Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2009:BH4345

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-02-2009
Datum publicatie
02-03-2009
Zaaknummer
99961 / KG ZA 09-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot levering van aandelen in kort geding; beroep op wilsgebreken; ontbreken spoedeisend belang bij geldvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 99961 / KG ZA 09-40

datum vonnis: 27 februari 2009 (gww)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Twente Palace B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Accoord B.V.,

beiden statutair gevestigd te Hengelo (Ov.),

eisers,

verder ook te noemen in vrouwelijk enkelvoud Accoord,

advocaat: mr. E. Lassche,

tegen

Gedaagde,

wonende te Hengelo (Ov.),

gedaagde,

advocaat: mr. M.C. Oomen.

Het procesverloop

Accoord heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 20 februari 2009. Ter zitting zijn verschenen: de door Accoord gevolmachtigde heer M namens Accoord, vergezeld door mr. Lassche en Gedaagde vergezeld door mr. Oomen. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

Accoord houdt 126 aandelen met een nominale waarde € 100,-- per aandeel in de besloten vennootschap Twente Palace B.V. Gedaagde houdt 54 aandelen met een nominale waarde van € 100,-- per aandeel in voornoemde vennootschap.

Twente Palace drijft een horeca onderneming (hierna te noemen: het café). Gedaagde is in dienst getreden bij Twente Palace in de functie van directeur/bedrijfsleider van het café. Thans is gedaagde niet meer in dienst van Twente Palace.

De vorderingen van Accoord en haar onderbouwing daarvan

2. Bij dagvaarding vordert Accoord veroordeling van gedaagde tot nakoming van de op 3 april 2007 tussen partijen gesloten overeenkomst na te komen, in dier voege dat:

- Gedaagde binnen acht dagen na betekening van dit vonnis zijn 54 aandelen in het kapitaal van Twente Palace B.V. door middel van een notariële akte van levering overdraagt aan Accoord, tegen betaling door Accoord van € 5.400,--, zulks onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijkt met medewerking aan deze overdracht;

- Gedaagde te veroordelen om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis aan Accoord te betalen het bedrag van € 12.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

2.1 Accoord stelt daartoe dat gedaagde zich tijdens zijn dienstverband als directeur/bedrijfsleider van het café schuldig heeft gemaakt aan diverse onregelmatigheden. Nadat gedaagde hiermee is geconfronteerd, is besloten dat hij met ingang van 3 april 2007 ontslag zou nemen als directeur/bedrijfsleider van het café. Naast deze afspraak zijn partijen overeengekomen dat Gedaagde de 54 aandelen die hij houdt in het kapitaal van Twente Palace B.V. op eerste afroep tegen de nominale waarde van € 5.400,-- zou leveren aan Accoord. Tevens is afgesproken dat Gedaagde zijn financiële verplichtingen jegens Accoord zou nakomen. Het één en ander is schriftelijk vastgelegd in een overeenkomst van 3 april 2007.

Gedaagde heeft deels uitvoering gegeven aan de overeenkomst, thans resteert nog de levering van de aandelen en het betalen van € 12.000,--.

Het spoedeisend belang van Accoord ligt in de omstandigheid dat Accoord B.V. en Twente Palace B.V. een fiscale eenheid met elkaar en andere vennootschappen willen vormen. Dat is echter alleen mogelijk indien Accoord B.V. nagenoeg alle aandelen in het kapitaal van Twente Palace B.V. bezit.

Het verweer van Gedaagde

3. Gedaagde voert verweer tegen de vorderingen van Accoord en betwist het spoedeisend belang aan de zijde van Accoord. Accoord vordert immers nakoming van een overeenkomst die reeds op 3 april 2007 is gesloten. In de tijd tussen het instellen van de onderhavige vorderingen en het sluiten van voornoemde overeenkomst, heeft er veelvuldig overleg plaatsgevonden tussen partijen, ook over de overdracht van de aandelen. Toen was er geen spoedeisend belang en dat ontbreekt ook nu.

Voorts stelt gedaagde dat hij de overeenkomst van 3 april 2007 op 19 november 2008 buitengerechtelijk heeft vernietigd op grond van dwaling dan wel bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden. Mochten deze wilsgebreken niet worden aangenomen, dan dient te worden geoordeeld dat nakoming van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Na april 2007 is immers door Accoord lange tijd geen beroep gedaan op nakoming van de overeenkomst, maar werd maandenlang dooronderhandeld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de aandelen aan Accoord zouden kunnen worden overgedragen. Als pure nakoming van de overeenkomst de bedoeling was, zouden deze onderhandelingen overbodig zijn geweest. Gedaagde heeft overigens al gedeeltelijk uitvoering gegeven aan de overeenkomst.

Tenslotte stelt gedaagde dat zijn aandelen een veel hogere waarde vertegenwoordigen dan Accoord wil doen geloven.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

4. Het spoedeisend belang van Accoord bij haar vordering tot overdracht van de aandelen die gedaagde in Twente Palace B.V. houdt, is voldoende aannemelijk geworden. Niet van belang is de vraag waarom Accoord na het sluiten van de overeenkomst, althans na het moment waarop Gedaagde kennelijk weigerachtig bleef om aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst te voldoen, geruime tijd heeft gewacht met het instellen van haar vordering. Van belang is veeleer de vraag of Accoord op dit moment een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Die vraag moet bevestigend worden beantwoord, zulks mede gelet op de onbetwiste stelling van Accoord dat haar vennootschappen een fiscale eenheid met elkaar willen vormen en Accoord zich beroept op een zuivere overeenkomst, waarvan zij nakoming vordert.

4.1 Over de vordering tot levering van de aandelen overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Bepalend voor de vraag of deze vordering kan worden toegewezen is de kwestie rond de overeenkomst die partijen op 3 april 2007 hebben gesloten. Vast staat dat de overeenkomst is gesloten; Gedaagde betwist echter dat wil en verklaring met elkaar in overeenstemming zijn geweest destijds. Hij verweert zich thans met een beroep op een wilsgebrek. Daarvan is echter in het bestek van deze procedure onvoldoende gebleken en de voorzieningenrechter acht de kans dat de rechter in een eventuele bodemprocedure tot een andersluidend oordeel zal komen voorshands gering. Immers, het kan zo zijn dat Gedaagde in november 2008 de overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd, maar het is bevreemdend dat partijen in de periode daaraan voorafgaand enige keren overleg hebben gevoerd over de afwikkeling van hun contractuele verhouding (die overigens ook nu nog door de goede trouw wordt beheerst). Of die gesprekken c.q. onderhandelingen altijd constructief en in goede harmonie zijn verlopen, valt gelet op de verwijten die partijen elkaar over en weer maken te betwijfelen. Het is ook vreemd dat Accoord twee dagen na zo’n constructief en vriendschappelijk gesprek conservatoir beslag ten laste van Gedaagde heeft laten leggen. Van enig handelen of nalaten aan de zijde van Accoord dat een wilsgebrek bij Gedaagde in de hand zou kunnen hebben gewerkt, is echter niet gebleken. Met andere woorden: voorshands is voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van een overeenkomst tussen partijen, waarvan Accoord op het punt van de aandelenoverdracht terecht nakoming vordert. Voor een derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid is eveneens geen plaats, gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen.

4.1.2 Ook in de waardering van de aandelen kan Accoord voorshands worden gevolgd. De enkele stelling van Gedaagde dat het café een bloeiende, winstgevende zaak is op dit moment wordt niet gestaafd met ter zake dienende stukken en is derhalve onvoldoende om de gemotiveerde stelling van Accoord dat het café noodlijdend is en op de rand van faillissement bungelt te weerspreken. Bovendien, al zou de waarheid in het midden liggen, dan nog is dat geen reden om de aandelen op een hoger bedrag dan de uitgifteprijs te waarderen: partijen zijn die prijs immers overeengekomen.

4.1.3 Voor zover Gedaagde in zijn verweer wat betreft zijn hoofdelijke aansprakelijkheid het oog heeft op de situatie dat hij vogelvrij is na levering van de aandelen, biedt het Nederlands procesrecht hem via de weg van conservatoir beslag nog mogelijkheden om zijn gepretendeerde rechten zeker te stellen. In zoverre kan het verweer hem derhalve ook niet baten.

4.1.4 De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd.

4.2 Tenslotte overweegt de voorzieningenrechter dat de geldvordering van Accoord, de toets der kritiek niet kan doorstaan. Langs een geldvordering in kort geding dient immers een door de Hoge Raad in bestendige rechtspraak meetlat met drie criteria te worden gelegd. Deze criteria hebben achtereenvolgens betrekking op de spoedeisendheid van de vordering, de aannemelijkheid dat de rechter in een bodemprocedure redelijkerwijs tenminste een deel van de vordering zal toewijzen en het restitutierisico. Reeds bij het eerste criterium faalt de vordering van Accoord op dit punt. Niet aannemelijk is geworden dat Accoord een dermate spoedeisend belang heeft dat een onmiddellijke voorziening bij voorraad vereist is. Zelf heeft Accoord slechts de fiscale eenheid van de vennootschappen aan het spoedeisend belang ten grondslag gelegd. Dat is onvoldoende om ook het spoedeisend belang van de geldvordering aan te nemen. Van een financiële noodsituatie is evenmin gebleken.

Dat de overeenkomst tussen partijen evenwel een zuivere overeenkomst lijkt te zijn, zoals hiervoor reeds is overwogen, maakt het vorenstaande niet anders. Immers, in het kader van de – door de goede trouw beheerste – afwikkeling van hun contractuele relatie zijn partijen in onderhandeling getreden, waarbij de mogelijkheid bestaat dat Gedaagde in het kader van de afwikkeling tussen partijen nog het één en ander van Accoord of Twente Palace te vorderen heeft. De vordering van € 12.000,-- dient in dat licht te worden gezien, en kan reeds daarom in kort geding niet worden toegewezen. De vordering zal op dit punt dan ook worden afgewezen. Het restitutierisico behoeft geen nadere bespreking.

5. Omdat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt Gedaagde om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis zijn 54 aandelen in het kapitaal van Twente Palace B.V. door middel van een notariële akte van levering over te dragen aan Accoord, tegen betaling door Accoord aan Gedaagde van € 5.400,--, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijft hieraan te voldoen, met een maximum van € 50.000,--.

II. Compenseert de kosten van deze procedure, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

III. Verklaart onderdeel I. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.