Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BK0196

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
105530 / KG ZA 09-299
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Toewijzing erkende geldvordering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 105530 / KG ZA 09-299

datum vonnis: 13 oktober 2009 (z)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

X B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres,

verder te noemen X,

advocaat: mr. S. Visser te Hendrik Ido Ambacht

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Y B.V.,

gevestigd te Hengelo,

gedaagde,

verder te noemen Y,

“in persoon” verschenen.

Het procesverloop

X heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 6 oktober 2009. Ter zitting zijn verschenen:

mr. S. Visser namens X en de heer Z namens Y. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

X heeft in opdracht en voor rekening van Y in 2009 diensten verricht, bestaande uit detacheringswerkzaamheden. In dat verband heeft X een vijftal facturen aan Y gezonden, totaal belopend een bedrag van € 32.901,12. Deze facturen zijn onbetaald gebleven. Y heeft de facturen zonder protest behouden. Aanmaningen hebben Y niet tot betaling bewogen.

2. Het standpunt van X:

X vordert in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, om Y tegen behoorlijk bewijs van kwijting tot betaling van voormeld bedrag te veroordelen, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.158,=, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 dagen vanaf de aanvang van de dag volgend waarop de door X geleverde prestatie is ontvangen, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Y in de kosten van deze procedure.

Ondanks sommatie blijft Y met betaling van het door X gevorderde in gebreke.

De vordering van X wordt door Y niet betwist en staat derhalve vast.

X heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening, nu zij haar commerciële activiteiten slechts kan voortzetten indien haar cliënten hun vorderingen aan X voldoen. X persisteert bij het door haar in deze procedure gevorderde.

3. Het standpunt van Y:

Y erkent dat zij een bedrag van € 32.901,12 aan X verschuldigd is. Zij kan echter niet betalen, omdat zij in financiële moeilijkheden verkeert. Dat was een gevolg van de omstandigheid dat één van de aandeelhouders niet langer in Y wilde investeren. Vervolgens liet de andere aandeelhouder weten dat zij dat niet alleen wilde doen. Ook een overbruggingskrediet bleek onbespreekbaar. Het is tot op heden evenmin gelukt andere financiers te vinden.

4. De overwegingen van de voorzieningenrechter:

De voorzieningenrechter zal het door X gevorderde toewijzen. Nu de gevorderde hoofdsom van € 32.901,12 integraal door Y wordt erkend, staat deze naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende vast.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn op grond van het bepaalde in het rapport Voorwerk II eveneens toewijsbaar, evenals de primair gevorderde wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 119a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek over de gevorderde hoofdsom van € 32.901,12. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten is niet toewijsbaar, nu niet gesteld of gebleken is dat eiseres deze kosten daadwerkelijk heeft voldaan.

Tenslotte zal Y als de in het ongelijk gestelde partij als hierna te melden in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt Y om aan X tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het verschuldigde bedrag van € 32.901,12, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.158,=, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 dagen vanaf de aanvang van de dag volgend waarop de door X geleverde prestatie is ontvangen.

II. Veroordeelt Y in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van X begroot op € 1.084,25 aan verschotten en € 527,= aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2009, in tegenwoordigheid van Zomer, griffier.