Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BI8215

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
16-06-2009
Zaaknummer
08 / 1193 HUISV N1 A
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente weigert de bekostiging van huisvestingsvoorzieningen van een school. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap maakt daartegen bezwaar. De gemeente besluit dat dit bezwaar te laat is en dat deze termijnoverschrijding de Staatssecretaris kan worden verweten. De rechtbank is het daarmee eens. Wel oordeelt de rechtbank dat de gemeente eerst de Staatssecretaris had moeten horen voordat zij het bestreden besluit nam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector bestuursrecht

Registratienummer: 08 / 1193 HUISV N1 A

uitspraak van de meervoudige kamer

in het geschil tussen:

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, eiseres,

gemachtigde: mr. J. Bootsma, advocaat te Den Haag,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Wierden, verweerder,

gemachtigde: mr. F.J. van der Vaart, advocaat te Enschede.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 26 september 2008.

2. Procesverloop

De Stichting Evangelisch Bijbelgetrouw Voortgezet Onderwijs (hierna: de Stichting) heeft op 24 januari 2007 verweerder verzocht om in aanmerking te komen voor voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 76c, eerste lid, sub a, van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en om de, vanwege de door eiseres gewenste huisvesting, door haar gemaakte voorbereidingskosten te vergoeden. Bij besluit van 27 november 2007, verzonden op 30 november 2007, heeft verweerder besloten het bekostigingsplafond voor het voortgezet onderwijs voor 2008 op nul vast te stellen en de huisvestingsaanvraag daarom af te wijzen.

Bij brief van 11 juli 2008, bij verweerder ontvangen op 14 juli 2008, heeft eiseres tegen dit besluit bezwaar gemaakt. In het bestreden besluit heeft verweerder dit bezwaar niet ontvankelijk verklaard.

Blijkens het beroepschrift van 11 november 2008 kan eiseres zich niet met dit besluit verenigen.

Het beroep is gevoegd met de zaak onder nummer 08/1073 behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 8 mei 2009. Eiseres is verschenen bij haar gemachtigde, vergezeld van de heer van der Lee, ambtenaar op het ministerie. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door H. Bosma, ambtenaar van de gemeente Wierden, bijgestaan door de gemachtigde.

Vervolgens zijn de gevoegde zaken gesplitst. De rechtbank doet afzonderlijk uitspraak.

3. Overwegingen

Het geschil

1.1 Eiseres keert zich tegen het bestreden besluit. In dit besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. Kort gezegd, ligt daaraan de overweging ten grondslag dat het bezwaar te laat is ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

1.2 Eiseres heeft, voor zover relevant, tegen dit besluit aangevoerd dat verweerder niet heeft gevraagd naar de reden voor de termijnoverschrijding en ook niet is ingegaan op de vraag of eiseres belanghebbende is bij het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

De beoordeling van het geschil

2. Tussen partijen is niet in geschil en ook de rechtbank oordeelt, dat het bezwaarschrift is ingediend na afloop van de bezwaartermijn zoals die volgt uit de artikelen 6:7 tot en met 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft terecht aangevoerd dat zij voorafgaand aan het bestreden besluit door verweerder had moeten worden gehoord over de reden van de termijnoverschrijding. Verweerder moet immers bekend zijn met de gestelde reden van de termijnoverschrijding voordat hij kan beoordelen of de overschrijding verschoonbaar is. Anders dan verweerder lijkt te stellen, betekent het feit dat het primaire besluit op de juiste wijze is bekendgemaakt niet dat iedere termijnoverschrijding onverschoonbaar is. Verweerder had gestalte moeten geven aan zijn onderzoeksplicht door eiseres in bezwaar te horen of anderszins bij haar te informeren naar de reden van de termijnoverschrijding. Dit is niet gebeurd. De gestelde informele contacten van verweerder met eiseres laat de rechtbank buiten beschouwing. Daarover is immers niets vastgelegd en de inhoud van deze contacten is onbekend. Het bestreden besluit kan wegens strijd met artikel 3:2 dan wel 7:2 van de Awb niet in stand blijven.

4. Mede omdat artikel 6:11 van de Awb een bepaling van openbare orde is, zal de rechtbank nagaan of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen worden gelaten. Dat is naar het oordeel van de rechtbank het geval. De enkele onbekendheid van eiseres met het primaire besluit is onvoldoende om verschoonbaarheid aan te nemen. Dit geldt te meer nu van eiseres, gelet op haar bestuurlijke taak en haar juridische kennis, mocht worden verwacht dat zij alert zou zijn op het nemen van dit besluit. Ten slotte heeft zij gesteld kort voor 5 juni 2008 op de hoogte te zijn geraakt van het besluit. Door daarna te wachten met bezwaar maken tot 11 juli 2008, heeft zij een te lange termijn laten verstrijken.

5. Omdat het bezwaarschrift al niet-ontvankelijk is wegens de termijnoverschrijding, kan niet worden toegekomen aan de vraag of eiseres belanghebbende is bij het primaire besluit.

6. Dit betekent dat het beroep gegrond is en het bestreden besluit dient te worden vernietigd, maar dat de rechtsgevolgen van dit vernietigde besluit in stand zullen worden gelaten. De rechtbank acht het, gelet op het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb, billijk verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van dit beroep, zijnde de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden berekend naar één punt voor het bijwonen van de zitting, bij een zaak van gemiddelde zwaarte.

4. Beslissing

De Rechtbank Almelo,

Recht doende:

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op EUR 322,--, door de gemeente Wierden te betalen aan eiseres;

- verstaat dat de gemeente Wierden aan eiseres het griffierecht ad EUR 288,-- vergoedt.

Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na verzending hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag.

Aldus gedaan door mr. M.E. van Wees, als voorzitter, en mrs. R.J. Jue en M.A. Heldeweg, als leden, en door mr. M.E. van Wees en J. Wenniger, griffier, ondertekend

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2009

Afschrift verzonden op 20 mei 2009

mtl