Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BK7673

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
17-12-2009
Datum publicatie
28-12-2009
Zaaknummer
322365
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Loonvordering werknemer in kort geding, nadat hem onts;ag op staande voet is verlleend. Vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-1011
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Almelo

Zaaknummer 322365 CV EXPL 09 – 6705

Vonnis 17 december 2009 (jho)

Vonnis

van de kantonrechter te Almelo in de rechtbank Almelo in zijn hoedanigheid van voorzieningenrechter in de zaak van

wonende te …

eiser, hierna ook wel eiser of de werknemer te noemen

gemachtigde mr B.J. Buiting van De Unie, vakbond voor

industrie en dienstverlening, gevestigd te Culemborg

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PERSOONALITY HOLDING B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Almelo

gedaagde, hierna ook wel Persoonality of de werkgeefster te noemen

gemachtigde mr A.E.B. de Hollander, manager juridische zaken bij gedaagde

Het procesverloop

1. Op 30 oktober 2009 is ter griffie van de sector kanton ingekomen een verzoekschrift met bijlagen van Persoonality strekkende tot ontbinding op de voet van artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van haar arbeidsovereenkomst met werknemer. Zulks voorwaardelijk voor het geval er per datum ontbinding nog een arbeidsovereenkomst mocht blijken te bestaan.

2. Het verweerschrift met bijlagen van werknemer op dat verzoekschrift is op 18 november 2009 ontvangen.

3. De behandeling van het verzoekschrift is op 23 november 2009 bepaald.

4. Bij brief van 19 november 2009 heeft mr De Hollander namens Persoonality op voorhand een aantal producties aan de kantonrechter doen toekomen.

5. Op 13 november 2009 heeft de deurwaarder op verzoek van werknemer aan Persoonality een dagvaarding in kort geding doen betekenen tegen de zitting van 23 november 2009. Aan de dagvaarding is een aantal producties gehecht.

6. De behandeling van het verzoekschrift en van het kort geding heeft gelijktijdig plaatsgevonden op 23 november 2009. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en door hun gemachtigden doen bepleiten. Beiden hebben zich daarbij van pleitaantekeningen bediend. Die zijn gehecht aan het van de behandeling opgemaakte proces-verbaal.

7. De inhoud van alle processtukken geldt als hier ingelast en herhaald.

8. De beslissingen in beide zaken zijn uiteindelijk op vandaag bepaald.

De beoordeling van de vordering en de motivering van de beslissing

1. De kantonrechter verwijst allereerst naar hetgeen door hem wordt overwogen in de rekestprocedure tussen partijen waarin heden beschikking wordt uitgesproken. Bij die beschikking wordt – verkort zakelijk weergegeven - de arbeidsovereenkomst tussen partijen, indien deze nog zou blijken te bestaan ontbonden per 1 januari 2010 onder toekenning van een billijke vergoeding aan werknemer van € 25.000,00 bruto.

2. Er behoort uitgegaan te worden van de navolgende genoegzaam aannemelijk geworden feiten en omstandigheden, welke van belang zijn voor een beoordeling van de vordering in kort geding en van het ontbindingsverzoek.

3. Werknemer is 37 jaar oud. Hij is per 1 augustus 1999 bij Persoonality in dienst getreden en de laatste tijd (sinds juni 2008) was hij werkzaam als application engineer gedurende 36 uren per week tegen een overeengekomen salaris van bruto € 3.220,00 per maand, exclusief vakantiegeld. Daarvoor was hij coördinator van de salarisadministratie. Persoonality houdt zich bezig met payrolling en heeft ongeveer 11.000 werknemers “in portefeuille”.

4. Tot voor 26 oktober 2009 waren er op het werk van werknemer blijkens de overgelegde mails wel wat opmerkingen, in het bijzonder omtrent de wijze waarop hij met collega’s omging, maar die berichten ademen niet de sfeer van ernstig disfunctioneren. Werknemer blijkt niet de makkelijkste werknemer te zijn. Hij is assertief, scherp, kritisch en snaaks in zijn opmerkingen, ook naar de leiding toe. Soms wat al te gevat, wellicht. Dat speelt hem nu door het gebeuren op 26 oktober jongstleden parten. In het afgelopen jaar heeft de werkgeefster werknemer wel een paar keer aangesproken op te laat komen. Hij heeft daar op 13 mei 2009 een officiële berisping voor gekregen. Nadien is het wel wat beter gegaan. Zin leidinggevende “Ernst Jan” heeft hem er in 2008 eens op gewezen dat hij op tijd op het werk zou moeten zijn en wat beschaafder en vriendelijker met zijn collega’s om te gaan. Het bericht sluit met het advies om in voorkomend geval van conflictsituaties of dreigende escalaties het contact met een afdelingsverantwoordelijke of teamleider te gaan zoeken.

5. Op maandag 26 oktober 2009 gaat het mis. De navolgende gang van zaken is vooralsnog aannemelijk geworden. Werknemer had op vrijdag 23 oktober 2009 – naar eigen zeggen – niet bewust een verzoek van een medewerkster om als applicatiebeheerder een enkele wijziging aan te brengen zodat zij haar werk beter zou kunnen doen, een handeling van enkele seconden, niet ingewilligd. Zonder haar van dienst te zijn is hij rond het middaguur naar huis gegaan in verband met een vrije middag en is daarna onbereikbaar voor Persoonality gebleven. Dat is bij de medewerkster in het verkeerde keelgat geschoten en deze heeft zich daar bij de manager interne zaken (tevens lid van het MT), de heer … over beklaagd. Deze roept werknemer op de ochtend van 26 oktober 2009 op het matje en tussen de heren ontspint zich een gesprek dat uiteindelijk volledig uit de hand loopt. … wordt verbaal erg boos, verliest daarna zijn controle en sommeert werknemer, die op een rustiger moment het gesprek had willen voortzetten, om niet weg te gaan maar om in de kamer van …t te blijven om een en ander aan te blijven horen.

6. Werknemer gaat in strijd met deze instructie de kamer van … uit en is voornemens naar zijn eigen werkplek te gaan. … geeft hem vervolgens, nog steeds in toorn, de opdracht om het pand te verlaten en herhaalt dit bevel nog een aantal keren. Werknemer blijft evenwel in het gebouw, kondigt aan contact te willen zoeken met de niet aanwezige heer …, directeur van Persoonality, en spreekt vervolgens telefonisch ook met deze directeur. Zelf verklaart werknemer dat hij daarna overeenkomstig afspraak met de directeur op het werk is gebleven om over hetgeen voorgevallen was tussen hem en … met de directeur te spreken. Enkele uren na het incident spreken werknemer en de directeur met elkaar. Dit gesprek eindigt met de aanzegging van ontslag op staande voet door de directeur, waarna werknemer het pand heeft verlaten. Het ontslag is daarna schriftelijk door mr Den Hollander aan werknemer bevestigd. Werknemer heeft daartegen geprotesteerd en zich voor arbeid beschikbaar gehouden.

7. Op de in de dagvaarding genoemde en ter zitting nader mondeling toegelichte gronden stelt werkenmer nu dat van een dringende reden voor ontslag op staande voet geen sprake was op 26 oktober 2009 en hij vordert loondoorbetaling en wedertewerkstelling tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst eventueel alsnog rechtsgeldig zou eindigen. Persoonality neemt het standpunt in dat met name de weigering van werknemer om op bevel van … het pand te verlaten voldoende dringende reden is voor ontslag op staande voet. Beide partijen zeggen een bodemprocedure met als inzet die dringende reden voor het ontslag met vertrouwen tegemoet te zien.

8. De kantonrechter behoort nu in deze kort gedingprocedure, waarin voor uitgebreide conclusiewisseling en bewijslevering geen plaats kan zijn, een inschatting te maken van de kans dat een collega – kantonrechter en (mogelijk) daarna het Gerechtshof te Arnhem en (eventueel) daarna de Hoge Raad in een nog te entameren bodemprocedure zal oordelen of de door Persoonality aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende bewezen zijn en dan ook nog eens een dringende reden voor zodanig ontslag vormen.

9. De kans dat het ontslag op staande voet het uiteindelijk “zal houden” acht de kantonrechter niet zo groot. Er is sprake van een dienstverband van ongeveer tien jaar tussen Persoonality en een werknemer met de hiervoor omschreven eigenschappen. Geen makkelijke man, maar blijkbaar wel goed in zijn werk. Hele zwaarwegende aanmerkingen op zijn functioneren waren er tot 26 oktober 2009 niet. Op 23 oktober 2009 laat hij iets na. Het zal niet te bewijzen zijn dat hij dat met opzet heeft gedaan. Een mens kan in de drukte iets ontschieten. Het feit dat hij daarna niet bereikbaar was is, achteraf bezien, erg vervelend omdat het probleem van de werkneemster daarom die middag niet alsnog kon worden opgelost. Het zal evenmin te bewijzen zijn dat werknemer zich die middag welbewust onbereikbaar heeft gemaakt. Eventueel zou nog van belang kunnen zijn of tussen partijen een voortdurende afspraak bestond dat de applicatiebeheerder ook buiten werktijd bereikbaar moest zijn voor het oplossen van problemen of probleempjes.

10. Het foutje van werknemer op vrijdag 23 oktober lijkt niet zonder meer een reden om tot een ingelast “functioneringsgesprek”over te gaan zoals … dat met werknemer heeft gehouden. Aangenomen moet worden, immers heeft Persoonality dat nog niet weersproken, dat werknemer op de maandagochtend, voorafgaand aan het gesprek met …, de vrijdagwens van de werkneemster al had vervuld. In dit kort geding is onduidelijk gebleven waarom …, nota bene een lid van het managementteam en niet eens de direct leidinggevende van werknemer, met de door hemzelf ter zitting erkende en in volume stijgende stemverheffing werknemer heeft laten weten dat hij iets fout had gedaan. Van een manager interne zaken had wat meer tact en rust verwacht mogen worden. Het zal zo zijn dat hij de houding van werknemer irritant heeft gevonden en dat hij niet gediend was van de mededeling van de werknemer om op dat moment het gesprek niet voort te zetten, maar daar een rustiger moment voor af te wachten. Het is echter uiterst vreemd en dus niet passend dat een manager vervolgens de 37 jarige werknemer met tien dienstjaren, als ware deze een schooljongen, verbiedt om zijn kamer te verlaten onder mededeling dat hij ontslagen was als hij weg zou gaan. … maakt het naar het oordeel van de kantonrechter nog bonter door vervolgens, nog steeds in grote woede, de weglopende werknemer te volgen en hem te bevelen het pand te verlaten op straffe van ontslag op staande voet.

11. Overigens geeft … zelf aan misschien wel tot het voeren van het gesprek bevoegd te zijn als manager interne zaken, maar hij denkt niet gerechtigd te zijn (geweest) om iemand ontslag op staande voet aan te zeggen. Dat zou een directeursbevoegdheid zijn. Als de kruitdampen zijn opgetrokken is het eindresultaat van het foutje van werknemer op vrijdagmiddag een later op de dag door directeur … gehandhaafd ontslag op staande voet. De vergelijking van de mug en de olifant dringt zich hier op. Werknemer zal ongetwijfeld … hebben geïrriteerd. Deze had zich evenwel professioneler moeten gedragen. Hij had werknemer rustig kunnen berispen en hem een gesprek met de directeur in het vooruitzicht kunnen stellen, waarbij eventueel een berisping of hooguit een loonsanctie maximaal passend was geweest. Indien al vast zou zijn komen te staan dat werknemer de voorafgaande vrijdagmiddag bewust een verzoek van de werkneemster om een applicatiehandeling te verrichten naast zich neer had gelegd. Dat laatste staat geenszins vast.

12. Werknemer is na het bevel van … niet direct weggegaan. Hij heeft, zoals heel begrijpelijk en redelijk voorkomt, eerst met directeur … willen spreken over wat er was voorgevallen. Het was dan aan deze directeur om, gehoord alle betrokkenen, de feiten te wegen en zonodig tot een sanctie te komen. Hoewel de directeur niet ter zitting aanwezig was en evenmin een schriftelijke verklaring van hem voorhanden is, moet het er voorshands voor gehouden worden dat juist is de stelling van werknemer dat hij na het bevel van … om weg te gaan met telefonische toestemming van de directeur uiteindelijk toch is gebleven om het gesprek met de directeur af te wachten. Daarmee is het bevel van … in feite overruled. Het daarna door de directeur opnieuw gegeven ontslag op staande voet op grond van hetgeen die ochtend was voorgevallen zal door de bodemrechter op zijn merites moeten worden beoordeeld. Het zij herhaald: de kantonrechter acht de kans dat het gelijk aan de zijde van de werkgeefster zal zijn niet zo groot.

13. Bij afzonderlijke beschikking van vandaag zal de arbeidsovereenkomst, als deze nog zou blijken te bestaan, per 1 januari 2010 worden ontbonden omdat ter zitting wel duidelijk is geworden dat werknemer door alles wat is voorgevallen er niet zoveel heil meer inziet om naar Persoonality terug te keren en op de oude voet zijn werk weer te hervatten. In die zin zijn de uitbarsting van … en het gegeven ontslag op staande voet voldoende geweest om nu te kunnen spreken van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie waarbij een vruchtbare samenwerking in de toekomst niet meer valt te verwachten. Dat ziet werknemer uiteindelijk ook in. Hij heeft zijn vordering tot wedertewerkstelling ingetrokken.

14. Omdat de kans groot is dat de bodemrechter, later oordelend, zal bepalen dat werknemer tot aan de ontbinding recht heeft op normale doorbetaling van zijn salaris cum annexis, zal het petitum sub 1 worden toegewezen. Werknemer heeft er recht op en belang bij dat hij tot 1 januari 2010 niet zonder inkomsten zal zijn en dat hij niet op salaris hoeft te wachten totdat hij in een bodemprocedure in het gelijk zou worden gesteld. De gevorderde wettelijke verhoging zal worden tot 10 %.

15. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Persoonality de proceskosten moeten dragen.

De beslissing

De kantonrechter als voorzieningenrechter:

I Veroordeelt Persoonality tot doorbetaling aan werknemer van salaris ad EUR 3.220,00 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en overige emolumenten, vanaf 26 oktober 2009 tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal eindigen, te verhogen met de wettelijke verhoging daarover ad 10 % zomede met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2009 tot aan de dag der voldoening.

II Veroordeelt Persoonality in de kosten van deze procedure. Die kosten worden tot op deze uitspraak aan de zijde van werknemer begroot op € 693,98, waaronder € 400,00 wegens gemachtigdesalaris.

III Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV Wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr J.H. Olthof, kantonrechter te Almelo in de rechtbank Almelo, en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.