Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BM7398

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
10-06-2010
Datum publicatie
11-06-2010
Zaaknummer
111526 / KG ZA 10-122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Herinrichting Smidsbelt Holten. Beleidsvrijheid Gemeente. Belangen rechtstreeks betrokken winkeliers zonder inhoudelijke motivering in algemene woorden terzijde geschoven. Afwijken ambtelijk advies en voorbijgaan aan het door het College zelf opgevoerde draagvlakcriterium. Gemeente handelt in dit stadium onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2010/88
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 111526 / KG ZA 10-122

datum vonnis: 10 juni 2010 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Alog Onroerend Goed en Handelsmij B.V.,

gevestigd te Culemborg,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Aldi Ommen B.V.,

gevestigd te Ommen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

C1000 Vastgoed B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

C1000 Filialen B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

verder gezamenlijk te noemen Aldi en C1000,

eisers,

advocaten: mr. M.C. Muus en mr. C. Visser te Utrecht,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Rijssen-Holten,

zetelende te Rijssen,

verder te noemen de Gemeente,

gedaagde,

advocaat: mr. J. Schutrups te Enschede.

Het procesverloop

Eisers hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 31 mei 2010. Ter zitting zijn verschenen: de heer [naam] namens C1000 en de heer [naam] namens Aldi vergezeld door mr. Muus en mr. Visser. Namens de gemeente is de heer [naam] verschenen vergezeld door mr. Schutrups. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1. Eiseres sub 1 is verhuurster van de Aldi-markt aan de Smidsbelt 9-17 te Holten. Eiseres sub 2 is de exploitant van deze Aldi-markt. Eiseres sub 3 is verhuurster van de C1000 aan de Dorpsstraat 20 te Holten. Eiseres sub 4 is exploitante van deze C1000.

1.1 De Smidsbelt is een centraal in Holten gelegen plein waar 27 parkeerplaatsen in het plaveisel als zodanig zijn aangeduid. Voorts zijn aan de lange zijde van de Smidsbelt, langs de Dorpsstraat, nog 3 parkeerplaatsen als zodanig aangegeven.

1.2 De Smidsbelt en haar directe omgeving vragen naar het oordeel van de Gemeente om een kwaliteitsimpuls. In 2006 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Holten Kom 2006 vastgesteld. Hierin is aangegeven dat de Smidsbelt een aantrekkelijk verblijfsgebied moet worden. Dit komt eveneens terug in het visiedocument Heerlijk Holten. Momenteel is het plein voornamelijk in gebruik als parkeerruimte en als opstelplaats voor de markt op de vrijdagen. De bestrating en positionering van groen, meubilair en verlichting zijn niet meer van deze tijd, aldus de gemeente.

1.3 De herinrichting van de Smidsbelt en het verkeersluw maken van de Dorpsstraat vormden samen één werk binnen het verkeersstructuurplan (VSP) Holten. Het project stond als geheel gepland na de aanleg van het Wansinktracé en het Zilverzandtracé te Holten.

1.4 Aan de Smidsbelt wordt momenteel een Kulturhus gebouwd. De verwachting is dat het Kulturhus medio augustus 2010 in gebruik wordt genomen. In het Kulturhus worden diverse instellingen en verenigingen gevestigd, zoals de bibliotheek, de muziekvereniging en de VVV. Binnen het project Kulturhus zal ook de buitenruimte (o.a. terras) worden aangepakt. De Gemeente heeft derhalve ervoor gekozen om de herinrichting van de Smidsbelt in de planning naar voren te trekken en te laten aansluiten aan de oplevering van het Kulturhus.

1.5 In zijn vergadering van 22 december 2009 heeft het College van B&W van de Gemeente (verder te noemen: het College) de “Uitgangspuntennotitie herinrichting Smidsbelt” vastgesteld.

1.6 Het voorlopig ontwerp voor de herinrichting van de Smidsbelt is besproken tijdens (onder meer) een inloopavond op 10 februari 2010 voor de direct omwonenden en gebruikers/ondernemers van de Smidsbelt.

1.7 Bij besluit van 30 maart 2010 heeft het College het definitief ontwerp voor de Smidsbelt vastgesteld. Dit plan heeft vanaf 7 april 2010 gedurende twee weken ter inzage gelegen. Er zijn 6 inspraakreacties ingediend.

1.8 Het College heeft in zijn vergadering van 27 april 2010 besloten om de oorspronkelijke plannen (met betrekking tot de herinrichting van de Smidsbelt) voor de zomervakantie uit te laten voeren.

1.9 Bij fax van 29 april 2010 heeft Aldi een bezwaarschrift/zienswijze ingediend tegen voornoemd “definitief ontwerp”. Bij verzoekschrift van eveneens 29 april 2010 heeft Aldi de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende het schorsen van het besluit van 30 maart 2010 totdat op het bezwaarschrift van Aldi is beslist.

Bij uitspraak van 28 mei 2010 heeft de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen afgewezen.

De vordering van eisers en de onderbouwing daarvan

2. Eisers vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad primair de Gemeente te verbieden de werkzaamheden aan de Smidsbelt te Holten zodanig uit te voeren dan wel uit te doen voeren dat het aantal in het plaveisel aangeduide parkeerplaatsen na afronding van de werkzaamheden wijzigt ten opzichte van het huidige aantal parkeerplaatsen, te weten 30, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat de Gemeente niet voldoet aan het verbod, met een maximum van € 200.000,00, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag. Subsidiair vorderen eisers de Gemeente te verbieden de werkzaamheden aan de Smidsbelt veder uit te voeren, totdat er constructief overleg heeft plaatsgevonden tussen eisers en de Gemeente op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat de Gemeente niet voldoet aan het verbod, met een maximum van € 200.000,00, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag. Daarnaast vorderen eisers de Gemeente te veroordelen in de gemaakte proceskosten.

2.1 Eisers stellen daartoe dat uit de besluitvorming van de Gemeente blijkt dat wordt toegewerkt naar een opheffing dan wel een substantiële vermindering van het aantal parkeerplaatsen op de Smidsbelt te Holten. Eisers vrezen dat dit zal leiden tot een lagere omzet en tot een grotere parkeerdruk op de overblijvende parkeerterreinen in de directe omgeving van de beide supermarkten. De Gemeente is niet bereid gebleken de gerechtvaardigde belangen van de ondernemers in dit gebied te betrekken bij de besluitvorming. In het besluit van 27 april 2010 overweegt de Gemeente enkel dat de weging van de belangen in het voordeel van de algehele herinrichting uitvalt. Deze bewering van de Gemeente wordt echter op geen enkele manier onderbouwd met argumenten. De Gemeente heeft slechts oog voor haar eigen belangen. Deze gang van zaken is jegens eisers onrechtmatig. Ook heeft de opheffing van de parkeerplaatsen gevolgen voor toekomstige bouwaanvragen van eisers ten behoeve van een uitbreiding of zelfs een interne verbouwing. Deze zullen niet meer kunnen leiden tot het verlenen van een bouwvergunning, omdat er niet meer in voldoende mate parkeerruimte kan worden aangebracht. Deze uiterst nadelige consequentie is door de Gemeente op geen enkele manier onder ogen gezien. De Gemeente heeft de taak om op afgewogen wijze tot besluitvorming te komen. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn via de artikelen 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek (BW) op alle handelingen van de Gemeente van toepassing. Nu de Gemeente op hoogst onzorgvuldige wijze, ongemotiveerd en zonder op inhoudelijke bezwaren in te gaan, met voorbijgaan aan het door de Gemeente zelf opgevoerde criterium dat er draagvlak dient te bestaan voor de herinrichting, de herinrichting van de Smidsbelt voortzet, vragen eisers de voorzieningenrechter een voorziening te treffen, omdat de herinrichting hen bedreigt in hun voortbestaan en om een onomkeerbare feitelijke situatie te voorkomen.

Het verweer van de Gemeente

3. De Gemeente heeft de vordering van eisers gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring, althans afwijzing van de vordering met veroordeling van eisers in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten. In het navolgende zal de voorzieningenrechter voor zover nodig nader op dat verweer ingaan.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

4. Eisers hebben een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening nu de Smidsbelt reeds is afgezet met dranghekken en de werkzaamheden op het plein van start zijn gegaan.

4.1 Bij besluit van 27 april 2010 heeft het College definitief besloten omtrent de herinrichting van de Smidsbelt. Ter zitting heeft de Gemeente een nadere toelichting gegeven op deze herinrichting. De Smidsbelt wordt heringericht volgens het zogenaamde “shared space” principe. Iedereen mag van hetzelfde deel van de Smidsbelt gebruik maken, fietsers, voetgangers, automobilisten etc. Er komt een zogenaamde rijloper die tot functie heeft het (gemotoriseerd) verkeer over een bepaalde route over de Smidsbelt te geleiden, zonder dat daartoe een verplichting in het leven wordt geroepen. De herinrichting komt erop neer dat de huidige bestrating wordt opgenomen en vervangen door nieuwe. Daarbij verdwijnen de huidige parkeervakken en komen er 8 parkeervakken terug. Net als in de huidige situatie staat het automobilisten vrij om buiten deze gemarkeerde vakken te parkeren. Het parkeren wordt niet gereguleerd via gebod- en verbodsborden.

4.2 Bij uitspraak van 28 mei 2010 heeft de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht, naar partijen ter zitting hebben verklaard, onder meer geoordeeld dat de herinrichting van de Smidsbelt niet tot gevolg heeft dat het aantal categorieën weggebruikers dat van het plein gebruik kan maken wordt uitgebreid dan wel beperkt. Tevens ziet het besluit tot herinrichting niet op het plaatsen of verwijderen van verkeersborden als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994. Het besluit kan derhalve niet worden aangeduid als een verkeersbesluit, waartegen een bestuursrechtelijke procesgang openstaat.

4.3 Dit neemt niet weg dat de gemeente naar het oordeel van de voorzieningenrechter tracht om met haar besluit van 27 april 2010 het parkeren op de Smidsbelt te ontmoedigen en derhalve in zoverre een gewijzigd parkeergebruik van de Smidsbelt tracht te stimuleren. De Smidsbelt wordt immers zodanig feitelijk heringericht dat het aantal gemarkeerde parkeervakken wordt teruggebracht tot 8. Zoals de Gemeente in haar verweerschrift bij de bestuursrechter van 3 mei 2010 (productie 11 bij dagvaarding) heeft verklaard, wordt de Smidsbelt als gevolg van de realisering van het Kulturhus en de functies die daarin worden vervuld en vooruitlopend op de uitvoering van het VSP verkeersluw ingericht, zonder dat er juridische verboden c.q. verkeersmaatregelen worden genomen. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de Gemeente desgevraagd verklaard dat door de wijze van herinrichting daadwerkelijk wordt getracht om het parkeren op de Smidsbelt te sturen in de richting van de 8 resterende parkeervakken.

4.4 De voorzieningenrechter stelt voorop dat de Gemeente bij het inrichten van een openbare ruimte een ruime mate van beleidsvrijheid toekomt. De rechter dient de wijze waarop de Gemeente invulling aan die beleidsvrijheid geeft terughoudend te toetsen. Binnen dat uitgangspunt is het aan de rechter om te beoordelen of de Gemeente bij de uitoefening van haar bevoegdheid niet handelt in strijd met de wet, waarbij de richting mede wordt bepaald door het bepaalde in artikel 3:14 BW waarin immers is vastgelegd dat een privaatrechtelijke bevoegdheid niet in strijd met publiekrechtelijke beperkingen mag worden uitgeoefend. Aldus komt binnen het toetsingsbereik de vraag of de Gemeente in dit geval al dan niet heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij de beoordeling daarvan acht de voorzieningenrechter van belang of de gemeente in casu de spelregels die zij zelf met betrekking tot de herinrichting van de Smidsbelt heeft opgesteld, op begrijpelijke en juiste wijze heeft toegepast. Waar het gaat om die spelregels overweegt de voorzieningenrechter het navolgende.

4.5 In de toelichting op het besluit van het College van 30 maart 2010 (productie 4 bij dagvaarding) is onder meer in hoofdstuk 3 onder 4.1 het navolgende opgenomen:

“Indien geen draagvlak is voor het definitief ontwerp, wordt het terugvalscenario Kulturhus uitgevoerd. Het definitief ontwerp, met de doorgevoerde wijzigingen, zal ter inzage gelegd worden (zie hiervoor punt 5 aanpak en uitvoering). Wij gaan ervan uit dat er draagvlak is voor dit plan. Mocht blijken dat er toch onvoldoende draagvlak is, zal overgegaan worden op een terugvalscenario Kulturhus. Dit scenario houdt in dat alleen de beschadigde verharding rondom het Kulturhus hersteld zal worden. De herinrichting van de Smidsbelt zal dan opschuiven en worden ondergebracht in deelproject 2. Deelproject 2 kan pas worden uitgevoerd na realisatie van het Zilverzandtracé en het Wansinktracé”.

4.6 In diezelfde toelichting is hoofdstuk 4 onder 1.2 het navolgende opgenomen:

“Of er voldoende draagvlak is voor het voorliggende definitief ontwerp zal blijken uit de reacties bij terinzagelegging (zie punt 5 aanpak en uitvoering). Mocht blijken dat het plan op teveel weerstand stuit dan adviseren wij u om op beslispunt 4 uit dit advies te besluiten. Wij komen hier separaat bij u op terug”.

4.7 Binnen de inzagetermijn zijn door de winkeliers die met hun pand grenzen aan de Smidsbelt 6 inspraakreacties bij de Gemeente ingekomen. In het ambtelijk advies aan B&W van 22 april 2010, dat vooraf is gegaan aan het besluit van B&W van 27 april 2010 (productie 7 bij dagvaarding) valt het navolgende te lezen:

“Alle winkeliers die met hun pand grenzen aan de Smidsbelt hebben een inspraakreactie ingediend. Hoofdbezwaar is het feit dat het aantal gereguleerde parkeerplaatsen op de Smidsbelt wordt beperkt tot 8 stuks. Allen pleiten voor meer aangeduide parkeerplaatsen. (…) De winkeliers verwachten door de herinrichting en het ontbreken van parkeervakken omzetverlies”.

Het ambtelijk advies aan het college van B&W luidt als volgt:

“Gelet op de ingekomen inspraakreacties te besluiten dat het terugvalscenario Kulturhus wordt uitgevoerd (alleen aanstraten)”.

4.8 Het College heeft het advies van de ambtelijke ondersteuning niet gevolgd, maar heeft kort en bondig – voorzover dat middels de producties en de toelichting ter zitting van de voorzieningenrechter door partijen duidelijk is gemaakt – als volgt besloten:

“Het College besluit om de oorspronkelijke plannen voor de zomervakantie uit te laten voeren. Weging van de belangen valt in het voordeel van de algehele inrichting uit (conform de initiële plannen)”.

4.9 De voorzieningenrechter stelt vast dat het College hiermee de belangen van de rechtstreeks betrokken winkeliers zonder inhoudelijke motivering in algemene bewoordingen terzijde schuift. Niet duidelijk is gemaakt waarom het College van oordeel is dat er, ondanks bezwaren van alle winkeliers aan de Smidsbelt, toch voldoende draagvlak voor het plan is en dat er dus, ondanks de door de Gemeente zelf opgestelde spelregels met betrekking tot dat draagvlak en de inspraakprocedure, geen reden is om over te gaan tot toepassing van het tevoren door de gemeente reeds als optie vastgelegde terugvalscenario Kulturhus.

De voorzieningenrechter is dan ook vooralsnog van oordeel dat het College onvoldoende inzicht verschaft in de vraag welke belangen tegen elkaar zijn afgewogen en hoe deze zijn gewogen. Dit klemt temeer nu het College, zoals hiervoor al overwogen, met haar besluit afwijkt van het advies van de ambtelijke ondersteuning en voorbij gaat aan het door haarzelf opgevoerde draagvlakcriterium. Eisers hadden op zijn minst mogen verwachten dat het College nader had gemotiveerd waarom de belangen van eisers ondergeschikt zijn aan de belangen van de algehele inrichting, mede indachtig het feit dat die inrichting vooruitloopt op de kennelijke voorgenomen herinrichting van een groter deel van het centrum van Holten welke totaalinrichting, naar niet op voorhand kan worden uitgesloten, wel moet leiden tot bestuursrechtelijk toetsbare besluiten.

4.10 Nu vorenstaande motivering ontbreekt, heeft de gemeente bij het gebruik maken van zijn bevoegdheid naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de grenzen, getrokken door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, overschreden, en dan met name door de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel (zie ook artikel 3.2 Awb en artikel 3.4 Awb). Aldus handelt de Gemeente, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, in dit stadium van de uitvoering van de herinrichtingsplannen van het centrum van Holten jegens eisers onrechtmatig door haar plannen met betrekking tot herinrichting van de Smidsbelt op de door haar voorgenomen wijze uit te voeren.

4.11 Waar het gaat om de primaire vordering van eisers overweegt de voorzieningenrechter dat toewijzing daarvan zou impliceren dat de (civiele) rechter de Gemeente dwingend zou voorschrijven hoe zij haar openbare ruimte moet inrichten waar eisers in concreto vorderen dat de gemeente na herinrichting op de Smidsbelt (wederom) 30 in het plaveisel aangeduide parkeerplaatsen moet aanbrengen. Hoewel uit dit vonnis moge blijken dat de voorzieningenrechter vooralsnog van oordeel is dat de Gemeente onder de huidige omstandigheden onrechtmatig jegens eisers handelt, zou toewijzing van de primaire vordering op de wijze zoals die is geformuleerd, ertoe leiden dat de civiele rechter zonder terughoudendheid ten onrechte plaatsneemt op de stoel van de overheid op een terrein – het inrichten van de openbare ruimte – waar als hiervoor in dit vonnis is overwogen de overheid nu juist een ruime mate van beleidsvrijheid toekomt.

4.12 De voorzieningenrechter oordeelt derhalve dat niet de primaire, maar wel de subsidiaire vordering in volle omvang toewijsbaar is, temeer nu eisers vanzelfsprekend mogen verwachten dat de Gemeente bij haar overleg met eisers de uitgangspunten zoals die in dit vonnis zijn neergelegd, zal respecteren.

4.13 De vordering van eisers wordt derhalve op na te noemen wijze toegewezen, waarbij de dwangsom zal worden gebonden aan een maximum en waarbij de Gemeente, als in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten zal worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Verbiedt de Gemeente Rijssen-Holten om de werkzaamheden aan de Smidsbelt (lees: te Holten) verder uit te voeren, totdat er constructief overleg heeft plaatsgevonden tussen eisers en de Gemeente, dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat de Gemeente na betekening van dit vonnis niet voldoet aan het verbod, zulks met maximering van de dwangsom op een bedrag van € 100.000,00.

II. Veroordeelt de Gemeente in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eisers gezamenlijk begroot op € 348,69 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaten.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2010, in tegenwoordigheid van S. Rhebergen, griffier.