Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD9166

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
30-07-2008
Datum publicatie
01-08-2008
Zaaknummer
95215 / KG ZA 08-181
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schorsing executie, nu niet vaststaat dat eiseres niet aan het vonnis heeft voldaan. Vexatoir beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 95215 / KG ZA 08-181

datum vonnis: 30 juli 2008 (ps)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[…]

eiseres,

procureur: mr. A. Visser,

tegen

[…]

gedaagde,

procureur: mr. R.J.B.M. Bongaarts.

Het procesverloop

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 22 juli 2008. Ter zitting zijn verschenen: […] namens eiseres, vergezeld door mr. Visser en gedaagde, vergezeld door

mr. Bongaarts. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Feiten

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

Eiseres en [X …] stellen dat zij met gedaagde een huurovereenkomst met betrekking tot een bedrijfsinventaris en een bedrijfspand met bovenwoning aan de […] hebben gesloten, dat de overeengekomen huurprijs voor de onroerende zaken fl. 55.000,- en voor de inventaris

fl. 10.000,- per jaar bedroeg en dat [gedaagde] de huur niet volledig heeft voldaan. Op 11 december 2007 hebben [eiseres en X] [gedaagde] gedagvaard, waarbij ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstallige huur – waarvan wordt gesteld dat die per ultimo september 2007 € 102.629,- bedroeg- is gevorderd. Deze procedure is nog niet afgedaan.

1.1 Bij vonnis van 19 juni 2007 heeft de rechtbank Almelo, sector kanton, locatie Enschede eiseres veroordeeld om uiterlijk 13 juli 2007 de woning vrij op te leveren van gebreken, een en ander zoals door de Cluster Bouwen en Milieu in haar brief van 1 februari 2007 onder de te treffen voorzieningen onder 1 tot en met 7 gesteld, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag of gedeelte daarvan door [eiseres] te verbeuren indien zij in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen, zulks tot een maximum van € 25.000.-.

1.2 Op 18 december 2007 heeft [gedaagde] het vonnis aan [eisers] doen betekenen. Op

5 februari 2008 heeft zij aan [eiseres] bevel laten doen de maximale dwangsom te betalen, terwijl zij op 11 maart 2008 executoriaal beslag heeft doen leggen op de onroerende zaak van [eiseres].

De vordering van [eiseres] en de onderbouwing daarvan

2. [Eiseres] vordert bij dagvaarding dat de voorzieningenrechter, onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding, bij vonnis uitvoerbaar voorraad:

- primair: de door [gedaagde] aangevangen executie zal schorsen totdat in de zaak bij de rechtbank Almelo, sector kanton met nummer 262407 CV EXPL 07-11870 bij gezag van gewijsde zal zijn beslist op daarin door beide partijen aanhangig gemaakte vorderingen;

- subsidiair: [gedaagde] zal verbieden om de door haar aangevangen executie voort te zetten totdat er in de zaak met nummer 262407 CV EXPL 07-11870 bij gezag van gewijsde zal zijn beslist, op straffe van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere overtreding hiervan;

- primair: het door [gedaagde] gelegde executoriaal beslag zal opheffen;

- subsidiair: het door [gedaagde] gelegde executoriaal beslag zal opheffen onder de bepaling dat [eiseres] op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze zekerheid stelt;

- meer subsidiair: [gedaagde] zal veroordelen om binnen 48 uren na betekening van het te wijzen vonnis over te gaan tot opheffing van het door haar gelegde executoriaal beslag op straffe van een dwangsom van € 25.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] nalatig is om aan de veroordeling te voldoen

2.1 [Eiseres] stelt daartoe dat zij de werkzaamheden, zoals die haar zijn opgedragen in het eerdergenoemde vonnis van 19 juni 2007, heeft doen verrichten. Zij stelt dat van 6 van de 7 punten duidelijk is dat daar aan is voldaan en dat alleen niet al het schilderwerk is gedaan. [Eiseres] stelt dat [..] zij heeft begrepen en ook heeft mogen begrijpen dat de term schilderwerk in het vonnis betrekking had op schilderwerk dat betrekking heeft op de constructieve veiligheid en dat binnenschilderwerk hier niet onder zou vallen, mede gezien het gegeven dat het aan de huurder is om het binnenschilderwerk te verrichten. [Eiseres] stelt dat het schilderwerk dat betrekking heeft op de constructieve veiligheid is uitgevoerd, dat derhalve aan alle punten uit het vonnis is voldaan en dat er geen dwangsommen zijn verbeurd. In het geval dat de vochtvorming niet is verholpen komt dit ten laste van de huurder, nu de oorzaak van deze vochtvorming is gelegen in de opstopping.

2.2 [Eiseres] stelt verder dat niet aan de vereiste formaliteiten is voldaan. Op grond van artikel 611a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen voor de datum van betekening geen dwangsommen zijn verbeurd. Betekening van het vonnis heeft pas op

18 december 2007 plaatsgevonden, zodat het niet mogelijk is dat zelfs indien [eiseres] niet aan het vonnis zou hebben voldaan op 5 februari 2008 reeds € 25.000,- aan dwangsommen zou zijn verbeurd. Aangezien het bevel te vroeg en derhalve ten onrechte is gedaan, is het gelegde executoriaal beslag te vroeg gelegd en zodoende nietig.

2.3 Aansluitend stelt [eiseres] dat voortzetting van de executie onrechtmatig is. [Eiseres] is, onder de opschortende voorwaarde dat zij enig bedrag aan [gedaagde] verschuldigd is, bereid te verrekenen met de door [gedaagde] aan [eiseres] verschuldigde achterstallige huur. Ter verzekering van deze mogelijkheid tot verrekening heeft [eiseres] conservatoir beslag gelegd op al hetgeen zij verschuldigd zou zijn aan [gedaagde]. [X] heeft ten laste van [gedaagde] conservatoir derdenbeslag gelegd onder [eiseres].

[Eiseres] wijst erop dat zij eerder aan [gedaagde] een aanbod heeft gedaan strekkende tot het bieden van vervangende zekerheid in de vorm van een bankgarantie die zou kunnen worden uitbetaald indien in de bodemprocedure in gezag van gewijsde zou worden vastgesteld dat [eiseres] aan [gedaagde] dwangsommen (al dan niet gematigd) is verschuldigd en dat [gedaagde] geen achterstallige huur verschuldigd is dan wel dat de verschuldigde achterstallige huur lager is dan de te betalen dwangsommen. Omdat [gedaagde] niet op dit aanbod heeft gereageerd beschouwt [eiseres] het als verworpen en vervallen.

2.4 Nu [gedaagde] een notaris heeft laten benoemen om de openbare verkoop te laten plaatsvinden is er sprake van een spoedeisend belang. Daarbij komt dat [eiseres] en [X] worden belemmerd in de mogelijkheden om de onroerende zaak te verkopen, nu potentiële kopers worden afgeschrikt door het gelegde beslag.

Het verweer van [gedaagde]

3. [Gedaagde] stelt dat de dwangsommen wel zijn verbeurd. [Eiseres] heeft de gebreken nooit verholpen en heeft enkel minimale werkzaamheden uitgevoerd. De problemen met het dak en de schoorsteen zijn enkel aan het zicht onttrokken. De schoorsteen is niet vernieuwd en, hoewel in dit kader niet van belang, is het schilderswerk nooit uitgevoerd. Daarbij blijkt uit het vonnis dat de Gemeente Enschede als eis had gesteld ‘dat het herstelwerk zodanig dient te worden uitgevoerd dat het pand tenminste voor een periode van 3 jaar gevrijwaard blijft van omvangrijk onderhoud’. Binnen enkele maanden was de situatie ten aanzien van de vochtvorming weer als voorheen. De oorzaak kan niet gelegen zijn in een opstopping. Het pand wordt immers niet bewoond.

[Gedaagde] stelt dat zij op 23 augustus 2007 aan [eiseres] bekend heeft gemaakt dat de werkzaamheden niet naar behoren waren uitgevoerd. [Gedaagde] wijst tevens op een latere inspectie van de Gemeente […] op 1 april 2008, bij welke inspectie de gemeente stelde dat niet alle reparaties constructief konden worden beoordeeld, maar dat de oorzaak van de lekkages in ieder geval niet was weggenomen.

3.1 [Gedaagde] voert verweer tegen het staken van de executie of het opheffen van het beslag, waartoe zij stelt dat [eiseres] voldoende zekerheden heeft, aangezien deze conservatoir beslag heeft gelegd op de vordering. Daarnaast, zo stelt [gedaagde], is niet gebleken dat er een serieuze potentiële koper is voor het pand. De bodemprocedure is nog lang niet gelopen en behelst ook een reconventionele vordering, zodat nog niet kan worden verrekend.

Ook een belangenafweging leidt er in redelijkheid niet toe dat [gedaagde] niet zou mogen executeren.

3.2 [Gedaagde] erkent dat [eiseres] een bankgarantie heeft aangeboden en dat zij deze niet geaccepteerd heeft. Zij stelt daartoe dat zij een groot wantrouwen heeft jegens [eiseres].

De overwegingen van de voorzieningenrechter

4.1 [Eiseres] heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt spoedeisend belang te hebben bij schorsing van de executie dan wel opheffing van het executoriaal beslag. De voorzieningenrechter zal derhalve over gaan tot de materiële beoordeling.

4.2 Op zich heeft [eiseres] naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter gelijk, waar zij stelt dat bij de betekening op 5 februari 2008 de dwangsommen nog niet vervallen waren tot het maximum van € 25.000,-, doch op dat moment hoogstens tot een bedrag van

€ 12.250,-. Dit maakt het beslag op zich echter nog niet nietig.

4.3 Wel is de voorzieningenrechter van oordeel dat de executie geschorst dient te worden tot in de bodemprocedure bij deze rechtbank, sector kanton onder zaaknummer 262407 CV EXPL 07-11870 bij gezag van gewijsde zal zijn beslist, nu het op dit moment allerminst vaststaat of [eiseres] al dan niet (deels) heeft voldaan aan het vonnis d.d. 19 juni 2007 en het onbetwist vaststaat dat er inmiddels een substantiële achterstand bestaat in de huurbetalingen door [gedaagde] tot een bedrag dat naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter zeker hoger zal liggen dan de thans door [gedaagde] gevorderde € 25.000,-.

Het heeft er bovendien alle schijn van dat dit beslag thans als vexatoir moet worden aangemerkt nu [eiseres] een bankgarantie heeft aangeboden, die door [gedaagde] ongemotiveerd is afgewezen. Wantrouwen jegens [eiseres] heeft immers niets uit te staan met een garantie van een bankinstelling.

4.4 [Gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Schorst de door [gedaagde] aangevangen executie totdat in de zaak bij de rechtbank Almelo, sector kanton met nummer 262407 CV EXPL 07-11870 bij gezag van gewijsde zal zijn beslist op daarin door beide partijen aanhangig gemaakte vorderingen.

II. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 325,80 aan verschotten en € 816,- aan salaris van de procureur.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. H.J. Inden, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juli 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.