Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BL9964

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
02-04-2010
Zaaknummer
110025 KG ZA 2010-71
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering straat- en contactverbod afgewezen. Onvoldoende gronden aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 110025 KG ZA 2010-71 (ha)

Vonnis in kort geding van 2 april 2010

in de zaak van

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat: mr. K. ter Mors, kantoorhoudende te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat: mr. H. Versluis, kantoorhoudende te Vriezenveen.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

De procedure

[Eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 26 maart 2010. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres], bijgestaan door mr. Ter Mors en [gedaagde], bijgestaan door mr. Versluis.

De standpunten zijn toegelicht.

Ter zitting zijn mevrouw [naam] en mevrouw [naam] als informanten gehoord.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

Waarvan kan worden uitgegaan

1. [Eiseres] heeft op 8 maart 2010 aangifte gedaan terzake vernieling aan haar woning. De aangifte is gericht tegen [gedaagde].

Het geschil

2. [Eiseres] vordert -samengevat- een straatverbod gedurende een periode van twee jaren tegen [gedaagde], zulks op straffe van gijzeling, en een contactverbod, op verbeurte van een dwangsom, zulks met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3. [Eiseres] stelt daartoe, samengevat, het volgende. [Eiseres] en [gedaagde] hebben in 2005 en 2006, tijdens de relatie tussen [eiseres] en de broer van [gedaagde], een seksuele relatie met elkaar gehad. Aan die relatie is in 2006 een einde gekomen.

[Gedaagde] is bij vonnis van 16 september 2007 tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij in 2007, pal voor de woning van [eiseres], haar huidige echtgenoot, [naam], een aantal keren met een mes heeft gestoken. In september 2009 is [gedaagde] vrij gekomen. Op tweede kerstdag 2009 heeft [gedaagde] ’s nachts voor de deur van [eiseres] gestaan.

Zaterdag 6 maart 2010 tussen 02.15 uur en 02.30 uur heeft [gedaagde] tot drie keer toe bij [eiseres] aangebeld. [Eiseres] heeft [gedaagde] toen te verstaan gegeven dat hij weg moest gaan. Daarop is [gedaagde] boos geworden. [Eiseres] vreesde dat [gedaagde] de woning binnen zou komen en is toen met haar twee kinderen in de badkamer gevlucht. [Gedaagde] heeft die nacht met een sierstandaard de voorruit van de woning van [eiseres] vernield. [Eiseres] wil haar gezin beschermen en geen contact meer met [gedaagde].

4. [Gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

De beoordeling

5. Een straat- en contactverbod maken inbreuk op het fundamentele recht van [gedaagde] op bewegingsvrijheid. Voor het toewijzen van dergelijke verboden moet in hoge mate aannemelijk zijn dat er feiten en omstandigheden zijn die een zodanige inbreuk op zijn rechten kunnen rechtvaardigen. Hiermee dient dus zorgvuldig te worden omgegaan.

6. [Gedaagde] stelt, samengevat, dat er geen rechtsgronden bestaan die tot toewijzing van de vorderingen van [eiseres] kunnen leiden. De beschuldigingen van [eiseres] worden door [gedaagde] ontkend. [Gedaagde] stelt dat hij eerst bij het ontvangen van de dagvaarding in dit kort geding op de hoogte is gebracht van een vernieling aan de woning van [eiseres]. [Gedaagde] is niet door de politie gehoord. [Gedaagde] bevindt zich in een proeftijd en om die reden al heeft hij geen belang bij het plegen van een strafbaar feit. [Gedaagde] ontkent een intieme relatie met [eiseres] te hebben gehad of die te willen hebben. Volgens [gedaagde] is het juist [eiseres] geweest die zich vanaf 2007 in zijn leven begon te mengen. Omdat hij daar last van had, en last had van mensen uit de omgeving van [eiseres], is hij naar Nijverdal verhuisd.

7. Nu niet is komen vast te staan dat de lezing van [eiseres] de juiste is, kan daarin naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen grond worden gevonden voor toewijzing van het gevorderde. De stelling van [eiseres] dat zij [gedaagde] heeft herkend als degene die aan haar deur stond, rechtvaardigt niet de gevorderde verboden. Evenmin rechtvaardigt een dergelijke beslissing in kort geding de omstandigheid dat de ter zitting als informant gehoorde mevrouw [naam] heeft meegedeeld dat zij van de politie heeft gehoord dat [gedaagde] in de bewuste nacht niet bij zijn zus in Vroomshoop en evenmin bij zijn vriendin in Nijverdal werd aangetroffen. Bovendien wordt op geen enkele andere wijze onderbouwd of is anderszins komen vast te staan dat [gedaagde] zich zodanig gedraagt dat dit voor [eiseres] een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer en vrijheid van beweging betekent.

De slotsom dient dan ook afwijzing van de vorderingen van [eiseres] te zijn. [Eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding veroordeeld.

8. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter het volgende. De zus van [gedaagde] woont in de directe woonomgeving van [eiseres]. Indien [eiseres] en [gedaagde] met elkaar worden geconfronteerd, is het zaak dat zij elkaar met rust laten en escalaties voorkomen.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

1. Wijst de vorderingen van [eiseres] af.

2. Houdt de beslissing omtrent de hoogte van de kostenveroordeling aan, in afwachting van een door [gedaagde] over te leggen toevoeging.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Verhoeven, voorzieningenrechter, en in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 2 april 2010.??