Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BM9863

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-06-2010
Datum publicatie
01-07-2010
Zaaknummer
111752 / KG ZA 10-130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming op grond van aantreffen hennepplantage in woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 111752 / KG ZA 10-130

datum vonnis: 28 juni 2010 (ck)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats, adres],

gedaagde.

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 24 juni 2010. Van hetgeen besproken is, zijn aantekeningen gemaakt.

Ter zitting zijn verschenen: mevrouw [naam], namens eiseres, vergezeld door mr. R.J. Leijssen, en de gedaagde.

De vordering is toegelicht.

De uitspraak van het vonnis is nader en bij vervroeging bepaald op heden.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

2. In deze zaak staat het volgende vast.

De woningstichting heeft sedert 12 augustus 2009 de woning aan de [adres] te Enschede verhuurd aan [gedaagde]. Op 22 april 2010 is in een slaapkamer aan de achterzijde van de woning, die gedaagde van eiseres huurt, een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In de slaapkamer stonden 154 hennepplanten.

Gedaagde is bij brief van 17 mei 2010 door eiseres aangeschreven met het verzoek de huur van de woning te beëindigen, bij gebreke waarvan ontruiming in kort geding zal worden gevorderd. Gedaagde heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek.

3. Eiseres vordert in het onderhavige kort geding:

- gedaagde met al het zijne en de zijnen te veroordelen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te verlaten en te ontruimen;

- eiseres te vergunnen de ontruiming te bewerkstelligen met de sterke arm;

- gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding.

Eiseres heeft aangevoerd dat op de huurovereenkomst van eiseres met gedaagde de algemene huurvoorwaarden van 12 maart 2004 van toepassing zijn. Deze voorwaarden schrijven onder andere voor dat in het gehuurde geen hennep mag worden geteeld op straffe van beëindiging van de huurovereenkomst.

Het kweken van hennep in het gehuurde vormt, naar het oordeel van eiseres, een ernstige wanprestatie. Het kweken van hennep is schadelijk voor het gehuurde, omdat dit gepaard gaat met een hoge mate van warmte en vochtigheid, waardoor het gehuurde wordt aangetast.

Hennepteelt in de woning leidt in alle gevallen tot beëindiging van de huur en het gebruik van de woning. De Woonplaats vordert altijd, in kort geding, de ontruiming van de woning.

De Woonplaats heeft gedaagde de gelegenheid gegeven de huurovereenkomst op te zeggen, maar de gedaagde is hiertoe niet overgegaan.

Nadat een hennepplantage is aangetroffen, wordt de zaak naar de reclassering gestuurd om te beoordelen of er sprake is van een schrijnend geval. Indien er naar het oordeel van de reclassering sprake is van een schrijnend geval, wordt de betreffende woningstichting hierover geïnformeerd. Eiseres heeft verklaard dat zij ten aanzien van gedaagde niet een dergelijk bericht heeft ontvangen.

Het spoedeisende belang is, naar het oordeel van eiseres, gegeven omdat enerzijds eiseres in het geval van hennepkwekerijen een lik op stuk beleid voert en anderzijds de kans op herhaling groot is.

4. De gedaagde heeft verweer gevoerd. Gedaagde heeft erkend dat hij een hennepplantage aanwezig heeft gehad in zijn woning. Gedaagde heeft verklaard dat hij ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst en op het moment dat hij een hennepplantage begon in zijn woning, wist dat het aanwezig hebben van een hennepplantage in zijn woning niet was toegestaan. Volgens de gedaagde zijn de planten eerst op de dag dat de politie een inval heeft gedaan, geplant. Gedaagde heeft verklaard dat hij een hennepplantage is begonnen om uit de financiële problemen te komen. Volgens gedaagde heeft hij een schuldenlast van € 60.000,--.

Gedaagde heeft een beroep gedaan op het convenant van de woningstichtingen met de gemeente op het gebied van woningontruimingen, waarin, volgens gedaagde, een uitzondering wordt gemaakt voor schrijnende gevallen. Gedaagde is van mening dat hij moet worden aangemerkt als een schrijnend geval, omdat hij als zijn woning wordt ontruimd, op straat komt te staan, hij zijn kinderen niet meer in zijn woning kan ontvangen en hij nog verder in de financiële problemen raakt. Gedaagde heeft zich in november 2009 gemeld bij de schuldhulpverlening, maar deze is beëindigd door het aantreffen van de hennepplantage in zijn woning.

5. De voorzieningenrechter overweegt dat het op grond van de algemene huurvoorwaarden, die van toepassing zijn op de huurovereenkomst tussen eiseres en gedaagde, niet is toegestaan hennep te kweken in de woning. Eiseres heeft in de aan gedaagde bekende huurvoorwaarden nadrukkelijk vastgelegd dat hennepteelt in de woning zal leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst. Gedaagde kende dit risico derhalve toen hij zijn hennepkwekerij opzette en heeft dusdoende zelf het risico genomen dat hij zijn woning zou moeten ontruimen bij ontdekking. Er is sprake van een ernstige vorm van wanprestatie, mede gelet op de reële mogelijkheid van schade aan de gehuurde woning door het in standhouden van de kwekerij. Op grond van deze wanprestatie moet gedaagde worden veroordeeld de woning te verlaten en te ontruimen.

De voorzieningenrechter overweegt dat het beroep van gedaagde op de uitzondering voor schrijnende gevallen geen doel treft, nu gedaagde kennelijk niet is aangemerkt als schrijnend geval en dit beroep eerst aan de orde komt bij de beoordeling of gedaagde nadat zijn woning is ontruimd, in aanmerking komt voor een andere woning van de huidige verhuurder of een andere woningstichting.

6. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de termijn van ontruiming te bepalen op drie weken.

7. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

8. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagde om binnen 3 weken na de rechtsgeldige betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te verlaten en te ontruimen, met al het zijne en de zijnen.

II. Veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 350,92 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.