Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BN0559

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
05-07-2010
Datum publicatie
07-07-2010
Zaaknummer
111221 / KG ZA 10-109
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toestemming rechter-commissaris tot afkoop lijfrentepolis; weigering Aegon Leven mee te werken aan deze afkoop

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2011/13 met annotatie van W.M.A. Kalkman
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 111221 / KG ZA 10-109

datum vonnis: 5 juli 2010 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[naam curator]

in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer [Y]en mevrouw [Z]

gevestigd te [woonplaats]

eiseres,

vrijwillig verschenen,

verder te noemen de curator,

advocaat: mr. F. Kolkman te Wierden,

tegen

de naamloze vennootschap

Aegon Levensverzekering N.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

verweerder,

vrijwillig verschenen,

verder ook te noemen Aegon Leven,

advocaat: mr. J.C.A. Stevens te ’s-Gravenhage.

Het procesverloop

De curator heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De curator heeft hierbij abusievelijk de naamloze vennootschap Aegon N.V., gevestigd te Leeuwarden en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage gedagvaard in plaats van de naamloze vennootschap Aegon Levensverzekering N.V. gevestigd te Leeuwarden.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 21 juni 2010. Bij aanvang zijn ter zitting verschenen: de curator vergezeld door mr. Kolkman en mevrouw [naam]namens Aegon N.V., vergezeld door mr. Stevens. Ter zitting heeft de curator het kort geding tussen haar en Aegon N.V. ingetrokken. De curator en Aegon N.V. hebben hierbij afgesproken dat elke partij de eigen kosten draagt. Vervolgens is in samenhang hiermee Aegon Levensverzekering N.V, alsnog vrijwillig verschenen in de persoon van mevrouw [naam], die werd bijgestaan door mr. Stevens.

Hetgeen door de curator van Aegon leven wordt gevorderd, is hetgeen staat vermeld in voormelde dagvaarding. Partijen hebben hun standpunten doen bepleiten. Na verder debat is door deze vrijwillig verschenen partijen vonnis gevraagd.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1. Bij vonnis van deze rechtbank van 16 mei 2006 zijn de heer [Y] en mevrouw [Z] toegelaten tot de wettelijke schuldsanering voor natuurlijke personen (WSNP) met benoeming van mr. A.E. Zweers tot rechter-commissaris en mr. E.D. Breuning ten Cate tot bewindvoerder.

1.1 Bij beschikking van deze rechtbank van 3 april 2008 is mevrouw [naam curator] tot opvolgend bewindvoerder benoemd.

1.2 Bij vonnis van deze rechtbank van 18 november 2008 is de WSNP van de heer [Y]en mevrouw [Z] tussentijds beëindigd. Bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 29 januari 2009 is dit vonnis bekrachtigd. Het arrest is in kracht van gewijsde gegaan, waardoor de heer [Y] en mevrouw [Z] vanaf 18 november 2008 in staat van faillissement verkeren, waarbij mr. A.E. Zweers werd benoemd tot rechter-commissaris en mevrouw [naam curator] tot curator.

1.3 De heer [Y] heeft bij Aegon Leven een lijfrentepolis lopen met nummer [nr] en met een geschatte afkoopwaarde per 1 juni 2009 van € 9.414,73. De curator heeft op 26 maart 2009 desgevraagd machtiging verkregen van de rechter-commissaris tot het afkopen van deze polis.

1.4 Aegon Leven heeft geweigerd mee te werken aan de afkoop van deze polis.

De vordering van de curator en de onderbouwing daarvan

2. De curator vordert bij vonnis - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - Aegon Leven te veroordelen om aan de curator een bedrag van € 10.329,75 te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 9.414,73 vanaf 1 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening. Tevens vordert de curator Aegon Leven te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten van € 131,00 indien voldoening niet binnen de termijn van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis plaatsvindt, dan wel van € 199,00 indien betekening van dit vonnis plaatsvindt.

2.1 De curator stelt daartoe dat er geen beletsel is om tot afkoop van de lijfrentepolis over te gaan. Artikel 7:978 lid 4 BW bepaalt dat beperking of uitsluiting van het recht op afkoop op grond van artikel 7:978 lid 1 BW in beginsel niet kan worden tegengeworpen aan de curator in het faillissement van de verzekeringnemer. Alleen als sprake is van onredelijke benadeling valt de lijfrentepolis buiten de boedel. Juist dit aspect is naar wettelijk voorschrift getoetst door de rechter-commissaris in het kader van de beoordeling van het verzoek van de curator om machtiging te verkrijgen voor de afkoop van de onderhavige polis. De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat geen sprake is van onredelijke benadeling. Tevens is door de curator een afspraak met de fiscus gemaakt om via de boedel met de fiscus af te rekenen, waardoor de curator zonder risico’s voor Aegon Leven het brutobedrag kan en mag opvorderen. Aegon Leven stelt zich derhalve ten onrechte weigerachtig op. De curator vordert een bedrag van € 10.329,75, bestaande uit de hoofdsom van € 9.414,73, de wettelijke rente van € 147,02 en de incassokosten van € 768,00.

Het verweer van Aegon Leven

3. Aegon Leven heeft de vordering van de curator gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing van het door de curator gevorderde. Voor het geval anders mocht worden beslist, heeft Aegon Leven verzocht te bepalen dat de zaak (eerst) in de bodemprocedure behandeld moet worden door de sector civiel van de rechtbank Almelo.

Tevens heeft Aegon Leven verzocht de curator te veroordelen in de kosten van deze procedure. In het navolgende zal de voorzieningenrechter voor zover nodig nader op dat verweer ingaan.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

4. De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling -bij afweging van de belangen van partijen- aan toewijzing niet in weg staat (o.a. HR 28 mei 2004, NJ 2004, 602). Met inachtneming hiervan wordt als volgt overwogen.

4.1 De voorzieningenrechter stelt voorop dat crediteuren belang hebben bij een voortvarende afwikkeling van het faillissement. De omstandigheid dat de curator zich enige tijd heeft beraden over mogelijke (andere) gerechtelijke stappen, doet daaraan niet af. De curator heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening gehouden.

4.2 De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat dezelfde vordering van de curator in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Dit oordeel behoeft de volgende toelichting.

4.3 Ter zitting is door en namens Aegon Leven het standpunt ingenomen dat niet in geschil is dat een in een polis door de desbetreffende partijen overeengekomen uitsluiting van het afkooprecht de curator in beginsel niet verhindert om tot afkoop over te gaan. In casu is volgens Aegon Leven echter een uitzondering hierop van toepassing. De polis waar het om gaat is een zogenaamde “gerichte lijfrente” met een verzorgingsgedachte. Voor veel cliënten van Aegon Leven, waaronder de heer [Y] en mevrouw [Z], is een dergelijke lijfrentevoorziening de enige manier om een pensioen op te bouwen, aldus Aegon Leven. Gelet hierop weigert Aegon Leven het verzoek van de curator tot afkoop van de lijfrentepolis te honoreren.

4.4 Ingevolge artikel 22a lid 1 van de Faillissementswet (Fw) valt het recht op het doen afkopen van een levensverzekering buiten de boedel, voor zover de begunstigde of de verzekeringnemer onredelijk wordt benadeeld. Ingevolge artikel 22a lid 2 Fw heeft de curator voor het uitoefenen van het recht op afkoop voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris nodig. Het is de rechter-commissaris die het voornemen van de curator heeft te toetsen aan het criterium, zoals dat is neergelegd in artikel 22a lid 1 Fw. Met het criterium “onredelijke benadeling” dient boven al getoetst te worden of en zo ja, in hoeverre het een levensverzekering met verzorgingskarakter betreft, in welk geval uitwinning in beginsel niet is toegestaan. Hierbij staat dan het belang van de begunstigde voorop.

4.5 In casu heeft de rechter-commissaris in de brief van 26 maart 2009 aan de curator als volgt bericht:

“Met betrekking tot de door u verzochte toestemming om een tweetal levensverzekeringen te mogen afkopen, bericht ik u, dat ik u daarvoor toestemming geef mits er geen zodanige fiscale consequenties zijn dat uiteindelijk een negatieve waarde ontstaat”.

4.6 Tegen deze beschikking stond ingevolge artikel 67 Fw het rechtsmiddel van hoger beroep open op de rechtbank, en wel binnen vijf dagen te rekenen vanaf de dag waarop de beschikking is gegeven. Nu vast staat dat binnen deze termijn geen hoger beroep is ingesteld, heeft deze beschikking van 26 maart 2009 (formele) rechtskracht gekregen.

4.7 Gelet op het vorenstaande kan de vraag of het bij onderhavige lijfrenteverzekering al of niet om een verzekering met een verzorgingsgedachte gaat, thans niet meer worden beantwoord.

4.8 Ter zitting heeft Aegon Leven zich op het standpunt gesteld dat zij niet op de hoogte was van voormelde beschikking. Zo dit al juist is, dan is de voorzieningenrechter van oordeel dat Aegon Leven in ieder geval sinds medio 2009 redelijkerwijs kennis heeft gekregen c.q, had kunnen verkrijgen van de beschikking van de rechter-commissaris. Aannemelijk is namelijk geworden dat Aegon Leven bij een verzoek om afkoop van een lijfrenteverzekering altijd een kopie van de machtiging van de rechter-commissaris opvraagt. Indien voormelde beroepstermijn van vijf dagen vanaf dat moment al zou hebben moeten aanvangen, dan heeft Aegon Leven ook daarvan geen gebruik gemaakt.

4.9 Het restitutierisico moet als gering worden gewaardeerd. De conclusie uit het voorgaande is, dat is voldaan aan de voorwaarden voor toewijzing van een geldsom in kort geding, zodat de vordering van de curator zal worden toegewezen, behoudens het navolgende.

4.10 De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. De curator heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.11 Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal Aegon Leven worden veroordeeld in de kosten van dit geding, waarbij partijen, zoals overwogen, vrijwillig zijn verschenen.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt Aegon Leven om aan de curator te betalen het bedrag van € 9.561,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 9.414,73 vanaf 1 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

II. Veroordeelt Aegon Leven in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 314,- aan griffierecht en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

III. Veroordeelt Aegon Leven in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, indien en voor zover Aegon niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.L.J. Koopmans, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.