Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD7129

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-06-2008
Datum publicatie
14-07-2008
Zaaknummer
94558 / KG ZA 08-145
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De gelegde beslagen dienen op grond van artikel 705 lid 2 Rv tegen zekerheidstelling opgeheven te worden, indien door de beslagene een bankgarantie wordt afgegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 94558 / KG ZA 08-145

datum vonnis: 20 juni 2008 (lj)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Brein B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Haaksbergen,

eiseres,

verder te noemen Brein,

procureur: mr. J.A.A.M. Rupert,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Brein Workflow Competence Centre B.V.,

gevestigd te Haaksbergen en kantoorhoudend te Nijkerk,

gedaagde,

verder te noemen Brein WCC,

procureur: mr. R. Kroon.

advocaten: mrs. G.G.A.J.M. van Poppel en J.B.C.W. van Dijk te Utrecht.

Het procesverloop

Brein heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is ter terechtzitting van

16 juni 2008 gevoegd behandeld met de zaak onder nummer 94759 / KG ZA 08-158 van Brein Workflow Competence Centre B.V. tegen Brein Operations B.V. Ter zitting zijn verschenen: namens Brein, de heren [x] en [x], vergezeld door mr. Rupert en namens Brein WCC, de heren [x] en [x], vergezeld door mrs. Van Poppel en Van Dijk. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht.

Het geschil, de beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. Brein vordert - verkort weergegeven - dat Brein WCC wordt veroordeeld om alle door Brein WCC ten laste van Brein gelegde beslagen op te heffen, althans om te bevelen dat Brein WCC binnen 24 uur na betekening van dit vonnis alle ten laste van Brein gelegde beslagen heeft opgeheven met overleggen van bewijsstukken hiervan aan Brein, op straffe van een dwangsom. Daarnaast vordert Brein dat het Brein WCC wordt verboden om opnieuw beslag te leggen alsmede om opnieuw of aanvullend verlof te vragen om beslag te mogen leggen. Een en ander met veroordeling van Brein WCC in de kosten van dit geding.

2. Brein stelt daartoe - verkort weergegeven - dat Brein WCC verlof heeft gekregen om conservatoire beslagen te mogen leggen op basis van een vordering ad. € 273.106,92 die Brein WCC uit hoofde van tegoeden/direct opeisbare vordering uit een rekening-courantverhouding op Brein heeft. Brein betwist een deel van deze vordering en stelt dat zij bovendien tegenvorderingen op Brein WCC heeft. Voorts stelt zij dat zij een externe financier gevonden heeft die bereid is om voor een totaal bedrag van € 400.000,- garant te staan voor zowel de onderhavige vordering van Brein WCC op Brein als voor de vordering van Brein WCC op Brein Operations (zaaknr. 94759 / KG ZA 08-158 ). Hiertoe zal één bankgarantie worden opgesteld. Op grond van artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de voorzieningenrechter het beslag op te heffen aangezien voldoende zekerheid voor de vorderingen wordt gesteld.

3. Brein WCC voert gemotiveerd verweer. Zij stelt in conventie dat Brein WCC diverse overeenkomsten is aangegaan met derden, waarbij consultants van Brein WCC voor derden werkzaamheden hebben verricht. Brein heeft in opdracht van Brein WCC de administratie van Brein WCC gevoerd en zorggedragen voor facturatie voor Brein WCC. In april 2008 is het Brein WCC gebleken dat Brein diverse facturen uit eigen naam heeft verstuurd, die uit naam van Brein WCC hadden dienen te worden verstuurd, althans dat Brein facturen heeft verstuurd, waarvan de gefactureerde bedragen aan Brein WCC toekwamen. Het totaalbedrag van deze facturen is door Brein vervolgens in rekening-courant geboekt. Brein WCC heeft Brein gesommeerd het verschuldigde uit de rekening-courantverhouding te betalen, hetgeen Brein slechts deels heeft gedaan. Teneinde betaling van haar vordering veilig te stellen, heeft Brein WCC diverse conservatoire beslagen onder Brein gelegd. Het is Brein WCC tot op heden niet gebleken dat er namens Brein een bankgarantie voor een bedrag van € 400.000,- is afgegeven. Zij concludeert dan ook tot afwijzing van de vorderingen van Brein. In reconventie vordert Brein WCC dat Brein wordt veroordeeld om tegen deugdelijk bewijs van kwijting een bedrag van € 267.746,84 aan Brein WCC te voldoen, te vermeerderen met de wettelijk handelsrente, alsmede om Brein te veroordelen in de kosten van dit geding.

4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt: Indien namens Brein een bankgarantie wordt afgegeven, dan dienen de gelegde beslagen op grond van artikel 705 lid Rv tegen deze zekerheidstelling te worden opgeheven. Bovendien kan de vordering van Brein WCC voor € 205.000,- worden toegewezen, op voorwaarde dat de beslagen tegen zekerheidstelling worden opgeheven, aangezien Brein tijdens de mondelinge behandeling de vordering van Brein WCC in ieder geval voor € 205.000,- heeft erkend. De bankgarantie kan dan door Brein WCC ingeroepen worden op basis van de betalingsverplichting die uit dit vonnis blijkt.

5. De voorzieningenrechter zal de proceskosten compenseren op na te melden wijze.

De beslissing

In conventie en reconventie

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt Brein WCC om alle door haar ten laste van Brein gelegde conservatoire (derden)beslagen op te heffen tegen zekerheidstelling door Brein door middel van een bankgarantie ter hoogte van € 400.000,- zoals vermeld in rechtsoverweging 2;

II. wijs de vordering van Brein WCC toe voor een bedrag van € 205.000,-, onder de voorwaarde dat de door Brein WCC ten laste van Brein gelegde conservatoire (derden)beslagen worden opgeheven tegen zekerheidstelling door Brein door middel van een bankgarantie ter hoogte van € 400.000,-;

III. compenseert de kosten van dit geding aldus dat elke partij de eigen kosten draagt;

IV. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Van der Veer, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.