Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD4812

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
19-06-2008
Zaaknummer
93765 / KG ZA 08-117
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Infotec heeft zich in de aanbestedingsprocedure ingeschreven, waarbij de ondertekende persoon bevoegd was Infotec tot € 1.000.000,- te binden. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de procuratiebevoegdheid van de ondertekenaar van de inschrijving in ieder geval zodanig moet zijn dat hiermee de bepaalbare contractswaarde gedekt is. De waarde van de afdrukken moeten op voorhand als onbepaalbaar worden aangemerkt, nu niet gegarandeerd kan worden hoeveel afdrukken zullen worden afgenomen. Dat geldt evenzeer voor de ‘opties’ die Infotec diende te offreren bij de printers/kopieermachines. Er is slechts één onderdeel waarover de Aanbesteders – onweersproken – hebben gesteld dat daarvoor een afnamegarantie geldt: dat betreft het aantal van 279 printers/kopieermachines. De waarde daarvan is bepaalbaar, te weten een bedrag van € 881.433,=. Dit bedrag ligt onder de procuratiebevoegdheid van de ondertekenaar en daarmee moet op voorhand worden geconcludeerd dat de Aanbesteders de inschrijving van Infotec ten onrechte ongeldig hebben verklaard. De vordering van Infotec wordt (deels) toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2008/60
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 93765 / KG ZA 08-117

datum vonnis: 18 juni 2008 (gww)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Infotec Nederland B.V.,

gevestigd te Gouda,

eiseres,

verder te noemen Infotec,

procureur: mr. R. Kroon,

advocaat: mr. T. van Wijk te Nijmegen,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Enschede,

zetelend te Enschede,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Hengelo,

zetelend te Hengelo (Ov.),

3. het rechtspersoonlijkheid bezittend regionaal openbaar lichaam

Regio Twente,

zetelend te Enschede,

gedaagden,

verder gezamenlijk te noemen de Aanbesteders,

procureur: mr. A.E. Broesterhuizen.

Het procesverloop

Infotec heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 6 juni 2008. Ter zitting zijn verschenen: de heer R. Dekker namens Infotec, vergezeld door mr. Van Wijk en de heer J. Regtuijt namens de Aanbesteders, vergezeld door mr. Broesterhuizen. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

De feiten

1. In deze zaak staat het navolgende vast.

De Aanbesteders hebben een aanbestedingsprocedure uitgeschreven, om ieder afzonderlijk tot contractering met een leverancier te komen op het gebied van print- en kopieervoorzieningen, waarbij de printers c.q. kopieermachines door de Aanbesteders van de leverancier gehuurd zullen worden. Daarnaast zal onder meer voor elke afdruk een vergoeding aan de leverancier worden betaald.

Voor de aanbestedingsprocedure hebben de Aanbesteders een aanbestedingsdocument opgesteld met als titel ‘Europese aanbesteding print- en kopieervoorzieningen (PKV HERT)’ met nummer RK.420100-010408 (hierna te noemen: het Aanbestedingsdocument).

Het gunningscriterium van de aanbesteding is de economisch meest voordelige inschrijving. De subgunningscriteria zijn ‘kwaliteit’ en ‘prijs’. In het kader van laatstgenoemd criterium dienen prijzen te worden afgegeven met betrekking tot 1) de huur van de apparatuur, 2) de eenmalige kosten en 3) de afdrukken.

In het Aanbestedingsdocument is onder meer het navolgende opgenomen:

Paragraaf 3.8:

‘a) De in deze uitnodiging tot inschrijving genoemde aantallen en bedragen zijn indicatief van aard. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.’

Paragraaf 4.5:

‘Er is veel aandacht besteed aan het kwalificeren en kwantificeren van de behoefte van opdrachtgever. Gezien het dynamische karakter van de omgeving waarop deze aanbesteding betrekking heeft kan de kwantificering aan veranderingen onderhevig zijn. Daarnaast kunnen ook onvoorziene technologische of organisatorische ontwikkelingen invloed uitoefenen op zowel de kwantificering als de kwalificering van de behoefte. De in deze offerteaanvraag genoemde aantallen, capaciteiten, data en dergelijke zijn de beste inschattingen die de individuele participanten op dit moment kunnen maken over de situatie bij aanvang van de overeenkomst.

De inschrijver dient voor zijn aanbieding uit te gaan van de in deze offerteaanvraag genoemde aantallen en planning. De inschrijver kan hier echter geen rechten aan ontlenen.’

De opdracht is onderverdeeld in twee percelen:

1) Gemeente Enschede, Gemeente Hengelo en Regio Twente;

2) Gemeente Enschede (centrale repro).

Infotec heeft op 1 april 2008 zowel op perceel 1 als op perceel 2 ingeschreven. De inschrijving is ondertekend door de heer E.J. van der Sande (directeur Sales en Marketing). Van der Sande is bevoegd Infotec te vertegenwoordigen aangaande contracten respectievelijk offertes en inschrijvingen op tenders met een waarde van maximaal

€ 1.000.000,-. De bevoegdheid van Van der Sande blijkt uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Bij de inschrijving heeft Infotec voor perceel 1 geoffreerd voor een bedrag van € 2.703.123,-. De inschrijfprijs voor perceel 2 bedraagt € 187.613,50.

Bij brief van 17 april 2008 hebben de Aanbesteders aan Infotec bericht dat laatstgenoemde niet voor perceel 2 als eerste voor gunning in aanmerking komt.

Bij afzonderlijke brief, eveneens gedateerd op 17 april 2008, hebben de Aanbesteders aan Infotec bericht dat de inschrijving voor perceel 1 buiten beschouwing is gelaten en niet is beoordeeld op grond van de gunningscriteria. De inschrijving van Infotec zou niet rechtsgeldig zijn ondertekend.

De Aanbesteders hebben voorts te kennen gegeven dat inschrijver Océ voor gunning aan aanmerking komt.

De vordering van Infotec en haar onderbouwing daarvan

2. Bij dagvaarding vordert Infotec:

- de Aanbesteders te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing van 17 april 2008 ten aanzien van perceel 1 in te trekken, de inschrijving van Infotec ten aanzien van dat perceel geldig te verklaren, inhoudelijk te beoordelen en te rangschikken, een nieuwe gunningsbeslissing te nemen en bij deze nieuwe gunningsbeslissing de opdracht aan Infotec te gunnen, indien dat volgt uit de beoordeling en rangschikking van de ingediende inschrijvingen.

- elke ander voorlopige voorziening te treffen die passend wordt geacht en recht doet aan de belangen van Infotec.

Daarnaast vordert Infotec om een (hoofdelijk te verbeuren) dwangsom aan de Aanbesteders op te leggen van € 100.000,= voor iedere keer dat één of meer van hen nalatig is of zijn met de naleving van de veroordeling ter zake en voor elke dag dat die overtreding voortduurt.

Tenslotte vordert Infotec een hoofdelijke veroordeling van de Aanbesteders in de kosten van deze procedure.

2.1 Infotec stelt daartoe dat de Aanbesteders ten onrechte haar inschrijving op perceel 1 van de openbare aanbesteding ongeldig heeft verklaard. De reden hiervoor is gelegen in de stelling van de Aanbesteders dat de contractswaarde van de inschrijving door Infotec (ad ruim € 2.700.000,=) de procuratie van de heer Van der Sande ruimschoots overschrijdt. Van der Sande heeft slechts procuratie tot een bedrag van € 1.000.000,-.

Ondanks het feit dat de Aanbesteders zich blijkens het Aanbestedingsdocument op geen enkele manier aan het inschrijfbedrag hebben willen committeren door 1) duidelijk te bepalen dat er geen enkele afnamegarantie is, 2) het inschrijfbedrag slechts is gebaseerd op prognoses en 3) waarbij het inschrijfbedrag het totaal betreft van de drie afzonderlijk te sluiten contracten, wordt juist dit bedrag van ruim 2,7 miljoen euro achteraf als harde eis gesteld aan de procuratie. Als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver had Infotec op een dergelijke aanvullende eis niet bedacht hoeven en kunnen zijn. Door desondanks de inschrijving van Infotec ongeldig te verklaren handelen de Aanbesteders onrechtmatig jegens Infotec.

2.1.1. Bovendien komen de in het aanbestedingsrecht vigerende beginselen van gelijkheid en transparantie door voornoemde handelwijze van de Aanbesteders in het geding. Infotec verwijst daartoe naar jurisprudentie van de Hoge Raad, het Hof van Justitie EG en verschillende uitspraken in eerste aanleg. Als uitgangspunt dient te gelden dat eventuele onduidelijkheden in de aanbestedingsstukken voor rekening van de aanbestedende dienst komen. Bij twijfel over de uitleg van een besteksvoorwaarde mag de rechter kiezen voor de uitleg conform de zogenaamde contra-proferentemregel.

Een vergelijkbaar geval als de onderhavige casus deed zich volgens Infotec ook voor in de zaak die bij vonnis van de rechtbank Groningen is beslist. In deze zaak meldde de aanbestedende dienst dat het lastig was om een raming te geven, maar de geraamde totaalwaarde zou minimaal € 2.000.000,- bedragen. Nadere eisen over de procuratie waren niet gesteld. De ongeldig verklaring werd door de voorzieningenrechter teruggedraaid, waarbij de voorzieningenrechter overwoog dat het kennelijk om een raamovereenkomst van onbepaalde waarde ging en dat uit deze overeenkomst niet genoegzaam duidelijk bleek dat de aanbestedende dienst de intentie heeft gehad om aan de procuratie de eis te stellen dat deze een minimale waarde van € 2.000.000,- beliep.

2.1.2. Voorts stelt Infotec dat het Aanbestedingsdocument helder is wat betreft de eisen aan de ondertekening van de inschrijving. Aan de hoogte van de eventuele procuratie worden geen eisen gesteld: de ondertekening dient te geschieden door een rechtsgeldige vertegenwoordiger van de inschrijver. Aan het criterium rechtsgeldige vertegenwoordiger wordt in het Aanbestedingsdocument geen invulling gegeven. Worden als ‘procuratie’, ‘toereikende volmacht’ of ‘contractwaarde’ komen zelfs in het geheel niet voor. Bovendien wordt in het Aanbestedingsdocument gehamerd op de omstandigheid dat er geen enkele afnamegarantie voor de Aanbesteders wordt gegeven. Het feit dat de Aanbesteders zich niet hebben willen committeren, biedt hen immers de mogelijkheid te anticiperen op de ontwikkelingen in de markt. Onder meer gelet op de toenemende digitalisering van documenten, is onzekerheid over de uiteindelijke afname gegeven. Ook in de onderhavige casus moet daarom worden geconcludeerd dat de waarde van de contracten onbepaald is. In ieder geval kan op basis van de aanbestedingsstukken geen (minimale) contractwaarde worden vastgesteld.

2.1.3. Tevens stelt Infotec dat de gestelde procuratie-eis door de Aanbesteders onbegrijpelijk respectievelijk onrechtmatig is. De Aanbesteders zullen immers ieder afzonderlijk een contract met de winnende inschrijver aangaan. Een procuratie ziet vanzelfsprekend op de waarde van een afzonderlijk contract, anders zou de procuratiehouder in het onderhavige geval na de ondertekening van een contract van € 1.000.000,- gedurende een bepaalde tijd niet meer bevoegd zijn om een ander contract aan te gaan.

2.1.4. Tenslotte moeten de door de Aanbesteders in het leven geroepen onduidelijkheden volgens Infotec voor hun rekening en risico blijven. Zij hebben immers aan de procuratie geen eisen gesteld en uit de eerder geciteerde uitspraak van de rechtbank Groningen blijkt dat inschrijvers niet zonder meer bedacht hoeven te zijn op een procuratie-eis. De Aanbesteders hadden derhalve Infotec in de gelegenheid moeten stellen de geldigheid van haar inschrijving toe te lichten en zo nodig de ondertekening door Van der Sande alsnog door het bestuur van Infotec te laten bekrachtigen.

Het verweer van de Aanbesteders

3. De Aanbesteders stellen primair dat Infotec geen belang heeft bij haar vordering. In verband met de ongeldigheid van de inschrijving van Infotec zijn de Aanbesteders niet aan de beoordeling van die inschrijving toegekomen. Indien de inschrijving van Infotec als geldig dient te worden beschouwd, zal de inschrijving nog moeten worden beoordeeld op grond van de gunningscriteria. De verwachting daarbij is dat Infotec geen aanspraak zal kunnen maken op de opdracht. De Aanbesteders hebben in het licht van de gunningscriteria een grove beoordeling van de inschrijving van Infotec uitgevoerd en het resultaat daarvan is dat de inschrijving van Infotec – ten opzichte van de overige inschrijvers – niet de economisch meest voordelige inschrijving is.

3.1 Voorts stellen de Aanbesteders dat zij – gelet op de zeer strikte nationale jurisprudentie op het gebied van de toepassing van eisen gesteld aan inschrijvingen – feitelijk en juridisch verplicht zijn om elke inschrijving die niet aan alle eisen voldoet ongeldig te achten en dus terzijde te leggen. Zo ook met de inschrijving van Infotec.

3.1.1. De inschrijving van Infotec is ondertekend door Van der Sande. Hij heeft slechts bevoegdheid om Infotec te vertegenwoordigen en te binden tot een bedrag van

€ 1.000.000,=. De waarde c.q. omvang van de inschrijving is echter groter dan voornoemd bedrag. De bestuurders van Infotec hebben de inschrijving niet bekrachtigd en voor zover zij dit in het kader van deze procedure alsnog wensen te doen, kan dit niet meer. Immers, dat zou strijdig zijn met de beginselen van het aanbestedingsrecht.

3.1.2 Volgens de Aanbesteders begroot Infotec de opdracht onjuist. Weliswaar is bepaald dat er geen afnamegarantie bestaat voor de Aanbesteders, maar dat heeft betrekking op het aantal afdrukken. De Aanbesteders zullen afdrukken moeten afnemen van de leverancier, zij het dat de leverancier niet de garantie heeft dat een bepaald minimaal aantal afdrukken zal worden afgenomen. Dat er afdrukken zullen worden afgenomen, staat vast. Dat is volgens de Aanbesteders ook de kern van een overheidsopdracht: er is een afnamegarantie, zij het dat de omvang van de afname niet per definitie hoeft te zijn gegarandeerd.

3.1.3. De afname van apparatuur is echter gegarandeerd: voor perceel 1 betreft dat in totaal 279 printers/kopieermachines. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de Aanbesteders door middel van een nadere opdracht aanvullende apparatuur huren. De waarde van de opdracht is aldus allerminst onbepaald. De huursom die Infotec heeft becijferd is ook niet lager dan het bedrag van € 1.000.000,=. Immers, in het Aanbestedingsdocument is voorgeschreven dat inschrijvers, naast de verplichte onderdelen van de apparatuur ook dienden te offreren voor de optionele onderdelen. Als de optionele onderdelen en de verplichte onderdelen gesommeerd worden, blijkt de waarde van de inschrijving van Infotec

€ 1.015.000,= te zijn. Van der Sande was niet bevoegd om een inschrijving van een dergelijke omvang te ondertekenen. Daarom is de inschrijving dus ongeldig.

3.1.4 Voorts is het volgens de Aanbesteders niet realistisch dat de leverancier geen enkele afdruk zal realiseren. De facto zullen de Aanbesteders afdrukken van de leverancier afnemen. Bovendien heeft Infotec zich – gesteld dat zij wel rechtsgeldig zou hebben ingeschreven – wel verbonden om de afdrukken te leveren. Als de Aanbesteders willen afnemen, moet Infotec leveren. Ook wordt in de conceptovereenkomst geanticipeerd op het feit dat van de Opdracht ook de afdrukken deel uit maken. Van de maandelijkse betaling aan de leverancier maakt namelijk ook deel uit een voorschot met het oog op het verwachte volume aan afdrukken. Hierin is ook het verschil gelegen met de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen waarop Infotec zich beroept. In die zaak ging het immers om de gunning van een raamovereenkomst waar vier marktpartijen partij zouden worden. Onder een dergelijke overeenkomst is per definitie niet zeker wat het volume aan onderliggende overheidsopdracht zal zijn. In dat geval is de waarde van de raamovereenkomst onbepaald en is het logisch dat een beperkte volmacht toereikend is om een inschrijving rechtsgeldig te ondertekenen.

3.1.5 Tenslotte stellen de Aanbesteders dat de opdracht niet is gesplitst in drie delen. Weliswaar zullen er drie afzonderlijke contracten worden gesloten met de leverancier, maar dat is slechts een civielrechtelijk gevolg van de aanbestedingsprocedure. Er is echter verzocht om één aanbesteding wat betreft perceel 1. De aanbieding moet dan ook als geheel worden bezien.

3.1.6 De Aanbesteders concluderen tot de niet ontvankelijkheid van Infotec, althans tot afwijzing van de vorderingen van Infotec.

De overwegingen van de voorzieningenrechter

4. Infotec heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening als gevorderd, zodat de voorzieningenrechter toekomt aan een materiële beoordeling van het geschil. De Aanbesteders hebben het gestelde spoedeisend belang trouwens ook niet betwist.

4.1. Het meest verstrekkend verweer van de Aanbesteders treft geen doel. De enkele verwachting dat Infotec niet in aanmerking zal komen voor gunning van de opdracht is volstrekt onvoldoende om op basis daarvan te concluderen dat Infotec geen belang heeft bij haar vordering. Immers, de Aanbesteders hebben een ‘grove’ beoordeling van de inschrijving uitgevoerd en daar hun verwachting op gebaseerd. Een dergelijke verwachting kan de conclusie van de Aanbesteders echter niet dragen. Bovendien – en niet geheel onbelangrijk in het bestek van de onderhavige procedure – is ter terechtzitting door Infotec betoogd dat de inschrijver aan wie de opdracht voorlopig is gegund, eerst een proefopstelling beschikbaar dient te stellen, teneinde de Aanbesteders in de gelegenheid te stellen de apparatuur te testen. Dit is door de Aanbesteders ook bevestigd. Theoretisch zou het dus mogelijk zijn dat de ‘winnaar’ van de aanbestedingsprocedure niet slaagt voor de test, waarna logischerwijs de verliezend finalist aan zet komt. Saillant detail daarbij is overigens dat de winnende inschrijver, Océ, niet geslaagd is voor test, hetgeen namens de Aanbesteders ter terechtzitting ook bevestigd is.

4.2 Daarmee komt de voorzieningenrechter toe aan de kern van het onderhavige geschil, namelijk de vraag of de inschrijving van Infotec als rechtsgeldig moet worden aangemerkt.

Cijfermatig is het antwoord hierop eenvoudig te geven: vast staat dat Van der Sande als beperkt bevoegd vertegenwoordiger van Infotec laatstgenoemde slechts kan en mag binden voor contracten of inschrijvingen op tenders tot een bedrag van € 1.000.000,=. Vast staat tevens dat de bestuurders van Infotec de inschrijving niet hebben bekrachtigd, althans te laat.

Met de Aanbesteders moet worden geoordeeld dat bekrachtiging achteraf strijd oplevert met het gelijkheidsbeginsel, hetwelk als een leidend beginsel in aanbestedingsrechtelijke context moet worden beschouwd. Bekrachtiging achteraf zou immers voornoemd beginsel doorbreken, omdat alsdan de situatie ontstaat dat een inschrijver, nadat hij de inschrijving aan de aanbestedende dienst heeft aangeboden, zich kan beraden over de vraag of inschrijving nog wenselijk is, gelet op de overige inschrijvers c.q. inschrijvingen.

Tot slot staat vast dat Infotec op perceel 1 heeft ingeschreven en geoffreerd voor een bedrag van € 2.703.123,=. Een eenvoudige rekensom leert aldus dat het bedrag waarvoor Infotec heeft ingeschreven de bevoegdheid van de ondertekenaar ruimschoots overschrijdt.

4.3. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2 is overwogen zou derhalve de conclusie kunnen luiden dat de inschrijving van Infotec terecht ongeldig is verklaard. Het trekken van die conclusie is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter echter te voorbarig.

De discussie spitst zich immers nog toe op de vraag hoe het inschrijfbedrag van ruim 2,7 miljoen euro dient te worden beoordeeld in het licht van de criteria in het aanbestedingsdocument. Meer in het bijzonder dient de vraag te worden beantwoord of er sprake is van een aanbestedingsprocedure met een onbepaalde waarde, zoals Infotec betoogt, met een beroep op een vonnis van de voorzieningenrechter te Groningen.

4.4 De voorzieningenrechter stelt voorop dat de procuratiebevoegdheid van de ondertekenaar van de inschrijving in ieder geval zodanig moet zijn dat hiermee de bepaalbare contractswaarde gedekt is. Met andere woorden: de gegarandeerde contractswaarde moet gedekt zijn door de procuratie van de ondertekenaar. Dat valt als zodanig ook af te leiden uit de bepaling in het aanbestedingsdocument dat de inschrijving ondertekend moet zijn door een rechtsgeldige vertegenwoordiger van de inschrijver. Daarmee is echter de vraag óf in het onderhavige geval de procuratie van Van der Sande ook voldoende is geweest, onbeantwoord gebleven.

4.5 Het beroep dat Infotec doet op de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen gaat slechts gedeeltelijk op. In die zaak ging het om de aanbesteding van een raamovereenkomst. Kenmerk van een dergelijke overeenkomst is dat er aldus een kader wordt geschapen, waarbinnen nog dooronderhandeld moet worden over de definitieve opdrachten en de op basis daarvan te sluiten contracten. Aldus zal vrij snel de conclusie kunnen worden getrokken dat een raamovereenkomst van onbepaalde waarde is.

4.6 Kenmerkend voor de onderhavige aanbestedingsprocedure is dat de Aanbesteders op bepaalde punten geen afnamegaranties geven en slechts uitgaan van fictieve aantallen wat betreft de afdrukken die gemaakt worden met de printers/kopieermachines. Hoewel het vrijwel ondenkbaar is dat de Aanbesteders geen enkele afdruk zullen realiseren, moet de waarde van dat deel van de opdracht op voorhand als onbepaalbaar worden aangemerkt. De fictieve prijs die Infotec hiervoor heeft geoffreerd, dient derhalve voor de procuratie eis buiten beschouwing te blijven. Dat geldt evenzeer voor de ‘opties’ die Infotec diende te offreren bij de printers/kopieermachines. Voor die opties geldt evenmin een afnameverplichting, zodat ook dit deel van de opdracht op voorhand als zijnde van onbepaalde waarde moet worden aangemerkt. Er is slechts één onderdeel waarover de Aanbesteders – onweersproken – hebben gesteld dat daarvoor een afnamegarantie geldt: dat betreft het aantal van 279 printers/kopieermachines. Een dergelijk aantal zal tenminste worden afgenomen. De waarde daarvan is bepaalbaar, immers: Infotec heeft hier een prijskaartje aangehangen. Dat prijskaartje vermeldt een bedrag van € 881.433,= (prijs van de printers/kopiermachines inclusief de eenmalige kosten, zoals vermeld op de spreadsheet zoals deze door de Aanbesteders als productie 2 in het geding is gebracht).

Dit bedrag ligt ruimschoots onder de procuratiebevoegdheid ad € 1.000.000,= van Van der Sande en daarmee moet op voorhand worden geconcludeerd dat de Aanbesteders de inschrijving van Infotec ten onrechte ongeldig hebben verklaard.

4.7 De voorzieningenrechter overweegt hierbij nog dat de Aanbesteders immers geen aanvullende eisen hebben gesteld aan de procuratie van de ondertekenaar van de inschrijving. Infotec hoefde er derhalve niet op bedacht te zijn dat de zinsnede ‘de offerte is ondertekend door een rechtsgeldig bevoegde c.q. geautoriseerde persoon (blijkend uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel)’ mede het oog had op de prijsafgifte op onderdelen van de opdracht waarvoor geen afnamegarantie bestaat.

Als de procuratie eis zoals de Aanbesteders die in het kader van deze procedure voor ogen hebben gehad van dermate doorslaggevend belang zou zijn geweest, dan had het op hun weg gelegen om hiervoor in het bestek van het Aanbestedingsdocument een aanvullende eis op te nemen in die zin dat de onderdelen waarvoor geen afnamegarantie is gegeven ook moeten zijn gedekt door de procuratie van de ondertekenaar.

Infotec heeft – vanuit haar oogpunt bezien – terecht geen vragen gesteld over deze zinsnede. Het was voor haar wel duidelijk waar het om ging en zij verbond daar de conclusie aan dat met de ondertekening door Van der Sande voldaan was aan voornoemde bepaling. Tegen die achtergrond is er geen ruimte voor om (achteraf) te stellen dat Infotec toch maar vragen had moeten stellen en bij het verzuimen daarvan haar rechten verwerkt heeft.

4.8 De overige stellingen van partijen behoeven, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen verdere bespreking.

4.9 Resumerend zal de vordering van Infotec derhalve worden toegewezen, zij het dat de voorzieningenrechter hetgeen Infotec primair onder (5) heeft gevorderd zal afwijzen. Immers, indien een inschrijver blijkt de economisch meest voordelige aanbieding te hebben gedaan en daarmee op plaats 1 van de rangschikking blijkt te zijn geëindigd, zou dat reeds voldoende moeten zijn om een gunningsbeslissing ten gunste van die inschrijver te nemen. Om die reden heeft Infotec geen belang bij een dergelijke vordering. Bovendien is het zo dat de winnende inschrijver in deze aanbestedingsprocedure eerst een testopstelling zal moeten plaatsen. Slaagt deze inschrijver niet voor deze test, dan zal in theorie de opvolgend inschrijver in aanmerking kunnen komen voor de opdracht.

De gevorderde dwangsom zal tenslotte ook worden afgewezen, omdat Infotec geen termijn heeft gevorderd waarbinnen de Aanbesteders de aan hen op te leggen geboden dienen na te komen. Aldus kunnen ook geen dwangsommen worden verbeurd door de Aanbesteders. Zouden er wel dwangsommen worden opgelegd, dan ontstaat de onmogelijke en vooral onwenselijke situatie dat de Aanbesteders deze dwangsommen zullen verbeuren zodra dit vonnis is uitgesproken.

5. De Aanbesteders worden als de overwegend in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. gebiedt de Aanbesteders om de voorlopige gunningsbeslissing van 17 april 2008 ten aanzien van perceel 1 in te trekken, de inschrijving van Infotec geldig te verklaren en deze inhoudelijk te beoordelen en te rangschikken en op basis van die nieuwe beoordeling en rangschikking een nieuwe gunningsbeslissing te nemen.

II. Veroordeelt de Aanbesteders hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Infotec begroot op € 325,80 aan verschotten en € 816,= aan salaris van de procureur.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2008, in tegenwoordigheid van mr. G.W. Weenink, griffier.