Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BK4851

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-11-2009
Datum publicatie
01-12-2009
Zaaknummer
106381 / KG ZA 09-346
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming woning in verband met professionele, bedrijfsmatige hennepkwekerij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 106381 / KG ZA 09-346

datum vonnis: 20 november 2009 (gc)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting

Woningstichting X,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

Y,

wonende te Enschede,

gedaagde,

advocaat: mr. M.E. Kikkert te Enschede.

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 13 november 2009. Ter zitting zijn verschenen: mevrouw C. P. en mevrouw G. ter B., beiden woonconsulent bij eiseres, vergezeld door mr. Leijssen en gedaagde vergezeld door mr. Kikkert. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

- Gedaagde huurt sinds 8 maart 2007 van eiseres de woning aan de …… te …….. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van eiseres van toepassing.

- Op 16 september 2009 is de politie binnengevallen in genoemde huurwoning en heeft geconstateerd dat in de schuur een hennepplantage aanwezig is.

2. Bij dagvaarding vordert eiseres, kort gezegd, de ontruiming van gedaagde, de ontruiming te mogen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm en om gedaagde te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

3. Eiseres stelt daartoe dat de schuur van de woning van gedaagde is gebruikt voor het kweken van hennep. Hennepkwekerijen kunnen ernstige schade veroorzaken aan het gehuurde door kortsluiting en door oververhitting kan brand ontstaan. Daarnaast is de hoge luchtvochtigheid en warmte waarmee het kweken gepaard gaat schadelijk voor het gehuurde. Uit het door de politie opgemaakte proces-verbaal is gebleken dat gedaagde te kennen heeft gegeven dat de kwekerij van haar was en de aanwezige politiebeambten hebben geconstateerd dat het een professionele kwekerij betrof. Het exploiteren van een hennepkwekerij is in strijd met de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en met de op die overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Dit is een ernstige wanprestatie, die in gevolge artikel 6:265 BW grond geeft voor beëindiging van de huurovereenkomst en om vooruitlopend daarop de ontruiming van het gehuurde te vorderen. Het spoedeisende belang is gegeven omdat enerzijds eiseres in het geval van hennepkwekerijen een lik op stuk beleid voert en anderzijds de kans op herhaling groot is.

4. Gedaagde heeft verweer gevoerd. Allereerst heeft gedaagde gesteld dat geen spoedeisend belang door eiseres is aangetoond. Bij de vraag of sprake is van een spoedeisend belang dient een afweging plaats te vinden van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Eiseres heeft gesteld dat er schade aan de woning is toegebracht omdat de kweek gepaard gaat met een hoge luchtvochtigheidsgraad en warmte. Deze stelling heeft zij echter niet concreet gemaakt en is dus onvoldoende gesteld om de mogelijk voor de belangenafweging van belang zijnde aspecten te kunnen aannemen. Daarnaast is de gevorderde voorziening verre van voorlopig. Na ontruiming zal terugkeer in de woning door gedaagde niet meer mogelijk zijn aangezien de woning aan een ander zal zijn verhuurd. Om die reden moet in kort geding terughoudend met tot ontruiming strekkende vorderingen worden omgegaan. Bovendien is de vermeende kwekerij al op 16 september 2009 opgeruimd en gevaar voor recidive is niet meer aanwezig. Alle belangen afwegend is thans geen sprake van een situatie die dusdanig acuut of ernstig is, dat een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

4.1 Gedaagde erkent dat door de politie op 16 september 2009 een inval is gedaan. In de woning zelf is echter geen hennepkwekerij aangetroffen. Uit het door de politiebeambten opgemaakte proces-verbaal blijkt, dat zij hebben gezien dat twee mannen bezig waren in het schuurtje bij de woning en dat in het schuurtje enkele voor hennepkweek benodigde attributen zijn aangetroffen. Er was echter geen sprake van een in werking zijnde hennepkwekerij, laat staan dat sprake was van op bedrijfsmatige en professionele wijze kweken van hennep. Daarvoor waren niet alle benodigde attributen in het schuurtje aanwezig. Gedaagde heeft de schuur vanwege financiële omstandigheden willen gaan gebruiken als kwekerij en ook als zodanig ingericht, maar zij heeft zich naderhand bedacht en haar ex-man verzocht de spullen definitief weg te gooien en op te ruimen. Plantjes zijn nooit in de schuur gepoot. Van een wanprestatie die grond geeft de huur overeenkomst te ontbinden is dan ook geen sprake.

5. De voorzieningenrechter overweegt dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening als gevorderd en dat de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht, gelet op de aard van de verwijten die gedaagde worden gemaakt. Daarmee komt de voorzieningenrechter toe aan een materiële beoordeling van het geschil.

6. De voorzieningenrechter overweegt dat de vordering van eiseres kan worden toegewezen. Uit het door de politiebeambten opgemaakte proces-verbaal blijkt dat zij in de bij de door gedaagde gehuurde woning behorende schuur diverse attributen benodigd voor een hennepkwekerij hebben aangetroffen en dat zij in de vuilcontainer voor die schuur diverse restanten, zoals onder andere tuinaarde, blokjes glaswol en delen plantenresten van hennepplanten, afkomstig van een hennepkwekerij hebben aangetroffen. De in de schuur aanwezige attributen wijzen volgens het proces-verbaal op een kwekerij voor mogelijk 125 hennepplanten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staat hiermee vast dat gedaagde op bedrijfsmatige wijze hennep heeft gekweekt in de bij de woning behorende schuur. Het verweer van gedaagde dat het niet ging om een professionele of bedrijfsmatige kwekerij faalt. Zij heeft immers verklaard dat de kwekerij van haar was en is opgezet als gevolg van financiële problemen. Gedaagde kweekte dus hennep om er geld mee te verdienen, en dus bedrijfsmatig. Ook de conclusie in het proces-verbaal van de politiebeambten dat het mogelijk was om ongeveer 125 hennepplanten te kweken wijst op de aanwezigheid van een bedrijfsmatige en professionele kwekerij dan wel dat een dergelijke kwekerij aanwezig is geweest. Dat ten tijde van de inval geen volledige kwekerij meer werd aangetroffen in de schuur doet aan de tekortkoming in het verleden niets af. Eiseres heeft dan ook het recht om op grond van artikel 6:265 BW in een bodemprocedure de overeenkomst te ontbinden en om, vooruitlopend daarop, de ontruiming te vorderen.

7. De gevorderde termijn om gedaagde te gebieden om de woning binnen zeven dagen na betekening van het vonnis te ontruimen is, gelet op de bij gedaagde geconstateerde ernstige ziekte, naar het oordeel van de voorzieningenrechter te kort. Gedaagde zal wellicht onderzoeken en behandelingen moeten ondergaan en deze zullen haar hinderen in een zoektocht naar een andere woning. De voorzieningenrechter zal de termijn aldus verlengen dat gedaagde uiterlijk voor 16 januari 2010 de woning zal moeten hebben verlaten.

8. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagde om uiterlijk voor 16 januari 2010 de woning staande en gelegen aan de Dr. Eekmanstraat 18 te Enschede met al het hare en de haren te ontruimen en te verlaten.

II. Veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op € 334,25 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Koopmans, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.