Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2010:BL7238

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
11-03-2010
Zaaknummer
109350 / KG ZA 10-44
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering opheffing beslag op recreatiewoningen door de voorzieningenrechter toegewezen, onder de voorwaarde en op het moment dat eiseres een deugdelijke bankgarantie, aflkomstig van een Nederlandse handelsbank, aan gedaagde ter hand heeft gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 109350 / KG ZA 10-44

datum vonnis: 24 februari 2010 (z)

Motivering van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hof van Salland Hellendoorn B.V.,

gevestigd te Hattem,

eiseres,

verder te noemen HvS,

advocaat: mr. J.E.M. Oude Kempers te Arnhem

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Instyle Concepts B.V.,

gevestigd te Genemuiden,

gedaagde,

verder te noemen Instyle,

advocaat: mr. C.J. de Vries te Zwolle

Het procesverloop

HvS heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 23 februari 2010. Ter zitting zijn verschenen: de heer [X], directeur van HvS, vergezeld door mr. J.E.M. Oude Kempers en de heer [Y], operational manager bij Instyle, vergezeld door mr. C.J. de Vries.

De standpunten zijn toegelicht.

Gelet op de grote belangen aan de zijde van HvS is op verzoek van partijen zonder nadere motivering van de voorzieningenrechter reeds bij vonnis van 24 februari 2010 op het door HvS gevorderde beslist.

De standpunten van partijen en de motivering van de voorzieningenrechter volgen hieronder.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing.

1. Ten aanzien van de feiten:

- Instyle heeft op een recreatiepark te Hellendoorn voor HvS een tweetal recreatiewoningen ingericht en heeft aan HvS voor de verrichte werkzaamheden een factuur verzonden van € 30.383,15.

- HvS heeft nagelaten deze factuur te voldoen omdat zij van mening is dat Instyle de gemaakte afspraken niet is nagekomen.

- Instyle stelt daarnaast een vordering ad € 479.700,= op HvS wegens gederfde winst te hebben, nu HvS de eerder uitgesproken intentie om samen te werken met betrekking tot alle overige recreatiewoningen niet langer gestand wil doen.

- Op 5 februari 2010 heeft Instyle aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo verlof gevraagd om terzake haar pretense vordering ad € 645.700,= conservatoir beslag te mogen leggen op de volgende onroerende zaken van HvS:

1. een object wonen, erf-tuin, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie I, nr. 4907, groot 11 are en 22 centiare,

2. een object bedrijvigheid (horeca) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie I, nr. 4908 gedeeltelijk, zoals verkregen bij akte d.d. 29-06-2007 en ingeschreven in hyp. 4 deel 52573, nr. 16,

3. een object wonen (recreatie) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn,sectie I, nr. 4909 gedeeltelijk, zoals verkregen bij akte d.d. 29-06-2007 en ingeschreven in hyp. 4 deel52573, nr. 16,

4. een object wonen (recreatie) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie I, nr. 4910, groot 1 hectare , groot 9 are en 20 centiare,

5. een object wonen (recreatie) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie I, nr. 4911 gedeeltelijk, groot 14 are en 53 centiare (geschat), zoals verkregen bij akte d.d. 29-06-2007 en ingeschreven in hyp. 4, nr. 16, zulks voor zover voormelde onroerende zaken staan op naam van HvS als eigenaresse.

- De voorzieningenrechter heeft verlof verleend tot het leggen van de conservatoire beslagen, met begroting van de vordering van Instyle, inclusief rente en kosten, op € 40.000,=, onder de vermelding dat “van het bestaan c.q. de grondslag van de schadevordering onvoldoende is gesteld, in het bijzonder voor wat de gederfde winst betreft”.

- HvS vordert in deze procedure, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

a. primair: de gelegde beslagen op te heffen

b. subsidiair: de gelegde beslagen op te heffen voor zover deze liggen op:

• een object bedrijvigheid (horeca) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie I, nr. 4908 gedeeltelijk, zoals verkregen bij akte d.d. 29-06-2007 en ingeschreven in hyp. 4 deel 52573, nr. 16,

• een object wonen (recreatie) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn,sectie I, nr. 4909 gedeeltelijk, zoals verkregen bij akte d.d. 29-06-2007 en ingeschreven in hyp. 4 deel 52573, nr. 16,

• een object wonen (recreatie) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie I, nr. 4910, groot 1 hectare , 9 are en 20 centiare,

• een object wonen (recreatie) recreatie-sport, staande en gelegen te (7447 PP) Hellendoorn aan de Knollenhaarweg 7, kadastraal bekend gemeente Hellendoorn, sectie I, nr. 4911 gedeeltelijk, groot 14 are en 53 centiare (geschat), zoals verkregen bij akte d.d. 29-06-2007 en ingeschreven in hyp. 4, nr. 16, voormelde onroerende zaken staande op naam van HvS als eigenaresse.

c. meer subsidiair:

de beslagen op te heffen tegen storting van een bedrag ad € 40.000,= op de derdengeldrekening van de Stichting Derdengelden De Kempenaer, ofwel op de derdengeldrekening van de Stichting Derdengelden Dommerholt Advocaten, een en ander met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.

2. Het standpunt van HvS.

HvS vordert opheffing van de door Instyle gelegde beslagen, nu deze volgens haar vexatoir zijn. Instyle heeft immers voor een vordering van slechts € 40.000,= conservatoir beslag gelegd op onroerende zaken van HvS met een totale waarde van omstreeks € 8.000.000,=, waartegenover hypothecaire verplichtingen staan van ruim € 3.000.000,=. Het bedrijf van HvS richt zich op de verkoop van recreatiewoningen. Door de gelegde beslagen is de bedrijfsvoering van HvS lamgelegd. Na uitponding van het totale recreatiepark is de hypotheekhoudster geheel voldaan en resteert er zelfs een aanmerkelijke overwaarde ten gunste van HvS. HvS moet aan potentiële kopers continu uitleggen hoe het met de beslagen zit en waarom er niet geleverd kan worden.

Vrijdag 1 maart 2010 staat de levering gepland van een recreatiewoning. Dat kan niet doorgaan als het beslag er niet van af is. Daarmee is spoedeisend belang direct aannemelijk gemaakt. HvS is bereid zekerheid te stellen door een bedrag van € 40.000,= te storten op de derdengeldrekening van haar eigen advocaat of desnoods de advocaat van gedaagde. Op die wijze wordt in de ogen van HvS voldoende zekerheid gesteld voor de pretense vordering van Instyle, die HvS overigens betwist nu Instyle bij de inrichting van twee recreatiewoningen zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden. Ook kan HvS er mee leven als het beslag blijft rusten op de onroerende zaak, sectie I, nr. 4907. Die onroerende zaak wordt immers niet verkocht en de waarde er van bedraagt een veelvoud van het bedrag van de vordering ad € 40.000,=. Het stellen van een deugdelijke bankgarantie wil HvS liever niet. Zij wil haar huisbankier daarmee niet lastig vallen. Bovendien zou het ook een kwestie van onvoldoende liquiditeiten zijn.

3. Het standpunt van Instyle.

HvS heeft nagelaten een factuur ad € 30.383,15 wegens voor HvS verrichte werkzaamheden (de inrichting van twee ”modelwoningen”) te voldoen. Daarnaast is er in de ogen van Instyle een samenwerkingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de inrichting van de overige recreatiewoningen en het ’centrumgebouw’ op het recreatiepark van HvS. Wegens het niet-nakomen van deze samenwerkings-overeenkomst heeft Instyle een schade van omstreeks € 479.700,= geleden.

Instyle heeft aan de voorzieningenrechter daarom verlof gevraagd om voor een bedrag van € 645.000,= beslag onder HvS te mogen leggen.

De voorzieningenrechter heeft echter bepaald dat slechts voor een bedrag van € 40.000,= beslag mag worden gelegd. De grondslag van de schadevordering vond de voorzieningenrechter voorshands onvoldoende aannemelijk gemaakt.

Nadat het beslagverlof was verleend, heeft Instyle op alle onroerende zaken van HvS conservatoir beslag gelegd. Instyle betwist uitdrukkelijk dat de door haar geleverde zaken en verrichte werkzaamheden niet aan de met HvS gesloten overeenkomst zouden voldoen. Het voorstel van HvS om het beslag alleen te laten rusten op de onroerende zaak met het kadastrale nummer 4907 acht Instyle onvoldoende, omdat de hypotheekhoudster een alles omvattend hypotheekrecht op alle roerende zaken van HvS heeft, dus de hypotheekhoudster kan kiezen op welke onroerende zaak zij zich als eerste zal verhalen. Als zij dat doet op de onroerende zaak met het nummer 4907, heeft Instyle geen zekerheid meer voor de voldoening van haar vordering. Instyle kan zich ook niet verenigen met het meersubsidiaire voorstel van HvS om een bedrag van € 40.000,= op de derdengeldrekening van haar advocaat of zelfs de advocaat van Instyle te storten totdat in een rechterlijke beslissing onherroepelijk op het geschil tussen partijen zal zijn beslist, dan wel dat er tussen partijen een minnelijke regeling tot stand zal zijn gekomen. Een dergelijke handelwijze biedt in de ogen van Instyle onvoldoende zekerheid voor de voldoening van haar vordering. Ook al staat dit bedrag op een derdengeldrekening van een advocaat, dit houdt nog niet in dat derden daar geen beslag op kunnen leggen. Het is zelfs de vraag of deze wijze van zekerheidsstelling wel ‘faillissementsproof’ is. Instyle is slechts bereid de gelegde beslagen op te heffen, indien HvS een deugdelijke bankgarantie stelt.

4. De overwegingen van de voorzieningenrechter.

De voorzieningenrechter zal het door HvS primair gevorderde toewijzen, echter onder de voorwaarde en op het moment dat HvS een deugdelijke bankgarantie tot een bedrag van € 40.000,=, afkomstig van een Nederlandse handelsbank, aan Instyle ter hand heeft gesteld. De voorzieningenrechter oordeelt daartoe dat de vordering van Instyle hem voorshands niet zodanig ondeugdelijk voorkomt dat de beslagen zouden moeten worden opgeheven. Met Instyle oordeelt de voorzieningenrechter voorts dat het voorstel van HvS om het beslag alleen te laten rusten op de onroerende zaak met het kadastrale nummer 4907 ook geen dan wel onvoldoende zekerheid voor Instyle biedt, zulks gelet op het feit dat de hypotheekhoudster een parapluhypotheek op alle onroerende zaken van HvS heeft, als gevolg waarvan de hypotheekhoudster kan kiezen op welke onroerende zaak van zij zich het eerst zal gaan verhalen.

Tevens volgt de voorzieningenrechter de redenering van Instyle ten aanzien van een storting van een bedrag van € 40.000,= op de derdengeldrekening van één van beide raadslieden van partijen. Andere crediteuren van HvS kunnen immers ook (derden)beslag op die derdengeldrekening leggen. Ook is het niet uitgesloten dat ingeval van faillissement van HvS de curator in dat faillissement met succes voormeld bedrag weer terug in de boedel van HvS weet te brengen. Resteert dus het instrument van het door HvS stellen van een bankgarantie, die voor Instyle de beste zekerheid voor de voldoening van haar vordering biedt en die geldig moet zijn tot en met het moment dat Instyle een uitvoerbaar bij voorraad verklaard toewijzend vonnis of arrest tegen HvS zal hebben verkregen, dan wel dat er tussen partijen een minnelijke regeling tot stand zal zijn gekomen.

Nu beide partijen deels in het (on)gelijk zijn gesteld, zal de voorzieningenrechter de proceskosten tussen partijen compenseren.

Gewezen te Almelo door mr. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 maart 2010, in tegenwoordigheid van Zomer, griffier.