Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BK3745

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
16-11-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
104251 - FA RK 09-909
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eenouderadoptie door een lesbisch stel.

Het kind is verwekt door middel van KI met semen van een bekende donor. Die donor is de vader van verzoekster (opa dus). Hoewel opa instemt met het verzoek wordt het verzoek toch afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat er niet is voldaan aan alle vereisten als vermeld in art.1:227 BW en dan met name aan de voorwaarde dat vaststaat dat de minderjarige voor de toekomst redelijkerwijs niets meer van de man in zijn hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Nu verzoekster en haar echtgenote op hetzelfde adres wonen als de man (opa) en de man ter zitting heeft aangegeven dat hij in de toekomst wel oppaswerkzaamheden zal verrichten, een goede en hechte band met zijn (klein)kind zal opbouwen, en daarbij komt dat de man en de minderjarige elkaar in de toekomst bijna dagelijks zullen zien kan niet gezegd worden dat de minderjarige niets meer van de man als ouder te verwachten heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2010, 24

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 104251 / FA RK 09-909 (HMJ)

beschikking van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 16 november 2009

inzake

B.

verzoekster,

wonende te ,

advocaat: .

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

A.,

wonende te ,

verder te noemen: A..

C.,

wonende te ,

verder te noemen: de man.

1. Het procesverloop

1.1. Op 23 juli 2009 is een verzoekschrift tot eenouder-adoptie ter griffie ingekomen.

1.2. Aan de Raad voor de Kinderbescherming is op 22 september 2009 een afschrift van het verzoekschrift gestuurd.

1.3. De zaak is behandeld ter zitting van 9 oktober 2009. Ter zitting zijn verschenen:

- verzoekster, vergezeld door mr. Masselink;

- A.;

- de man;

- de heer De Vries, namens de Raad voor de Kinderbescherming;

- mr. A.H.J.M. Damen, Officier van Justitie.

De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling heeft de griffier proces-verbaal opgemaakt.

1.4. De beschikking is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1. Verzoekster en A. hebben al ruim 7 jaar een affectieve relatie en zijn op 20 april 2007 te Weerselo gehuwd.

2.2. A. is zwanger geworden na kunstmatige inseminatie op 4 februari 2009. A. is op 27 oktober 2009 uitgerekend.

2.3. Het (ongeboren) kind is verwekt door middel van kunstmatige inseminatie met het semen van een bekende donor. De donor is de vader van verzoekster.

2.4. A. stemt in met het verzoek tot adoptie.

2.5. Verzoekster, A. en de man wonen op hetzelfde adres. Verzoekster en A. voeren een gezamenlijke huishouding. De man voert samen met zijn echtgenote een gezamenlijke huishouding. Verzoekster en A. voeren dus geen gezamenlijke huishouding met de man. Zij wonen op hetzelfde adres, maar wonen daar wel apart.

3. De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

3.1. In dit geding heeft verzoekster verzocht de adoptie uit te spreken van het ongeboren kind. A. kan met dit verzoek instemmen evenals de man. De man heeft in de “Verklaring bekende donor/verwekker” d.d. 24 juli 2009 en ter zitting verklaard geen belanghebbende in de adoptieprocedure van verzoekster te zijn en voorts heeft hij verklaard alle rechten aan verzoekster te geven. Hij verzet zich niet tegen de verzochte adoptie.

3.2. De Raad voor de Kinderbescherming heeft – desgewenst – ter zitting te kennen gegeven zich niet te verzetten tegen het verzoek tot adoptie.

3.3. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft ter zitting geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek tot adoptie. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie wordt thans niet voldaan aan het vereiste dat vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat het (ongeboren) kind niets meer van de man in zijn hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.

3.4. De rechtbank stelt voorop dat bij adoptie juridisch ouderschap wordt gecreëerd en dat alle juridische banden met de oorspronkelijke ouder worden verbroken. Dit maakt dat adoptie met veel waarborgen moet zijn omgeven. Ingevolge het bepaalde in artikel 1: 227 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) kan het verzoek tot adoptie alleen kan worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan.

3.5. De rechtbank zal allereerst onderzoeken of is voldaan aan de voorwaarde dat vaststaat voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat het kind niets meer van de man in zijn hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.

3.6. De rechtbank overweegt als volgt. Ouderschap impliceert het dragen van verantwoordelijkheid jegens het kind, onder meer ten aanzien van verzorging en opvoeding, maar ook door het geven van aandacht en affectie. Ouderschap is naar zijn aard bestendig en duurzaam. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 1:227 BW blijkt dat het begrip ouder in dat artikel ruim moet worden opgevat. Het omvat niet alleen de juridische ouder, maar onder omstandigheden ook de biologische ouder. Het enkele donorschap van de man brengt op zichzelf geen family life tussen hem en het kind met zich; daarvoor moet sprake zijn van bijkomende omstandigheden. Vaststaat dat verzoekster, A. en de man voor de conceptie van het kind afspraken hebben gemaakt. Verzoekster en A. zullen het kind opvoeden en de man is een rol als grootouder toebedeeld in het leven van het kind. De verwachting is dat de man, nu verzoekster en het (thans nog ongeboren) kind op hetzelfde adres (zullen) wonen, het kind zeer regelmatig ziet. Bovendien heeft de man ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaard voornemens te zijn (onder meer) oppastaken voor zijn rekening te nemen en een goede en hechte band met zijn kleinkind op te bouwen. De rechtbank is – gelet hierop – van oordeel dat de man als ouder in de zin van het bepaalde in artikel 1:227 BW dient te worden aangemerkt en dat niet is voldaan aan het vereiste dat thans vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat het (ongeboren) kind niets meer van de man in zijn hoedanigheid als ouder te verwachten heeft. Hieraan doet niet af, dat de man in zowel de “verklaring bekende donor/verwekker” als ter zitting heeft verklaard dat hij niet een rol als ouder, doch enkel als grootouder wenst te vervullen.

3.7. Nu aan één van de voorwaarden die de wet voor adoptie stelt, niet is voldaan, dient het verzoek tot adoptie te worden afgewezen en kan de bespreking van de overige voorwaarden voor adoptie achterwege blijven.

3.9. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat in het onderhavige geval, waarin het te adopteren kind nog niet is geboren, de (toewijzende) beslissing op het verzoek tot adoptie pas dan dient te worden uitgesproken als de geboorteakte van het kind is ontvangen. De rechtbank overweegt daartoe dat een behoorlijke identificatie van het adoptief kind slechts gewaarborgd kan worden indien de naam en de overige geboortegegevens van het kind (zoals vermeld in de geboorteakte) in de adoptiebeschikking staan vermeld.

De beslissing

De rechtbank:

Wijst het verzoek tot adoptie af.

Deze beschikking is gegeven te Almelo door mrs. Jongebreur, Moes en Blomhert en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2009 in tegenwoordigheid van R.P. Jansen, griffier.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan het Openbaar Ministerie en de belanghebbende. Voorts wordt een afschrift verzonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem:

door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.