Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BE9397

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-08-2008
Datum publicatie
28-08-2008
Zaaknummer
95614 / KG ZA 08-193
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing vordering. Geen sprake van gegronde reden voor opschorting betalingsverplichting, nu door eiser aan alle verplichtingen is voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 95614 / KG ZA 08-193

datum vonnis: 20 augustus 2008 (af)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Naam eiser],

wonende te Bathmen,

eiser,

verder te noemen eiser,

procureur: mr. R. Kroon,

advocaat: mr. H. van der Perk te Deventer,

tegen

[Naam gedaagde],

wonende te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen gedaagde,

procederende in persoon.

Het procesverloop

Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft eiser conservatoir beslag gelegd, waarna gedaagde is gedagvaard. Eiser heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 30 juli 2008, alwaar partijen zijn verschenen. Na verder debat is de behandeling op verzoek van partijen aangehouden voor het beproeven van een regeling. De zitting is op verzoek van eiser op 15 augustus 2008 voortgezet.

Ter zitting d.d. 15 augustus 2008 zijn verschenen: De heer [naam eiser] vergezeld door

mr. Van der Perk en [naam zus van gedaagde], de zus van gedaagde, daartoe gemachtigd. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

a. Eiser en gedaagde zijn op 15 oktober 2007 een overeenkomst van opdracht aangegaan.

b. Op grond van deze overeenkomst heeft eiser werkzaamheden verricht en tot en met 6 april 2008 facturen verzonden aan gedaagde tot een totaalbedrag van

€ 53.512,82.

c. In de overeenkomst is bepaald dat eiser de urenregistratie dient te laten ondertekenen, en deze ook zelf moet ondertekenen.

d. Gedaagde heeft een deel van de facturen tot een bedrag van € 30.086,57 onbetaald gelaten.

e. Op 31 juli 2008 heeft eiser de getekende werkbriefjes aan gedaagde verzonden.

2. Eiser vordert dat gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 30.086,57, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag tot aan de dag der dagvaarding, te weten het bedrag van € 1.025,80, alsmede met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening. Tevens vordert eiser veroordeling van gedaagde in de proceskosten, de kosten van het beslag inbegrepen.

3. Gedaagde stelt dat het nooit de intentie is geweest om niet te betalen. Contractueel is eiser verplicht de werkbriefjes ondertekend in te leveren, hetgeen hij heeft nagelaten. Indien hij die werkbriefjes wel ondertekend inlevert, kan gedaagde dit controleren en het verschuldigde bedrag na de nacalculatie met de voorgeschoten betalingen verrekenen. Alleen dat is de reden waarom nog niet is overgegaan tot betaling van het gevorderde bedrag.

4. De rechtbank stelt vast dat het verweer van gedaagde inhoudt dat niet aan alle formaliteiten is voldaan, nu eiser slechts per mail niet ondertekende werkbriefjes heeft ingeleverd. Na schorsing van de vorige zitting heeft Eiser op 31 juli 2008 de getekende werkbriefjes aan gedaagde gezonden. Deze stelt al de correct ondertekende briefjes te hebben ontvangen, maar wenst nu – bij wijze van nieuw verweer – de gefactureerde uren te laten controleren door zijn accountant, voordat tot betaling wordt overgegaan.

De rechtbank stelt derhalve vast dat eiser aan al zijn verplichtingen heeft voldaan. Voor opschorting van de betalingsverplichting van gedaagde bestaat dan ook geen reden meer. Deze vordering van eiser is onderbouwd met een berekening aan de hand van de stukken. Gedaagde betwist de juistheid van de werkbriefjes en de berekening van de vordering niet. Nu derhalve de vordering onbetwist wordt gelaten en ook de voorzieningenrechter geen reden ziet te oordelen dat de vordering niet juist is, zal de vordering worden toegewezen.

5. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf heden, omdat eerst nu is komen vast te staan dat gedaagde niet langer een opschortingsrecht toekomt.

6. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding, inclusief de beslagkosten.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt gedaagde tot betaling van € 30.086,57, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 20 augustus 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. Veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiser begroot op € 998,35 aan verschotten en € 816,= aan salaris van de procureur;

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Koopmans, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 augustus 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.