Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BH9186

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-03-2009
Datum publicatie
01-04-2009
Zaaknummer
299819
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in kort geding. Werkgever schort loonbetalingsverplichting op met de bedoeling dat de werknemer kort geding begint bij de kantonrechter. Hij doet dat omdat de werknemer in Duitsland woont, hij een ontbindingsverzoek wil indienen op de voet van artikel 7: 685 BW en hij stuit op de hindernis van artikel 20 lid 1 van de EEX-vo.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2009, 77
AR-Updates.nl 2009-0266
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 299819 EJ VERZ 1562/09

Beschikking van de kantonrechter d.d. 27 maart 2009 in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Maser Engineering B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede

verzoekster

hierna te noemen Maser Engineering

gemachtigde: mr. E.P. Cornel

advocaat te Enschede

tegen

wonende te Ahaus-Ottenstein (Dld)

verweerster

hierna te noemen: verweerster

gemachtigde: mr. J.H. Reints

advocaat te Enschede

1. Het verloop van de procedure:

1.1. Bij verzoekschrift, dat op 16 maart 2009 is ingekomen ter griffie van de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Enschede, vraagt Maser Engineering om op de voet van artikel 7: 685 BW de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden. Verweerster heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is op 25 maart 2009 mondeling behandeld en de griffier heeft daarvan proces-verbaal opgemaakt.

1.2. De beantwoording van de vraag of de kantonrechter bevoegd is van het verzoek kennis te nemen:

2.1 Verweerster is op basis van een arbeidsovereenkomst op 1 april 2007 als secretaresse in dienst getreden van Maser Engineering. Zij woont in Ahaus-Ottenstein in Duitsland. Maser Engineering is gevestigd te Enschede.

2.2 Partijen zijn in een arbeidsconflict verwikkeld geraakt en dat is voor Maser Engineering aanleiding verweerster kenbaar te maken te streven naar een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Verweerster wil dat de arbeidsrelatie wordt voortgezet. Maser Engineering vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Zij ziet op voorhand dat zij de hindernis van artikel 20 lid 1 van de EEX-Vo., moet nemen omdat verweerster niet wil meewerken aan een forumkeuze die de kantonrechter te Enschede bevoegd maakt. Een hindernis, aldus Maser Engineering, omdat wanneer zij zich moet wenden tot de bevoegde Duitse rechter dat een fikse vertraging in de afwikkeling van de ontbindingsprocedure zal opleveren. Ten einde de hindernis te nemen staakt Maser Engineering de loonbetalingen aan verweerster met de bedoeling dat verweerster genoopt is een kort geding bij de kantonrechter te Enschede aanhangig te maken teneinde te bewerkstelligen dat Maser Engineering wordt veroordeeld aan haar het loon door te betalen totdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Het komt tot een dergelijk kort geding. Nadat de dagvaarding aan haar is betekend dient verweerster het onderhavige ontbindingsverzoek in. Het kort geding en het ontbindingsverzoek worden door dezelfde kantonrechter tegelijkertijd behandeld. In de visie van Maser Engineering is haar ontbindingsverzoek een tegenvordering als bedoeld in artikel 20 lid 2 EEX-Vo. Maser Engineering beroept zich daarbij op de overwegingen van de kantonrechter te Eindhoven in zijn beschikking van 12 november 2004 (JAR 2005/38). Maser Engineering is, refererend aan vorenbedoelde overwegingen, van mening dat aan het woord “vordering”, zoals gebezigd in artikel 20 lid 1 van de EEX-Vo. een algemene betekenis toekomt, te weten: “vordering” en “verzoek”. Maser Engineering, voert, voortbordurend op deze mening, vervolgens aan dat nu verweerster een vordering in kort geding heeft ingesteld zij een ontbindingsverzoek bij dezelfde rechter kan indienen. In de visie van Maser Engineering dient de kantonrechter te Enschede op grond van hetgeen is bepaald in artikel 20 lid 2 van de EEX-Vo. daarom van haar ontbindingsverzoek kennis te nemen en daarover inhoudelijk te beslissen.

2.3 Verweerster houdt vast aan de tekst van artikel 20 lid 1 van de EEX-Vo. en zij stelt dat de handelwijze van Maser Engineering misbruik van procesrecht inhoudt.

2.4 De kantonrechter volgt de redenering van Maser Engineering niet. Weliswaar zijn de kort gedingprocedure en de ontbindingsprocedure gelijktijdig behandeld, maar dat betekent niet dat deze twee geheel verschillende procedures één geheel zijn geworden. In tegenstelling tot een voorlopige voorziening in kort geding gegeven, heeft een beschikking op een verzoek ex artikel 7: 685 BW een declaratoir karakter en kan daartegen geen hoger beroep of cassatie worden ingesteld. Artikel 20 lid 2 EEX-Vo. regelt de mogelijkheid van het instellen van een eis in reconventie. De kantonrechter zal zich onbevoegd verklaren van het verzoekschrift van Maser Engineering kennis te nemen. Het door verweerster aanhangig gemaakte kort geding schept geen competentie als door Maser Engineering naar voren is gebracht.

2.5 Maser Engineering heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling, zulks voor het geval de kantonrechter zich onbevoegd verklaart, gevraagd om een overweging “ten overvloede” die betrekking heeft op hoe het ontbindingsverzoek inhoudelijk door hem wordt beoordeeld. Dit verzoek wordt niet ingewilligd. Het is voorbehouden aan de bevoegde rechter het ontbindingsverzoek op al zijn inhoudelijke merites te beoordelen.

2.6 Maser Engineering zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing:

Verklaart zich onbevoegd van het verzoekschrift van Maser Engineering kennis te nemen.

Veroordeelt Maser Engineering in de kosten van de procedure aan de zijde van verweerster gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op 27 maart 2009 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.