Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BG1778

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-10-2008
Datum publicatie
28-10-2008
Zaaknummer
710399-08 en 750244-07 en 750328-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gelovige vrouw die zich meerdere keren heeft schuldig gemaakt aan agressief gedrag jegens met name jeugdigen is door de meervoudige kamer van de rechtbank Almelo ontslagen van alle rechtsvervolging.

De bewezen verklaarde feiten kunnen haar niet worden toegerekend. Zij dient zich gedurende één jaar te laten verplegen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummers: 710399-08 en 750244-07 en 750328-08.

STRAFVONNIS

Uitspraak: 28 oktober 2008.

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], in [1948],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de PI te D,

terechtstaande -na verwijzing door de politierechter - ter zake dat:

wat betreft parketnummer 750244-07:

1. zij op of omstreeks 20 maart 2007, te E in de gemeente C, opzettelijk mishandelend een persoon genaamd X, (met kracht) aan de haren heeft getrokken, waardoor die X letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. zij op of omstreeks 30 augustus 2006, te E, in de gemeente C , Y heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een (ijzeren althans stalen) pijp aan die Y getoond en/of vast gehad en/of daarmee opzettelijk dreigend heeft gezwaaid en/of daarmee op enigerlei wijze heeft gemanipuleerd ten opzichte van die Y en/of (daarbij) die Y dreigend de woorden heeft toegevoegd : "het is dat je de waarheid hebt gezegd anders had ik je dood gemaakt, er is geen getuige die kan bewijzen dat ik je heb dood geslagen", en/of (daarbij) dreigend tegen die Y heeft gezegd -zakelijk weergegeven- dat dat een stalen pijp was en dat ze daarmee zo de hersenpan van die Y kon inslaan, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3. zij op of omstreeks 30 augustus 2006, te E, in de gemeente C, opzettelijk (de dertienjarige) Y wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft zij, verdachte, met dat opzet (onder verbale bedreiging en/of onder dreiging van/met een ijzeren athans stalen pijp) die Y in een auto heeft laten plaatsnemen en/althans in een auto heeft meegenomen naar haar, verdachte's woning en/of (vervolgens) in haar, verdachte's woning, die Y (op een voor die Y bedreigende wijze) heeft ondervraagd en/of uitgehoord en/of (enige tijd) op een stoel heeft geplaatst althans geplaatst heeft gehouden;

en wat betreft parketnummer 710399-08:

zij op of omstreeks 10 juni 2008, te E, gemeente C, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer perso(o)n(en), genaamd Z en/of ZZ, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto (merk BMW) met die (door haar bestuurde) auto vol gas en/of met hoge snelheid, althans een (hogere) snelheid dan aldaar ter plaatse verantwoord en/of noodzakelijk was, (al dan niet achteruit rijdend) achter die Z en/of die ZZ is aangereden en/of op die Z en/of die ZZ is toegereden en/of ingereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 10 juni 2008, te E, gemeente C, een of meer perso(o)n(en), genaamd Z en/of ZZ, heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen en/of goederen in gevaar werd gebracht en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend, als bestuurder van een personenauto (merk BMW), met die (door haar bestuurde) auto vol gas en/of met hoge snelheid, althans een (hogere) snelheid dan aldaar ter plaatse verantwoord en/of noodzakelijk was, (al dan niet achteruit rijdend) achter die Z en/of die ZZ aangereden en/of op die Z en/of die ZZ toegereden en/of ingereden;

en terechtstaande wat betreft parketnummer 750328-08 ter zake dat:

zij op of omstreeks 8 april 2008 te E, gemeente C, opzettelijk beledigend een persoon genaamd W, in haar tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Dat wijf moet ook weg. Ook jij moet branden in de hel" en/of "Satan" en/of "Vervloekte", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in haar verdediging niet geschaad.

De rechtbank zal hierna het feit onder parketnummer 710399-08 vermelden als feit 4 en het feit onder parketnummer 750328-08 vermelden als feit 5.

De rechtbank acht de primair als feit 4 tenlastegelegde poging tot zware mishandeling ten aanzien van ZZ niet wettig en overtuigend bewezen, met name niet nu uit de aangifte naar voren komt dat ZZ nog kans zag op de fiets te stappen en weg te fietsen toen de door verdachte bestuurde auto in zijn richting kwam.

Aan beoordeling van het subsidiaire onderdeel van deze tenlastelegging komt de rechtbank niet toe nu voor het primair tenlastegelegde een bewezenverklaring (ten aanzien van Z) volgt.

De rechtbank acht de als feit 5 tenlastelegde belediging niet bewezen nu de uitlatingen van verdachte het karakter dragen van een verwensing en bij verdachte de vereiste opzet tot belediging heeft ontbroken.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen – die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen – waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. zij op 20 maart 2007, te E, in de gemeente C, opzettelijk mishandelend een persoon genaamd X, met kracht aan de haren heeft getrokken, waardoor die X pijn heeft ondervonden;

2. zij op 30 augustus 2006, te E, in de gemeente C, Y heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een (ijzeren althans stalen) pijp aan die Y getoond en vast gehad en daarbij die Y dreigend de woorden heeft toegevoegd : "het is dat je de waarheid hebt gezegd anders had ik je dood gemaakt, er is geen getuige die kan bewijzen dat ik je heb dood geslagen", en daarbij dreigend tegen die Y heeft gezegd -zakelijk weergegeven- dat dat een stalen pijp was en dat ze daarmee zo de hersenpan van die Y kon inslaan;

3. zij op 30 augustus 2006, te E, in de gemeente C, opzettelijk de dertienjarige Y wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft zij, verdachte, met dat opzet (onder verbale bedreiging en onder dreiging met een ijzeren althans stalen pijp) die Y in een auto heeft laten plaatsnemen en in een auto heeft meegenomen naar haar, verdachte's woning en vervolgens in haar, verdachte's woning, die Y heeft ondervraagd en enige tijd op een stoel heeft geplaatst;

4. zij op 10 juni 2008, te E, gemeente C, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd Z, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto (merk BMW) met die door haar bestuurde auto vol gas en met hoge snelheid, achteruit rijdend achter die Z is aangereden en op die Z is toegereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 het misdrijf:

"Mishandeling",

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

wat betreft sub 2 het misdrijf:

"Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht",

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

wat betreft sub 3 het misdrijf:

“Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden”,

strafbaar gesteld bij artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht.

wat betreft sub 4 primair het misdrijf:

“Poging tot zware mishandeling”,

strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto art. 45 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3 en 4 primair en 5 en gevorderd dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en wordt geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van 1 jaar, met niet-ontvankelijk verklaring van de civiele vordering en teruggave van de inbeslaggenomen personenauto met sleutel aan verdachte.

De rechtbank overweegt wat betreft de op te leggen straf en/of maatregel:

verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal agressieve delicten tegen nog jeugdige personen, waarbij met name het feit van 10 juni 2008, de poging tot zware mishandeling met behulp van een auto, zeer ernstig is.

Uit de stukken kan blijken – en de rechtbank acht dat ook aannemelijk – dat verdachte meerdere keren door jeugdige personen werd geprovoceerd, doch dat rechtvaardigt nog geenszins de feiten zoals die door verdachte zijn gepleegd.

Omtrent verdachte is op 5 mei 2008 gerapporteerd door de psychiater drs. F, waarbij door de deskundige de feiten 1, 2 en 3 in ogenschouw zijn genomen. Zakelijk weergegeven verklaart de deskundige onder meer:

Onderdeel h: Diagnostische overwegingen:

59-jarige identiteitszwakke man-vrouw transseksueel die naar het lijkt sinds jaren dusdanig disfunctioneert dat psychiatrische behandeling vanaf 1983 noodzakelijk is.

De conflicten in de buurt werden voor betrokkene een dusdanige obsessie dat zij de realiteit in toenemende mate uit het oog verloor en paranoïde waangedachten ontwikkelde die mede ingegeven werden vanuit haar sterke geloofsovertuiging. Gezien de uitgebreidheid van deze waangedachten, de onsamenhangende spraak, de duur van de verschijnselen en het sociaal en beroepsmatig disfunctioneren, kan geconcludeerd worden dat er bij betrokkene sprake is van schizofrenie.

Onderdeel VII: Beantwoording van de vraagstelling.

Bij betrokkene is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, namelijk schizofrenie, paranoïde type. Of er een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens is, is niet duidelijk te zeggen aangezien de persoonlijkheid gekleurd wordt door psychotische symptomatologie die thans op de voorgrond staat.

Hier was ook sprake van ten tijde van de tenlastegelegde feiten. Betrokkene heeft vanwege de aanwezige psychopathologie haar impulsen maar matig onder controle waardoor zij weinig grip heeft op haar gedrag en de gevolgen van haar gedrag maar in zeer beperkte mate kan overzien. Bovendien wordt betrokkene sinds langere tijd, dusdanig in beslag genomen door psychotische belevingen dat zij haar wil niet in alle redelijkheid kan bepalen en hier ook niet in alle redelijkheid naar kan handelen.

Zolang betrokkene grotendeels op zichzelf aangewezen is, zal zij professionele ondersteuning behoeven om de kans op recidive zo veel mogelijk te minimaliseren.

Omtrent verdachte is op 9 oktober 2008 opnieuw gerapporteerd door de psychiater drs. F, waarbij alle tenlastegelegde feiten (met uitzondering van feit 5) door de deskundige in ogenschouw zijn genomen. Zakelijk weergegeven verklaart de deskundige onder meer:

Zorgelijk is (…) dat er zich een patroon in de tenlastegelegde feiten lijkt te ontwikkelen waarbij de geweldscomponent steeds meer lijkt toe te nemen. (…) Betrokkene rechtvaardigt haar gedrag volledig en legt verantwoordelijkheid voor haar gedrag volledig buiten zichzelf. Anderen maakt zij verantwoordelijk voor haar eigen deviant gedrag. Betrokkene heeft vanwege de aanwezige psychopathologie haar impulsen maar zeer matig onder controle waardoor zij vrijwel geen grip heeft op haar gedrag en de gevolgen van haar gedrag maar in zeer beperkte mate kan overzien. Bovendien wordt betrokkene sinds langere tijd, dusdanig in beslag genomen door allerlei psychotische belevingen dat zij haar wil absoluut niet meer in alle redelijkheid kan bepalen en hier ook absoluut niet meer in alle redelijkheid naar kan handelen. Zo langzamerhand dient betrokkene dan ook met betrekking tot het tenlastgelegde, indien bewezen, als ontoerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

Het is zeer goed denkbaar dat indien betrokkene meent dat haar opnieuw onrecht wordt aangedaan zij tot recidive zal komen. Het recidivegevaar van soortgelijke dan wel ernstigere feiten, dient dan ook zonder enige vorm van behandeling als zeer groot ingeschat te worden.

(…) Er is sprake van een ziekelijk stoornis van de geestvermogens, namelijk schizofrenie van het paranoïde type. (…)

Betrokkene dient (…) met betrekking tot de feiten, indien bewezen, als ontoerekeningsvatbaar te worden beschouwd. (…)

Om behandeling in een gedwongen kader te kunnen laten plaatsvinden, is het aan te bevelen om betrokkene in het kader van een artikel 37 e.v. Sr plaatsing, klinisch te laten behandelen waarbij het gezien de aard en de problematiek geïndiceerd is om een dergelijke behandeling te laten plaatsvinden op een Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) van een reguliere GGZ-instelling.

Omtrent verdachte is op 10 oktober 2008 gerapporteerd door de gezondheidspsycholoog G. Zakelijk weergegeven verklaart de deskundige onder meer:

X: (beantwoording van de vraagstelling):

Betrokkene lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, te weten schizofrenie van het paranoïde type. Schizofrenie is een chronische aandoening en er zijn zeer sterke aanwijzingen voor acute psychose voorafgaand en ten tijde van de laatste tenlastegelegde feiten.

Betrokkene leeft vanuit het idee dat zij alleen heilig verklaard kan worden als zij andere mensen bekeert en te allen tijde de naam van God verdedigt.

De maatschappij verloedert en alleen het geloof kan de wereld redden.

Het lukt betrokkene niet om zich daadwerkelijk bij anderen gelovigen aan te sluiten, zij voert in alle eenzaamheid haar strijd. Zij richt een eigen stichting op en richt haar woning in als klooster. Zij leeft met het idee dat er andere gelovigen in haar klooster zijn, terwijl er niemand aanwezig is. Zij spreekt in de wij-vorm.

De buitenwereld wordt als bedreigend gezien daar deze eropuit is haar te gronde te richten net als zij gericht zijn op het vernietigen van de katholieke kerk.

Betrokkene leeft sterk gesoleerd zodat haar waanbeelden haar totale leven kunnen beheersen. De reacties van betrokkene worden heftiger en worden volledig bepaald vanuit haar psychotische belevingen. Betrokkene heeft zich in haar handelen volledig laten bepalen door haar pathologie zodat zij tijdens de tenlastegelegde feiten - indien bewezen - als ontoerekeningsvatbaar beschouwd kan worden.

De ziekelijke stoornis is nog altijd aanwezig en de paranoïde waanbeelden zijn eerder versterkt dan afgenomen. Er is weinig voor nodig om betrokkene acuut psychotisch te laten decompenseren. (…)

Het recidiverisico op feiten vergelijkbaar met het tenlastegelegde is met andere woorden erg hoog.

Het is niet meer mogelijk om betrokkene in het kader van een verplicht reclasseringscontact te begeleiden. Om het recidivegevaar te verminderen is een maatregel nodig, waarbij gedacht wordt aan artikel 37 strafrecht, te weten gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis.

Betrokkene vormt nog altijd een gevaar voor anderen daar zij geen ziektebesef heeft en evenmin beseft dat zij ongeoorloofd gehandeld heeft.

Betrokkene heeft een behandeling nodig binnen een beveiligd kader en bij een instelling met forensische expertise, waarbij gedacht wordt aan een opname op een forensische psychiatrische afdeling.

Verwacht wordt dat een gepaste medicamenteuze behandeling het recidiverisico sterk kan verminderen, mocht betrokkene uiteindelijk daartoe bereid zijn.

De noodzaak tot dwangmedicatie wordt niet uitgesloten.

Mogelijke complicaties in verband met haar genderproblematiek en de hormonale behandeling kan ook niet uitgesloten worden.

Het opleggen van een tbs maatregel met dwangverpleging wordt niet als opportuun dan wel noodzakelijk geacht. Betrokkene is duidelijk een psychiatrisch patiënt die ook na stabilisatie langdurig ondersteuning en controle op medicatie-inname moet hebben om psychisch en sociaal afglijden te voorkomen.

De rechtbank neemt de conclusies alsmede het advies, van de deskundigen over en maakt die tot de hare.

Omtrent verdachte zijn door mevr. H van de reclassering Nederland meerdere rapporten uitgebracht, te weten op 5 september 2007, 12 juni 2008, 19 juni 2008 en 10 oktober 2008. De rechtbank heeft ook acht geslagen op de inhoud van die rapporten, terwijl de rapportrice ter terechtzitting van 14 oktober 2008 persisteerde bij de inhoud van haar rapporten, alsmede bij het vermelde advies tot plaatsing.

De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten, gelet op de ziekelijke stoornis van haar geestvermogens, te weten schizofrenie van het paranoïde type, die feiten verdachte niet kunnen worden toegerekend, zodat zij dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging en dat zij geplaatst dient te worden in een psychiatrisch ziekenhuis.

Verdachte is gevaarlijk voor anderen in de zin van artikel 37 Strafrecht.

Civiele vorderingen

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ontslag van alle rechtsvervolging en oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht aan de ontvankelijkheid van de benadeelde partij niet in de weg staat (HR 23 juni 1998, NJ 1998, 860). Oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het wetboek van Strafrecht is in dat geval echter niet mogelijk (HR 12 oktober 2004, NbSr 2004, 389).

De rechtbank is van oordeel dat de door de benadeelde partij Y gevorderde immateriële schade ad € 291,= als redelijk kan worden aangemerkt en kan worden toegewezen. De gevorderde materiële schade is gelet op de betwisting door verdachte niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Ten aanzien van dit deel van de vordering dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Z en X hebben, op respectievelijk 8 oktober 2008 en 25 april 2007, een voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces ingediend.

Een te vorderen bedrag is op beide formulieren niet ingevuld/ingediend, zodat de rechtbank het er telkens voor houdt dat de benadeelden geen vorderingen hebben ingediend.

De na te melden maatregel is gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 37 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 5 is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1, sub 2, sub 3, sub 4 primair zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte niet strafbaar.

Ontslaat haar te dier zake van alle rechtsvervolging en gelast de plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor de termijn van één jaar.

Veroordeelt verdachte, ter zake van het bewezen feit 3 tot betaling aan de benadeelde partij Y van een bedrag groot: € 291,=.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij: Y voor het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 2, sub 3, sub 4 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

Gelast teruggave aan verdachte van de in beslag genomen personenauto en autosleutel.

Aldus gewezen door mr. Wentink, voorzitter, mr. Vogel en mr. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van Feijer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 oktober 2008.