Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BL9357

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-02-2010
Datum publicatie
29-03-2010
Zaaknummer
106797 / HA ZA 09-1204
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek afgifte europees betalingsbevel. Gedaagde voert verweer. Hiermee is de betalingsbevelprocedure geëindigd en overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, is de zaak verwezen naar rechtbank Almelo. Rechtbank bevoegd ogv art. 5 EEX verordening. Nederlands recht van toepassing ogv art. 4 lid 2 EVO. Op voortzetting van de procedure is dan art. 69 Rv van toepassing. Niet gebleken dat roldatum door eiseres aan gedaagde op de juiste wijze is aangezegd, art 69 lid 3. Ook is de vordering van eiseres niet duidelijk. Volgt tussenvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 106797 / HA ZA 09-1204

datum vonnis: 3 februari 2010 (jm)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1. de vennootschap onder firma

R2 Handel V.O.F.,

gevestigd te Rijssen,

eiseres,

verder te noemen eiseres,

advocaat: mr. L.D. van Meggelen te Rijssen,

tegen

[Gedaagde],

wonende te [woonplaats], Duitsland,

gedaagde,

verder te noemen gedaagde,

niet verschenen.

Het procesverloop

De zaak is bij beschikking van 29 oktober 2009 van rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s-Gravenhage, verwezen naar de rol van 16 december 2009. De inhoud van die beschikking dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Eiseres heeft op 16 december 2009 een akte houdende nadere toelichting vordering en een akte overlegging (nieuwe) producties en processtukken EBB-procedure in het geding gebracht. Op de rolzitting van

16 december 2009 is gedaagde niet verschenen. Vervolgens heeft eiseres vonnis verzocht.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Eiseres heeft op 26 maart 2009 een verzoek ingediend tot afgifte van een Europees betalingsbevel. Op 22 juli 2009 heeft de rechtbank het verzoek toegewezen, waarna het betalingbevel aan gedaagde is toegezonden. Hierin staat vermeld dat gedaagde aan eiseres dient te betalen een bedrag inclusief rente (€651,88) en kosten (€1.695,00) ad

€ 24.016,88. Op 13 oktober 2009 heeft gedaagde tegen het uitgevaardigde betalingsbevel verweer gevoerd. Hiermee is de betalingsbevelprocedure geëindigd en overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure, is de zaak verwezen naar het bevoegde gerecht van de lidstaat van oorsprong om volgens de regels van het gewone burgerlijk procesrecht te worden voortgezet.

2. Partijen zijn gevestigd op het grondgebied van verschillende staten, waardoor deze zaak een internationaal karakter draagt. In het onderhavige geschil gaat het over de koop en verkoop van roerende zaken die aan gedaagde geleverd zijn op het adres van eiseres, te weten te Rijssen. Op grond van het bepaalde in artikel 5 van de (EG) Verordening 44/2001 betreffende de rechtelijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-verordening) acht de rechtbank zich derhalve bevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen.

3. Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht van toepassing is.

Nu een rechtskeuze achterwege is gebleven dient bij de vaststelling van het op de overeenkomst toepasselijk recht aansluiting te worden gezocht bij artikel 4 van het

EVO-verdrag. Toepassing van artikel 4 lid 2 EVO brengt met zich mee dat nu de kenmerkende prestatie van de overeenkomst van partijen die van eiseres is (het verkopen en leveren van goederen), de overeenkomst wordt beheerst door Nederlands recht.

4. Niet gebleken is dat de beschikking van de rechtbank Almelo nevenzittingsplaats

’s-Gravenhage van 29 oktober 2009 in de juiste taal ook gedaagde heeft bereikt. Bij de stukken bevindt zich een brief van gedaagde d.d. 23 november 2009 waarin hij schrijft dat het door hem ontvangen schrijven hem niet duidelijk is, omdat dat in de Nederlandse taal is opgesteld. Uit de stukken blijkt niet of genoemde beschikking vervolgens in de Duitse taal aan gedaagde is verzonden. In lid 1 van artikel 6 van de Wet van 29 mei 2009 tot uitvoering van verordening (EG) Nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van

12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (hierna Uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure) staat vermeld dat op de voortzetting van een procedure na indiening van een verweerschrift artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing is. In lid 3 van genoemd artikel is geregeld dat indien nog geen oproeping van verweerder heeft plaatsgevonden de roldatum door eiseres bij exploot aan de verweerder dient te worden aangezegd. Niet is gebleken dat eiseres hieraan heeft voldaan. De rechtbank zal een nieuwe roldatum bepalen en eiseres bevelen deze datum aan gedaagde aan te zeggen met inachtneming van de wettelijke vereisen voor betekening en met betekening van de beschikking van de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s-Gravenhage, van

29 oktober 2009 in de juiste taal aan gedaagde.

5. De rechtbank beschikt niet over formulier A (artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure), zodat de vorderingen van eiseres de rechtbank niet (geheel) duidelijk zijn. De rechtbank zal eiseres opdragen haar vorderingen te verduidelijken.

De beslissing

De rechtbank:

I. Draagt eiseres op om haar vorderingen te verduidelijken.

II. Verwijst de zaak naar de rolzitting van 31 maart 2010 en beveelt eiseres om deze roldatum aan gedaagde bij exploot aan te zeggen, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke vereisten en met betekening van de beschikking van de rechtbank Almelo, nevenzittingsplaats ’s-Gravenhage, van 29 oktober 2009 in de juiste taal aan gedaagde.

III. Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Margadant en op 3 februari 2010 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.