Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN2782

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-07-2010
Datum publicatie
29-07-2010
Zaaknummer
113087 / KG ZA 10-179
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Eerder is in kort geding ontruiming van de woning van eiseres toegestaan. Eiseres vordert thans verbod tot overgaan tot ontruiming. Criteria beoordeling executiegeschillen. Geen feiten of omstandigheden gesteld die, gelet op de criteria, ertoe leiden dat gedaagde niet gerechtigd zou zijn tot executie van het vonnis over te gaan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 113087 / KG ZA 10-179

datum vonnis: 20 juli 2010 (j)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. R. Pril te Enschede,

tegen

de stichting

Woningstichting de Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen De Woonplaats,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede.

Het procesverloop

[eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 19 juli 2010, aanvangend te 15:30 uur. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres] vergezeld door mr. Pril en namens De Woonplaats mevrouw [naam], vergezeld door mr. Leijssen. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op heden te 09:00 uur.

De beoordeling

[eiseres] vordert dat De Woonplaats wordt verboden over te gaan tot de aangezegde ontruiming van de door [eiseres] bewoonde woning aan het [adres en woonplaats]. Die ontruiming vindt haar basis in het op 2 juli 2010 tussen partijen gewezen vonnis. Dat vonnis is betekend op 7 juli 2010.

De vordering van [eiseres] betreft derhalve een executiegeschil. In een executiegeschil is de rechter in beginsel gebonden aan de uitspraak die aan de executie ten grondslag wordt gelegd. Hij kan staking van de executie bevelen als de executant misbruik van zijn executiebevoegdheid maakt. Dat zal, ingevolge vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de executie op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor onverwijlde executie niet kan worden aanvaard en daarmee de bevoegdheid van de executant tot tenuitvoerlegging van die uitspraak.

Door [eiseres] zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die – tegen de achtergrond van de hierboven vermelde criteria – ertoe leiden dat De Woonplaats niet gerechtigd zou zijn tot executie van het vonnis over te gaan. De vordering van [eiseres] zal derhalve worden afgewezen. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vordering af;

II. veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Woonplaats begroot op € 263,00 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.