Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BH5394

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
10-03-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
08.710719-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft het slachtoffer gedurende een lange periode in zijn werk en ook in privé-omstandigheden intensief gestalkt door herhaaldelijk te bellen, sms- en emailberichten te versturen, hem meermalen op te zoeken, speciaal een woning in de onmiddellijke nabijheid van hem te kopen, meermalen een auto voor zijn woning te parkeren en een vuurwapen aan te schaffen. Met deze handelwijze heeft verdachte stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

De rechtbank veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 13 maanden en 6 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering, een straatverbod en een contactverbod.

De rechtbank ontslaat verdachte ten aanzien van feit 2 van alle rechtsvervolging nu er sprake is van vrijwillige terugtreding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710719-08

STRAFVONNIS

Uitspraak: 10 maart 2009

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [GEBOORTEPLAATS, LAND] op [1968],

wonende te [WOONPLAATS],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Zwolle.

terechtstaande terzake dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 17 oktober 2008,

althans in de periode van 1 januari 2005 tot 1 augustus 2005 en/of in de

periode van 1 maart 2008 tot en met 17 oktober 2008, althans enige periode

tussen januari 2005 en 17 oktober 2008, in de gemeente(n) Almelo en/of Hengelo (Ov.) en/of Enschede, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van (een) perso(o)n(en) genaamd [SLACHTOFFER 1] en/of [SLACHTOFFER 2] (echtgenote van [SLACHTOFFER 1]), in elk geval van (een) ander(en), met het oogmerk die perso(o)n(en), in elk geval die ander(en) te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte toen daar

- meermalen en/of veelvuldig die (ander(en) (een) sms-bericht(en)/-(jes) en/of

(een) emailbericht(en) doen toekomen; en/of

- meermalen en/of veelvuldig opgebeld; en/of

- meermalen en/of veelvuldig opgezocht; en/of

- speciaal een woning gekocht, althans verhuisd naar een andere woning,

teneinde in de (zeer) (onmiddellijke) nabijheid van die ander(en) te kunnen

wonen/zijn/verblijven; en/of

- meermalen en/of veelvuldig een auto voor de woning van die ander(en)

geparkeerd; en/of

- een wapenvergunning aangevraagd/verkregen en/of een vuurwapen aangeschaft;

2.

zij in of omstreeks de periode van 10 mei 2007 tot en met 16 oktober 2008

in de gemeente(n) Almelo en/of Hengelo (O.), althans in Nederland,

ter voorbereiding van het misdrijf van moord en/of doodslag, althans van enig

(zwaar) (gewelds)misdrijf, op [SLACHTOFFER 1], opzettelijk een wapen (Walther P99, kaliber 9 mm Para), althans enig wapen, bestemd tot het begaan van dat

misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd

en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de eventuele in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in haar verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 17 oktober 2008 in de gemeenten Almelo en/of Hengelo (Ov.) en/of Enschede wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een persoon genaamd

[SLACHTOFFER 1] met het oogmerk die persoon te dwingen iets te doen en vrees aan te jagen, immers heeft verdachte toen daar

- meermalen die [SLACHTOFFER 1]een sms-bericht en een emailbericht doen toekomen en

- meermalen opgebeld en

- meermalen opgezocht en

- speciaal een woning gekocht teneinde in de onmiddellijke nabijheid van die [SLACHTOFFER 1] te kunnen zijn en

- meermalen een auto voor de woning van die [SLACHTOFFER 1] geparkeerd en

- een vuurwapen aangeschaft.

2.

zij in de periode van 10 mei 2007 tot en met 16 oktober 2008 in de gemeente(n) Almelo en/of Hengelo (O.) ter voorbereiding van het misdrijf van moord op [SLACHTOFFER 1] opzettelijk een wapen (Walther P99 kaliber 9 mm Para), bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 2 overweegt de rechtbank dat uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting voldoende aannemelijk is geworden dat de verdachte vrijwillig is teruggetreden. Van strafbare voorbereidingshandelingen is derhalve geen sprake, zodat verdachte voor dit feit zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 het misdrijf:

"Belaging, meermalen gepleegd",

strafbaar gesteld bij artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een haar strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 13 maanden en 6 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen haar te geven door en/of namens de reclassering, ook als dat inhoudt een toeleiding naar behandeling of begeleiding, dat zij op generlei wijze contact op zal nemen met [SLACHTOFFER 1] en dat zij zich op generlei wijze op zal houden in het gedeelte van de straat [STRAATNAAM] waar [SLACHTOFFER 1] woont, met niet-ontvankelijk verklaring van de civiele vordering van [SLACHTOFFER 1] en [SLACHTOFFER 2].

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zal worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft het slachtoffer gedurende een lange periode in zijn werk en ook in privé omstandigheden intensief gestalkt door herhaaldelijk te bellen, sms- en emailberichten te versturen, hem meermalen op te zoeken, speciaal een woning in de onmiddellijke nabijheid van hem te kopen, meermalen een auto voor zijn woning te parkeren en een vuurwapen aan te schaffen. Met deze handelwijze heeft verdachte stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Zoals blijkt uit de zich in het dossier bevindende slachtofferverklaring van [SLACHTOFFER 1] heeft verdachtes handelwijze een enorme impact op het slachtoffer gehad. Verdachte heeft zich hier geen rekenschap van gegeven en heeft zich laten leiden door haar eigen gevoelens van boosheid en frustratie. Dit gedrag is, wat er zich in het verleden ook tussen verdachte en het slachtoffer heeft afgespeeld, op geen enkele wijze te rechtvaardigen.

Drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, heeft een onderzoek ingesteld naar de geestvermogens van verdachte. Van dat onderzoek is op 18 februari 2009 een rapport opgesteld. Zakelijk weergegeven houdt deze rapportage het volgende in.

In diagnostische zin is er sprake van een vrouw met persoonlijkheidsproblematiek gekleurd door narcistische kenmerken en door onderliggende identiteitsproblematiek. Deze gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens was aanwezig ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. Er is sprake van een doorwerking van haar persoonlijkheidsproblematiek, met name de narcistische persoonlijkheidstendensen en de emotieregulatieproblematiek, in het tenlastegelegde. Deze doorwerking heeft haar gedragskeuzes en gedragingen beïnvloed. Verdachte dient volgens de deskundige als licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

De kans op recidive kan volgens de deskundige niet worden uitgesloten.

De rechtbank heeft geen reden aan de feiten en conclusies uit de rapportage te twijfelen. Zij neemt deze conclusies daarom over.

Alles tegen elkaar afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd. De rechtbank zal een fors deel van deze gevangenisstraf voorwaardelijk doen zijn om verdachte ervan te weerhouden zich andermaal met feiten als de onderhavige in te laten. Mede gelet op de inhoud van de omtrent verdachte opgemaakte rapportage, zal de rechtbank aan verdachte reclasseringstoezicht, een straatverbod en een contactverbod opleggen.

Civiele vorderingen

[SLACHTOFFER 2], wonende te [WOONPLAATS] aan de [ADRES], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.860,- (drieduizend-achthonderd-en-zestig euro) (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- Netto-inkomsten verlies € 860,-

- een immateriële schadevergoeding € 3.000,-

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, nu verdachte van het tenlastegelegde feit 1 partieel wordt vrijgesproken. De benadeelde partij kan haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[SLACHTOFFER 1], wonende te [WOONPLAATS] aan de [ADRES], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.085,44 (drieduizend-vijfentachtig euro en vierenveertig eurocent), (als “voorschot” voor geleden schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- Reiskosten € 85,44

- een immateriële schadevergoeding € 3.000,-

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, nu zij van oordeel is dat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor afdoening in het strafgeding. De benadeelde partij kan zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De na te melden straf is gegrond, behalve op voormeld artikel, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Ontslaat verdachte ten aanzien van feit 2 van alle rechtsvervolging.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde onder 1 oplevert het strafbare feit zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 13 (dertien) maanden en

6 (zes) dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:

de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen haar te geven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Almelo, ook als dat inhoudt een toeleiding naar behandeling en begeleiding door derden (bv. een poliklinische psychotherapeutische behandeling), aan welke instelling opdracht wordt gegeven overeenkomstig art 14d Wetboek van Strafrecht;

de veroordeelde zal gedurende de proeftijd op geen enkele wijze direct of indirect contact opnemen met de [FAMILIE] en niet met [SLACHTOFFER 1] in het bijzonder;

de veroordeelde zal gedurende de proeftijd, bezien vanaf haar eigen woning [ADRES] te [WOONPLAATS], de [STRAATNAAM] niet voorbij de [STRAATNAAM] betreden.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij: [SLACHTOFFER 2], in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij: [SLACHTOFFER 1], in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

Heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van heden (10 maart 2009), welk bevel afzonderlijk is geminuteerd.

Aldus gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. S. Taalman en

mr. D. Veurink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 10 maart 2009.