Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD9840

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
12-08-2008
Datum publicatie
12-08-2008
Zaaknummer
08/710267-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor handel in en bezit van XTC en zelfgemaakte GHB.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710267-08

STRAFVONNIS

Uitspraak: 12 augustus 2008

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonadres],

terechtstaande terzake dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de

gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of

metamfetamine en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of cocaïne, (telkens) zijnde MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine en/of amfetamine en/of cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 18 april 2008, te Denekamp in de gemeente Dinkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 308 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende, MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine, zijnde MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd n/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelheid/hoeveelheden van van een materiaal bevattende Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur, (telkens) zijnde Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op of omstreeks 18 april 2008, te Denekamp in de gemeente Dinkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 10,5 liter, in elk geval (een) hoeveelheid/hoeveelheden van van een materiaal bevattende, Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur, zijnde Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2007, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als (een) perso(o)n(en), die niet bevoegd is/zijn tot uitoefening der artsenijbereidkunst, (telkens) opzettelijk geneesmiddelen, te weten viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat), heeft/hebben bereid en/of heeft/hebben afgeleverd;

en/of

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, (een) geneesmiddel(en) waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat), in voorraad heeft/hebben gehad, heeft/hebben verkocht, afgeleverd, ter hand gesteld en/of ingevoerd;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, zonder vergunning van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (een) geneesmiddel(en), te weten viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat), - niet zijnde (een) geneesmiddel(en) voor onderzoek - heeft/hebben bereid, ingevoerd, afgeleverd en/of uitgevoerd dan wel een groothandel (in het/de geneesmiddel(en) viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat)) heeft/hebben gedreven;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in haar verdediging niet geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte sub 3 is tenlastegelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Met name is niet bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander een hoeveelheid kamagra pillen heeft verstrekt, danwel aanwezig heeft gehad nu niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar echtgenoot.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair en sub 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander meermalen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en dat zij tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

zij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander meermalen, opzettelijk heeft bereid en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en dat zij tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur, zijnde Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, in aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 10, vierde lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, in aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod",

strafbaar gesteld bij artikel 10, derde lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 2 het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, in aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, in aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod",

strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een haar strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, voor de feiten 1 primair en 2 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en tot een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 65 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregel behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich samen met haar echtgenoot gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan handel in XTC en GHB. Bovendien hadden zij een grote hoeveelheid van deze drugs in huis ten tijde van de doorzoeking. Haar echtgenoot heeft deze GHB zelf bereid in en bij de echtelijke woning. Gelet op de grote hoeveelheden waarin de bovengenoemde stoffen zijn aangetroffen acht de rechtbank het niet aannemelijk dat deze alleen voor eigen gebruik waren. Door de verkoop en het verstrekken van GHB in grote hoeveelheden is deze gevaarlijke softdrug op de markt gekomen. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij weet dat haar echtgenoot aan de Denekampse jeugd leverde. Uit het dossier blijkt dat er zorgen en gevoelens van onrust zijn bij ouders en huisartsen over het druggebruik van de jeugd van Denekamp. Verdachte en haar mededader hebben hieraan bijgedragen. De rechtbank houdt wel rekening met het aandeel van verdachte in de feiten dat geringer is dan het aandeel van haar echtgenoot.

Gelet op de ernst van de feiten en ter norminprenting en normhandhaving, is naar het oordeel van de rechtbank, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een werkstraf van na te melden duur thans de meest passende straf. Hierbij heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij eerdere veroordelingen door deze rechtbank voor soortgelijke delicten. Ook is rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder voor drugsdelicten is veroordeeld.

De rechtbank legt een lagere straf op dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank is van oordeel dat nu uit het dossier niet blijkt dat winstbejag de reden voor de handel in drugs was, de na te melden straf een passende straf is.

De na te melden straffen en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 3 is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij.

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair en 2 primair tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

3 maanden.

Beveelt dat de gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een taakstraf, te weten een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 uren,

met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen.

Bepaalt, dat bij de uitvoering van de werkstraf, voor de tijd door veroordeelde in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht (te weten 40 dagen), 80 uren in mindering worden gebracht, zodat 100 uren resteren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair en 2 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Heft op het tegen verdachte verleende (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis, met ingang van heden.

Aldus gewezen door mr. Caminada, voorzitter, mr. Vermeulen en mr. Lunenborg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Nutma-Huisman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 augustus 2008.