Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BM7064

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
08-06-2010
Zaaknummer
08.710256-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in de nacht van 20 maart 2009 in het centrum van Hengelo (O) samen met zijn twee medeverdachten meermalen met een vuurwapen in de richting van een groep uitgaande jongeren geschoten, waarbij niemand gewond is geraakt. Kort daarvoor heeft hij zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren met aftrek van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/710256-09

datum vonnis: 8 juni 2010

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] in {geboorteplaats] [geboorteland],

wonende in [woonplaats], [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 oktober 2009, 16 februari 2010 en 25 mei 2010. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Wichern en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J. Ruarus, advocaat te Delden, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 20 maart 2009 samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dood te schieten. Primair is dit tenlastegelegd als het medeplegen van poging tot moord of doodslag, subsidiair als het medeplegen van poging tot zware mishandeling en meer subsidiair als openlijk geweld.

Feit 2: op 20 maart 2009 samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en andere personen dood te schieten. Primair is dit tenlastegelegd als medeplegen van poging tot moord of doodslag, subsidiair als medeplegen van poging tot zware mishandeling en meer subsidiair als openlijk geweld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O), (voor/in de onmiddellijke nabijheid van bar "Het Pleintje" gevestigd aan het Burgemeester Jansenplein) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade een of meer perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/althans een of meer (andere)

perso(o)n(en) van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, met dat

opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een (vuur)wapen heeft geschoten naar/op/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/althans die (andere) perso(o)n(en), terwijl (telkens) de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O), (voor/in de onmiddellijke nabijheid van bar "Het Pleintje" gevestigd aan het Burgemeester Jansenplein) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, aan een of meer perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/althans een of meer (andere) perso(o)n(en), opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, met dat

opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een (vuur)wapen heeft geschoten naar/op/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/althans een of meer (andere) perso(o)n(en),

terwijl (telkens) de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O), met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het Burgemeester Jansenplein en/althans/in elk geval op of aan (een) openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/althans een of meer (andere) perso(o)n(en), welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig:

- indringen op en/of insluiten en/of aanvallen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]

en/althans die (andere) perso(o)n(en), en/of

- achtervolgen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/althans die (andere)

perso(o)n(en), en/of

- met een (vuur)wapen schieten op/naar/in de richting van/in de

(onmiddellijke) nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/althans die

(andere) perso(o)n(en), en/of

- vastpakken bij/aan/om de kleding/het lichaam en/of (vervolgens) tegen de

grond werken/duwen/drukken van die [slachtoffer 1], en/of

- (meermalen) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen in/tegen de rug

en/althans het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1], en/of

- (meermalen) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen in het gezicht

en/althans (elders) tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 2];

2.

hij op of omstreeks 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O), (op/aan/nabij de Willemstraat en/of Marktstraat)

(telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, (telkens) opzettelijk en (telkens) al dan niet met voorbedachten rade een of meer perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/althans een of meer (andere) perso(o)n(en) van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, (telkens) met dat opzet en (telkens) al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meermalen en/althans eenmaal met een (vuur)wapen heeft geschoten naar/op/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/althans die (andere) perso(o)n(en), terwijl (telkens) de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O),(op/aan/nabij de Willemstraat en/of Marktstraat)

(telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, aan een of meer perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/althans een of meer (andere) perso(o)n(en), (telkens) opzettelijk en (telkens) al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, (telkens) met dat opzet en (telkens) al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meermalen en/althans eenmaal met een vuurwapen heeft geschoten naar/op/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/althans een of meer (andere) perso(o)n(en), terwijl (telkens) de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O),met een ander of anderen, op of aan de openbare weg(en), de Willemstraat en/of de Markstraat en/of de Beeksteeg en/althans/in elk geval op of aan (een) openbare weg(en), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/althans een of meer (andere) perso(o)n(en), welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig:

- indringen op en/of aanvallen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of

die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] en/althans die (andere) perso(o)n(en),

en/of

- meermalen en/althans eenmaal met een (vuur)wapen schieten op/naar/in de

richting/in de (onmiddellijke) nabijheid van van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die

[slachtoffer 5] en/althans die (andere) perso(o)n(en),

en/of

- (meermalen) slaan met een wapen/hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de

hand/pols en/althans het lichaam van die [slachtoffer 5];

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van het sub 1 primair en subsidiair alsmede van het sub 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken. Zij heeft gevorderd dat verdachte voor sub 1 meer subsidiair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 210 dagen, waarvan 130 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

5.1 De vaststaande feiten

De onderstaande feiten volgen rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en hebben bij de behandeling van de zaak niet ter discussie gestaan. Het vaststellen van deze feiten behoeft daarom geen andere motivering door de rechtbank dan een verwijzing naar de betreffende bewijsmiddelen.

Feit 1

In de nacht van donderdag 19 maart 2009 op vrijdag 20 maart 2009 raakt verdachte betrokken bij een vechtpartij met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] nabij café ’t Pleintje aan het Burgemeester Jansenplein in Hengelo (O), waarbij éénmaal wordt geschoten.

Feit 2

In de nacht van donderdag 19 maart 2009 op vrijdag 20 maart 2009 is in de Willemstraat en/of de Marktstraat in Hengelo (O) op [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] geschoten.

5.2 Feit 1

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het sub 1 primair en subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat zij verdachte daarvan zal vrijspreken.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Zij voert daartoe aan dat verdachte behoorde tot de groep die op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen aangever. Daarmee is verdachte aansprakelijk voor alle geweldshandelingen tijdens dit incident, ook voor het gebruik van het wapen.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte ook van dit feit moet worden vrijgesproken. Hiertoe wordt aangevoerd dat de Hoge Raad weliswaar recentelijk onder omstandigheden de enkele getalsvermeerdering van een groep aanneemt om tot een veroordeling van openlijke geweldpleging te komen, maar volgens de raadsman moet er dan meer zijn dan het slechts aanwezig zijn. Verdachte zocht niet zelf de confrontatie op, maar werd aangevallen.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij voor bij ’t Pleintje stond met A., F., [verdachte 1], [getuige 3], [getuige 1] en [getuige 4]. Daar kwam een jongen bij hen, die riep “wat kijk je mij aan”. Daar werd verdachte boos om, waarop een woordenwisseling ontstond. A. sloeg die jongen en op een gegeven moment lagen A. en die jongen op de grond te vechten.

[Slachtoffer 1] heeft bij de politie verklaard dat zijn vrienden hem altijd L. noemen. Hij liep in de nacht van 20 maart 2009 voor ’t Pleintje langs een groep jongens. Ineens kwam een jongen uit die groep in een dreigende houding voor hem staan. De jongen pakte hem vast om zijn middel. De rest van de groep kwam daarop op hem af. Hij kreeg een paar klappen van die groep en viel op een gegeven moment op de grond. Daarbij had hij één van de jongens nog vast en gebruikte hem als schild. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij meermalen in zijn gezicht is geslagen en in zijn rug is geschopt.

[Slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat hij met [slachtoffer 1] voor café ’t Pleintje liep en daar de groep zag waarvan één jongen eerder die avond in Rootie zijn vriend had geslagen. Hij wilde die man aanspreken. Direct keerde de groep zich tegen hen. [Slachtoffer 1] had gelijk een paar man om zich heen staan die op [slachtoffer 1] begonnen in te slaan en te schoppen. Hij zag dat [slachtoffer 1] werd vastgehouden en dat er een paar man op hem in stond te trappen.

[Getuige 1] heeft bij de politie verklaard dat [verdachte 3] bij de vechtpartij betrokken was, omdat [verdachte 3] met [slachtoffer 1] aan het bekvechten was.

[Getuige 3] heeft bij de politie verklaard dat zij A., F. en [verdachte 3] voor het laatst heeft gezien toen zij met [slachtoffer 1] aan het vechten waren. [verdachte 3] had ook gevochten met [slachtoffer 1]. Zij zag dat een grote vechtpartij ontstond. Zij zag dat [verdachte 3] midden tussen de vechtenden stond. Zij zag dat [slachtoffer 1] heel hard werd getrapt door A.

Gelet op voorgaande verklaringen is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] door één of meer van de jongens uit de groep Almelo, waartoe verdachte ook behoorde, is geschopt en geslagen. Zelfs indien de verdachte niet zelf zou hebben geschopt of geslagen, zoals hij beweert, is hij mede de aanleiding voor het geweld geweest en is niet aannemelijk geworden dat hij heeft geprobeerd de jongens met wie hij die avond optrok van de gewelddadigheden af te houden of zich zelfs maar van de gewelddadigheden te distantiëren, terwijl hij er met zijn neus bovenop stond.

De rechtbank is van oordeel dat er geen bewijs is dat verdachte voorafgaand aan de vechtpartij voor ’t Pleintje wist dat medeverdachte [verdachte 1] die avond een wapen bij zich droeg. Daardoor hoefde hij er redelijkerwijs geen rekening mee te houden dat er geschoten zou gaan worden, zodat zijn opzet daar niet op gericht was. De rechtbank zal verdachte dan ook van dat onderdeel vrijspreken.

5.3 Feit 2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte van het sub 2 tenlastegelegde feit integraal dient te worden vrijgesproken. Zij voert daartoe aan dat de getuigen uit de groep Hengelo wisselend verklaren over de identiteit van de schutter, terwijl de getuigen uit de groep Almelo eenduidig wijzen in de richting van medeverdachte [verdachte 1]. Volgens de officier van justitie moet aan de verklaringen van de groep Almelo meer gewicht worden toegekend dan aan de verklaringen van de groep Hengelo, gelet op het feit dat de groep Almelo medeverdachte [verdachte 1] kenden. De kans dat zij zich vergissen in de identiteit van de schutter is kleiner, te meer nu de wisselende verklaringen zijn afgelegd door mensen op wie werd geschoten. Het is een bekend fenomeen dat de aanwezigheid van een wapen beperkingen legt op wat ooggetuigen kunnen waarnemen. Met betrekking tot de schiethanden van verdachte stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat deze kunnen worden verklaard door contaminatie.

De verdediging stelt zich ook op het standpunt dat verdachte van het sub 2 tenlastegelegde integraal dient te worden vrijgesproken. Daartoe wordt aangevoerd dat verdachte niet met medeverdachte [verdachte 1] de stad in was gegaan, maar hem later heeft getroffen. Hij wist niet dat medeverdachte [verdachte 1] een pistool bij zich droeg en heeft niet kunnen vermoeden dat medeverdachte [verdachte 1] tot het gebruik van een dergelijk wapen in staat was. De schiethand van verdachte kan worden verklaard doordat verdachte vlakbij het schieten aanwezig was, maar ook doordat medeverdachte [verdachte 1] heeft weggeduwd en hij samen met medeverdachte [verdachte 1] weggedoken heeft gezeten. Daarbij is direct contact tussen hen beiden geweest. Dat het erop lijkt uit de verklaringen van de achtervolgende groep dat verdachte heeft geschoten berust op een misverstand dan wel onjuiste waarneming.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting verklaard dat hij in de nacht van 20 maart 2009 een bruine leren jas met bontkraag, een zwart petje, een zwarte broek en grijs met witte schoenen droeg. Hij had zijn jas open en onder zijn jas droeg hij een rood met grijs/wittig trainingsjasje. Dit jasje had een rode capuchon. Daarnaast heeft verdachte bij de politie verklaard dat A. dun is, veel dunner dan verdachte en dat [verdachte 1] ook dun is.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de Willemstraat met twee meisjes naar het toilet is geweest. Op het moment dat hij buiten komt, ziet hij een meisje, [verdachte 1], A. en F. staan en ziet hij de Hengelose groep op hen af komen rennen. Op het moment dat het meisje, A., F. en hij weg willen rennen ziet hij [verdachte 1] schieten. Daarop rent hij in de richting van de Marktstraat.

[Getuige 1] heeft bij de politie verklaard dat zij tussen Eurosnacks en Twente Palace zag dat [verdachte 1] zich half omdraaide en begon te schieten in de richting van de groep Hengelose jongens. Later verklaart zij dat zij bij Twente Palace is tegen gehouden door een Turkse man en daarom niet gezien heeft wie er in de Marktstraat heeft geschoten.

[Getuige 3] heeft bij de politie verklaard dat zij op een gegeven moment uit Road House liep en toen een harde knal hoorde. Zij zag op een gegeven moment [verdachte 1] met het pistool in zijn hand rennen. Hij kwam vanuit de richting van het gemeentehuis. Zij zag de groep uit Hengelo achter [verdachte 1] aanrennen en zag ook dat op een gegeven moment [verdachte 3] ook achter [verdachte 1] aanrende. Zij zag dat [verdachte 1] in de bocht Willemstraat/Marktstraat al rennend naar achteren schoot. Zij zag [verdachte 1] rennen ter hoogte van het steegje tussen Duthler en Sparxx. Zij zag dat [verdachte 1] weer schoot. De persoon die schoot had donkere kleding aan en een matje in zijn nek. [verdachte 1] is de enige die een matje heeft. Zij heeft in de Marktstraat zeker meer dan twee schoten gehoord, maar zij heeft niet gezien wie toen heeft geschoten. Zij liep achter de groep uit Hengelo.

[slachtoffer 3] verklaard bij de politie dat de jongen die op hem geschoten heeft een zwarte leren jas droeg met een capuchon met iets roods daaronder. De jongen die op hem geschoten heeft, is als eerste door de politie aangehouden en had bloed op zijn gezicht.

[slachtoffer 4] heeft bij de politie verklaard dat de vent die op hem geschoten heeft een petje op zijn hoofd had en wat dikkig was, de andere jongen was iel en had een matje in zijn nek.

[slachtoffer 5] heeft bij de politie verklaard dat hij zich herinnert dat de jongen die schoot in de Willemstraat ter hoogte van Twente Palace geen petje op had en de jongen die schoot in de Marktstraat wel.

[slachtoffer 2] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met de groep uit Hengelo op een gegeven moment bij cafetaria Het Centrum weer een gedeelte van de groep uit Almelo zag. De groep uit Hengelo is op hen afgelopen en ineens begon er iemand te schieten. Dit was een jongen met wat langer donker haar, welk haar aan de zijkanten korter was geknipt. Hij zag dat hij met het vuurwapen in zijn rechterhand voor zich uit schoot, mogelijk gericht op iets, waarvan in ieder geval een keer op hem. Hij richtte ook op andere mensen die in zijn omgeving liepen. Hij verklaart verder dat hij ook op de Marktstraat liep en dat hij tijdens het lopen zeker 8 keer heeft geschoten.

[slachtoffer 7] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met een groep personen uit Hengelo op zoek was naar een groep uit Almelo, waar een vriend van hem daarvoor ruzie mee had gehad. Op een gegeven moment liepen zij voorbij Eurosnacks in de richting van ’t Pleintje. De groep jongens uit Almelo, waar zij naar op zoek waren, liep achter hen. Daarop is de getuige met nog een aantal jongens achter de Almelose groep aangegaan, richting Walk Inn, Twente Palace en de markt. De meest rechtse van de jongens richtte een pistool op Jack en schoot. De getuige heeft zeker 3 à 4 schoten gehoord. Op een gegeven moment zag de getuige dat de meest rechtse jongen het wapen overgaf aan de middelste. Hij zag dat deze jongen het pistool op hem richtte en al rennend op hem schoot.

De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben gerelateerd dat zij verdachte [verdachte 3] omstreeks 04.15 uur hebben aangehouden. Zij zagen dat deze man een bebloed gezicht had. De verbalisant [verbalisant 3] heeft gerelateerd dat hij naar aanleiding van een melding van een schietpartij samen met zijn collega [verbalisant 4] naar het centrum van Hengelo (O) te gaan. Aanrijdend hoorden zij dat er een vuurwapen was aangetroffen en dat er al een verdachte was aangehouden. Ter plaatse werd door getuigen gezegd dat [verdachte 1] een van de jongens was die had geschoten. Daarop is besloten [verdachte 1] aan te houden als verdachte van de schietpartij.

Na de aanhouding van verdachte wordt omstreeks 05.15 uur een zogenaamde schiethanden-set van de handen van hem afgenomen. Het schotrestenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft een relatie aangetoond tussen de bemonsterde delen van de handen van verdachte en een schietproces.

Na de aanhouding van medeverdachte [verdachte 1] wordt omstreeks 05.30 uur ook een zogenaamde schiethanden-set van de handen van hem afgenomen. Het schotrestenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft een relatie aangetoond tussen de bemonsterde delen van de handen van deze verdachte en een schietproces.

De rechtbank concludeert, gelet op voorgaande verklaringen in samenhang bezien met het technisch onderzoek dat medeverdachte [verdachte 1] in de Willemstraat op de groep uit Hengelo heeft geschoten. Vervolgens is hij al schietend de Marktstraat in gerend. Gelet op de verklaringen van de aangevers [slachtoffer 3], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4], die alle drie verklaren dat de dikkere jongen met het zwarte petje en rode kleding onder zijn jas de schutter in de Marktstraat was, in samenhang bezien met het technisch onderzoek, waaruit blijkt dat verdachte twee zogenaamde schiethanden heeft, concludeert de rechtbank dat verdachte het vuurwapen in de Marktstraat van [verdachte 1] heeft gekregen en daarmee verderop in de Marktstraat meerdere keren op de achtervolgende groep uit Hengelo heeft geschoten. Dat de getuigen uit de groep Almelo hier niet over verklaren, terwijl zij verdachte kennen, doet aan dit oordeel niet af, nu zij blijkens hun verklaringen weliswaar gezien hebben wie er in de Willemstraat schoot, maar niet gezien hebben wie er in de Markstraat heeft geschoten.

Medeplegen

Voor medeplegen is vereist dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking. Voor bewuste samenwerking is het niet altijd nodig dat er concrete afspraken zijn gemaakt tussen de medeplegers. Wanneer er een onderling begrip is tijdens het plegen van het feit is dat voldoende. Nauwe samenwerking betekent niet dat de medeplegers een gelijk aandeel moeten hebben in de uitvoering van het delict. Het gaat erom dat er sprake is van een zekere onderlinge gelijkwaardigheid, dat wil zeggen dat de handelingen tot op zekere hoogte inwisselbaar zijn. Er is ook sprake van medeplegen wanneer de verdachte zich niet heeft gedistantieerd van de gedragingen van de mededader, hoewel daartoe wel de mogelijkheid bestond. Gelet op voorgaande gedragingen van verdachte en de medeverdachten voor, tijdens en kort na het plaatsvinden van het meermalen schieten in de richting van de groep uit Hengelo, de daarbij gevolgde werkwijze, een en ander in onderling verband bezien, hebben verdachte en medeverdachten met betrekking tot het feit zodanig hecht en intensief samengewerkt dat zij elk afzonderlijk als medepleger van de schietpartij in de Marktstraat dienen te worden aangemerkt. De rechtbank heeft hierbij mede gelet op de omstandigheid dat noch verdachte, noch de medeverdachte zich op enigerlei wijze hebben gedistantieerd van voornoemde gedragingen.

Aangevoerd is nog dat verdachte niet anders kon dan zich op de Willemstraat bij [verdachte 1] te voegen. De rechtbank passeert dit verweer, nu niet aannemelijk is geworden dat verdachte, toen hij zag dat de Hengelose groep achter [verdachte 1] en [verdachte] aan liep, niet anders kon dan naar [verdachte 1], die hij zojuist had zien schieten, en [verdachte] te rennen en samen met hen vanuit de Willemstraat de Marktstraat in te gaan.

5.4 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 meer subsidiair en sub 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. meer subsidiair

hij op 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O) met anderen op de openbare weg, het Burgemeester Jansenplein openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig:

- aanvallen van die [slachtoffer 1], en

- vastpakken aan het lichaam en

- (meermalen) slaan en schoppen tegen het hoofd en lichaam van die [slachtoffer 1];

2. primair

hij op 20 maart 2009 in de gemeente Hengelo (O) op de Marktstraat ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk personen genaamd [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en andere personen van het leven te beroven met dat opzet meermalen met een vuurwapen heeft geschoten in de richting van die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] en die andere personen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 meer subsidiair en sub 2 primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 47, 141 en 287 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 meer subsidiair

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

De gronden voor een straf of maatregel

Voor wat betreft de vraag welke straf moet worden opgelegd, overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal misdrijven, waaronder een poging tot doodslag. Hij is samen met anderen uit gegaan in Hengelo en kreeg een woordenwisseling en handgemeen met een groep jongens uit Hengelo. Daarbij wordt door medeverdachte [verdachte 1] met een vuurwapen geschoten.

Na enige tijd ziet verdachte medeverdachte [verdachte 1] opnieuw en dit keer schiet hij op de groep Hengelo die hem tegemoet komt rennen. Wonder boven wonder wordt er niemand geraakt. Verdachte besluit vervolgens aansluiting bij [verdachte 1] en medeverdachte [verdachte] te zoeken, rent met ze mee, neemt het vuurwapen van [verdachte 1] over en schiet minimaal 3 keer in de richting van de groep Hengelo, die verdachte en zijn medeverdachten achtervolgt. Ook deze keer wordt er wonderbaarlijk genoeg niemand geraakt.

Het is zeker niet de verdienste van verdachte geweest dat er tijdens de schietincidenten niemand gewond is geraakt of is komen te overlijden. Verdachte heeft zich zeer onverantwoordelijk gedragen en heeft die nacht gespeeld met de levens van andere personen. Dit rechtvaardigt de oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank, naast de jeugdige leeftijd van verdachte die de rechtbank in zijn voordeel laat meewegen, rekening gehouden met de straffen die landelijk in soortgelijke zaken worden opgelegd, nu voor onderhavige feiten geen landelijke oriëntatiepunten zijn vastgesteld.

9. De schade van benadeelden

[slachtoffer 5], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 4.605,-- (vierduizend-zeshonderd-en-vijf euro). Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- Leren jas € 100,--

- Verlies aan arbeidsvermogen € 990,--

- Porto- en telefoonkosten € 15,--

- een immateriële schadevergoeding € 3.500,--.

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu het feit waar de vordering op ziet niet aan verdachte wordt verweten.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27 en 57 Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 primair en sub 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 meer subsidiair en het sub 2 primair heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 meer subsidiair en sub 2 primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 meer subsidiair

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

feit 2 primair

het misdrijf: medeplegen van poging tot doodslag, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 meer subsidiair en sub 2 primair;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde [slachtoffer 5], wonende te Hengelo (O), aan de [adres] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. S. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2010.