Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BK2108

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
05-11-2009
Zaaknummer
R 502-503/06
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van een verzoek tot verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

Schuldsaneringsnummers:

Datum uitspraak: 7 juli 2009

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:

<>,

geboren op <>

en

<>,

geboren op <>,

beiden wonende te <>,

verzoekers, verder ook <> te noemen.

Het procesverloop

Op 12 mei 2009 is een verzoek van <> tot wijziging van het op 31 oktober 2006 vastgestelde saneringsplan, in die zin dat de looptijd van de schuldsaneringsregeling wordt verkort van vijf tot drie jaren, behandeld.

Op 2 juni 2009 is een tussenvonnis gewezen, welk vonnis als hier ingevoegd wordt beschouwd. In het tussenvonnis is bepaald dat de behandeling wordt voortgezet ter terechtzitting van 23 juni 2009.

Op 23 juni 2009 heeft opnieuw behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Ter zitting zijn <>, <> en <>, de bewindvoerder, verschenen.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling:

De feiten

<> hebben om verkorting van de in het saneringsplan vastgestelde looptijd verzocht, omdat zij met het vastgestelde vrij te laten bedrag nauwelijks nog ‘rond kunnen komen’. Volgens verzoekers is dit het gevolg van hoge medische kosten, waaronder reiskosten naar en van ziekenhuizen, die niet of niet volledig worden vergoed.

Uit het vonnis van 31 oktober 2006, waarin de schuldsaneringsregeling op verzoekers van toepassing is verklaard en het saneringsplan is vastgesteld, blijkt dat verzoekers zijn toegelaten en de looptijd van de schuldsaneringsregeling is vastgesteld op vijf jaren, omdat er sprake is van een aanzienlijke spaarcapaciteit die, indien er vijf jaren wordt afgedragen, leidt tot vrijwel volledige voldoening van de schuldenlast. De rechtbank heeft overwogen dat dit bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat er aan de verwijtbaarheid van de schuldenlast voorbij wordt gegaan.

Uit een brief met bijlagen van de bewindvoerder van 28 mei 2009 blijkt dat de fiscale gevolgen van de ontvangst van de vergoeding voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van <> met TNT, bestaan uit een belastingaanslag van, naar verwachting, € 225,--.

Uit voornoemde brief blijkt eveneens dat verzoekers nog € 1.707,60 aan de boedel dienen af te dragen, onder andere in verband met de verkoop van een auto door verzoekers en nog af te dragen vakantiegeld betreffende de jaren 2007 en 2008. De achterstand aan de boedel was hoger, maar verzoekers hebben inmiddels een aantal aflossingen verricht.

Voorts hebben <> te kennen gegeven een verzoek tot toepassing van het meerderjarigenbewind te willen doen.

De toelichting van verzoekers

Ter zitting van 23 juni 2009 heeft <> verklaard dat zijn dienstverband op 30 juni 2009 eindigt. <> heeft zich ziek gemeld in verband met lichamelijke klachten die wijzen op een nekhernia. <> heeft verklaard dat hij solliciteert en door zijn voormalige werkgever, TNT, wordt ondersteund bij het verwerven van een nieuwe baan.

<> heeft verklaard dat de achterstand aan de boedel in het begin van de schuldsaneringsregeling is ontstaan, doordat zij en <> er vanuit gingen dat ze de opbrengst van de verkoop van de auto en het vakantiegeld mochten behouden. <> heeft verklaard dat ze niet weet hoe ze de achterstand moeten inlopen.

De toelichting van de bewindvoerder

De bewindvoerder heeft verklaard dat de problemen in de schuldsaneringsregeling niet alleen zijn ontstaan door onwil, maar ook door onmacht. Volgens de bewindvoerder heeft hij stukken die zien op de aanvraag van meerderjarigenbewind ontvangen. De bewindvoerder is van mening dat het meerderjarigenbewind rust zou brengen voor <> en zou leiden tot juiste prioriteitstelling in het beheer van hun financiën. De bewindvoerder heeft verklaard dat er na het eindigen van het dienstverband van <> een spaarcapaciteit resteert van € 400,-- à € 500,-- per maand.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de door verzoekers aangevoerde gronden, niet kunnen leiden tot wijziging van het saneringsplan, in de zin van verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling. Deze gronden wegen niet op tegen de nog steeds aanwezige gronden om de looptijd van de schuldsaneringsregeling op vijf jaren vast te stellen. De spaarcapaciteit is verlaagd, maar nog steeds fors. Het niet kunnen ‘rondkomen’ kan wellicht worden opgelost door ondersteuning bij de budgettering, zoals in het geval van een meerderjarigenbewind.

Bovendien is er nog sprake van een achterstand in boedelafdracht, die aan verkorting van de looptijd van de schuldsaneringsregeling in de weg staat.

De beslissing:

de rechtbank:

wijst het verzoek tot wijziging van het saneringsplan af.

Gewezen door mr. M.M. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 7 juli 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.

De schuldenaren hebben gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend worden ingesteld bij door een advocaat ondertekend verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het Gerechtshof te Arnhem.