Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BL8932

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-03-2010
Datum publicatie
25-03-2010
Zaaknummer
109848 / KG ZA 10-65
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Huurders die gehuurde aan anderen in gebruik hebben gegeven, moeten ontruimen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 109848 / KG ZA 10-65

datum vonnis: 24 maart 2010 (ck)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagden]

beiden zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagden, niet verschenen.

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 19 maart 2010. Van hetgeen besproken is aantekening gemaakt.

Ter zitting zijn verschenen: mevrouw [X], namens eiseres, vergezeld door mr. R.J. Leijssen.

Gedaagden zijn te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen hen verstek is verleend.

De vordering is toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

2. In deze zaak staat het volgende vast.

De woningstichting (althans haar rechtsvoorgangster) heeft sedert 1 mei 1976 de woning aan de Goormaatweg 13 te Enschede verhuurd aan [gedaagden] .In december 2008 hebben beide huurders zich laten uitschrijven uit het bevolkingsregister van de gemeente Enschede als zijnde vertrokken naar Turkije. Kort na dit vertrek hebben [Y] en [Z] zich op dit adres ingeschreven. [Y] is een zoon van [gedaagden] [Y] en [Z] zijn gehuwd. De huurovereenkomst is door de huurders, [gedaagden], nooit opgezegd.

Op 2 maart 2010 heeft de voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, een vonnis gewezen ten aanzien [Y] en [Z]. De zaak is behandeld op 25 februari 2010. [Y] is verschenen, vergezeld door mr. T. Seker. [Y] heeft verklaard dat [Z] naar Turkije is vertrokken en de woning gebruikt als postadres. Tegen [Z] is verstek verleend.

De voorzieningenrechter heeft [Y] en [Z] op 2 maart 2010 veroordeeld om binnen 14 dagen, na betekening van het vonnis van 2 maart 2010, de woning aan de Goormaatweg 13 te Enschede met al het hunne en de hunnen te verlaten en te ontruimen. Voorts is de woningstichting gemachtigd om bij gebreke van voldoening aan het verlaten en ontruimen van de woning, de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat goederen die eigendom zijn van de huurders, [gedaagden], niet kunnen worden ontruimd op grond van het vonnis.

3. Eiseres vordert in het onderhavige kort geding:

- gedaagden met al het hunne en de hunnen te veroordelen binnen vijf dagen na betekening van het vonnis de woning aan de Goormaatweg 13 te Enschede te verlaten en te ontruimen;

- eiseres te vergunnen de ontruiming te bewerkstelligen met de sterke arm;

- gedaagden te veroordelen een bedrag groot € 1.273,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, te betalen aan eiseres;

- gedaagden te veroordelen in de kosten van het geding.

Eiseres heeft aangevoerd dat [Y] en [Z] de woning op grond van het vonnis van 2 maart 2010 dienen te verlaten en ontruimen, maar de meubels van [gedaagden] moeten blijven staan, zodat een volledige ontruiming niet mogelijk is.

Volgens eiseres woonde [Y] tot twee weken geleden in de woning aan de Goormaatweg 13 te Enschede. Inmiddels zou [Y] zijn vertrokken naar Spanje.

Voorts heeft eiseres aangevoerd dat de huurtermijnen van de woning gedurende ongeveer vier maanden niet zijn voldaan.

4. Nu gedaagden niet ter zitting zijn verschenen, moeten deze feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen.

5. Op grond van artikel 7:244 BW is het de huurder van woonruimte niet toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik te geven. Slechts de huurder die in de woning zijn hoofdverblijf heeft, is bevoegd een deel daarvan aan een ander in gebruik te geven.

Vast staat [gedaagden], huurders, sinds december 2008 hun hoofdverblijf niet meer in de woning hebben. De voorzieningenrechter heeft in het vonnis van 2 maart 2010 reeds geoordeeld dat [Y] en [Z], op grond van het feit dat [gedaagden] hun hoofdverblijf niet in de door hun gehuurde woning hebben, de woning zonder recht of titel bewonen.

De voorzieningenrechter concludeert dat [gedaagden] wanprestatie hebben gepleegd ten opzichte van de Woningstichting door de woning niet zelf te bewonen en in gebruik te geven aan [Y] en [Z]. Op grond van deze wanprestatie moeten [gedaagden] worden veroordeeld de woning te verlaten en te ontruimen.

Voorts moeten [gedaagden] worden veroordeeld de achterstand in betaling van huurtermijnen, door eiseres becijferd op € 1.273,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, te voldoen. Huurders zijn de huurtermijnen verschuldigd op grond van de huurovereenkomst en hebben deze tot op heden niet voldaan.

5. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de ontruimingstermijn te verruimen. De termijn wordt gesteld op tien dagen.

6. De vorderingen komen voor het overige onrechtmatig noch ongegrond voor en kunnen daarom worden toegewezen.

7. Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagden om binnen tien dagen na de rechtsgeldige betekening van dit vonnis de woning aan de Goormaatweg 13 te Enschede te verlaten en te ontruimen, met al het hare en al de haren.

II. Machtigt eiseres om bij gebreke van voldoening aan het hiervoor onder I. genoemde de ontruiming zelf te (doen) bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie.

III. Veroordeelt gedaagden tot voldoening van de huurschuld van thans € 1.273,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

IV. Veroordeelt gedaagden in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 336,89 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

V. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.