Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BL8498

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
22-03-2010
Zaaknummer
108785 KG RK 2010-62; 108786 KG RK 2010-63 ; 108786 KG RK 2010-64
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW toegewezen. Goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW aangehouden omdat thans onvoldoende vast staat of alle vorderingen die de bank op belanghebbenden stelt te hebben door de eerste hypotheek zijn verzekerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummers:

108785 KG RK 2010-62 (onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW)

108786 KG RK 2010-63 (goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW)

108786 KG RK 2010-64 (zuivering ex art. 3:273 BW)

datum beschikking: 24 februari 2010 (ha)

Beschikking van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo op de verzoeken

van:

de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

verder ook te noemen: de bank

advocaat: mr. S.J.M. Masselink.

Het verzoek is gericht tegen:

(gedaagden)

beiden wonende te [woonplaats]

verder te noemen: [Gedaagden]

in persoon verschenen.

Belanghebbenden zijn voorts:

1. [Belanghebbende 1 en 2]

p/a mr. R. Kroon,

Postbus 126 te 7500 AC Enschede,

2. Belastingdienst Oost Kantoor Doetinchem,

Terborgseweg 138 te 7005 BD Doetinchem,

3. Belastingdienst Oost Kantoor Enschede,

Hengelosestraat 75 te 7514 AE Enschede.

Het procesverloop

De bank heeft op 25 januari 2010 een verzoekschrift ingediend ex artikelen 3:268 lid 2,

3:270 lid 3 en 3:273 van het Burgerlijk Wetboek, een en ander voorzien van bijlagen.

Op 11 februari 2010 is een faxbrief van de belanghebbenden sub 1. genoemd ter griffie ontvangen.

Op 15 februari 2010 heeft een mondelinge behandeling ter zitting plaatsgevonden.

Er verschenen: mr. Masselink namens de bank, alsmede de heer en mevrouw [X]. Als belangstellenden verschenen mevrouw [Y] (de bieder) vergezeld van de heer [Z](Kromhof Pullen Makelaardij).

De beslissing is bepaald op heden.

De beoordeling van het verzochte en de motivering van de beslissing

zaaknummer 108785 KG RK 2010-62 (onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW)

De bank heeft in haar hoedanigheid van eerste hypotheekhoudster op 25 januari 2010 een verzoek tot onderhandse verkoop ingediend van een woonboerderij met schuren, ondergrond, erf, tuin en grasland, staande en gelegen te Denekamp. [Gedaagden] zijn hun verplichtingen uit hoofde van hypothecaire verstrekkingen niet nagekomen, waardoor de bank wenst over te gaan tot executoriale verkoop. De voor de verkoop bepaalde dag was vastgesteld op 2 februari 2010.

De bank heeft een koopovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het onroerend goed onderhands verkocht kan worden voor een bedrag ad € 950.000,= zulks onder de voorwaarde dat deze koopovereenkomst bij beschikking ex artikel 3:286 lid 2 BW zal worden goedgekeurd.

[Gedaagden] hebben verklaard in te stemmen met de onderhandse bieding.

Nu niet aannemelijk is geworden dat er in geval van openbare verkoop een hogere verkoop-prijs zal worden gerealiseerd en ook overigens niet is gebleken dat er omstandigheden zijn die toewijzing van het verzoek in de weg staan, wordt het verzoek tot goedkeuring van de onderhandse verkoop toegewezen.

zaaknummer 108786 KG RK 2010-63 (goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW)

In het verzoekschrift wordt aan de voorzieningenrechter verzocht om de verklaring van de bank, dat zij van hetgeen haar van de koopprijs toekomt krachtens de door de eerste hypotheek verzekerde vordering of andere vorderingen die eveneens door hypotheek zijn verzekerd, te voorzien van de aantekening inhoudende dat de verklaring is goedgekeurd nadat summierlijk van de juistheid ervan is gebleken.

Dit verzoek kan echter niet zonder meer worden toegewezen. In de overgelegde verklaring vermeldt de bank uitsluitend haar totale vordering op de heer en mevrouw [X] en met het onderhavige verzoek vraagt zij dan ook feitelijk om de gehele opbrengst van de verkoop uitsluitend aan haar uit te keren.

Gebleken is dat er naast de bank overige schuldeisers/beslagleggers zijn en dat er executie-kosten gemaakt zijn die ook uit de opbrengst voldaan dienen te worden. Evenmin staat thans vast of alle vorderingen die de bank op [gedaagden] stelt te hebben heeft door de eerste hypotheek zijn verzekerd dan wel dat de overige vorderingen eveneens door hypotheek zijn verzekerd en in rang onmiddellijk bij de eerste aansluiten.

Door de bank is bij haar verzoekschrift als productie 6. een overzicht overgelegd, gedateerd 25 januari 2010. Ter zitting hebben [gedaagden] de door de bank gestelde hoogte van haar vordering van € 1.501.841,15 betwist en daartoe onder meer gesteld dat in 2003 een herfinanciering heeft plaatsgehad. Door de bank wordt echter aan [gedaagden] geen dan wel onvoldoende inzage gegeven in de stukken die ten grondslag liggen aan die herfinanciering en daarnaast stellen [gedaagden] dat er rekeningen zijn gesloten buiten hun medeweten om. De bank en [gedaagden] verschillen van mening over de totstandkoming van het flexibel krediet met zekerheid van welke rekeningen de bank verzoekt dat de voorzieningenrechter deze voorziet van de verzochte aantekening.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan de door de bank overgelegde verklaring thans niet worden aangemerkt als een verklaring zoals bedoeld in artikel 3:270 lid 3 BW.

De bank heeft in haar verklaring niet weergegeven welk bedrag met inachtneming van het bepaalde in genoemd artikel uit de opbrengst aan haar toekomt.

Om redenen van proceseconomie wordt de bank in de gelegenheid gesteld alsnog de verklaring over te leggen in de zin zoals een en ander in genoemd artikel is bedoeld en zoals hiervoor is uitgelegd.

De bank wordt daarbij in de gelegenheid gesteld om met betrekking tot de rekeningen afschriften over te leggen waaruit blijkt op welke datum die rekeningen geopend zijn, de laatste afschriften over te leggen waaruit het saldo blijkt en met betrekking tot het flexibel krediet dient de bank de aan dat krediet ten grondslag liggende overeenkomst over te leggen.

zaaknummer 108786 KG RK 2010-64 (zuivering ex art. 3:273 BW)

Voor het verstrekken van de door de bank verzochte verklaring tot zuivering ex artikel 3:273 van het Burgerlijk wetboek dient de levering van de litigieuze woning c.a. te hebben plaats gehad. Nu hiervan niet is gebleken wordt de verzochte verklaring thans niet verstrekt.

Iedere beslissing op het verzoek wordt aangehouden als na te melden.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

zaaknummer 108785 KG RK 2010-62 (onderhandse verkoop ex art. 3:268 lid 2 BW)

1. Bepaalt dat de verkoop van het registergoed woonboerderij met schuren, ondergrond, erf, tuin en grasland, staande en gelegen te Denekamp onderhands zal geschieden overeenkomstig de koopovereenkomst gesloten tussen de ABN AMRO Bank N.V. en mevrouw [Y].

zaaknummer 108786 KG RK 2010-63 (goedkeuringsverklaring ex art. 3:270 lid 3 BW)

2. Bepaalt dat de bank uiterlijk op 24 maart 2010 met betrekking tot de rekeningen afschriften dient over te leggen waaruit blijkt op welke datum die rekeningen geopend zijn, van die rekening de laatste afschriften over te leggen waaruit het saldo blijkt en bepaalt dat de bank met betrekking tot het flexibel krediet de aan dat krediet ten grondslag liggende overeenkomst dient over te leggen.

3. Stelt de bank voorts in de gelegenheid om uiterlijk op 24 maart 2010 de verklaring als bedoeld in artikel 3: 270 lid 3 BW over te leggen.

4. Houdt iedere verdere beslissing aan.

zaaknummer 108786 KG RK 2010-64 (zuivering ex art. 3:273 BW)

5. Houdt iedere beslissing aan, en verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van

24 maart 2010.

Aldus gegeven te Almelo door mr. M.H.H.A. Moes, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2010, in tegenwoordigheid van H.E. Abbink, griffier.