Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BK7305

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
16-12-2009
Datum publicatie
22-12-2009
Zaaknummer
107381 / KG ZA 09-377
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Door eiseres gevorderd contact- en straatverbod toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 107381 / KG ZA 09-377

datum vonnis: 16 december 2009 (mw)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te Goor,

eiseres,

verder te noemen [Eiseres],

advocaat: mr. A. Gerards,

tegen

[Gedaagde],

wonende te Goor,

gedaagde,

verder te noemen [Gedaagde],

in persoon verschenen.

Het procesverloop

[Eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 8 december 2009. Ter zitting zijn verschenen: [Eiseres], vergezeld door mr. Gerards, en [Gedaagde] in persoon. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

2. [Eiseres] en [Gedaagde] zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van 31 januari 2007 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking vervolgens is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Hof van Twente te Goor. Partijen hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, te weten een dochter van thans 15 jaar en een zoon van 6 jaar. Beide partijen wonen in Goor, gemeente Hof van Twente. In de onderlinge contacten tussen partijen hebben zich de afgelopen jaren meermalen problemen voorgedaan, waarbij [Gedaagde] zich telkens bedreigend jegens [Eiseres] heeft uitgelaten en [Eiseres] en haar zwager zelfs een keer met een stok heeft aangevallen. [Eiseres] heeft van de destijds gepleegde feiten aangifte gedaan.

3. [Eiseres] vordert om een contact- en straatverbod tegen [Gedaagde] uit te spreken. [Gedaagde] blijft namelijk ruzie zoeken. In het weekend van 20 en 21 november 2009 is het tussen partijen wederom geëscaleerd, waarna [Eiseres] en haar vriend opnieuw aangifte hebben gedaan.

[Eiseres] moet ervaren dat [Gedaagde] steeds opnieuw de confrontatie met [Eiseres] aangaat.

De verhouding en relatie tussen [Eiseres] en [Gedaagde] is ernstig verstoord. [Eiseres] heeft er belang bij dat aan de steeds weer ontstane gespannen situaties spoedig een einde komt en persisteert derhalve bij het gevorderde contact- en straatverbod. [Eiseres] heeft overigens geen bezwaar tegen een bezoek van de kinderen aan hun vader. De afstand tussen beide woningen bedraagt omstreeks 1,5 kilometer. Zij liggen derhalve op fietsafstand van elkaar.

4. [Gedaagde] heeft de vordering van [Eiseres] gemotiveerd betwist en verzoekt deze vordering af te wijzen. De problemen tussen partijen zijn voor een groot deel aan [Eiseres] te wijten. [Gedaagde] voelt zich door [Eiseres] bedrogen, vooral in financiële zin. [Eiseres] en [Gedaagde] zouden namelijk ook in Turkije gaan scheiden en [Gedaagde] zou de kosten van de advocaat aldaar ad € 1.000,= voldoen, in ruil waarvoor [Eiseres] zou afzien van door [Gedaagde] te betalen kinderalimentatie. Tegen die afspraak in werd het LBIO door [Eiseres] ingeschakeld voor de inning van die alimentatie.

[Gedaagde] erkent dat hij met betrekking tot de bedreigingen jegens [Eiseres] dom heeft gehandeld. Hij is echter nog steeds boos op haar en kan niet beloven dat het in de toekomst op dat punt beter zal gaan. Wat de uitspraak ook wordt: [Gedaagde] wil wel graag contact met zijn kinderen houden.

5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de aard van het gevorderde het spoedeisend belang bij de onderhavige vordering voortvloeit.

Een straatverbod maakt inbreuk op het fundamentele recht van gedaagde op bewegingsvrijheid. Voor toewijzing van een dergelijk verbod moet in hoge mate aannemelijk zijn dat er feiten en omstandigheden zijn die zo'n inbreuk op zijn recht kunnen rechtvaardigen. De voorzieningenrechter oordeelt dat zulks hier het geval is. De uitlatingen van [Gedaagde] ter terechtzitting dat hij niet kan beloven dat hij de bedreigingen jegens [Eiseres] in de toekomst achterwege laat en dat hij nog steeds boos op [Eiseres] is, brengt de voorzieningenrechter tot de slotsom dat de kans op herhaling van bedreigingen jegens [Eiseres] aan haar (woon)adres onverminderd aanwezig is en dat het gevorderde contact- en straatverbod daarom behoort te worden toegewezen. Dit contact- en straatverbod staat er niet aan in de weg dat [Gedaagde] thuis zijn kinderen kan ontvangen, nu die op fietsafstand van zijn huis wonen.

6. Aan de te verbeuren dwangsommen zal als na te melden een maximum worden verbonden.

7. In de omstandigheid dat partijen voormalige echtelieden van elkaar zijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen als na te melden te compenseren.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. verbiedt [Gedaagde] om gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis in de meest ruime zin (telefonisch, per sms, per e-mail, in persoon, per post e.d.) contact op te nemen met [Eiseres].

II. verbiedt [Gedaagde] om zich gedurende twee jaren na betekening van dit vonnis in een straal van 350 meter rondom het perceel Zzz te Goor, gemeente Hof van Twente te begeven en / of te bevinden.

III. veroordeelt [Gedaagde] tot betaling van een dwangsom ad € 250,00 voor elke dag of gedeelte van de dag dat hij niet voldoet aan de onder I. en II. vermelde verboden, zulks tot een maximum van € 5.000,00.

IV. machtigt [Eiseres] om de naleving van de onder I. en II. vermelde verboden met behulp van de sterke arm van politie en justitie te bewerkstelligen.

V. compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij zijn of haar eigen kosten draagt.

VI. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VII. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2009, in tegenwoordigheid van Zomer, griffier.