Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BJ9994

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
19-08-2009
Datum publicatie
13-10-2009
Zaaknummer
104761 / KG ZA 09-258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffing van fiscaal beslag afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 104761 / KG ZA 09-258

datum vonnis: 19 augustus 2009 (z)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiser], h.o.d.n. Lunatic II,

wonende en zaakdoende te Enschede,

eiser,

advocaat: mr. P. Weenink,

tegen

De ontvanger van de Belastingdienst Enschede,

gevestigd te Enschede,

gedaagde sub 1,

“in persoon” verschenen

en

[Gedaagde 2],

gevestigd te Katwijk,

gedaagde sub 2,

niet verschenen.

Het procesverloop

Eiser heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 19 augustus 2009.

Ter zitting zijn verschenen: de heer D. Z namens eiser, vergezeld door mr. A.P. Drosten.

Namens gedaagde sub 1 zijn verschenen de heren E. Snuverink (invorderingsspecialist bij gedaagde sub 1) en R.M. de Haan (behandelfunctionaris bij gedaagde sub 1).

De standpunten zijn toegelicht.

Namens gedaagde sub 2 is niemand ter terechtzitting verschenen, waarna tegen haar verstek is verleend.

Het vonnis is op verzoek van eiser nog dezelfde dag uitgesproken.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat voor zover in het kader van deze procedure van belang het navolgende vast.

- Eiser exploiteert aan de Oude Markt 9 te Enschede een discotheek onder de naam Lunatic II.

- Bij exploten van 25 juni 2009 heeft deurwaarder H.G. Bouman op verzoek van gedaagde sub 1 ten laste van eiser en gedaagde sub 2 beslag gelegd op roerende zaken welke (ten dele) in eigendom toebehoren aan eiser, en die zich bevinden op het adres Oude Markt 9 te Enschede.

- Op 25 juni 2009 is proces-verbaal opgemaakt van de gerechtelijke inbewaringgeving van de beslagen roerende zaken.

- Ter omschrijving van de beslagen roerende zaken is een inventarisatie gemaakt met het nummer HGB 250609/1 en HGB 250609/2, welke inventarisatie als bijlage bij de exploten is gevoegd.

- Eiser heeft geformaliseerde belastingschulden van in elk geval € 143.000,- en gedaagde sub 2 heeft momenteel belastingschulden van omstreeks € 100.000,=.

- Bij exploten van 25 juni 2009 heeft deurwaarder H.G. Bouman op verzoek van gedaagde sub 1 eveneens de datum aangezegd waarop voornoemde roerende zaken executoriaal zullen worden verkocht, namelijk 20 augustus 2009 om 12.00 uur.

2. Het standpunt van eiser:

Eiser verzet zich tegen de beslaglegging en executoriale verkoop van voornoemde roerende zaken en vordert in kort geding

- het verzet van eiser tegen de verkoop van de bij de exploten van 25 juni 2009 gelegde executoriale beslagen op de roerende zaken gegrond te verklaren en de tenuitvoerlegging daarvan dientengevolge buiten effect te doen stellen;

- het beslag daarvan op te heffen;

- te bepalen dat gedaagde sub 1 zich ook verder onthoudt van invorderingsmaatregelen, met vergoeding van alle kosten die eiser dientengevolge heeft moeten maken;

- met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.

De roerende zaken waarop gedaagde sub 1 beslag heeft doen leggen, behoren niet toe aan de belastingschuldige [Gedaagde 2]. Eiser is zowel juridisch als economisch eigenaar van deze zaken en is ook de gebruiker van de zaken. De aanduiding “Lunatic 2006” ziet op roerende zaken die reeds in 2006 juridisch en economisch eigendom waren van de toenmalige eigenaar/uitbater van discotheek Lunatic, destijds eveneens gedreven in de vorm van een eenmanszaak. Eiser heeft die onderneming in 2007 van de vorige eigenaar overgenomen c.q. toebedeeld gekregen in het kader van een boedelscheiding. De eigendom van eiser kan worden aangetoond door middel van de boekhouding van eiser en aankoopfacturen. De gehele boekhouding is echter door gedaagde sub 1 in beslag genomen in verband met een boekenonderzoek 2007/2008. Door eiser de toegang tot zijn boekhouding te onthouden handelt gedaagde sub 1 onzorgvuldig en onrechtmatig jegens eiser nu eiser op die wijze niet in staat wordt gesteld om zijn eigendomsrechten volledig en concreet te doen staven met justificatoire bescheiden.

Voor zover nog een aantal van de in beslag genomen roerende zaken eigendom zijn van gedaagde sub 2, worden die zaken door eiser van gedaagde sub 2 gehuurd.

Gedaagde sub 1 is zeer wel bekend met de eigendomssituatie van de in beslag genomen roerende zaken, mede gelet op het boekenonderzoek door gedaagde sub 1. Ondanks deze wetenschap is gedaagde sub 1 onverstoorbaar doorgegaan met het ten uitvoer leggen van de opgelegde dwangbevelen.

Voor zover het beslag ten laste van gedaagde sub 2 is gelegd, is van belang dat die zaken zich niet op de bodem van gedaagde sub 2 bevinden, maar op de bodem van eiser. Daarom kan geen sprake zijn van toepassing van het bodemvoorrecht ex artikel 22 Invorderingswet.

Het wegvoeren en in bewaring geven -voor zover bekend zonder toestemming van de voorzitter van het managementteam van gedaagde sub 1- van de belagen roerende zaken heeft zonder enige deugdelijke grond plaatsgevonden en maakt het uitbaten van discotheek vanaf dat moment onmogelijk.

Ook de noodzaak om tot versnelde invordering over te gaan is eiser volledig ontgaan.

Er bestond geen gegronde vrees voor verduistering omdat de roerende zaken voor de exploitatie van de discotheek nodig waren en bleven.

Met name is een pijnpunt dat de fiscus bar en airco’s in de executoriale verkoop wil meenemen. Nog afgezien van de vraag of deze bar en airco’s door bestemming onroerend zijn geworden: deze zaken zijn voor een lopende discotheek onontbeerlijk. Eén airco functioneert tevens als verwarming. Bovendien mag worden verwacht dat deze zaken bij een executoriale verkoop weinig opbrengen.

Gedaagde sub 1 had op grond van artikel 435 lid 3 Rv het beslag op de aan eiser toebehorende zaken alsmede op de zaken die hij van gedaagde sub 2 huurde aan eiser moeten betekenen. Dat is niet gebeurd.

Eiser heeft spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, nu de verkoop van de beslagen zaken door gedaagde sub 1 reeds op 20 augustus 2009 plaatsvindt. Gedaagde sub 1 handelt in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en tevens onrechtmatig door willens en wetens aan eiser schade toe te brengen. De aangekondigde executie is voorbarig en disproportioneel. Eiser heeft gedaagde sub 1 bij brief van 14 augustus 2009 voor alle geleden en nog te lijden schade als gevolg van de beslaglegging en inbewaringgeving alsmede voor de gevolgen van de aangekondigde executie aansprakelijk gesteld.

Gedaagde sub 2 wenst zich volgens eiser niet te verweren nu zij de vorderingen van eiser als juist erkent.

Hedenochtend heeft eiser bij gedaagde sub 1 een verzetschrift tenuitvoerlegging dwangbevel ex artikel 17 Invorderingswet 1990 ingediend Dat heeft schorsende werking.

Eiser blijft bij zijn vordering en verzoekt het gevorderde dan ook toe te wijzen.

3. Het standpunt van gedaagde sub 1:

Gedaagde sub 1 verzoekt het gevorderde af te wijzen met veroordeling van eiser in de kosten van dit geding. Gedaagde sub 1 is op 25 juni 2009 met recht overgegaan tot beslaglegging en het wegvoeren en in bewaring geven van de roerende zaken die zich bevinden in het pand aan de Oude Markt 9 te Enschede, zowel ten laste van eiser als van gedaagde sub 2. Gedaagde sub 1 heeft een vordering op zowel eiser als gedaagde sub 2 en heeft na de beslaglegging door middel van een exploot ten aanzien van beiden de openbare verkoop aangezegd. Het maakt voor gedaagde sub 1 dus niet uit of de bedoelde roerende zaken van eiser of van gedaagde sub 2 zijn. In het kader van dit geding wil gedaagde sub 1 er wel in meegaan dat de bedoelde roerende zaken van eiser zijn.

Het bestaan van belastingvorderingen op eiser en gedaagde sub 2 is door eiser niet betwist. Eiser heeft geformaliseerde belastingschulden van in ieder geval € 143.000,= en gedaagde sub 2 is omstreeks € 100.000,= verschuldigd.

Eiser moet bekend zijn met de beslaglegging te zijnen laste. Het proces-verbaal van beslaglegging is immers op 29 juni 2009 om 15.45 uur door een deurwaarder van de belastingdienst betekend aan het laatst bekende woonadres van eiser, te weten Tramstraat 17 te Katwijk. Aangezien niemand werd aangetroffen, is een afschrift van het proces-verbaal aldaar achtergelaten in een gesloten envelop.

Gedaagde sub 1 onthoudt eiser niet de toegang tot diens administratie. Als dat al gebeurt, dan doet de Inspecteur der belastingen dat. Het is immers de Inspecteur die het boekenonderzoek doet en niet gedaagde sub 1. Op dat punt kan gedaagde sub 1 dus niet onzorgvuldig en onrechtmatig jegens eiser hebben gehandeld.

Ook overigens betwist gedaagde sub 1 onrechtmatig en in strijd met enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur jegens eiser te hebben gehandeld.

Toepassing van het bodemrecht is in het onderhavige geval niet aan de orde.

Dat zou slechts zo zijn, als zaken van een derde door de belastingschuld van eiser zouden worden verkocht, maar het gaat hier om roerende zaken die van eiser respectievelijk gedaagde sub 2 zelf zijn en die hebben allebei een belastingschuld aan gedaagde sub 1.

Overigens is gedaagde sub 2 geen willekeurige derde. Door middel van een tussen- geschoven stichting is het bestuur van gedaagde sub 2 in handen van eiser. Gelet op de feiten en de vele administratieve gebreken die de Inspecteur bij het boekenonderzoek constateerde, was gedaagde sub 1 van mening dat het verstandig zou zijn bij het beslag van 25 juni 2009 zowel ten laste van eiser als ten laste van gedaagde sub 2 op dezelfde roerende zaken beslag te leggen.

De beslagen van 25 juni 2009 zijn gelegd met toepassing van versnelde invordering en gegrond op de vrees voor verduistering. De vrees voor verduistering is onder meer gebaseerd op de geconstateerde gebreken in de administratie van eiser. Tevens is gebleken dat de bewaarplicht niet wordt nagekomen. Ook was de computer, waar de administratie op stond, gecrasht en was er geen back-up gemaakt. De totstandkoming van omzetbedragen is voor de Inspecteur onduidelijk. Eiser verstrekt slecht en moeizaam informatie en als dat wel gebeurt, is de informatie vaak onvolledig.

Gedaagde sub 1 vreest dat het verhaal op de beslagen zaken onmogelijk wordt gemaakt.

Gesprekspartner bij de problemen met Lunatic is niet eiser maar zijn voormalige partner, de heer D. Z, die ook over de sleutel van de discotheek beschikt. De heer Z verkeert thans in staat van faillissement.

Het wegvoeren van de beslagen zaken kan volgens de Leidraad Invordering onder bijzondere omstandigheden plaatsvinden. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtvordering maakt het wegvoeren van beslagen zaken ook mogelijk als dat redelijkerwijs voor het behoud van die zaken noodzakelijk is. Een voorbeeld daarvan is, zoals in deze zaak, de gegronde vrees voor verduistering. Op grond daarvan is ook versneld ingevorderd. Namens de voorzitter van het managementteam is door de leidinggevende van de gemandateerde Ontvanger toestemming gegeven de roerende zaken weg te voeren en in bewaring te geven. Eiser heeft gedaagde sub 1 aansprakelijk gesteld voor de schade die gedaagde sub 1 zou hebben veroorzaakt. Die vordering valt echter buiten de reikwijdte van de onderhavige procedure en zal zijn eigen weg volgen.

Over het heden door eiser ingediende verzetschrift tenuitvoerlegging dwangbevel zal gedaagde sub 1 met het Ministerie van Financiën overleggen in hoeverre de tenuitvoerlegging van dat dwangbevel moet worden voortgezet.

4. De voorzieningenrechter zal de vordering van eiser afwijzen. Daartoe overweegt hij als volgt. Onweersproken is dat gedaagde sub 1 een substantiële belastingvordering heeft op zowel eiser als gedaagde sub 2. In verband daarmee heeft gedaagde sub 1 beslag gelegd op de roerende zaken die zich bevinden in het pand aan de Oude Markt 9 te Enschede, in welk pand eiser een discotheek exploiteert met de naam Lunatic II. Voor zover die roerende zaken aan eiser in eigendom toebehoren is het beslag te laste van hem gelegd en voor zover die roerende zaken aan gedaagde sub 2 toebehoren is het beslag ten laste van gedaagde sub 2 gelegd. Na voormelde beslaglegging heeft gedaagde sub 1 aan eiser en gedaagde sub 2 de executoriale verkoop van de beslagen zaken aangezegd, teneinde zich na de verkoop van de zaken op de opbrengst te verhalen, zulks in mindering op diens vordering op eiser en gedaagde sub 2.

Het is partijen duidelijk welke roerende zaken door het beslag zijn getroffen, nu daarvan in het proces-verbaal van de belastingdeurwaarder van 25 juni 2009 een opsomming is gegeven. De openbare verkoop van de roerende zaken staat gepland op 20 augustus 2009.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft gedaagde sub 1 voldaan aan alle wettelijke bepalingen en formaliteiten als neergelegd in het Wetboek van Rechtsvordering, Invorderingswet 1990 en Leidraad Invordering 2008 die voor en in verband met een beslaglegging en executie door gedaagde sub 1 gelden.

Van een onzorgvuldig en onrechtmatig handelen door gedaagde sub 1 jegens eiser is niet gebleken.

De beginselen van behoorlijk bestuur zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet geschonden.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het indienen van een verzetschrift tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel niet van rechtswege schorsende werking tot gevolg.

Nu ten aanzien van gedaagde sub 2 niets wordt gevorderd en deze niet ter terechtzitting is verschenen hoeft de voorzieningenrechter ten aanzien van gedaagde sub 2 geen beslissing te nemen.

Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij als na te melden in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst het door eiser gevorderde af.

II. Veroordeelt eiser in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde sub 1 begroot op € 262,= aan verschotten.

III. Verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Koopmans, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2009, in tegenwoordigheid van Zomer, griffier.