Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BI5890

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-05-2009
Datum publicatie
29-05-2009
Zaaknummer
08/750709-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt een gevangenisstraf van tien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk op aan een man die een vrouw hielp bij zelfdoding en haar het gebruikte middel leverde. De veroordeelde is geen arts.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2009, 483 met annotatie van T.M. Schalken
NJFS 2009, 190
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/750709/07

STRAFVONNIS

Uitspraak: 29 mei 2009

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[VERDACHTE],

[geboorteplaats] [1937],

[woonadres]

terechtstaande -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting- terzake dat:

1.

[betrokkene] op of omstreeks 24 november 2007 te Almelo zich van het leven

heeft benomen door het innemen van een hoeveelheid pentobarbital, althans

(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans

(een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet

tezamen) bij inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

waarbij hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

en/althans alleen, voornoemde [betrokkene] in of omstreeks de periode van 1

februari 2007 tot en met 24 november 2007 te Almelo en/of Utrecht en/althans

(elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of een

of meer middel(en) ten behoeve van die zelfdoding heeft verschaft, terwijl die

zelfdoding is gevolgd,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

toen en daar (telkens) opzettelijk:

- met voornoemde [betrokkene], en/of onderling met elkaar, en/althans met een

of meer kind(eren) van [betrokkene] afgesproken en/of besproken:

* dat [betrokkene] met hulp van hen, althans een of meer van hen, haar

leven zou beëindigen, en/of,

* op welke datum [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou

komen te overlijden, en/of,

* waar [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou komen te

overlijden, en/of,

* wie bij de levensbeëindiging door [betrokkene] aanwezig zou(den) zijn,

en/of,

* dat aan [betrokkene] een of meer levensbeëindigend(e) middel(en)

zou(den) worden verstrekt en/of dat [betrokkene] dat/die middel(en)

zou moeten innemen, althans, zou innemen, en/althans op welke wijze

[betrokkene] tot levensbeëindiging kon/zou komen, en/of,

- zich voorzien van een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

en/of zich (vervolgens) daarmee begeven naar de woning van [kind van betrokkene] te Almelo, althans een locatie te Almelo, en/of,

- een of meerdere flesje(s) met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

(over)gegoten in een beker, althans een voorwerp,

en daarmee, althans met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, zich (vervolgens)

begeven naar voornoemde [betrokkene], en/of,

- tegen voornoemde [betrokkene] gezegd, "u weet wel waarom we hier zijn",

althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of,

- een beker, althans een voorwerp, inhoudende pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

in de nabijheid van die [betrokkene] klaargezet/neergezet, en/althans aan die

[betrokkene] gegeven, en/of,

- voornoemde [betrokkene] verteld wat er zou gebeuren als zij het door hem/hen

meegenomen drankje/middel zou innemen, althans wat er zou gebeuren als zij de

inhoud van voornoemde beker, althans voorwerp, zou opdrinken/innemen,

te weten dat zij dan zou komen te overlijden, althans woorden van gelijke aard

of strekking, en/of,

- de (schroef)dop van een beker, althans een voorwerp, inhoudende een

hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een)

materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens

kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, verwijderd en/of een rietje in die

beker/dat voorwerp gedaan

EN/OF

de [medeverdachte]

in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007 te

Almelo en/of Utrecht en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, (telkens) opzettelijk

behulpzaam is geweest bij, en/of een of meer middel(en) heeft verschaft ten

behoeve van de zelfdoding door [betrokkene],

immers heeft/hebben de [medeverdachte] en/of een of meer van haar

mededader(s) toen en daar (telkens) opzettelijk:

- met voornoemde [betrokkene], en/of onderling met elkaar, en/althans met een

of meer kind(eren) van [betrokkene] afgesproken en/of besproken:

* dat [betrokkene] met hulp van hen, althans een of meer van hen, haar

leven zou beëindigen, en/of,

* op welke datum [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou

komen te overlijden, en/of,

* waar [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou komen te

overlijden, en/of,

* wie bij de levensbeëindiging door [betrokkene] aanwezig zou(den) zijn,

en/of,

* dat aan [betrokkene] een of meer levensbeëindigend(e) middel(en)

zou(den) worden verstrekt en/of dat [betrokkene] dat/die middel(en)

zou moeten innemen, althans, zou innemen, en/althans op welke wijze

[betrokkene] tot levensbeëindiging kon/zou komen, en/of,

- zich voorzien van een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

en/of zich (vervolgens) daarmee begeven naar de woning van [kind van betrokkene] te Almelo, althans een locatie te Almelo, en/of,

- een of meerdere flesje(s) met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

(over)gegoten in een beker, althans een voorwerp,

en daarmee, althans met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, zich (vervolgens)

begeven naar voornoemde [betrokkene], en/of,

- tegen voornoemde [betrokkene] gezegd, "u weet wel waarom we hier zijn",

althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of,

- een beker, althans een voorwerp, inhoudende pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

in de nabijheid van die [betrokkene] klaargezet/neergezet, en/althans aan die

[betrokkene] gegeven, en/of,

- voornoemde [betrokkene] verteld wat er zou gebeuren als zij het door hem/hen

meegenomen drankje/middel zou innemen, althans wat er zou gebeuren als zij de

inhoud van voornoemde beker, althans voorwerp, zou opdrinken/innemen,

te weten dat zij dan zou komen te overlijden, althans woorden van gelijke aard

of strekking, en/of,

- de (schroef)dop van een beker, althans een voorwerp, inhoudende een

hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een)

materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens

kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, verwijderd en/of een rietje in die

beker/dat voorwerp gedaan, en/of,

- terwijl de [medeverdachte] en/of haar mededader(s),

en/althans een of meer ander(en), en/althans verdachte, wist(en) dat [betrokkene] haar leven wilde beeindigen en/of daarbij hulp wenste en/of bereid was om

ter levensbeëindiging (een) middel(en) in te nemen -, nagelaten om in te

grijpen, ter voorkoming/verhindering dat een of meerdere van voornoemde

handeling(en) en/of gedraging(en) door haar en/of haar mededader(s) en/of een

ander(en) en/of verdachte zou(den) plaatsvinden,

en/of (anderszins) toe te laten, althans

niet (door woorden en/of daden) te voorkomen dat zij en/of haar mededader(s)

en/of verdachte en/of een ander(en) voornoemd(e) handeling(en) en/of

gedraging(en) en/of misdrijf/misdrijven pleegde(n) en/of kon(den) plegen en/of

kon(den) blijven plegen,

en/althans zich niet, in elk geval: onvoldoende, van voornoemde gedraging(en)

en/of handeling(en) van haar en/of haar mededader(s) en/of een ander(en) en/of

verdachte gedistantieerd

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) toen en daar opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke

bovenomschreven verboden gedraging(en)/handeling(en) verdachte (telkens) toen

en daar feitelijke leiding heeft gegeven;

EN/OF

[kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/althans een of meer ander(en)

perso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24

november 2007 te Almelo en/of Utrecht en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

(telkens) opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest bij, en/of een of meer

middel(en) heeft/hebben verschaft ten behoeve van de zelfdoding door [betrokkene],

immers heeft/hebben hij/zij en/of een of meer van zijn/haar/hun mededader(s)

toen en daar (telkens) opzettelijk:

- met voornoemde [betrokkene], en/of onderling met elkaar, en/althans met een

of meer kind(eren) van [betrokkene] afgesproken en/of besproken:

* dat [betrokkene] met hulp van hen, althans een of meer van hen, haar

leven zou beëindigen, en/of,

* op welke datum [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou

komen te overlijden, en/of,

* waar [betrokkene] haar leven zou beëindigen, althans zou komen te

overlijden, en/of,

* wie bij de levensbeëindiging door [betrokkene] aanwezig zou(den) zijn,

en/of,

* dat aan [betrokkene] een of meer levensbeëindigend(e) middel(en)

zou(den) worden verstrekt en/of dat [betrokkene] dat/die middel(en)

zou moeten innemen, althans, zou innemen, en/althans op welke wijze

[betrokkene] tot levensbeëindiging kon/zou komen, en/of,

- zich voorzien van een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

en/of zich (vervolgens) daarmee begeven naar de woning van [kind van betrokkene] te Almelo, althans een locatie te Almelo, en/of,

- een of meerdere flesje(s) met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

(over)gegoten in een beker, althans een voorwerp,

en daarmee, althans met een hoeveelheid pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, zich (vervolgens)

begeven naar voornoemde [betrokkene], en/of,

- tegen voornoemde [betrokkene] gezegd, "u weet wel waarom we hier zijn",

althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of,

- een beker, althans een voorwerp, inhoudende pentobarbital, althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, en/althans (een)

hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij

inname door een mens kan/kunnen leiden/leidt tot de dood,

in de nabijheid van die [betrokkene] klaargezet/neergezet, en/althans aan die

[betrokkene] gegeven, en/of,

- voornoemde [betrokkene] verteld wat er zou gebeuren als zij het door

hem/haar/hen meegenomen drankje/middel zou innemen, althans wat er zou

gebeuren als zij de inhoud van voornoemde beker, althans voorwerp, zou

opdrinken/innemen,

te weten dat zij dan zou komen te overlijden, althans woorden van gelijke aard

of strekking, en/of,

- de (schroef)dop van een beker, althans een voorwerp, inhoudende een

hoeveelheid pentobarbital, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende pentobarbital, en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een)

materia(a)l(en) dat/die (al dan niet tezamen) bij inname door een mens

kan/kunnen leiden/leidt tot de dood, verwijderd en/of een rietje in die

beker/dat voorwerp gedaan,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven de [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007 te Almelo en/of Utrecht en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

(telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (telkens), - terwijl de [medeverdachte] en/of haar mededader(s), en/althans een of meer

ander(en), wist(en) dat [betrokkene] haar leven wilde beëindigen en/of daarbij

hulp wenste en/of bereid was om ter levensbeëindiging (een) middel(en) in te

nemen - ,

na te laten om in te grijpen, ter voorkoming/verhindering dat een of meerdere

van voornoemde handeling(en) en/of gedraging(en) door [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene], en/of een of meerdere mededader(s), en/althans een of

meer ander(en), zou(den) plaatsvinden,

en/of (anderszins) toe te laten, althans niet (door woorden en/of daden) te

voorkomen, dat [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene], en/of een of

meerdere mededader(s), en/althans een of meer ander(en), voornoemd(e)

handeling(en) en/of gedraging(en) en/althans misdrijf/misdrijven pleegde(n)

en/of kon(den) plegen en/of kon(den) blijven plegen,

en/althans zich niet, in elk geval: onvoldoende, van voornoemde gedraging(en)

en/of handeling(en) door [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene], en/of

een of meerdere mededader(s), en/althans een of meer ander(en), te distantiëren

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) toen en daar opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke

bovenomschreven verboden gedraging(en)/handeling(en) verdachte (telkens) toen

en daar feitelijke leiding heeft gegeven;

art 294 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007

te Almelo en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, en/althans alleen,

opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/althans aanwezig heeft gehad

een hoeveelheid pentobarbital en/althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een

materiaal bevattende pentobarbital,

zijnde pentobarbital een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

EN/OF

de [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 februari 2007

tot en met 24 november 2007 te Almelo en/of Utrecht en/althans (elders) in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans

alleen, opzettelijk:

- heeft bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/althans aanwezig heeft gehad een hoeveelheid pentobarbital en/althans

(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital, zijnde

pentobarbital een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

en/althans, - terwijl de [medeverdachte] en/of haar

mededader(s), en/althans een of meer ander(en), en/althans verdachte, wist(en)

dat [betrokkene] haar leven wilde beeindigen en/of daarbij hulp wenste en/of

bereid was om ter levensbeëindiging (een) middel(en) in te nemen - , heeft

nagelaten om in te grijpen, ter voorkoming/verhindering dat een of meerdere

van voornoemde handeling(en) en/of gedraging(en) door haar en/of haar

mededader(s) en/of een ander(en) en/of verdachte zou(den) plaatsvinden,

en/of (anderszins) heeft toegelaten, althans

niet (door woorden en/of daden) heeft voorkomen dat zij en/of haar

mededader(s) en/of een ander(en) en/of verdachte voornoemd(e) handeling(en)

en/of gedraging(en) en/of misdrijf/misdrijven pleegde(n) en/of kon(den) plegen

en/of kon(den) blijven plegen,

en/althans zich niet, in elk geval: onvoldoende, van voornoemde gedraging(en)

en/of handeling(en) van haar en/of haar mededader(s) en/of een ander(en) en/of

verdachte heeft gedistantieerd,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) toen en daar opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke

bovenomschreven verboden gedraging(en)/handeling(en) verdachte (telkens) toen

en daar feitelijke leiding heeft gegeven;

EN/OF

[kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/althans een of meer ander(en)

perso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24

november 2007 te Almelo en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, opzettelijk:

- heeft bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/althans aanwezig heeft gehad een hoeveelheid pentobarbital en/althans

(een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende pentobarbital,

zijnde pentobarbital een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven de [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007 te Almelo en/of Utrecht en/althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

(telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door (telkens), -

terwijl de [medeverdachte] en/of haar mededader(s),

en/althans een of meer ander(en), wist(en) dat [betrokkene] haar leven wilde

beëindigen en/of daarbij hulp wenste en/of bereid was om ter levensbeëindiging

(een) middel(en) in te nemen - , na te laten om in te grijpen, ter

voorkoming/verhindering dat een of meerdere van voornoemde handeling(en) en/of

gedraging(en) door [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of een of

meerdere mededader(s), en/althans een of meer ander(en), zou(den)

plaatsvinden, en/of (anderszins) toe te laten, althans niet (door woorden

en/of daden) te voorkomen, dat [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene],

en/of een of meerdere mededader(s), en/althans een of meer ander(en),

voornoemd(e) handeling(en) en/of gedraging(en) en/of misdrijf/misdrijven

pleegde(n) en/of kon(den) plegen en/of kon(den) blijven plegen,

en/althans zich niet, in elk geval: onvoldoende, van voornoemde gedraging(en)

en/of handeling(en) door [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene] en/of [kind van betrokkene], en/of

een of meerdere mededader(s), en/althans een of meer ander(en), te distantiëren

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) toen en daar opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke

bovenomschreven verboden gedraging(en)/handeling(en) verdachte (telkens) toen

en daar feitelijke leiding heeft gegeven;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en/of namens verdachte gevoerd;

Geldigheid van de dagvaarding

Namens verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat de dagvaarding ten aanzien van feit 2 nietig dient te worden verklaard. De raadsman heeft aan dit verweer ten grondslag gelegd dat de tenlastelegging voor wat betreft de verweten gedragingen op twee gedachten hinkt, waardoor de tenlastelegging volstrekt onbegrijpelijk en innerlijk tegenstrijdig is.

De rechtbank is het met de raadsman eens dat de tenlastelegging wat duidelijkheid betreft niet de schoonheidprijs verdient, doch is van oordeel dat deze de toets aan de vereisten uit artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering kan doorstaan.

In dit verband is allereerst van belang dat uit de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaringen moet worden opgemaakt dat verdachte wel degelijk heeft begrepen wat het verwijt is dat de officier van justitie hem maakt en dat op geen enkele wijze is gebleken dat hij en zijn raadsman zich niet of in onvoldoende mate hiertegen hebben kunnen verweren.

Voor de rechtbank is de tenlastelegging voldoende begrijpelijk. Niet is gebleken van beletselen die eraan in de weg staan om deze als grondslag voor het onderzoek ter terechtzitting te doen gelden.

De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat de opsomming van de verweten feitelijke gedragingen zowel actieve als passieve elementen bevat de tenlastelegging niet onbegrijpelijk maakt. Deze elementen kunnen naast elkaar bestaan, of als alternatieven worden gezien. De enkele omstandigheid dat aan de feiten, indien deze mochten worden bewezen, bij een eventuele kwalificatie van het delict kenmerken van bestanddelen zijn toe te kennen van andere delicten dan die waarop de opsteller van de tenlastelegging -blijkens de verwijzing naar wettelijke voorschriften- (kennelijk) doelt, maakt dit niet anders. De raadsman heeft tegen alle mogelijke varianten ten volle verweer kunnen voeren en verdachte is geenszins in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank verwerpt derhalve dit verweer.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

Namens verdachte is ter terechtzitting betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, wegens strijd met het verbod van willekeur c.q. strijd met het gelijkheidsbeginsel, nu de officier van justitie heeft besloten om verdachte wel en de drie kinderen van [betrokkene] niet te vervolgen.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

De rechtbank mag bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie de beslissing om tot vervolging over te gaan ten volle toetsen aan de beginselen van een goede procesorde. De rechtbank is, ook gelet op de uitleg die de officier van justitie daarover heeft gegeven, van oordeel dat het verwijt dat verdachte wordt gemaakt van wezenlijk andere aard is dan het verwijt dat de kinderen van [betrokkene] kan worden gemaakt. De rol die verdachte gehad zou hebben is meer sturend en faciliterend bij de verweten gedragingen dan die van de kinderen. Daarnaast is het begrijpelijk dat het openbaar ministerie rekening heeft gehouden met de emotionele betrokkenheid van de kinderen bij de doodswens en het overlijden van hun moeder.

De rechtbank is gelet op alle omstandigheden van oordeel dat geen sprake is van willekeur of strijd met het rechtsgelijkheidsbeginsel en dat zich in deze niet de situatie voordoet dat moet worden geconcludeerd dat het Openbaar Ministerie niet in redelijkheid tot deze beslissing heeft kunnen komen. Het verweer wordt derhalve verworpen.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen verdachte sub 1 ten derde en sub 2 ten derde wordt verweten, nu de rechtbank het medeplegen bewezen acht en derhalve niet de medeplichtigheid.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen

vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen-

waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 ten eerste en ten tweede en het sub 2 ten eerste en ten tweede tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

[betrokkene] op 24 november 2007 te Almelo zich van het leven

heeft benomen door het innemen van een hoeveelheid pentobarbital,

waarbij hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen,

voornoemde [betrokkene] in de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007 te Almelo en Utrecht en elders in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en een middel ten behoeve van die zelfdoding heeft verschaft, terwijl die

zelfdoding is gevolgd,

immers heeft hij, verdachte, en zijn mededaders toen en daar (telkens) opzettelijk:

- met voornoemde [betrokkene], en/of onderling met elkaar, afgesproken en/of besproken:

* dat [betrokkene] met hulp van hen, haar leven zou beëindigen, en,

* op welke datum [betrokkene] haar leven zou beëindigen, en,

* waar [betrokkene] haar leven zou beëindigen, en,

* wie bij de levensbeëindiging door [betrokkene] aanwezig zou(den) zijn,

en,

* dat aan [betrokkene] een levensbeëindigend middel zou worden verstrekt en dat

[betrokkene] dat middel zou moeten innemen, en,

- zich voorzien van een hoeveelheid pentobarbital, en zich vervolgens daarmee begeven naar de woning van [kind van betrokkene] te Almelo, en

- een of meerdere flesjes met een hoeveelheid pentobarbital, overgegoten in een beker, en daarmee, begeven naar voornoemde [betrokkene], en

- tegen voornoemde [betrokkene] gezegd, "u weet wel waarom we hier zijn",

en

- een beker, inhoudende pentobarbital, in de nabijheid van die [betrokkene] klaargezet/neergezet, en

- de schroefdop van een beker, inhoudende een hoeveelheid pentobarbital,

verwijderd en een rietje in die beker gedaan;

EN

de [medeverdachte] in de periode van 1 februari 2007 tot en met 24 november 2007 te Almelo en Utrecht en elders in Nederland, tezamen en in

vereniging met anderen, opzettelijk behulpzaam is geweest bij, en een middel heeft verschaft ten behoeve van de zelfdoding door [betrokkene], immers heeft de [medeverdachte] en een of meer van haar mededaders toen en daar telkens opzettelijk:

- met voornoemde [betrokkene], en/of onderling met elkaar, afgesproken en/of besproken:

* dat [betrokkene] met hulp van hen, haar leven zou beëindigen, en,

* op welke datum [betrokkene] haar leven zou beëindigen, en,

* waar [betrokkene] haar leven zou beëindigen, en,

* wie bij de levensbeëindiging door [betrokkene] aanwezig zou(den) zijn,

en,

* dat aan [betrokkene] een levensbeëindigend middel zou worden verstrekt en dat

[betrokkene] dat middel zou moeten innemen, en,

- zich voorzien van een hoeveelheid pentobarbital, en zich vervolgens daarmee begeven naar de woning van [kind van betrokkene] te Almelo, en

- een of meerdere flesjes met een hoeveelheid pentobarbital, overgegoten in een beker, en daarmee, begeven naar voornoemde [betrokkene], en

- tegen voornoemde [betrokkene] gezegd, "u weet wel waarom we hier zijn",

en

- een beker, inhoudende pentobarbital, in de nabijheid van die [betrokkene] klaargezet/neergezet, en

- de schroefdop van een beker, inhoudende een hoeveelheid pentobarbital,

verwijderd en een rietje in die beker gedaan

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen/handelingen verdachte toen

en daar feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

hij op 24 november 2007 te Almelo en elders in Nederland tezamen en in

vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd en verstrekt een hoeveelheid pentobarbital, zijnde pentobarbital een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

EN

de [medeverdachte] op 24 november 2007 te Almelo en elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk:

- heeft vervoerd en verstrekt een hoeveelheid pentobarbital, zijnde

pentobarbital een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte toen

en daar feitelijke leiding heeft gegeven;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het telastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

Daderschap van de rechtspersoon

De rechtbank vindt bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan strafbare gedragingen van de [medeverdachte] (hierna ook: [medeverdachte]). De rechtbank heeft de zaak getoetst aan de criteria die zijn geformuleerd in het zogenaamde Drijfmest-arrest van de Hoge Raad van 21 oktober 2003. Volgens dat arrest kan een rechtspersoon worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit als de gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Daarvoor is onder meer van belang dat de gedragingen hebben plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon. Daarvan zal sprake kunnen zijn indien zich een of meer van de volgende omstandigheden voordoen:

- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit andere hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,

- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon,

- de gedraging is de rechtspersoon gedienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf,

- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard.

De rechtbank verwerpt de stelling van de verdediging dat dit arrest niet van toepassing zou zijn op deze zaak omdat de [medeverdachte] geen commerciële instelling is en er geen sprake is van een bedrijfsvoering. In twee van de vier criteria wordt weliswaar gerept van bedrijfsvoering of bedrijf, maar in de andere twee gebeurt dat niet. Het betreft bovendien geen limitatieve opsomming van criteria, en in het hele arrest wordt gesproken over de rechtspersoon, zonder dat een beperking wordt aangebracht tot een commerciële rechtspersoon.

De rechtbank heeft bij de beantwoording van de vraag of de gedragingen in de sfeer van de rechtspersoon zijn begaan behalve de in het arrest genoemde criteria ook betrokken de in de lagere rechtspraak vaker gehanteerde maatstaf of de gedragingen in het maatschappelijk verkeer hebben te gelden als de gedraging van de rechtspersoon.

De volgende feiten en omstandigheden acht de rechtbank van belang:

(Mede)verdachte is voorzitter van het bestuur van de [medeverdachte]. De rechtbank acht bewezen dat hij het middel pentobarbital heeft geleverd waarmee [ betrokkene] zich van het leven heeft beroofd. Aan het eerste criterium uit het Drijfmest-arrest, dat het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit andere hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon, is daarmee voldaan.

De rechtbank vindt ook dat de bewezenverklaarde gedragingen in het maatschappelijk verkeer hebben te gelden als de gedragingen van de [medeverdachte]. Daarvoor is het volgende van belang:

• in februari 2007 benadert [kind van betrokkene] de [medeverdachte], door middel van e-mail. Hij krijgt antwoord van [verdachte], voorzitter van de [medeverdachte], die de mail schrijft als “hulpverlener steunpunt Maastricht”. Geen van de getuigen in het dossier behalve verdachte zelf verklaart dat hij op enig moment in de periode daarna heeft gezegd dat hij als privé-persoon optrad. Het blijkt ook niet uit de e-mails en brieven in het dossier.

• In het persoonlijk levenseinde besluit van [betrokkene] staat dat zij de nadrukkelijke wens heeft om -zonodig met medewerking van een [medeverdachte] Steunpunt- voorzien te worden van de middelen waarmee ze zelfstandig of met behulp van de gevolmachtigde op een waardige wijze haar leven kan beëindigen. [Verdachte] wordt aangewezen als één van de gevolmachtigden.

• Betrokkene en haar kinderen hebben contact gehad met drie aan de [medeverdachte] verbonden personen. Alledrie maken zij deel uit van het bestuur van de [medeverdachte]. De bestuursleden [bestuurslid 1] en [bestuurslid 2] hebben ook nadat zij vernomen hadden dat [verdachte] het dodelijke middel zou leveren nooit gesproken met de kinderen of binnen het bestuur van de [medeverdachte] over de toelaatbaarheid van dit plan.

• In augustus 2007 is er een ontmoeting in Utrecht geweest tussen de kinderen van (het betrokkene), de voorzitter van de [medeverdachte], [verdachte], en de secretaris van de [medeverdachte], [bestuurslid 1]. Volgens de kinderen is er gesproken over de manieren van levensbeëindiging. [kind van betrokkene] verklaart hierover: “[Verdachte] zei in aanwezigheid van [bestuurslid 1] dat er een middel zou komen alsof het een wonder was en dat middel zou zijn werk doen”. Zijn verklaring wordt bevestigd door zijn zus [kind van betrokkene]: “er zou iets zijn, een snoepje. Mijn moeder zou door dat iets overlijden. [bestuurslid 1] was daarbij aanwezig”.

• Op 3 november 2007 is in Almelo bij Eugeria een gesprek geweest tussen de voorzitter van de [medeverdachte], [verdachte], de vice-voorzitter van de [medeverdachte], [bestuurslid 2], en [betrokkene], later ook in het bijzijn van haar kinderen. Hierna hebben [verdachte] en [bestuurslid 2] gesproken met de kinderen buiten bijzijn van hun moeder. In dat laatste gesprek is gesproken over de manier waarop de zelfdoding zou plaatsvinden. Ook is toen besproken dat elk van de kinderen verantwoordelijkheid zou dragen door een deel van het middel over te gieten. [bestuurslid 2] verklaart over dit gesprek: “Ik heb met de kinderen gesproken over het verdere verloop van het proces om te komen tot levenbeëindiging. Er zou zo zorgvuldig mogelijk door de [medeverdachte] gehandeld worden. Ik heb hen gezegd dat er een mogelijkheid bestond dat ze door justitie gehoord zouden worden”.

• De kinderen van [ betrokkene] en hun partners waren ervan overtuigd dat de [medeverdachte] en niet de persoon [verdachte] hun moeder hielp om te sterven. Dat blijkt uit verschillende verklaringen, onder andere van [kind betrokkene]: “Ik ging er van uit dat de [medeverdachte] wist wat er gedaan moest worden en wat niet gedaan mocht worden”. [kind van betrokkene] verklaart: “Die dag is het ritueel ter sprake gekomen. [verdachte] en [bestuurslid 2] waren daar bij. Als zij beginnen over een ritueel waarbij een middel in drieën gedeeld moest worden dan kan ik er toch vanuit gaan dat zij dat middel ook zullen verstrekken. Met “zij” bedoel ik de [medeverdachte]”. [Schoonzoon van betrokkene] verklaart dat hij ongeveer een week voor het overlijden [verdachte] kritische vragen heeft gesteld en dat [verdachte] daarop antwoordde: “De stichting regelt het wel”, en: “Je moet vertrouwen hebben in de stichting”.

• Op 24 november 2007 schrijft [verdachte] een brief aan de schouwarts en de Officier van Justitie waarin hij melding maakt van het feit dat [betrokkene] geen natuurlijke dood is gestorven. Hij schrijft dat hij bereid is tot het geven van nadere informatie, maar uitsluitend in het bijzijn van [bestuurslid 1] en [bestuurslid 2]. Als bijlage bij de brief is gevoegd de samenstelling van het bestuur en de Adviesraad van de [medeverdachte].

Uit al deze omstandigheden blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat er door geen van de betrokkenen onderscheid werd gemaakt tussen de [medeverdachte] met [verdachte] als voorzitter en [verdachte] als privé-persoon. Ook twee andere bestuursleden waren betrokken bij de verleende hulp. De bewezenverklaarde gedragingen hebben daarom in het maatschappelijk verkeer tevens te gelden als de gedragingen van de [medeverdachte]. De rechtbank vindt dan ook dat de bewezenverklaarde gedragingen redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de [medeverdachte]. Daarnaast volgt uit de feitelijke gang van zaken zoals hiervoor weergegeven dat er tussen de kinderen van [betrokkene], [verdachte] en de [medeverdachte] sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op de geboden hulp bij zelfdoding, zodat de rechtbank medeplegen bewezen acht.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 ten eerste en ten tweede en sub 2 ten eerste en ten tweede meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ontslag van rechtsvervolging

Het sub 1 ten tweede bewezenverklaarde levert naar het oordeel van de rechtbank geen strafbaar feit op, nu de voor strafbaarheid vereiste voorwaarde dat de zelfdoding is gevolgd er niet in staat vermeld. Verdachte zal voor dit feit worden ontslagen van alle rechtsvervolging

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 ten eerste, het misdrijf:

"Medeplegen van opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam zijn, terwijl de zelfdoding volgt”

en

“Medeplegen van opzettelijk een ander de middelen tot zelfdoding verschaffen, terwijl de zelfdoding volgt”,

strafbaar gesteld bij artikel 294 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2 ten eerste, het misdrijf:

"Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod ",

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet;

en wat betreft sub 2 ten tweede, het misdrijf

"Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging",

strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto artikel 51

van het Wetboek van Strafrecht;

Strafbaarheid van het feit

Namens verdachte is betoogd dat de gepleegde feiten niet strafbaar zijn omdat sprake was van overmacht in de vorm van noodtoestand.

Uitzonderlijke omstandigheden kunnen in een individueel geval meebrengen dat gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld, niettemin gerechtvaardigd kunnen worden geacht, onder meer indien moet worden aangenomen dat daarbij is gehandeld in noodtoestand, dat wil zeggen – in het algemeen gesproken – dat de pleger van het feit, staande voor de noodzaak te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen, de zwaarstwegende heeft laten prevaleren.

In een geval als het onderhavige waarin de wetgever een bijzondere regeling heeft getroffen voor de afweging van de aan de naleving van de wet verbonden nadelen

– in casu in de vorm van de mogelijkheid dat een arts onder strikte voorwaarden hulp biedt bij zelfdoding– is een beroep op noodtoestand niet zonder meer uitgesloten, maar een dergelijk beroep zal slechts bij hoge uitzondering kunnen worden aanvaard. De manoeuvreerruimte van de rechter is zo’n geval uitermate klein. Iemand die geen arts is kan naar het oordeel van de rechtbank geen geslaagd beroep op noodtoestand doen behoudens zeer uitzonderlijke omstandigheden; denkbaar is wellicht dat zo’n beroep kans van slagen heeft in situaties waarin de in de wet vastgelegde strafuitsluitingsgrond niet functioneert omdat door een ramp of oorlog geen artsen beschikbaar zijn.

In de zaak die nu ter beoordeling aan de rechtbank voorligt heeft de behandelend arts geweigerd [betrokkene] te helpen bij zelfdoding. Het beroep op de bijzondere strafuitsluitingsgrond van artikel 294 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht is door de wetgever na een uitvoerige parlementaire discussie alleen aan artsen toegekend. De wetgever heeft niet-strafbare hulp bij zelfdoding alleen mogelijk willen maken in gevallen die medisch begeleid worden en achteraf verplicht worden getoetst. Dat artsen niet verplicht zijn om medewerking te verlenen aan de doodswens van een patiënt is één van de uitgangspunten van de euthanasiewetgeving, en heeft bij de totstandkoming van de wettelijke strafuitsluitingsgrond van artikel 249 lid 2 niet geleid tot een ruimere formulering die in het geval van een weigering ook niet-artsen omvat. Een weigerende arts is daarom geen situatie die een beroep op noodtoestand voor een niet-arts mogelijk maakt, hoe schrijnend ook de situatie is van degene die zelfdoding wenst en daar hulp bij nodig heeft. Het verweer wordt daarom verworpen.

Strafbaarheid van de dader

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake de feiten sub 1 en sub 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met oplegging van de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd geen deel mag uitmaken van het bestuur van de [medeverdachte] dan wel van het bestuur van een organisatie met (in wezen) soortgelijke doelstelling als de [medeverdachte].

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

[betrokkene] is op 24 november 2007 rustig overleden, in haar eigen bed en na afscheid te hebben genomen van haar kinderen. Uit de stukken blijkt dat zij dit heel graag wilde, en dat ze er lang en goed over had nagedacht. Verdachte heeft haar geholpen haar wens te realiseren nadat haar behandelend arts dat eerder had geweigerd. Voor de vele Nederlanders die vinden dat de huidige regelgeving over hulp bij zelfdoding niet voldoet is dit wellicht een wijze van optreden die zij goedkeuren. Ook de rechtbank voelt in deze zaak de spanning tussen de algemene norm en de bijzonderheid van deze concrete casus.

Toch volgt er straf.

Hulp bij zelfdoding is destijds door de wetgever strafbaar gesteld omdat beschermwaardigheid van het leven een belangrijke gemeenschapswaarde is, waaraan een hogere waarde werd toegekend dan aan het individuele zelfbeschikkingsrecht. Dat zelfdoding niet strafbaar is gesteld heeft een praktische reden, en geen principiële. De maatschappelijke opvattingen zijn in de loop der jaren echter veranderd, en dat heeft geleid tot de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL). Na een langdurige parlementaire discussie is het verbod op hulp bij zelfdoding in de wet gehandhaafd. Dat betekent dat de wetgever het respect voor leven als gemeenschapswaarde van hogere betekenis oordeelt dan de betekenis die het leven voor het individu kent. Onder zeer strikte voorwaarden kan dat anders zijn, en daarom is de medische exceptie van artikel 294 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht in de wet opgenomen. Eén van de doelstellingen van de WTL is het vergroten van de toetsbaarheid en transparantie van en controle op het handelen van artsen inzake euthanasie en hulp bij zelfdoding.

Uit de parlementaire stukken blijkt dat de wetgever een medisch monopolie heeft gewild bij euthanasie en hulp bij zelfdoding. Achterliggende gedachte is dat euthanasie en hulp bij zelfdoding alleen toegestaan zijn bij uitzichtloos en ondragelijk lijden, en dat alleen een arts hierover een deskundig oordeel kan vellen. Het maatschappelijk debat over de wenselijkheid van de huidige criteria is in volle gang. Maar ook de voorstanders van een andere regeling wijzen op het belang van zorgvuldigheid en toetsbaarheid.

Door als niet-arts hulp bij zelfdoding te verlenen heeft verdachte de regelgeving die hij goed kent bewust overtreden. Door zijn handelen heeft hij geholpen bij een zelfdoding op een manier die niet voldoet aan de door de wet gestelde eisen. Niet alleen heeft de hulp plaatsgevonden door een niet-arts, ook is niet voldaan aan de criteria van de WTL. Van toetsbaarheid, transparantie en controle is deze zaak geen sprake. En die moet er wel zijn. Het strafrecht dient mensen te beschermen tegen mogelijk slechte bedoelingen of onzorgvuldigheid van anderen.

Gelet op de ernst van het feit is een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden naar het oordeel van de rechtbank in beginsel passend. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf ook acht geslagen op de straffen die opgelegd zijn in andere zaken waarbij een niet-arts werd veroordeeld voor hulp bij zelfdoding. Omdat in die zaken door de rechter de verwijtbaarheid ook werd gevonden in de onzorgvuldige begeleiding van de overledene door de veroordeelde, en daarvan in deze zaak niet is gebleken, zijn ze niet geheel gelijk te stellen met deze zaak. Gelet hierop en gelet op de leeftijd van verdachte en op het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit, is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk passend is

De rechtbank zal aan de voorwaardelijke veroordeling niet de door de officier van justitie gevraagde bijzondere voorwaarde koppelen dat verdachte geen deel uit mag maken van het bestuur van de [medeverdachte] of een vergelijkbare stichting, nu zij hierin geen meerwaarde ziet.

De rechtbank overweegt verder, dat [kind van betrokkene], [kind van betrokkene] en [kind van het betrokkene], zich ter zake van feit sub 1, via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier als benadeelde partij hebben gevoegd in het strafproces en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij.

De benadeelde partijen zijn kinderen van [betrokkene]. Zij vragen vergoeding van immateriële schade die zij geleden hebben na haar overlijden. Uit de toelichting blijkt dat de kinderen vinden dat zij schade hebben geleden omdat zij zelf als verdachte zijn aangemerkt in deze zaak. Het verwijt dat zij richting verdachte uiten is dat zij verkeerd zijn voorgelicht over de mogelijke consequenties van hun handelen. De rechtbank is van oordeel dat het causaal verband tussen de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en de gevorderde schade ontbreekt, zodat niet is voldaan aan het wettelijke vereiste dat de schade rechtsreeks is geleden door een strafbaar feit. De vorderingen worden daarom afgewezen.

De na te melden straf is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 55, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk in haar strafvervolging.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 ten derde en sub 2 ten derde is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 ten eerste en sub 1 ten tweede en het sub 2 ten eerste en sub 2 ten tweede tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Ontslaat verdachte van alle rechtvervolging ten aanzien van het sub 1 ten tweede bewezenverklaarde.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van tien (10) maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot acht (8) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vorderingen van de benadeelde partijen af.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 ten eerste en sub 1 ten tweede en sub 2 ten eerste en sub 2 ten tweede meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Caminada, voorzitter, mr. Venekatte en mr. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van Veldhuis, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 mei 2009.