Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD2780

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-05-2008
Datum publicatie
29-05-2008
Zaaknummer
HA RK 94281
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek. "De wrakingskamer laat uitdrukkelijk in het midden of één uur en dertig minuten voldoende zijn om in de onderhavige (mega)strafzaak de gewijzigde (complexe) tenlastelegging genoegzaam tussen de verdachte en zijn advocaat te kunnen bespreken, en eveneens of het verzoek om de getuige [naam getuige] nogmaals te horen terecht door de onderhavige meervoudige strafkamer is afgewezen. Over de juistheid van deze beslissingen kan verschillend worden gedacht. Zij vormen echter, zowel afzonderlijk als in hun onderling verband bezien, geen uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat de onderhavige rechters jegens de verdachte een vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij [verdachte] dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is." Wijst het verzoek af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking ex. art. 515 SV.

RECHTBANK Utrecht

Wrakingskamer

Parketnummers: 08/963016-07 en 08/963004-08

Zaaknummer: HA RK 94281

Beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Utrecht, zitting houdende te Almelo,

op het verzoek van [verzoeker]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

thans verblijvende in het Huis van Bewaring De Berg te Arnhem

advocaten mrs. Spong en Van Dijk te Amsterdam

Het procesverloop

1. Ter zitting van 28 mei 2008 heeft mr. Spong namens zijn cliënt [verzoeker] een mondeling verzoek tot wraking gedaan. Dit wrakingsverzoek is gericht tegen de voorzitter en leden van de rechtbank die de strafzaken onder bovenstaande parketnummers tegen verdachte behandelen. Door het wrakingsverzoek is die terechtzitting geschorst. De kamer van de rechtbank wier wraking is verzocht, bestaande uit mrs. Geeve (voorzitter), Wentink en Ellenbroek, heeft niet in het wrakingsverzoek berust.

2. Nog dezelfde dag, 28 mei 2008, heeft de onderhavige meervoudige wrakingingskamer, waarin de rechters van wie de wraking is verzocht geen zitting hadden, het verzoek om wraking behandeld. De rechters voornoemd hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in persoon te worden gehoord, maar hebben de wrakingskamer een schriftelijke reactie doen toekomen. De inhoud daarvan en van het proces-verbaal wrakingsverzoek d.d. 28 mei 2008 zijn door de voorzitter van de wrakingskamer tijdens de openbare behandeling van het wrakingsverzoek voorgelezen.

3. Vervolgens zijn de verdachte en de officier in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Namens de verdachte heeft mr. Spong het verzoek om wraking gemotiveerd en toegelicht. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

De beoordeling van het wrakingsverzoek

1. De wrakingskamer heeft aan haar beslissing de navolgende feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd:

Op 23 mei 2008 heeft in de onderhavige strafzaak, ten overstaan van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, een verhoor plaatsgevonden van de getuige [naam getuige]. Bij dat verhoor is mr. Van Dijk als raadsman van zijn cliënt [verzoeker] aanwezig geweest. De inhoud van deze getuigenverklaring is voor de officier van justitie aanleiding geweest op 28 mei 2008 de tenlastelegging jegens de verdachte [verzoeker] te wijzigen. Een strafbaar feit dat eerst uitsluitend in de vorm van een poging in de tenlastelegging was opgenomen is op 28 mei 2008 gewijzigd in ook een voltooid delict.

Ter zitting van 28 mei 2008 hebben de advocaten van [verzoeker] aan de onderhavige meervoudige strafkamer verzoeken gedaan, waaronder

a. schorsing van het onderzoek ter terechtzitting voor de duur van twee weken teneinde de gewijzigde tenlastelegging tussen verdachte en raadsman te kunnen bespreken;

b. het nogmaals (doen) horen van de getuige [naam getuige], thans op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging.

De onderhavige meervoudige strafkamer heeft het hiervoor onder a. vermelde verzoek gedeeltelijk ingewilligd, namelijk met een ordemaatregel inhoudende dat de volgende zittingsdag op 29 mei 2008 niet om 9.30 uur zou beginnen maar om 11.00 uur. Daardoor zou een periode van 1,5 uur ontstaan voor extra overleg tussen de verdachte en zijn advocaten. Het hiervoor onder b. vermelde verzoek is door de onderhavige meervoudige strafkamer afgewezen.

2. Blijkens het proces-verbaal wrakingsverzoek d.d. 28 mei 2008 heeft mr. Spong twee gronden voor het wrakingsverzoek opgegeven, te weten, zakelijk weergegeven:

1) De eerste grond voor wraking is dat de verdediging te weinig voorbereidingstijd heeft gehad. De rechtbank geeft daarmee aan niet meer onpartijdig te zijn.

2) De afwijzing om de getuige [naam getuige] te horen komt erop neer dat de rechtbank de verdediging verwijt geen nadere vragen te hebben gesteld over feiten die niet op de tenlastelegging staan. De verdediging is van mening dat uitsluitend vragen gesteld kunnen worden over feiten die op de tenlastelegging staan.”

3. De wrakingskamer stelt bij de beoordeling van het wrakingsverzoek voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat bij de verdachte dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

4. De wrakingskamer laat uitdrukkelijk in het midden of één uur en dertig minuten voldoende zijn om in de onderhavige (mega)strafzaak de gewijzigde (complexe) tenlastelegging genoegzaam tussen de verdachte en zijn advocaat te kunnen bespreken, en eveneens of het verzoek om de getuige [naam getuige] nogmaals te horen terecht door de onderhavige meervoudige strafkamer is afgewezen. Over de juistheid van deze beslissingen kan verschillend worden gedacht. Zij vormen echter, zowel afzonderlijk als in hun onderling verband bezien, geen uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat de onderhavige rechters jegens de verdachte een vooringenomenheid koesteren, althans dat de bij [verdachte] dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

5. Gelet op de artikel 512 tot en met 515 van het Wetboek van Strafvordering.

De beslissing

Wijst het wrakingsverzoek af.

Aldus beslist door mrs. Van der Winkel, Verdoold en Teekman en op 29 mei 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van Endlich, griffier.