Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BK9131

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
09-12-2009
Datum publicatie
14-01-2010
Zaaknummer
101430 / HA ZA 09-398
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nakoming overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2010, 37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 101430 / HA ZA 09-398

datum vonnis: 9 december 2009 (wh)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Brunsman Holding B.V.,

gevestigd te Wierden,

eiseres sub 1,

2.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Brunsman Supermarkt Wierden B.V.,

gevestigd te Wierden,

eiseres sub 2.,

verder gezamenlijk aan te duiden als Brunsman,

advocaat: mr. E.W. Roessingh te Hengelo,

tegen

1.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vulpes Wierden B.V.,

gevestigd te Wierden,

gedaagde sub 1,

2.

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vos Holding Wierden B.V.,

gevestigd te Wierden,

gedaagde sub 2,

3.

X,

wonende te Wierden,

gedaagde sub 3,

4.

G,

wonende te Wierden,

gedaagde sub 4,

verder gezamenlijk aan te duiden als Vos,

advocaat: mr. H.J.G.M. te Woerd te Almelo.

1. Het procesverloop

In conventie en in reconventie:

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit

- de dagvaarding,

- de akte vermeerdering van eis,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie,

- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie,

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie,

- de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie.

1.2. Vervolgens is vonnis gevraagd.

2. De feiten

2.1. De volgende feiten kunnen als vaststaand worden aangenomen.

2.2. Brunsman c.s. exploiteren een supermarkt aan de Anjelierstraat 3 te Wierden. Vos c.s. waren in 2008 eigenaren van het naastgelegen perceel aan de Anjelierstraat 1 te Wierden.

2.3. Op 20 maart 2008 hebben Vos c.s. bij de gemeente Wierden een bouwvergunning aangevraagd ten behoeve van de bouw van een detailhandelsvestiging van Action non-Food B.V. te Zwaagdijk-Oost op het adres Anjelierstraat 1.

2.4. De bouw van zo’n vestiging aldaar was in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Daarom heeft de gemeente de vergunningaanvraag ook heeft opgevat als een verzoek om vrijstelling van het geldende bestemmingsplan.

2.5. In overeenstemming met de voorgeschreven procedure heeft de gemeente een ieder in de gelegenheid gesteld om, gedurende de zes weken van de terinzagelegging van de aanvraag van een bouwvergunning met vrijstelling van het bestemmingsplan, een zienswijze in te dienen.

2.6. Brunsman c.s. hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt. De door hen verstrekte zienswijze hield onder meer in, dat zij grote parkeerproblemen ter plaatse voorzagen, doordat klanten van Action gebruik zouden gaan maken van parkeerplaatsen bij de supermarkt van Brunsman c.s. op het eigen terrein van Brunsman c.s., en dat ter voorkoming van zulke parkeerproblemen ter plaatse een adequate uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen zou moeten worden gerealiseerd.

2.7. Bij besluit van 21 november 2008 heeft het College van B&W van de gemeente Wierden de gevraagde bouwvergunning, met vrijstelling van het bestemmingsplan, verleend.

2.8. Op 27 december hebben Brunsman c.s. tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

2.9. Partijen hebben over de aldus ontstane situatie overleg, onder meer op 30 december 2008.

2.10. Namens Action non-Food B.V. is in of omstreeks die periode gesteld, dat het door Brunsman c.s. bij de gemeente ingestelde bezwaar uiterlijk op 16 januari 2009 zou moeten zijn ingetrokken, omdat Action anders zou afzien van haar voorgenomen vestiging aan de Anjelierstraat 1.

2.11. Bij brief van 16 januari 2009 schreven Brunsman c.s. een brief aan ‘Vos Holding BV’ als volgt: “Geachte heer, Hierbij delen wij u mede dat wij het door ons ingediende bezwaar tegen het besluit van 21 november 2008, d.d. 27 december 2008, formeel bij de gemeente Wierden gaan intrekken. Genoemde intrekking geschiedt onder de volgende voorwaarde: Op het moment van passeren van de koopakte, doch uiterlijk 1 juli 2009, waarbij het bedrijfspand van Vos Holding BV, gelegen aan de Anjelierstraat 1 te Wierden, aan Action wordt verkocht, wordt van deze koopsom een bedrag van € 70.000 ingehouden als vergoeding voor gemaakte en nog te maken kosten. Het bedrag van € 70.000 zal vervolgens door de notaris worden overgemaakt aan Brunsman Holding B.V.”

2.12. Deze brief is namens Vulpes Wierden BV door A, en namens Vos Holding BV door G ondertekend “Voor gezien en akkoord”.

2.13. Op dezelfde datum schreven Brunsman c.s. een brief aan ‘Vos Holding BV’ als volgt: “Geachte heer, Hierbij delen wij u mede dat wij het door ons ingediende bezwaar tegen het besluit van 21 november 2008, d.d. 27 december 2008, formeel bij de gemeente Wierden gaan intrekken.”

2.14. Ook deze brief is namens Vulpes Wierden BV door A, en namens Vos Holding BV door G ondertekend “Voor gezien en akkoord”.

2.15. Bij brief van 20 januari 2009 hebben Brunsman c.s. hun bezwaarschrift tegen voormeld besluit van het College van B&W d.d. 21 november 2008 ingetrokken.

2.16. Op 16 februari 2009 is het perceel aan de Anjelierstraat 1 aan Action non-Food B.V. geleverd.

2.17. Vos c.s. hebben het in de hiervoor weergegeven brief van Brunsman c.s. d.d. 16 januari 2009 genoemde bedrag van € 70.000,- ondanks sommatie niet betaald.

2.18. Op 12 maart 2009 heeft gedaagde sub 4., G, bij de politie aangifte gedaan tegen ‘de heer B, eigenaar van Brunsman Holding BV en Brunsman Supermarkt Wierden BV’ van het misdrijf oplichting, op grond dat (zeer kort samengevat) Brunsman aanspraak blijft maken op betaling van voormeld bedrag van € 70.000,-, hoewel de schriftelijke afspraak d.d. 16 januari 2009, waarop die aanspraak tot betaling berust, nietig is.

3. Het standpunt van Brunsman

3.1. Vos c.s. zijn aan Brunsman c.s. voormeld bedrag van € 70.000,- verschuldigd geworden op grond van de door of namens Vos c.s. voor ‘gezien en akkoord’ ondertekende brief van Brunsman c.s. d.d. 16 januari 2009, zoals hiervoor weergegeven in rechtsoverweging 2.11. Deze vordering is ook opeisbaar geworden, nu Brunsman c.s. hun bezwaar tegen het besluit van het College van B&W d.d. 21 november 2008 overeenkomstig die brief hebben ingetrokken. De in die brief neergelegde transactie tussen partijen is niet nietig of vernietigbaar. De in die brief bedongen vergoeding van € 70.000,- strekt ter compensatie van de kosten voor Brunsman c.s. in verband met de noodzaak om ter plaatse voor meer parkeerruimte te zorgen. De desbetreffende transactie tussen partijen is niet in strijd met de goede zeden of de openbare orde. Er is geen sprake van bedrog, noch van misbruik van omstandigheden. Vos c.s. beschikten bij het aangaan van de overeenkomst over (juridisch) deskundige bijstand. De gedane aangifte wegens oplichting is jegens Brunsman c.s. onrechtmatig. Zij hebben daardoor (immateriële) schade geleden. Brunsman c.s. hebben buitengerechtelijke kosten moeten maken voor advies over de bestuursrechtelijke procedures (waaronder die met betrekking tot het indienen n van een zienswijze en vervolgens de indiening van het bezwaarschrift).

3.2. Op grond van het voorgaande vorderen Brunsman c.s. in conventie om Vos c.s. hoofdelijk te veroordelen:

(1) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Brunsman c.s. te betalen € 70.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 16 februari 2009, althans van 10 maart 2009, althans van de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening;

(2) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseressen wegens buitengerechtelijke kosten te betalen € 1.788,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening;

(3) aan eiseressen te vergoeden de schade nader op te maken bij staat, subsidiair gedaagden sub 2 en sub 4 hoofdelijk te veroordelen eiseressen te vergoeden de schade nader op te maken bij staat;

(4) met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure, die van de beslaglegging ad € 337,16, en de kosten van opheffing van het beslag ad € 109,58 daaronder begrepen, vermeerderd met de na de uitspraak vallende kosten, forfaitair berekend op € 131,- zonder betekening en € 199,- in geval van betekening.

3.3. In reconventie hebben Brunsman c.s. geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Vos c.s. in de proceskosten.

4. Het standpunt van Vos c.s.

4.1. Het bezwaarschrift van Brunsman c.s. tegen het besluit van het College van B&W d.d. 21 november 2008 blokkeerde de verkoop en levering van de onroerende zaak aan de Anjelierstraat 1 aan Action non-Food B.V.. Daardoor werd het onmogelijk om financiële middelen vrij te maken ten behoeve van Vos Verwarming en Sanitair B.V. (de voormalige werkmaatschappij van Vos Holding B.V.), welke vennootschap in ernstige financiële moeilijkheden verkeerde. Hoewel Brunsman c.s. van die omstandigheid goed op de hoogte waren, evenals van de belangen van de 26 werknemers en hun gezinnen van Vos Verwarming en Sanitair B.V., lieten zij zich daaraan niets gelegen liggen.

4.2. De transactie, weergegeven in de brief d.d. 16 januari 2009, zoals hiervoor weergegeven in rechtsoverweging 2.11., is primair nietig wegens strijd met de goede zeden en/of de openbare orde. Subsidiair stellen Vos c.s. dat de in die brief vervatte vergoedingsbepaling tot stand is gekomen door bedrog en/of misbruik van omstandigheden. Door middel van een brief van de advocaat van Vos c.s. d.d. 27 februari is de nietigheid van de transactie ingeroepen.

4.3. Volgens Vos c.s. zijn zij uitsluitend als gevolg van kunstgrepen van Brunsman c.s., althans slechts onder druk van de genoemde moeilijke financiële omstandigheden van Vos Verwarming en Sanitair B.V., overgegaan tot ondertekening van voormelde brief van 16 januari 2009. Brunsman c.s. waren van die omstandigheden goed op de hoogte door de vriendschappelijke contacten tussen Brunsman senior en Gerrit Vos. Die kennis van die omstandigheden had Brunsman c.s. ervan moeten weerhouden om de transactie te tekenen, althans hadden Brunsman c.s. Vos c.s. ervan moeten weerhouden om tot ondertekening over te gaan. Brunsman c.s. konden dankzij de persoonlijke contacten tussen B senior en G beschikken over vertrouwelijke informatie. Brunsman c.s. hebben die informatie gebruikt om Vos c.s. klem te zetten.

4.4. Onder die omstandigheden hadden partijen geen gelijkwaardige onderhandelingsposities. Brunsman c.s. hebben daarvan misbruik gemaakt. Brunsman c.s. hebben getracht om dit misbruik verborgen te houden voor derden, zoals de gemeente Wierden en Action, doordat Brunsman c.s. aan dezen geen afschrift toestuurden van voormelde brief van 16 januari 2009, maar een gelijkluidende brief, waarin de betalingsverplichting van € 70.000,- niet was opgenomen, zodat de gemeente daarvan onkundig bleef. Brunsman c.s. hebben Vos c.s. door deze handelwijze in feite opgelicht. Vos c.s. hebben daarvan dan ook aangifte gedaan bij de politie.

4.5. De bepaling met betrekking tot vergoeding van € 70.000,- is bovendien valselijk opgemaakt, omdat daarin ‘gemaakte en nog te maken kosten’ aan de zijde van Brunsman c.s. worden genoemd, terwijl van zulke kosten in werkelijkheid geen sprake was. Met die kosten kunnen met name niet zijn bedoeld de kosten van de aanleg van parkeerplaatsen, omdat Vos c.s. juist ter bestrijding van zulke kosten een forse bijdrage aan het parkeerfonds van de gemeente Wierden hebben betaald.

4.6. Vos c.s. betwisten de gevorderde buitengerechtelijke kosten. De bedoelde juridische kosten hebben kennelijk slechts betrekking op de gevoerde bestuursrechtelijke procedure, en zijn niet gemaakt ter incasso van de nu gevorderde hoofdsom.

4.7. Op grond van het voorgaande vorderen Vos c.s. in voorwaardelijke reconventie om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

Primair:

I. voor recht te verklaren dat de rechtshandeling d.d. 16 januari 2009, waarin Brunsman c.s. verklaren dat het door hen ingediende bezwaar tegen het besluit van de gemeente Wierden d.d. 21 november 2008 zal worden ingetrokken, op voorwaarde dat aan Brunsman c.s. een bedrag van € 70.000,- wordt vergoed “als vergoeding voor gemaakte en nog te maken kosten”, van rechtswege nietig is;

Subsidiair:

II. te vernietigen de rechtshandeling d.d. 16 januari 2009, waarin Brunsman c.s. verklaren dat het door hen ingediende bezwaar tegen het besluit van de gemeente Wierden d.d. 21 november 2008 zal worden ingetrokken, op voorwaarde dat aan Brunsman c.s. een bedrag van € 70.000,- wordt vergoed “als vergoeding voor gemaakte en nog te maken kosten”.

4.8. In conventie en in reconventie vorderen Vos c.s. veroordeling van Brunsman c.s. in de proceskosten en met veroordeling van Brunsman c.s. in de wettelijke rente over de proceskosten, indien en voor zover betaling van die kosten niet binnen vijf dagen na het in deze te wijzen vonnis heeft plaatsgevonden.

5. De beoordeling

5.1. Bij de onderhavige transactie hebben Brunsman c.s. zich verbonden om, tegen betaling van € 70.000,- door Vos c.s., het door Brunsman c.s. bij de gemeente Wierden ingediende bezwaarschrift in te trekken, dat zich richtte tegen het besluit van het College van B&W van die gemeente tot verlening van een bouwvergunning ten behoeve van de bouw van een detailhandelsvestiging van Action non-Food B.V. te Zwaagdijk-Oost op het adres Anjelierstraat 1. De rechtbank acht deze transactie niet in strijd met de wet, de openbare orde of de goede zeden. Het is, behoudens misbruik van omstandigheden, niet onrechtmatig om tegen betaling af te zien van gebruikmaking van een bestuursrechtelijk recht, zoals de indiening van een bezwaarschrift tegen de verlening van een bouwvergunning aan een derde.

5.2. Van misbruik van omstandigheden blijkt niet. Immers, Brunsman c.s. hadden een redelijk belang om zich door middel van indiening van een bezwaarschrift te verzetten tegen de verlening van de bouwvergunning, omdat (hetgeen Vos c.s. niet hebben betwist) de door die bouwvergunning mogelijk gemaakte vestiging van Action non-Food B.V. zou leiden tot een plaatselijk verhoogde behoefte aan parkeerruimte, met als redelijkerwijs te verwachten gevolg dat klanten van Action gebruik zouden gaan maken van de naastgelegen parkeerruimte van Brunsman, hetgeen ten koste zou gaan van beschikbare parkeerruimte voor klanten van Brunsman, met mogelijk omzetverlies en dus schade als resultaat. Het valt goed te begrijpen dat Brunsman c.s. die omzetschade hebben willen voorkomen door te streven naar, en te investeren in, uitbreiding van de ter plaatse beschikbare parkeerruimte, al dan niet in samenwerking met, en/of met een financiële bijdrage van, de gemeente Wierden. Het bedingen van de onderhavige betaling van € 70.000,- was onder die omstandigheden geen misbruik van omstandigheden, noch anderszins in strijd met de wet. Het stond Brunsman c.s. onder deze omstandigheden vrij om te trachten om (een deel van) de kosten van de naar verwachting redelijkerwijs noodzakelijke aanleg van parkeerplaatsen te dekken door bij Vos c.s. een vergoeding van zulke kosten te bedingen. Dat was onder de gegeven omstandigheden niet onredelijk ten opzichte van Vos c.s., die als verkopers van het perceel aan de Anjelierstraat 1 aan Action non-Food B.V. de door Brunsman c.s. daarvan mogelijk te lijden schade konden voorzien.

5.3. Hieraan kan ook niet afdoen dat, zoals Vos c.s. hebben gesteld en Brunsman c.s. hebben betwist, na het sluiten van de onderhavige overeenkomst, door toezeggingen van de gemeente Wierden en/of door een storting van Vos c.s. in het parkeerfonds van die gemeente, de door Brunsman c.s. gevreesde parkeerproblematiek zich in feite niet zal voordoen, en dat Brunsman c.s. de door hen gevreesde schade dus niet (zullen) lijden, en dat zij ook om deze reden geen aanspraak kunnen maken op het overeengekomen bedrag van € 70.000,-. Brunsman c.s. stellen daar terecht tegenover dat een eventuele storting door Vos c.s. in het parkeerfonds hen niet ontslaat van hun contractuele betalingsverplichting aan Brunsman c.s.. Zij hebben er ook op gewezen dat de aanleg van het benodigde aantal van (ongeveer) 50 parkeerplaatsen moet worden begroot op € 225.000,-. Vos c.s. hebben dat bedrag niet betwist, en ook niet concreet aangegeven tot welk gedeelte van dat bedrag de kosten zullen worden opgebracht door hetzij de gemeente Wierden, hetzij zal worden betaald uit de door Vos c.s. gedane storting in het parkeerfonds. Dit verweer is daarom onvoldoende onderbouwd.

5.4. Vos c.s. stellen zich verder op het standpunt, dat partijen als gevolg van de financiële noodtoestand van de besloten vennootschap Vos Verwarming en Sanitair B.V. (een werkmaatschappij van Vos c.s.) niet in gelijkwaardige onderhandelingsposities verkeerden, en dat Brunsman c.s. zich daarom in het belang van Vos c.s. hadden behoren te onthouden van het afsluiten van de onderhavige overeenkomst, waarbij Brunsman c.s. zich bereid verklaarden om tegen betaling van € 70.000,- de verkoop van de grond aan Action alsnog mogelijk te maken door intrekking van hun bezwaarschrift tegen de bouwvergunning. De rechtbank deelt dit standpunt echter niet. Voor het afsluiten van een rechtsgeldige overeenkomst is in het algemeen niet vereist, dat de contractanten in gelijkwaardige onderhandelingsposities verkeren. Brunsman c.s. hoefden hun eigen belang bij voorkoming van omzetschade door verlies van parkeerruimte niet achter te stellen bij het belang van Vos c.s. bij voorkoming van het faillissement van Vos Verwarming en Sanitair B.V., en het stond Brunsman c.s. dan ook vrij om in onderhandelingen met Vos c.s. een vergoeding te bedingen zoals zij hebben gedaan. Daarbij doet ook niet terzake dat Brunsman c.s. in vriendschappelijke contacten met Vos c.s. op de hoogte waren geraakt van de financiële problemen van Vos Verwarming en Sanitair B.V..

5.5. Er is, anders dan Vos c.s. stellen, in dit geding niet gebleken van door of namens Brunsman c.s. gepleegde valsheid in geschrift, noch van oplichting van Vos c.s. door Brunsman c.s.. Zulke delicten blijken met name niet uit de aard en de strekking van de tussen partijen afgesloten transactie, en ook niet uit de omstandigheid, dat door middel van de tweede door en/of namens beide partijen ondertekende brief d.d. 16 januari 2009, waarin wel de intrekking van het bezwaarschrift werd toegezegd maar geen melding werd gemaakt van de overeengekomen vergoeding, de gemeente Wierden en Action van die afgesproken vergoeding onkundig werden gelaten. Die ‘tweede’ brief was kennelijk bestemd om in afschrift te worden verstrekt aan de gemeente Wierden en/of aan Action. Dat in die brief de tussen Brunsman c.s. en Vos c.s. overeengekomen vergoeding niet wordt genoemd levert geen misdrijf op zoals gesteld.

5.6. Brunsman c.s. zijn de bij de onderhavige transactie door hen aangegane verplichting nagekomen. Zij hebben immers hun bij de gemeente Wierden ingediende bezwaarschrift ingetrokken. Zij hebben daarom nu recht op de daarvoor door partijen rechtsgeldig overeengekomen tegenprestatie, namelijk betaling van de afgesproken vergoeding van € 70.000,- . Deze vordering is dus voor toewijzing vatbaar, met de over dit bedrag gevorderde en niet betwiste wettelijke rente vanaf 16 februari 2009.

5.7. Over de hoofdsom zijn echter geen incassokosten toewijsbaar. Immers: deze door Brunsman c.s. gestelde incassokosten hadden volgens Brunsman c.s. zelf betrekking op de in deze kwestie gevoerde bestuursrechtelijke procedures, zoals de procedure tot indiening van een bezwaarschrift bij het College van B&W der gemeente Wierden, zodat deze dus niet strekten tot incasso van de nu gevorderde hoofdsom.

5.8. Brunsman c.s. vorderen voorts veroordeling van Vos c.s. tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat, op grond dat de door Vos c.s. bij de politie tegen Brunsman c.s. gedane aangifte wegens oplichting volstrekt ten onrechte is geschied en/of op onjuiste gronden berustte, en dat deze daarom jegens Brunsman c.s. onrechtmatig was. De rechtbank is van oordeel dat, wat er ook zij van de gestelde onrechtmatigheid van deze aangifte, de op grond daarvan gevorderde schadevergoeding reeds hierom niet toewijsbaar is omdat geen concreet schadebedrag is gesteld noch onderbouwd, terwijl evenmin is gesteld, noch aannemelijk is geworden, dat een schadestaatprocedure nodig is omdat de schade nog niet kan worden vastgesteld.

5.9. Omdat de vordering in conventie (grotendeels) zal worden toegewezen, is voldaan aan de voorwaarde, waaronder de eis in reconventie is ingesteld. Deze moet worden afgewezen, nu uit het voorgaande volgt, dat geen grond bestaat tot vernietiging of nietigverklaring van de onderhavige rechtshandeling van 16 januari 2009, zoals Vos c.s. in reconventie vorderen.

5.10. Omdat Vos c.s. in conventie grotendeels, en in reconventie geheel in het ongelijk worden gesteld dienen zij in beide instanties de proceskosten te betalen, die van het gelegde beslag (inclusief de daarop betrekking hebbende verschotten) daaronder begrepen.

6. De beslissing

De rechtbank:

In conventie:

I. Veroordeelt Vos c.s. hoofdelijk om aan Brunsman c.s. tegen kwijting te betalen € 70.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 16 februari 2009 tot die der algehele voldoening.

II. Veroordeelt Vos c.s. hoofdelijk in de kosten van deze procedure, die van de gelegde en opgeheven beslagen daaronder begrepen, aan de zijde van Brunsman c.s. tot deze uitspraak begroot op € 1.996,99 voor verschotten (betekeningskosten dagvaarding € 72,25, vast recht € 1.478,- en kosten van de beslaglegging ad € 337,16, en de kosten van opheffing van het beslag ad € 109,58) en op € 2.682,- (drie punten, Tarief IV) voor salaris van hun advocaat, vermeerderd met de na de uitspraak vallende kosten, forfaitair berekend op € 131,- zonder betekening en € 199,- in geval van betekening.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

IV. Wijst de vorderingen af.

V. Veroordeelt Vos c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Brunsman c.s. begroot op nihil voor verschotten en op € 1.341,- (anderhalve punt, Tarief IV) voor salaris van hun advocaat.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Hangelbroek en uitgesproken ter openbare zitting van op 9 december 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.