Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BM5518

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-05-2010
Datum publicatie
25-05-2010
Zaaknummer
110965 / KG ZA 10-104
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: "Incasso kort geding. De vordering van eiser is deels voldoende aannemelijk geworden en toegewezen."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 110965 / KG ZA 10-104

datum vonnis: 18 mei 2010 (j)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser]

handelend onder de naam [eiser]

woonplaats kiezende te [woonplaats]

eiser,

verder te noemen [eiser]

advocaat: mr. E. Nijhoff te Almelo,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

XXTrail B.V.,

gevestigd te Twenterand,

gedaagde,

verder te noemen XXTrail,

advocaat: mr. K.S. Suls te Assen.

Het procesverloop

[eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 6 mei 2010. Ter zitting zijn verschenen:

[eiser] vergezeld door mr. Nijhoff en namens XXTrail [naam], directeur, vergezeld door mr. Suls. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Feiten

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

a. Tot voor kort produceerde en leverde [eiser] reeds ruim twee jaren tot tevredenheid van beide partijen speciaal voor XXTrail op maat gemaakte chassis voor de productie door XXTrail van paardentrailers. Daarnaast leverde [eiser] diverse onderdelen die XXTrail nodig heeft voor het assembleren van de paardentrailers.

b. Tussen partijen is een geschil ontstaan omtrent een aantal facturen van [eiser] die betrekking hebben op leveringen aan XXTrail in het laatste kwartaal 2009.

Het geschil

2. Standpunt [eiser].

[eiser] vordert -samengevat-, uitvoerbaar bij voorraad, XXTrail te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een voorschot van € 75.789,10 op de totale vordering, althans een zodanig bedrag als de voorzieningenrechter juist acht, vermeerderd met de contractuele rente over het door XXTrail verschuldigde bedrag vanaf 30 dagen na factuurdatum tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede XXTrail te veroordelen ter zake buitengerechtelijke kosten ad € 1.785,-, inclusief BTW, met veroordeling van XXTrail in de kosten van de procedure.

3. [eiser] voert hiertoe onder meer aan dat een aantal facturen uit 2009 en 2010 voor door [eiser] aan XXTrail geleverde goederen door XXTrail onbetaald is gelaten en dat [eiser] daardoor een bedrag van € 96.526,79 opeisbaar van XXTrail te vorderen heeft gekregen. Tussen partijen is een geschil ontstaan omtrent een aantal openstaande facturen uit 2009. Teneinde uit de impasse te geraken heeft [eiser], op voorstel van XXTrail, facturen die zijn opgesteld aan de hand van de aantekeningen van een medewerker van [eiser] gecrediteerd en zijn alleen die goederen bij XXTrail in rekening gebracht die vermeld staan op de getekende CMR-vrachtbrieven. Aangezien XXTrail weigerachtig bleef om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, eveneens ten aanzien van onbetwiste facturen, heeft [eiser] zich bij een nieuwe levering op 19 februari 2010 beroepen op zijn opschortingsrecht. Bij brief van 2 maart 2010 heeft XXTrail erkend een bedrag van € 36.362,97 betreffende 2009 verschuldigd te zijn. Gelet hierop en op het feit dat de facturen over 2010 in het geheel niet door XXTrail zijn betwist, vordert [eiser] een voorschot van € 75.789,10 op zijn totale opeisbare vordering.

4. Standpunt XXTrail.

XXTrail voert gemotiveerd verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van [eiser] in zijn vorderingen, althans [eiser] deze te ontzeggen, althans te oordelen dat deze kwestie zich niet leent voor kort geding en daarbij [eiser] te veroordelen in de proceskosten.

5. Op de inhoud van het verweer, voor zover van belang, wordt hierna nader ingegaan.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

6. De vordering van [eiser] strekt tot het betalen van een geldsom. Voor een dergelijk geschil heeft de Hoge Raad in een lange reeks arresten criteria geformuleerd, die hierop neerkomen dat voor de toewijzing van een geldvordering in kort geding het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk moet zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van terugbetaling niet aan toewijzing in de weg mag staan.

7. [eiser] heeft door te stellen en te onderbouwen dat zij, bij het onbetaald blijven van de vordering, in haar bedrijfsvoering als productiebedrijf wordt belemmerd, voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening in kort geding. Het verweer van XXTrail ter zake wordt gepasseerd. Met name kan XXTrail niet worden gevolgd in haar stelling dat het spoedeisend belang en de rechtmatigheid van de vordering min of meer communicerende vaten zijn. Daarvoor is in de rechtspraak van de Hoge Raad over geldvorderingen in kort geding geen steun te vinden.

8. De toets of het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk is geworden, spitst zich toe op twee geschilpunten tussen partijen. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of [eiser] zich al dan niet terecht op een opschortingsrecht heeft beroepen.

9. XXTrail stelt zich op het standpunt dat [eiser] op 19 februari 2010 geen opschortingsrecht had, nu ter zake van de facturen die betrekking hadden op leveringen uit 2009 nog geen enkele onderbouwing was gegeven door [eiser], die kwam immers pas op

24 februari 2010. Verder was ter zake van de facturen voor geleverde producten in 2010 de betalingstermijn nog niet verstreken. Volgens XXTrail beroept [eiser] zich ten onrechte op een betalingstermijn van 30 dagen. Een dergelijke termijn is nimmer overeengekomen. Evenmin zijn de Metaalunievoorwaarden, waarin een betalingstermijn van 30 dagen staat, overeengekomen, dan wel aan XXTrail ter hand gesteld. Tussen partijen werd altijd een betalingstermijn van ongeveer 60 dagen gehanteerd, aldus XXTrail.

10. Voorshands is de voorzieningenrechter van oordeel dat [eiser] ten tijde van het inroepen van zijn opschortingsrecht, op 19 februari 2010, een opeisbare vordering had op XXTrail, hetgeen de wet vereist voor de bevoegdheid tot opschorting (artikel 6:52 Burgerlijk Wetboek). XXTrail heeft in januari 2010 immers een drietal facturen van [eiser] ontvangen, waarvan er twee op 14 januari 2010 zijn gedateerd en één op 15 januari 2010 (factuurnummers [nummers]). In tegenstelling tot de door XXTrail gestelde geldende betalingstermijn van 60 dagen, acht de voorzieningenrechter het voorshands aannemelijk dat de betalingstermijn voor de van [eiser] aan XXTrail gerichte facturen 30 dagen bedraagt. Op de facturen zelf staat een betalingsconditie vermeld van

30 dagen netto. Verder is tijdens de zitting gebleken dat [eiser] al gedurende twee jaren op bestelling van XXTrail onderdelen levert aan XXTrail en daarvoor facturen verzendt met daarop de vermelding van de genoemde betalingsconditie van 30 dagen netto en met de mededeling dat op alle overeenkomsten van [eiser] de Metaalunievoorwaarden, die gedeponeerd zijn ter griffie van de rechtbank Rotterdam, van toepassing zijn. Niet gesteld of gebleken is dat XXTrail in die twee jaren bezwaar heeft gemaakt tegen de op de facturen vermelde betalingsconditie van 30 dagen en tegen de toepassing van de Metaalunievoorwaarden waarin, zoals beide partijen stellen, eveneens een betalingstermijn van 30 dagen staat vermeld. De facturen van respectievelijk 14 januari 2010 en

15 januari 2010 waren derhalve, uitgaande van een betalingstermijn van 30 dagen, op 19 februari 2010 opeisbaar.

11. Nu gelet op het voorgaande de opschorting door [eiser] van haar leveringsverplichting ten opzichte van XXTrail voorshands rechtmatig wordt geoordeeld, komt de door XXTrail gestelde schade ten gevolge van de opschorting door [eiser] voor rekening en risico van XXTrail. Verrekening van de door XXTrail gestelde schade met de vordering van [eiser] is derhalve niet aan de orde.

12. Ten tweede bestaat tussen partijen geschil over de hoogte van de vordering van [eiser]. [eiser] stelt dat XXTrail, wat betreft de facturen die betrekking hebben op 2009, heeft erkend een bedrag van € 36.362,97 verschuldigd te zijn en dat zij voorts heeft erkend alle facturen betreffende 2010 verschuldigd te zijn, hetgeen totaal neerkomt op een bedrag van € 75.789,10.

13. De stelling van [eiser] dat XXTrail wat betreft de facturen uit 2009 heeft erkend een bedrag van € 36.362,97 verschuldigd te zijn, is ter zitting niet door XXTrail betwist. De voorzieningenrechter acht genoemd bedrag derhalve bij wijze van voorschot toewijsbaar. De restantvordering van € 39.426,13, ingesteld door [eiser], heeft betrekking op onbetaalde facturen uit 2010. [eiser] heeft deze nader gespecificeerd onder punt 8 van de dagvaarding. XXTrail heeft ter zitting slechts drie facturen van 2010, te weten de facturen met de nummers [nummers], betwist. XXTrail stelt deze facturen niet te kennen. Nu deze facturen door [eiser] niet nader zijn onderbouwd, is de vordering van [eiser] ten aanzien van deze facturen in het kader van dit kort geding onvoldoende aannemelijk geworden. De verschuldigdheid van de overige genoemde facturen van 2010, die gezamenlijk een bedrag behelzen van € 21.045,62, is echter niet door XXTrail betwist, zodat de restantvordering tot dit bedrag voldoende aannemelijk is geworden.

14. Nu van een reëel restitutierisico niet is gebleken en de vordering van [eiser] gelet op het voorgaande tot een bedrag van (€ 36.362,97 + € 21.045,62=) € 57.408,59 voldoende aannemelijk is geworden, zal laatstgenoemd totaalbedrag bij wijze van voorschot worden toegewezen.

15. De door [eiser] gevorderde contractuele rente en buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen. Een kort geding als de onderhavige, waarin een bedrag bij wijze van voorschot wordt gevorderd, leent zich niet voor toewijzing van genoemde posten.

16. XXTrail zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- verschotten € 1.778,89

- salaris advocaat € 816,-

-------------

Totaal € 2.594,89

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt XXTrail om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een voorschot ten bedrage van € 57.408,59;

II. veroordeelt XXTrail in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.778,89 aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 mei 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.