Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BJ8494

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-09-2009
Datum publicatie
24-09-2009
Zaaknummer
08-710156-08 en 08-711070-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In dit geval is bij seks tussen een jongen van 18 en een meisje van 15 geen sprake van ontucht met een minderjarige zoals bedoeld in het strafrecht. De naaktfoto's en seksfilms die in de relatie zijn gemaakt, zijn wel kinderporno. Hiervoor en voor mishandelingen wordt 90 dagen gevangenisstraf opgelegd, waarvan een deel voorwaardelijk.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 348
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2009/360
NbSr 2009/360
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummers: 08/710156-08 en 08/711070-07

STRAFVONNIS

Uitspraak: 18 september 2009

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[VERDACHTE]

[GEBOORTEPLAATS] [1989],

[WOONADRES],

terechtstaande terzake dat:

parketnummer 08/710156-08:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 05 juli 2007 tot en met 21 januari 2008 in de gemeente Enschede, althans in Nederland, (telkens) met [SLACHTOFFER], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER],

hebbende verdachte (telkens):

- zijn penis in de vagina en/of anus van die [SLACHTOFFER] geduwd en/of

gebracht en/of

- zijn tong in de vagina van die [SLACHTOFFER] geduwd en/of gebracht;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 05 juli 2007 tot

en met 21 januari 2008 in de gemeente Enschede, althans in Nederland,

één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of

meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten:

- een of meer naaktfoto('s) van [SLACHTOFFER] en/of

- een of meer opnames/films/foto's, waarbij hij, verdachte, sex en/of

gemeenschap had met voornoemde [SLACHTOFFER],

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de

leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar

was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd

en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 05 juli 2007 tot en met 21 januari 2008 in de gemeente Enschede, althans in Nederland, een wapen en/of munitie (in de zien van de Wet wapens en munitie) voorhanden heeft gehad;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 6 maart 2008, te Enschede, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, genaamd [SLACHTOFFER],

- (met kracht) in de arm(en) en/of het/de be(e)n(en) heeft geknepen, en/of

- (met kracht) (met gebalde vuist(en) in/tegen het gezicht en/of op/tegen de

rug, althans het lichaam, heeft gestompt/geslagen, en/of

- (met kracht) aan de haren heeft getrokken, en/of

- (met kracht) de duim, althans een vinger, (achterover) heeft gedrukt/geduwd,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

parketnummer 08/711070-07:

hij op of omstreeks 13 december 2007 te Enschede opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten [SLACHTOFFER]), (met kracht) in/tegen de buik, althans tegen

het lichaam, heeft getrapt of geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen

en/of pijn heeft ondervonden;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de eventuele in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring. Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat het eerste sub 3 ten laste gelegde feit (het voorhanden hebben van een wapen en/of munitie) onvoldoende concreet is omschreven en derhalve niet aan de vereisten van artikel 261 Wetboek van Strafvordering (Sv) voldoet. De dagvaarding dient voor wat betreft dit ten laste gelegde feit daarom nietig te worden verklaard.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het sub 2 ten laste gelegde feit aangevoerd dat de officier van justitie met de vervolging voor dit feit in strijd met de Aanwijzing Kinderpornografie en de parlementaire geschiedenis op dit punt heeft gehandeld. Gelet hierop is de raadsvrouw van mening dat de vervolging van dit feit in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde, meer in het bijzonder het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging en het vertrouwensbeginsel. Het openbaar ministerie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vervolging.

Met betrekking tot dit door de raadsvrouw gevoerde verweer overweegt de rechtbank dat dit verweer dient te worden verworpen. In de memorie van toelichting op artikel 240b Wetboek van Strafrecht (Sr) (MvT, Kamerstukken II 2000-2001, 27745, nr. 3, blz. 586) staat: “In de Aanwijzing kinderpornografie van het College van procureurs-generaal wordt rekening gehouden met verschillende vormen van kinderporno. Daarin zal bijvoorbeeld ook aandacht kunnen worden besteed aan gevallen waarin de minderjarige op geen enkele wijze in haar of zijn belangen is geschaad. Men kan daarbij denken aan gevallen in de privésfeer, waarin een oudere minderjarige ermee instemt dat een leeftijdgenoot voor eigen of beider bezit kinderporno vervaardigt. Ik meen dat justitieel optreden in dergelijke gevallen in de regel achterwege kan blijven.”

De rechtbank is van oordeel dat het sub 2 ten laste gelegde feit in samenhang met de overige ten laste gelegde feiten moeten worden bezien, hetgeen, in afwijking van de door de minister genoemde regel, vervolging voor dit feit rechtvaardigt. Het openbaar ministerie is derhalve ontvankelijk in zijn vervolging.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 1 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Om een persoon op grond van artikel 245 Wetboek van Strafrecht te veroordelen dient er onder meer sprake te zijn geweest van het plegen van ontuchtige handelingen. Onder omstandigheden kan aan seksuele handelingen met een minderjarige tussen de twaalf en zestien jaren het ontuchtig karakter ontbreken, bijvoorbeeld indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen. Uit de verklaringen van aangeefster en verdachte is gebleken dat zij gedurende de ten laste gelegde periode een affectieve relatie hebben gehad waarbij ook seksuele handelingen zijn verricht. Voorts blijkt uit een verklaring van aangeefster dat zij de relatie met verdachte als gelijkwaardig omschrijft. Verdachte is twee jaar en 8 maanden ouder dan aangeefster. De officier van justitie heeft aangevoerd dat in de relatie tussen aangeefster en verdachte sprake was van ondergeschiktheid van aangeefster, doordat zij meermalen door verdachte mishandeld zou zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet gebleken dat mishandeling door verdachte van aangeefster een rol heeft gespeeld bij de seksuele handelingen die tussen hen plaatsvonden. Uit de verklaringen van zowel aangeefster als verdachte blijkt dat zij elke dag seks met elkaar hadden. Naar het oordeel van de rechtbank is uit het dossier en het verhandelde ter zitting gebleken dat aangeefster altijd instemde met de seksuele handelingen, zodat de seks steeds vrijwillig plaatsvond. Van een ondergeschikte positie van aangeefster ten opzichte van verdachte is niet gebleken. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het ontuchtige karakter ten aanzien van de seksuele handelingen, zoals onder 1 ten laste is gelegd, ontbreekt.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen – die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen – waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het bij parketnummer 08/710156-08 sub 2 en het tweede sub 3 ten laste gelegde, alsmede het bij parketnummer 08/711070-07 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

voor wat betreft parketnummer 08/710156-08:

2.

hij in de periode van 5 juli 2007 tot en met 21 januari 2008 in de gemeente Enschede, een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten:

- naaktfoto’s van [SLACHTOFFER] en

- een film, waarbij hij, verdachte, gemeenschap had met voornoemde [SLACHTOFFER], bij welke vorenbedoelde afbeeldingen een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad;

3.

hij in de periode van 5 juli 2007 tot en met 21 januari 2008, te Enschede, opzettelijk mishandelend, meermalen, een persoon, genaamd [SLACHTOFFER], met kracht in de armen en de benen heeft geknepen en met kracht de duim achterover heeft gedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

voor wat betreft parketnummer 08/711070-07:

hij op 13 december 2007 te Enschede opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [SLACHTOFFER]) in de buik heeft geschopt, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het ten laste gelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte bij parketnummer 08/710156-08 sub 2 en (het tweede) sub 3 en bij parketnummer 08/711070-07 meer of anders is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft parketnummer 08/710156-08 sub 2, het misdrijf:

"Afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben.",

strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht;

wat betreft parketnummer 08/710156-08 sub 3, het misdrijf:

"Mishandeling, meermalen gepleegd",

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft parketnummer 08/711070-07, het misdrijf:

“Mishandeling”,

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1, sub 2 en het tweede sub 3 ten laste gelegde onder parketnummer 08/710156-08, alsmede terzake het ten laste gelegde onder parketnummer 08/711070-07 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 115 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht. De civiele vordering van aangeefster kan naar de mening van de officier van justitie tot een bedrag van € 1.000,- worden toegewezen, met oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel. Voorts heeft de officier van justitie verbeurdverklaring gevorderd van de in beslag genomen Nokia 6300 mobiele telefoon en de zilveren laptop, met teruggave aan verdachte van de overige in beslag genomen goederen.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregel behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen.

Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan het vervaardigen en in het bezit hebben van afbeeldingen waar onder meer seksuele handelingen tussen verdachte en het toen nog 15- jarige slachtoffer [SLACHTOFFER] te zien zijn en voorts aan meermalen gepleegde mishandeling van die [SLACHTOFFER]. De rechtbank rekent verdachte het in bezit hebben en vervaardigen van de seksuele afbeeldingen ernstig aan, nu [SLACHTOFFER] ten tijde van het vervaardigen van die afbeeldingen slechts 15 jaren oud was en jeugdigen van deze leeftijd naar het oordeel van de rechtbank beschermd dienen te worden tegen de schadelijke gevolgen die dergelijke afbeeldingen mogelijk voor die jeugdigen met zich kunnen brengen.

Voorts heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn toenmalige vriendin [SLACHTOFFER]. Door zijn handelen heeft verdachte zowel pijn als letsel bij het slachtoffer veroorzaakt. Bovendien heeft de mishandeling in openbare gelegenheden plaatsgevonden, waaronder op een station en in een bus, hetgeen de rechtbank verdachte extra aanrekent, omdat dit voor het slachtoffer vernederend is en dergelijk handelen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.

Nu de rechtbank in tegenstelling tot de officier van justitie de onder sub 1 ten laste gelegde ontuchtige handelingen (08/710156-08) niet bewezen acht, zal de rechtbank bij de strafmaat afwijken van het gevorderde. Bovendien houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en volgens de rapportage van GZ-psycholoog drs. M. van Tongeren van 25 juni 2008 de bewezen geachte feiten in verminderde mate aan verdachte zijn toe te rekenen.

De rechtbank overweegt dat vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer de onder verdachte in beslag genomen mobiele telefoon, kleur goud, Nokia 6300 en de zilverkleurige laptop Sony K41KT7A27RFR met HD sata, Fujitsu mod. MHY2200BH, 200GB, nu met deze voorwerpen het onder parketnummer 08/710156-08 onder sub 2 ten laste gelegde feit is gepleegd en het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Civiele vordering

De rechtbank overweegt verder, dat [SLACHTOFFER], zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van € 4.871,20, bestaande uit de volgende posten:

- € 185,40 materiële schade bestaande uit reiskosten en telefoonkosten;

- € 4.500,- voorschot smartengeld voor seksueel misbruik en mishandeling;

- € 185,80 kosten rechtsbijstand.

Het gevorderde bedrag heeft met name betrekking op de door [SLACHTOFFER] gestelde ontuchtige handelingen door verdachte. Nu de rechtbank de onder sub 1 ten laste gelegde ontuchtige handelingen niet bewezen acht, is naar het oordeel van de rechtbank slechts komen vast te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezenverklaarde mishandelingen. Een causaal verband tussen de opgevoerde schade en het onder sub 2 bewezenverklaarde vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno is naar het oordeel van de rechtbank niet eenvoudig vast te stellen. De immateriële schade die [SLACHTOFFER] heeft geleden door de bewezenverklaarde eenvoudige mishandelingen begroot de rechtbank, voor zover eenvoudig vast te stellen, tenminste op € 150,-.

Op het voegingsformulier wordt eveneens een bedrag aan kosten van rechtsbijstand opgevoerd. In de bijgevoegde toelichting op het voegingsformulier worden de kosten van rechtsbijstand omschreven als buitengerechtelijke kosten. Nu naar het oordeel van de rechtbank niet is vast te stellen waar deze buitengerechtelijke kosten uit bestaan, acht de rechtbank deze onvoldoende onderbouwd en derhalve niet toewijsbaar. Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank de gevoegde civiele vordering toe tot een bedrag van € 150,- terzake immateriële schadevergoeding voor de bewezenverklaarde mishandelingen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 21 januari 2008, zijnde het einde van de bewezenverklaarde periode. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen tot het bedrag van € 150,-, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde feit sub 3 onder parketnummer 08/710156-08 en het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 08/711070-07 is toegebracht.

De na te melden straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36b, 36c, 36f, 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart de dagvaarding met parketnummer 08/710156-08 voor wat betreft het eerste onder sub 3 ten laste gelegde feit nietig.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 onder parketnummer 08/710156-08 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het onder parketnummer 08/710156-08 sub 2 en tweede

sub 3 en het onder parketnummer 08/711070-07 ten laste gelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van 90 dagen.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot 25 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

De veroordeelde moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen goederen:

- mobiele telefoon, kleur goud, Nokia 6300 en

- de zilverkleurige laptop Sony K41KT7A27RFR met HD sata, Fujitsu mod. MHY2200BH, 200GB.

Veroordeelt verdachte, ter zake van het bewezen feit sub 3 onder parketnummer 08/710156-08 en het bewezen feit onder parketnummer 08/711070-07 tot betaling aan de benadeelde partij [SLACHTOFFER] (Spaarnestraat 17, 7523 VJ Enschede) van een bedrag groot: € 150,- (zegge: honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 21 januari 2008.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen feit

sub 3 onder parketnummer 08/710156-08 en het bewezen feit onder parketnummer 08/711070-07 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot € 150,- ten behoeve van de benadeelde [SLACHTOFFER], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 3 dagen zal worden toegepast.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij: [SLACHTOFFER], voor een deel van

€ 4.721,20 niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte het onder parketnummer 08/710156-08 sub 2 en tweede sub 3 en het onder parketnummer 08/711070-07 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Gelast de teruggave van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- mobiele telefoon, zwart, Samsung SGH-P520 “Giorgo Armani”;

- mobiele telefoon, zwart, Sony Ericsson K810 357994-01-256867-4-5;

- voedingsapparaat, zwart, Sony 14800941100190039 en

- USB Stick, zilver, 4 GB, aan een hangertje,

aan verdachte.

Heft op het op 14 december 2007 tegen verdachte verleende (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van heden.

Aldus gewezen door mr. Van Wees, voorzitter, mr. Melaard en mr. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Ruiter-Kok, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 september 2009.