Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BL7641

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
03-03-2010
Datum publicatie
16-03-2010
Zaaknummer
109507 / KG ZA 10-48
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagden worden vermoed de honden voor zichzelf te houden.

Bezitter wordt vermoed rechthebende te zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 109507 / KG ZA 10-48

datum vonnis: 3 maart 2010 (ps)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[X]

wonende te Biddinghuizen,

eiseres,

verder te noemen [X],

advocaat: mr. P. Loijenga te Dronten,

tegen

1. [Y]

wonende te Zenderen (gemeente Borne),

2. [Z]

wonende te Zenderen (gemeente Borne),

gedaagden,

verder te noemen [Y],

in persoon.

Het procesverloop

[X] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 26 februari 2010. Ter zitting zijn verschenen: [X] vergezeld van mr. Loijenga en gedaagden sub 1 en sub 2.

De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

1.2 Bij overeenkomst van 7 juli 2006 heeft [X] de Sint Bernard Langhaar Heezedoorn’s Nip and Tuck, roepnaam Luna, gekocht. Uit een keuring HD/ED op 15 december 2008 is gebleken dat bij Luna sprake was van heupdysplasie, een erfelijke aandoening aan de heupen.

1.3 Op 19 januari 2010 is uit Luna een nest van zes pups geboren. [Y] hebben de pups te koop aangeboden op www.marktplaats.nl.

De vordering van [X], zakelijk weergegeven en voor zover relevant:

2.1 [X] heeft gevorderd bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad [Y] hoofdelijk te veroordelen tot:

a. afgifte aan [X], binnen drie dagen na dagtekening van het vonnis, van Luna, alsmede het bij Luna behorende inentingenpaspoort;

b. afgifte aan [X], binnen drie dagen na dagtekening van het vonnis, van de op 19 januari 2010 uit Luna geboren pups, alsmede de aan de pups afgegeven inentingenpaspoorten en gezondheidsverklaringen, dan wel subsidiair tot betaling van de door gedaagden ontvangen verkoopprijs indien en voor zover de pups reeds aan een derde te goeder trouw zijn verkocht, onder de bepaling dat [Y] [X] vrijwaren voor enige aanspraken van eventuele derden te goeder trouw uit hoofde van de aansprakelijkheid van [X] voor de pups;

c. betaling van een dwangsom aan [X] van € 500,-- per dag dat [Y] in gebreke blijven te voldoen aan hetgeen onder a. en b. is gevorderd;

d. binnen drie dagen na het vonnis de advertentie, waarbij de pups te koop worden aangeboden, van www.marktplaats.nl te verwijderen, alsmede tot het staken van enige andere verkoopactiviteiten met betrekking tot de pups, onder verbeurte van een dwangsom aan [X] van € 500,-- per dag.

Ter zitting heeft [X] haar eis vermeerderd, in die zin dat zij subsidiair heeft gevorderd dat indien afgifte van Luna en de pups zou worden afgewezen, [Y] dienen te worden veroordeeld tot betaling van de waarde van Luna (€ 1.500,--) en van de pups

(€ 500,-- per stuk).

2.2 [X] heeft daartoe gesteld dat Luna ten gevolge van de heupdysplasie niet geschikt was om mee te fokken en dat [X] daarom op zoek is gegaan naar een goed tehuis voor Luna. [Y] hebben aangeboden voor Luna te zorgen, op welk aanbod [X] is ingegaan. [Y] hebben eigener beweging aan [X] een bijdrage van € 100,-- giraal voldaan in verband met het inentingenpaspoort. Tussen partijen is afgesproken dat [Y] onder geen beding met Luna zouden gaan fokken en dat zij Luna zouden laten steriliseren. Van (de wil tot) verkoop of eigendomsoverdracht is geenszins sprake. [Y] hadden ook kunnen weten dat daarvan geen sprake is, nu zij eerder een pup van [X] hebben gekocht en daar een schriftelijke overeenkomst aan ten grondslag lag. Daarnaast hadden [Y] redelijkerwijs dienen te weten dat, indien en voor zover [X] Luna had willen verkopen, een bedrag van € 100,-- niet voldoende zou zijn, nu een volwassen Sint Bernard met stamboom ongeveer € 1.500,-- waard is.

2.3 Nu [X] nog immer eigenaar is van Luna, is zij tevens eigenaar van de afgescheiden vruchten, derhalve van de pups.

2.4 Omdat [Y] met Luna hebben gefokt en nakoming van de mondelinge afspraken niet meer mogelijk is, is ontbinding van de mondelinge overeenkomst gerechtvaardigd.

Het verweer van [Y], zakelijk weergeven en voor zover relevant:

3.1 [Y] hebben verweer gevoerd tegen de vorderingen van [X] en hebben gesteld dat zij Luna op of omstreeks 25 januari 2009 van [X] hebben gekocht en dat partijen daartoe een mondelinge koopovereenkomst hebben gesloten. [Y] hebben aan [X] gevraagd of een tegenprestatie diende te worden voldaan, waarop [X] antwoordde dat dat in principe niet nodig was en dat een eventuele bijdrage vrijblijvend was. [Y] hebben contant € 100,-- aan [X] overhandigd. Enige tijd later gaf [X] te kennen dat de bijdrage van € 100,-- te weinig was, waarop [Y] nogmaals

€ 100,--, nu via een girale overboeking, aan [X] hebben voldaan. Van een bijdrage voor een intentingenpaspoort is geen sprake geweest. [Y] hebben ook nimmer een dergelijk paspoort ontvangen.

3.2 [Y] zijn reeds geruime tijd eigenaar maar in ieder geval bezitter van Luna, hetgeen een rechtsvermoeden ex artikel 3:119 lid 1 BW van rechthebbenden/eigenaars met zich meebrengt.

De overwegingen van de voorzieningenrechter:

4.1 [X] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt spoedeisend belang te hebben bij het gevorderde, zodat de voorzieningenrechter over zal gaan tot de materiële beoordeling. [Y] hebben geen verweer gevoerd inhoudende dat er geen sprake zou zijn van spoedeisend belang.

4.2 Luna verblijft sinds eind januari 2009 bij [Y] en wordt ook sindsdien door hen verzorgd, hetgeen door [X] niet is weersproken. Op grond van uiterlijke feiten zijn het dan ook [Y] die de hond houden krachtens artikel 3:108 Burgerlijk Wetboek (verder: BW). Wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf te houden. Door aan te tonen dat er slechts sprake is van houderschap voor een ander, zou [X] dit wettelijk vermoeden kunnen weerleggen.

4.3 [X] heeft gesteld met [Y] te hebben afgesproken dat [Y] voor Luna zouden zorgen en dat [X] eigenares zou blijven van Luna, hetgeen door [Y] gemotiveerd is betwist. Dat [Y] eerder een hond van [X] hebben gekocht en daartoe een schriftelijke overeenkomst is gesloten, betekent niet dat iedere verkoop of inbezitstelling schriftelijk wordt overeengekomen of schriftelijk dient te worden overeengekomen. Uit het feit dat thans geen schriftelijke overeenkomst is gesloten kan derhalve thans ook niet worden geconcludeerd dat er daarom geen verkoop of inbezitstelling heeft plaatsgevonden en dat [Y] dat ook niet konden denken. Uit het gegeven dat [Y] slechts € 100,-- (volgens [X]) of € 200,-- (volgens [Y]) aan [X] hebben voldaan als bijdrage voor Luna, kan niet worden geconcludeerd dat [X] Luna slechts ter verzorging aan [Y] heeft aangeboden. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft [X] niet voldoende aangetoond dat er slechts sprake is van houderschap voor haar en heeft derhalve het wettelijk vermoeden niet weerlegd.

4.4 [Y] worden vermoed de hond voor zichzelf te houden (artikel 3:107 lid 1 BW) oftewel de hond te bezitten. De bezitter wordt krachtens artikel 3:119 lid 1 BW vermoed rechthebbende te zijn. [X] heeft het vermoeden van bezitter als rechthebbende in het kader van deze procedure niet weerlegd. Hoe weerzinwekkend het ook is om (uit winstbejag) te fokken met een hond met de geconstateerde gebreken, [X] heeft geen rechten met betrekking tot de door haar afgestane hond.

4.5 [X] heeft subsidiair gevorderd [Y] te veroordelen tot betaling van de waarde van Luna (€ 1.500,--) en van de pups (€ 500,-- per stuk) aan haar. [X] heeft echter verzuimd aan te tonen op welke rechtsgrond zij deze vordering baseert, zodat de voorzieningenrechter deze vordering dient af te wijzen.

4.6 [Y] hebben ter zitting gepoogd een vordering in te stellen. Bij de voorzieningenrechter, sector civiel, kan een reconventionele vordering enkel worden ingesteld bij advocaat. [Y] zijn in persoon verschenen en hebben zodoende geen vordering ingesteld.

4.7 De voorzieningenrechter zal [X] in de proceskosten aan de zijde van [Y] veroordelen, nu haar vorderingen zijn afgewezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vorderingen van [X] af.

II. veroordeelt [X] in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [Y] worden begroot op € 263,-- ter zake vast recht.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.