Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BM3451

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
04-05-2010
Datum publicatie
04-05-2010
Zaaknummer
08/710011-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is vrij gesproken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/710011-10

datum vonnis: 4 mei 2010

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte 4]

geboortejaar [1989] in [geboorteplaats]

wonende in [woonplaats & adres]

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 april 2010. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Y. Oosterhof en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw

mr. P.M. Breukink, advocaat te Almelo, naar voren is gebracht. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie wijziging van de tenlastelegging gevorderd. De wijziging is door de rechtbank toegestaan.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: heeft geprobeerd, al dan niet samen met anderen, [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel met een ander of anderen geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] door op hem in te dringen, hem te schoppen en te slaan, dan wel [slachtoffer 1] heeft mishandeld.

feit 2: heeft geprobeerd, al dan niet samen met anderen, [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel met een ander of anderen geweld heeft gepleegd tegen

[slachtoffer 2] door op hem in te dringen, hem te schoppen en te slaan.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 27 december 2009, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met gebalde vuist) in/tegen het gezicht heeft/hebben geslagen/gestompt en/of meermalen, althans eenmaal (telkens) op/tegen zijn hoofd/gezicht en/of zijn benen en/althans zijn lichaam heeft/hebben geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 27 december 2009, in de gemeente Hengelo (O), met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], vlak voor discotheek New York, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig

-indringen op en/of aanvallen van die [slachtoffer 1] en/of

-meermalen, althans eenmaal (telkens) (met gebalde vuist) slaan/stompen in/tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of

-meermalen, althans eenmaal (telkens) schoppen op/tegen het hoofd/gezicht en/of de benen en/althans het lichaam van die [slachtoffer 1].

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 subsidiair geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 27 december 2009, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon genaamd [slachtoffer 1] (meermalen) heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of tegen/over een hek heeft geduwd en/of gegooid, waardoor die [slachtoffer 1] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn ondervonden.

2.

hij op of omstreeks 27 december 2009, in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal (telkens) (met gebalde vuist) in/tegen het gezicht en/of op/tegen zijn neus heeft/hebben geslagen/gestompt en/of meermalen, althans eenmaal (telkens) op/tegen zijn hoofd/gezicht en/of zijn benen en/of zijn rug/zij en/althans zijn lichaam heeft/hebben geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 27 december 2009, in de gemeente Hengelo (O), met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [adres], vlak voor discotheek New York, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig

-indringen op en/of aanvallen van die [slachtoffer 2] en/of

-meermalen, althans eenmaal (telkens) (met gebalde vuist) slaan/stompen in/tegen het gezicht en/of op/tegen de neus van die [slachtoffer 2] en/of

-meermalen, althans eenmaal (telkens) schoppen op/tegen het hoofd/gezicht en/of de benen en/of de rug/zij en/althans het lichaam van die [slachtoffer 2].

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde en voor het onder feit 1 primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 dagen met aftrek van het voorarrest, alsmede tot een werkstraf van

80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van

1 maand met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast vordert zij ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] toewijzing van die vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert zij niet-ontvankelijk verklaring.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

5.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen onder feit 1 primair en onder feit 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd.

Zij is van oordeel dat verdachte dient te worden veroordeeld voor openlijke geweldpleging van [slachtoffer 1].

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. Daartoe wordt aangevoerd dat verdachte [slachtoffer 1] uit discotheek New York heeft gezet, maar dat het slachtoffer daarbij heeft tegengestribbeld en heeft geprobeerd zich van verdachte los te rukken. Er is dan ook dwang nodig geweest om [slachtoffer 1] buiten te krijgen, maar dat was gepast. Bij het naar buiten brengen van [slachtoffer 1] is het jasje van verdachte gescheurd. Als [slachtoffer 1] buiten is gezet, gaat verdachte naar binnen om zijn jasje uit te doen en zijn portofoon goed te hangen. Wat er dan verder buiten gebeurd, ziet hij niet. Vervolgens gaat verdachte door een tweede deur naar buiten en ziet daar de vechtende mannen. Hij heeft zijn handen op zijn rug tot het moment hij tussen de vechtende mannen springt. Hij duwt dan medeverdachte [verdachte 2] en slachtoffer [slachtoffer 2] weg en gaat daarna naar binnen.

Volgens de verdediging kan het handelen van verdachte niet worden gekwalificeerd als een poging tot het medeplegen van zware mishandeling. Verdachte had noch opzet op de samenwerking met de medeverdachten, noch opzet op de zware mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Evenmin was er sprake van een nauwe en bewuste volledige samenwerking.

De verdediging is van mening dat de tenlastegelegde openlijke geweldplegingen ook niet bewezen kunnen worden, omdat verdachte en de medeverdachten niet tezamen en in vereniging met elkaar hebben gehandeld en verdachte geen significante handelingen die het geweld hebben bevorderd, heeft verricht.

5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank neemt als uitgangspunt hetgeen zij op de ter terechtzitting getoonde camerabeelden heeft waargenomen. Naar aanleiding van de beelden concludeert de rechtbank dat er weliswaar sprake is van één incident, maar dat het incident in drie momenten kan worden verdeeld. Het eerste moment is het moment waarop [slachtoffer 2] al buiten staat en [slachtoffer 1] door verdachte naar buiten wordt gewerkt. Het tweede moment is het moment waarop [slachtoffer 1] wordt vastgepakt en kort daarop wordt geslagen, dan wel gestompt. Het derde en laatste moment is het moment waarop [slachtoffer 1], op de grond liggend, wordt omringd door meerdere personen

Wat betreft het eerste incident overweegt de rechtbank dat op de camerabeelden te zien is dat verdachte aangever [slachtoffer 1] naar buiten werkt. Van een poging tot zware mishandeling of openlijk geweld is hierbij geen sprake. Ook acht de rechtbank ten aanzien van dit incident de meer subsidiair tenlaste gelegde eenvoudige mishandeling niet bewezen, nu niet is komen vast te staan dat [slachtoffer 1] door dit naar buiten werken pijn en/of letsel heeft bekomen.

In het tweede moment heeft verdachte geen aandeel gehad. Hij was toen weer in de discotheek en was derhalve op geen enkele wijze betrokken bij enig geweld in de richting van [slachtoffer 1]. Ook in het derde moment heeft verdachte geen geweld gebruikt jegens [slachtoffer 1]. Op de beelden is te zien dat verdachte naar buiten is gekomen en dat juist hij degene is geweest die tussenbeide is gekomen en medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 1] bij slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft weggehaald. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen niet dat verdachte gewelddadige handelingen jegens [slachtoffer 1] heeft verricht en ook is niet gebleken dat hij het groepselement heeft versterkt. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken voor de feiten 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair.

Met zowel de officier van justitie als de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte van hetgeen onder feit 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd dient te worden vrijgesproken. Uit de camerabeelden volgt dat verdachte geen aandeel heeft gehad in de geweldplegingen jegens [slachtoffer 2].

5.3 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en onder feit 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De schade van benadeelden

6.1 De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Hij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 607,50 als voorschot op de door hem geleden schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De schade bestaat uit de volgende posten:

- reparatiekosten ring ad € 50,00;

- een gouden oorbel ad € 27,50;

- smartengeld ad € 530,00.

[slachtoffer 2] heeft zich eveneens voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Hij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 510,00 als voorschot op de door hem geleden schade. De schade bestaat uit de volgende posten:

- vest ad € 60,00;

- smartengeld ad € 450,00.

De benadeelde partijen hebben gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] volledig toewijsbaar is. Ook vordert zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert zij niet-ontvankelijk verklaring van [slachtoffer 2] in zijn vordering, omdat verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

6.3 Het standpunt van de verdediging

Namens verdachte is aangevoerd dat de vorderingen dienen te worden afgewezen, omdat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

Subsidiair stelt de verdediging dat de benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, omdat de vorderingen niet voldoende zijn onderbouwd.

6.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat beide benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, omdat de verdachte van de tenlastegelegde feiten wordt vrijgesproken.

7. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

-verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en onder feit 2 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

Schadevergoeding

-verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te Rijssen, en [slachtoffer 1], eveneens wonende te Rijssen, niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. P.L. Alers en

mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2010.

Mr. Bordenga is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.