Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD9839

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
12-08-2008
Datum publicatie
12-08-2008
Zaaknummer
08/700078-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor handel in en bezit van XTC, kamagra en zelfgemaakte GHB. Verweer ontbreken NFI-test bij kamagra-pillen verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/700078-08

STRAFVONNIS

Uitspraak: 12 augustus 2008

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonadres],

terechtstaande terzake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de

gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of cocaïne, (telkens) zijnde MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine en/of amfetamine en/of cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 18 april 2008, te Denekamp in de gemeente Dinkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 308 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende, MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine, zijnde MDMA en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of tenamfetamine (MDA) en/of metamfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/althans/in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelheid/hoeveelheden van van een materiaal bevattende Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur, (telkens) zijnde Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 18 april 2008, te Denekamp in de gemeente Dinkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 10,5 liter, in elk geval (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende, Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur, zijnde Gammahydroxyboterzuur(GHB)/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2007, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) als (een) perso(o)n(en), die niet bevoegd is/zijn tot uitoefening der artsenijbereidkunst, (telkens) opzettelijk (een) geneesmiddel(en), te weten viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat), heeft/hebben bereid en/of heeft/hebben afgeleverd;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, (een) geneesmiddel(en) waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat), in voorraad heeft/hebben gehad, heeft/hebben verkocht, afgeleverd, ter hand gesteld en/of ingevoerd;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de gemeente Hengelo (O) en/of in de gemeente Borne en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, zonder vergunning van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (een) geneesmiddel(en), te weten viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat), - niet zijnde (een) geneesmiddel(en) voor onderzoek - heeft/hebben bereid, ingevoerd, afgeleverd en/of uitgevoerd dan wel een groothandel (in het/de geneesmiddel(en) viagra en/of kamagra, zijnde/althans (een) middel(en) bevattende sildenafil (als citraat)), heeft/hebben gedreven;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het sub 3 tenlastegelegde het volgende.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de betreffende kamagra pillen sildenafil (als citraat) bevatten en een geneesmiddel zijn in de zin van de Geneesmiddelenwet.

Verdachte verkreeg met regelmaat kamagra pillen via een vaste persoon. Verdachte leverde volgens een vaste afspraak een hoeveelheid GHB aan deze persoon en kreeg in ruil hiervoor een afgesproken hoeveelheid kamagra pillen. Bij deze vaste leverancier is in het kader van het politieonderzoek een hoeveelheid kamagra pillen aangetroffen, op dezelfde dag waarop de pillen bij verdachte zijn aangetroffen. Deze pillen zijn door het Nederlands Forensisch Instituut getest. Uit de test is gebleken dat die kamagra pillen sildenafil bevatten, hetgeen de werkzame stof is in Viagra®. Daarbij komt dat verdachte en zijn echtgenote verklaren dat verdachte meerdere malen de kamagra pillen zelf heeft gebruikt. Uit het proces-verbaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid blijkt dat de pillen die bij verdachte zijn aangetroffen worden herkend als kamagra pillen en dat de ervaring van de desbetreffende inspecteur is dat alle door hem geteste kamagra pillen sildenafil bevatten. Weliswaar heeft de raadsman terecht aangevoerd dat de pillen die bij verdachte zijn aangetroffen niet zijn getest, maar het ontbreken van deze test leidt, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet tot een ander oordeel.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het sub 1 primair, sub 2 primair en sub 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander meermalen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en dat hij tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en dat hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008 opzettelijk heeft verstrekt en opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, zijnde MDMA en cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander meermalen, opzettelijk heeft bereid en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en dat hij tezamen en in vereniging opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur, zijnde Gammahydroxyboterzuur (GHB)/4-hydroxyboterzuur een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 18 april 2008, te Denekamp en elders in Nederland, een geneesmiddel waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten kamagra, zijnde een middel bevattende sildenafil (als citraat), in voorraad heeft gehad, heeft verkocht, afgeleverd en/of ter hand gesteld;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop deze inhoud in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft sub 1 primair het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, in aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 10, vierde lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, in aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod",

strafbaar gesteld bij artikel 10, derde lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

het misdrijf:

"opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, in aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 10, vierde lid van de Opiumwet;

en het misdrijf:

"opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, in aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod",

strafbaar gesteld bij artikel 10, derde lid van de Opiumwet;

wat betreft sub 2 primair het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, in aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en het misdrijf:

"medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, in aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod",

strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en wat betreft sub 3 primair, het misdrijf:

"overtreding van artikel 40, tweede lid van de Geneesmiddelenwet", meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten;

De verdachte is strafbaar, aangezien niet is gebleken van een zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake sub 1 primair, 2 primair en 3 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en met verbeurdverklaring van het goed genummerd 17 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de goederen genummerd 3, 4, 5, 6, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 22 en 23 op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer en dat het onder 2a genoemde op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen kan worden teruggegeven aan de rechthebbende.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregel behoort te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij nog het volgende is overwogen:

Verdachte heeft zich samen met zijn echtgenote gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan handel in XTC en GHB, welke GHB verdachte zelf heeft bereid. Bovendien hadden zij een grote hoeveelheid van deze drugs in huis ten tijde van de doorzoeking. Verdachte heeft tevens cocaïne verstrekt en opzettelijk aanwezig gehad. Daarnaast heeft hij in erectiepillen gehandeld en die in voorraad gehad. Gelet op de grote hoeveelheden waarin de bovengenoemde stoffen zijn aangetroffen acht de rechtbank het niet aannemelijk dat deze alleen voor eigen gebruik waren. Verdachte heeft GHB geproduceerd en ook in grote hoeveelheden verkocht waardoor deze gevaarlijke softdrug op de markt is gekomen. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad. Verdachte heeft op deze manier een aanmerkelijke schade toegebracht aan de volksgezondheid. De echtgenote van verdachte heeft bij de politie verklaard dat zij weet dat verdachte aan de Denekampse jeugd leverde. Uit het dossier blijkt dat er zorgen en gevoelens van onrust zijn bij ouders en huisartsen over het druggebruik van de jeugd van Denekamp. Verdachte heeft hieraan bijgedragen door zijn handel in GHB en XTC en productie van GHB.

Gelet op de ernst van de feiten en ter norminprenting en normhandhaving, is naar het oordeel van de rechtbank, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur thans de meest passende straf. Hierbij heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in eerdere vergelijkbare zaken door deze rechtbank zijn opgelegd. Ook is rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder door een strafrechter is veroordeeld.

De rechtbank legt een lagere straf op dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank is van oordeel dat nu uit het dossier niet blijkt dat winstbejag de reden voor de handel in drugs was, de na te melden straf een passende straf is.

De rechtbank overweegt verder dat de onder verdachte inbeslaggenomen goederen, genummerd 4, 7 en 23 op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen, vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en met betrekking tot deze voorwerpen de feiten zijn begaan.

Bij de verbeurdverklaring heeft de rechtbank op de voet van artikel 24 van het Wetboek van Strafrecht rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de volgende inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 3, 5, 6, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21 en 22 op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de feiten zijn begaan, en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Verder is de rechtbank van oordeel dat de andere inbeslaggenomen goederen, genummerd 2a, 17 en 23 op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen, kunnen worden teruggegeven aan de rechthebbende.

De na te melden straffen en maatregel zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 13a van de Opiumwet en artikel 1 van de Wet op de economische delicten.

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het sub 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van

12 maanden.

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte groot 3 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op de grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij op twee jaren wordt bepaald, aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen goederen genummerd 4, 7 en 23 op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen goederen, genummerd 3, 5, 6, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21 en 22 op de lijst inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2a, 17 en 23 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechtmatige eigena(a)r(en).

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. Caminada, voorzitter, mr. Vermeulen en mr. Lunenborg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Nutma-Huisman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 augustus 2008.