Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BG9904

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-12-2008
Datum publicatie
15-01-2009
Zaaknummer
98420 / KG ZA 08-318
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzen vordering ontruiming woonruimte AZC.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 98420 / KG ZA 08-318

datum vonnis: 18 december 2008 (gc)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), rechtspersoon volgens artikel 2 van de Wet centraal orgaan opvang asielzoekers,

gevestigd te Rijswijk,

eiser,

advocaat: mr. M. Rijnhart te Den Haag,

tegen

X,

wonende te Almelo,

gedaagde,

advocaat: mw. mr. L. Sinoo te Utrecht.

Het procesverloop

Eiser heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is aanvankelijk behandeld ter terechtzitting van 8 december 2008. Kort voor de zitting heeft de advocaat van gedaagde schriftelijk verzocht de behandeling uit te stellen. Ter terechtzitting is gedaagde in persoon verschenen zonder advocaat en zonder tolk, terwijl duidelijk was dat hij de Nederlandse taal niet voldoende begrijpt. Vervolgens is de besloten de mondelinge behandeling aan te houden teneinde gedaagde in de gelegenheid te stellen zich alsnog door zijn advocaat en/of een tolk te doen bijstaan. De mondelinge behandeling is voortgezet op 11 december 2008. Bij die gelegenheid zijn verschenen: mr. Rijnhart, namens eiser en gedaagde vergezeld door mr. Sinoo en door de heer C.R.L. Tigrinate, tolk. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

1.1 Gedaagde is als asielzoeker Nederland ingereisd en afkomstig uit Angola.

1.2 Gedaagde verblijft in de Terugkeerlocatie Almelo aan het adres Vriezenveenseweg 170a te Almelo.

1.3 Op of omstreeks 21 november 2007 is aan gedaagde een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd toegekend.

1.4 Eiser bemiddelt eenmalig bij het vinden van passende woonruimte en aan gedaagde is een woning aangeboden in de gemeente Urk. Deze woning is door gedaagde geweigerd.

1.5 Naar aanleiding van de weigering van de woning is gedaagde op 3 november 2008 gehoord omtrent de gronden van zijn weigering.

1.5 Bij beschikking van 3 november 2008 heeft eiser in het kader van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) de Rva verstrekkingen beëindigd waarna n gedaagde de terugkeerlocatie onmiddellijk diende te verlaten.

1.6 Gedaagde heeft tegen de beschikking van 3 november 2008 geen beroep ingesteld maar weigert de terugkeerlocatie te verlaten.

2. De vordering van eiser en de standpunten van partijen.

2.1 Eiser vordert dat gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om de Terugkeerlocatie op het adres Vriezenveenseweg 170a te 7602 PV Almelo binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het zijne en de zijnen, met machtiging van eiser om het vonnis, na betekening, ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm indien gedaagde niet aan de veroordeling voldoet. Verder vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van de onderhavige procedure.

2.2 Eiser stelt daartoe het volgende. Gedaagde heeft een Verblijfsvergunning “speciale regeling 2007” toegekend gekregen en hij is niet langer aangewezen op de Centrale opvang. Eiser bemiddelt eenmalig bij het zoeken naar passende woonruimte, maar gedaagde kan en mag ook zelfstandig op zoek gaan naar woonruimte. Gedaagde is er zelf niet in geslaagd woonruimte te vinden. Bij het bemiddelen voor woonruimte door eiser geldt als enige criterium dat de door de gemeente aangeboden woning passend dient te zijn voor degene aan wie deze beschikbaar wordt gesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met de door de statushouder aangevoerde medische en bijzondere sociale omstandigheden, ingevuld op een zogenaamd P-1 formulier. Dit formulier is op 8 januari 2008 door gedaagde samen met medewerkers van eiser ingevuld. Gedaagde heeft geen bijzondere medische of sociale omstandigheden ingevuld waarmee eiser rekening diende te houden. Vervolgens heeft eiser voor gedaagde bemiddeld bij het vinden van passende woonruimte en deze gevonden op het adres Noorderpalen 32 te Urk. Gedaagde heeft echter geweigerd de woning te betrekken en de huurovereenkomst niet getekend. Hierop is gedaagde op 3 november 2008 in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord omtrent de gronden van zijn weigering, maar hij heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die naar het oordeel van eiser konden leiden tot heroverweging van de beslissing om gedaagde woonruimte in Urk aan te bieden, waarop eiser bij beschikking van 3 november 2008 de Rva-verstrekkingen heeft beëindigd. Gedaagde is niet in beroep gegaan tegen deze beschikking. Gedaagde verblijft thans dan ook zonder recht of titel in de Terugkeerlocatie en hij dient deze te verlaten. Dit klemt temeer omdat het eiser is gebleken dat gedaagde onlangs nog een woning in Nieuwegein heeft geweigerd. Hiermee is ook het spoedeisend belang van eiser gegeven omdat eiser de opvangcapaciteit dient te benutten voor andere asielzoekers en van eiser kan niet gevergd worden dat de titel tot ontruiming wordt verkregen via een bodemprocedure.

2.3 Gedaagde heeft verweer gevoerd en vordert afwijzing van het door eiser gevorderde. Gedaagde stelt dat hij ten tijde van het gesprek op 8 januari 2008 een brief van Adapt van

27 december 2007 heeft afgegeven waaruit blijkt dat hij onder behandeling van een psychiater staat. Eiser was dan ook wel degelijk op de hoogte van de psychische klachten van gedaagde. Deze brief bevond zich overigens al eerder in het dossier van eiser. Eiser miskent dat in de brief een beschrijving van de problemen van gedaagde wordt gegeven en dat woonruimte in de omgeving van Tilburg beter is voor gedaagde. De behandelend arts schrijft iets dergelijks niet zomaar en het betreft hier dus geen woonwens van gedaagde maar een advies dat is gebaseerd op zijn persoonlijke situatie. Eiser heeft dus niet nauwkeurig naar de medische situatie van gedaagde gekeken. Gedaagde heeft een sociale stoornis en om die reden is het beter dat hij woonruimte krijgt in een klein dorpje in de buurt van Tilburg. Dat gedaagde nog steeds onder behandeling is, blijkt uit het overgelegde behandelplan. Verder werd het gesprek met gedaagde omtrent de weigering van de aangeboden woning in het Engels gevoerd, terwijl gedaagde die taal niet goed beheerst. Door eiser wordt dan ook miskend dat gedaagde zich ten tijde van het gesprek op 8 januari 2008 niet goed heeft kunnen uiten. Gedaagde was daardoor niet goed op de hoogte van de gevolgen van de weigering en eiser had hem op de gevolgen moeten wijzen. Dat gedaagde een woning zoekt in Nieuwegein komt omdat daar vrienden van hem wonen en hij zich anders niet kan handhaven.

4. De gronden van de beslissing.

4.1 Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een spoedeisend belang bij het gevorderde heeft. De vordering is immers gericht op het beëindigen van een vermeende onrechtmatige situatie en dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van eiser met zich mee. Overigens is het spoedeisend belang niet door gedaagde betwist.

4.2 Gedaagde heeft tegen de vordering van eiser allereerst aangevoerd dat het op medische gronden noodzakelijk is dat hij woonruimte krijgt in een dorpje in de buurt van Tilburg. Uit de brief van de behandelend psychiater van 20 december 2007 blijkt op geen enkel wijze dat het op medische gronden noodzakelijk is dat gedaagde woonruimte krijgt in een klein dorp in de omgeving van Tilburg. Veeleer lijkt er sprake van een door gedaagde zelf geuite woonwens. Bovendien heeft gedaagde een woning in Urk, een plaats die in omvang bij zijn woonwens lijkt aan te sluiten, geweigerd en is hij zelf op zoek gegaan naar een woning in de veel grotere gemeente Nieuwegein.

4.3 Voorts heeft gedaagde aangevoerd dat hij niet op de hoogte was van de gevolgen van zijn weigering om de aangeboden woonruimte te aanvaarden. De gesprekken daarover vonden plaats in het Engels en die taal is hij niet voldoende machtig. Eiser had hier volgens gedaagde dan ook rekening mee moeten houden. Ook deze stelling faalt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ligt het op de weg van gedaagde om zijn belangen behoorlijk te (laten) behartigen. Op het moment dat hem bij het invullen van het zogenaamde P-1 formulier bepaalde zaken niet duidelijk waren, dan had hij dat zelf kenbaar kunnen maken bij de medewerkers van eiser om zich alsnog bij te kunnen laten staan door iemand die de Engelse taal wel voldoende machtig. Dat gedaagde tot kort voor de in eerste instantie bepaalde zitting heeft gewacht met het inschakelen van deskundige hulp, behoort dan ook voor rekening van gedaagde te komen.

4.4 Eiser vordert ontruiming binnen drie dagen na betekening van het onderhavige vonnis. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is die termijn te kort temeer omdat eiser niet heeft aangegeven de betreffende woonruimte acuut nodig te hebben voor het huisvesten van andere asielzoekers. Ook heeft eiser ter zitting ingestemd met een (iets) langere termijn.

4.5 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu de kosten van de dagvaarding niet door eiser zijn opgegeven, zullen deze op nihil worden gesteld. De overige kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:

- vast recht 254,00

- salaris procureur 527,00

Totaal € 781,00

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagde om na betekening van dit vonnis doch niet eerder dan op

2 februari 2009 de door hem bewoonde ruimte in de Terugkeerlocatie aan de Vriezenveenseweg 170a te 7602 PV Almelo met al het zijne en de zijnen te ontruimen en ontruimd te houden.

II. Machtigt eiser om bij gebreke van voldoening aan het hiervoor onder I. genoemde de ontruiming zelf te (doen) bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie.

III. Veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiser begroot op € 254,00 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

IV. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Stoové, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.