Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BI6002

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
02-06-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
08/770659-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft met zijn auto een dodelijk ongeval veroorzaakt door zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam te rijden. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot 120 uur werkstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid gedurende 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/770659-08

STRAFVONNIS

Uitspraak: 2 juni 2009

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

wonende te [woonadres],

terechtstaande terzake dat:

hij op of omstreeks 5 november 2008, te Haarle, in de gemeente Hellendoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Almeloseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam te rijden, immers heeft hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijutuig, gezien verdachtes rijrichting, een voor hem, verdachte, in dezelfde richting rijdende vrachtauto met aanhangwagen links ingehaald, althans is hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig, gezien verdachtes rijrichting, die vrachtauto met aanhangwagen links voorbij gereden, waarbij de ter plaatse voor hem, verdachte, geldende maximum snelheid van 80 kilometer per uur, met een aanmerkelijke snelheid werd overschreden, (juist) op het moment dat een hem, verdachte, tegemoetkomende bestuurster van een personenauto, rijdende op die Almeloseweg, tot op (vrij) korte afstand was genaderd, (vervolgens) is hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig, (frontaal) tegen die hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto aangereden en/of gebotst, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 5 november 2008, te Haarle, in de gemeente Hellendoorn, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Almeloseweg, met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, een voor hem, verdachte, in dezelfde richting rijdende vrachtauto met aanhangwagen links heeft ingehaald, althans is hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig, gezien verdachtes rijrichting, die in dezelfde richting rijdende vrachtauto met aanhangwagen links voorbij gereden, waarbij de ter plaatse voor hem, verdachte, geldende maximum snelheid van 80 kilometer per uur, met een aanmerkelijke snelheid werd overschreden, (juist) op het moment dat een hem, verdachte, tegemoetkomende bestuurster van een personenauto, rijdende op die Almeloseweg, tot op (vrij) korte afstand was genaderd, waardoor (vervolgens) hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig, (frontaal) tegen die hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto is aangereden en/of gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen – die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen – waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 5 november 2008, te Haarle, in de gemeente Hellendoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Almeloseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam te rijden, immers heeft hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig, gezien verdachtes rijrichting, een voor hem, verdachte, in dezelfde richting rijdende vrachtauto met aanhangwagen links ingehaald, waarbij de ter plaatse voor hem, verdachte, geldende maximum snelheid van 80 kilometer per uur werd overschreden (juist) op het moment dat een hem, verdachte, tegemoetkomende bestuurster van een personenauto, rijdende op die Almeloseweg, tot op (vrij) korte afstand was genaderd, waarna hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig, (frontaal) tegen die hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto is aangereden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank dient te beoordelen of het verkeersgedrag van verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam dan wel zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam is geweest. Bij die beoordeling komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Uit de analyse van het ongeval blijkt dat er op het moment van het ongeval geen straatverlichting aanwezig was, de lichtgesteldheid kon worden aangeduid als ‘nacht’ en dat er sprake was van regen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij bekend was met de situatie ter plaatse en dat het ten tijde van het ongeval druk op de weg was. Ondanks genoemde omstandigheden, die naar het oordeel van de rechtbank extra voorzichtigheid en oplettendheid vereisen, heeft verdachte besloten een inhaalmanoeuvre aan te vangen waarbij hij, naar eigen verklaring ter zitting, werd verrast door de snelheid waarmee de in te halen vrachtwagen met aanhangwagen reed en door het feit dat de tegemoetkomende auto die bestuurd werd door het slachtoffer reeds op zeer korte afstand was genaderd. Bij de aangevangen inhaalmanoeuvre heeft verdachte een ernstige inschattingsfout gemaakt ten aanzien van de afstand tussen hem en de tegemoetkomende auto, althans een (te) groot risico genomen. De rechtbank is gelet op deze omstandigheden, anders dan de raadsman van verdachte, van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden.

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

het misdrijf:

"Overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood",

strafbaar gesteld bij artikel 175 lid 1 van de Wegenverkeerswet.

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd dat het rijbewijs van verdachte ingevorderd is geweest.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft in de vooravond van 5 november 2008 tijdens het inhalen van een vrachtwagen met aanhangwagen een ongeval veroorzaakt waarbij hij frontaal op een tegenligger is gereden. In de hem tegemoetkomende auto zat een jonge moeder die tengevolge van het ongeval is overleden. Verdachte heeft daarmee zijn plichten als verkeersdeelnemer ernstig veronachtzaamd. Daar komt bij dat verdachte een gewaarschuwd man was. In 2007 is zijn rijbewijs in verband met een forse snelheidsovertreding in combinatie met risicovolle inhaalmanoeuvres ingevorderd geweest.

De op te leggen straf dient recht te doen enerzijds aan de ernstige gevolgen voor het slachtoffer en de nabestaanden en anderzijds de belangen van verdachte op wie het ongeval begrijpelijkerwijze veel indruk heeft gemaakt, hetgeen ook blijkt uit de houding van verdachte ten opzichte van de nabestaanden en de houding van verdachte ter zitting.

Alles tegen elkaar afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf een passende is.

De na te melden straf en bijkomende straf zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het primair tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een taakstraf, te weten een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 uren,

met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

Ontzegt veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 15 maanden.

Beveelt dat van deze ontzegging een gedeelte groot 5 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op 2 jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dat hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. Venekatte, voorzitter, mr. Melaard en mr. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Ruiter-Kok, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 juni 2009.