een 36-urige werkweek. Daarnaast heeft verweerder recht op een eindejaars-uitkering van € 1.358,62 bruto.

5. Verweerder is vanaf 12 juni 1997 in dienst geweest van Woonmaatschappij WBO te Oldenzaal. WBO is in november 2007 met verweerder in overleg getreden om op zoek te gaan naar een andere geschikte functie.

Domijn had in die tijd een vacature en deze vacature hing op het prikbord bij WBO. Verweerder heeft vervolgens naar die functie Bij Domijn gesolliciteerd.

6. Gedurende enkele jaren heeft er een samenwerking bestaan tussen een aantal woningbouw-corporaties in de regio Twente, waaronder Domijn en WBO. De samenwerking had onder meer betrekking op backoffice-activiteiten. De samenwerking bediende zich van de naam Woongroep Twente.

7. Verweerder is door Domijn aangenomen in de functie van huismeester bij Domijn op de vestiging te Losser. In artikel 1 van de arbeidsovereenkomst staat vermeld:

“Werknemer treedt met ingang van 1 februari 2008 voor onbepaalde tijd in dienst van werkgever in de functie van huismeester. Als datum indiensttreding bij het bepalen van jubilea zal gelden 1 juni 1997.”

8. Partijen zijn niet (meer) verdeeld over de vraag of er een einde aan het dienstverband moet komen en ook niet over de correctiefactor bij de bepaling van de vergoeding op basis van artikel 7:685 BW. Deze factor moet luiden c = 1.

9. Het struikelblok in deze zaak is het antwoord op de vraag of de indiensttreding bij Domijn gezien moet worden als een voortzetting van het dienstverband bij WBO, gelet op het samenwerkingsverband tussen de twee woningcorporaties. In de ogen van verweerder zou zijn dienstverband dan ook 13 jaar (vanaf 1997) moeten zijn, terwijl Domijn rekent vanaf

1 februari 2008.

10. Indien verweerder gelijk heeft, dan zouden Domijn en WBO een zodanig samenwerkings-verband moeten hebben dat de beide stichtingen als elkaars filiaal moeten worden beschouwd een dergelijke samenwerking is er niet en is er ook nooit geweest. Het zijn twee geheel onafhankelijk van elkaar opererende woningcorporaties die op bepaalde terreinen hebben samengewerkt, kennelijk met het doel kosten te besparen. Daaruit kan en mag niet de conclusie worden getrokken dat een dienstverband bij WBO voortgezet kan worden bij Domijn. Verweerder meent dat daarvoor toch aanwijzingen te vinden zijn in de arbeidsovereenkomst en wel in het bijzonder in artikel 1., echter de kantonrechter denkt ook daar geheel anders over. Juist het feit dat Domijn heeft opgenomen in dat artikel dat als datum indiensttreding bij het bepalen van jubilea zal gelden 1 juni 1997 geeft aan dat dit aspect de uitzondering is. Indien het wel een voortgezet dienstverband zou zijn, dan zou de opneming van die zin in artikel 1 volstrekt overbodig zijn geweest, omdat het dienstverband in zijn algemeenheid in dat geval al zou gelden vanaf 1 juni 1997.

Ook de overeengekomen terugkeerregeling van verweerder bij WBO wijst zeker niet op een voortgezet dienstverband bij Domijn.

11. De conclusie moet dan ook zijn dat verweerder vanaf 1 februari 2008 bij Domijn in dienst is getreden.

12. Domijn hanteert het Sociaal Plan en blijkens dat plan komt verweerder een vergoeding toe ter grootte van € 17.262,-- bruto ineens indien en voor zover verweerder op 31 december 2010 nog geen andere baan zal hebben aanvaard. Indien verweerder voor die datum elders een functie aanvaardt en er sprake is van een lager salaris dan dat bij Domijn, dan is Domijn bereid dit lagere salaris gedurende één jaar nadat de nieuwe dienstbetrekking is aangegaan aan te vullen tot 100% van het laatst genoten bruto maandsalaris bij Domijn.

Gevoegd bij de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst (31 december 2010) komt deze vergoeding en regeling als passend voor.

13. Voor toekenning van een hogere vergoeding bestaat geen aanleiding en daarvoor zijn ook geen argumenten aangevoerd anders dan een verschil van mening over de datum van indiensttreding.

14. De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten tussen partijen te compenseren als na te melden.

BESCHIKKENDE:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 31 december 2010.

Kent aan verweerder ten laste van Domijn een bruto vergoeding toe van € 17.262,-- ineens indien en voor zover verweerder op 31 december 2010 nog geen andere baan zal hebben aanvaard. Indien verweerder voor die datum elders een functie aanvaardt en er sprake is van een lager salaris dan dat bij Domijn, dan zal Domijn dit lagere salaris gedurende één jaar nadat de nieuwe dienstbetrekking is aangegaan aanvullen tot 100% van het laatst genoten bruto maandsalaris bij Domijn.

Compenseert de proceskosten in zoverre dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven te Enschede door mr H.R.K. Valk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.