Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2008:BD1374

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
06-05-2008
Datum publicatie
13-05-2008
Zaaknummer
08/710002-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van brandstichting in het huis van zijn schoonfamilie en in zijn eigen huis. Voor de brandstichting in het huis van de schoonfamilie had de officier gerequireerd tot vrijspraak. Wat de tweede brandstichting betreft overweegt de rechtbank dat het weliswaar heel opmerkelijk is dat de aan verdachte toebehorende mobiele telefoon is gepeild rond het tijdstip van de brand in nabijheid van die brand, zonder dat verdachte die stelt op dat moment elders te hebben verbleven, daarvoor een aannemelijke verklaring kan geven, maar dat dat enkele gegeven geen bewijs oplevert voor het (mede)plegen van brandstichting. Verdachte wordt schuldig verklaard aan poging tot doodslag op en mishandeling van zijn echtgenote. Twaalf maanden gevangenisstraf waarvan negen voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Parketnummers: 08/700211-07 (vord. nadere omschr.) + 08/710002-07

Uitspraak d.d.: 6 mei 2008

STRAFVONNIS

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken,

rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement

Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

terechtstaande - na aanpassing ter terechtzitting van 6 november 2007 van de

omschrijving van de tenlastelegging ex art. 314a Wetboek van Strafvordering -

- voor wat betreft parketnummer 08/700211-07 (vord. nadere omschr.) - ter zake dat

1.

hij op of omstreeks 31 maart 2007, in de gemeente Hengelo (O), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade (een) perso(o)n(en) genaamd [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en/of de moeder van die [benadeelde 2], van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg - terwijl die [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en/of die moeder van die [benadeelde 2] verbleef/verbleven, althans aanwezig was/waren, in de woning/het perceel gelegen aan de [adres Hengelo] -, zich toen daar begeven naar de/die woning/dat perceel gelegen aan de [adres Hengelo], en/of (vervolgens) (een hoeveelheid) (motor)benzine, althans (een) brandbare en/of brandversnellende (vloei)stof(fen), door de/een brievenbus, althans enige opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, in (de hal van) die woning/dat perceel gegoten of gebracht, en/of (vervolgens) door die/een brievenbus, althans die/een opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, die (hoeveelheid) (motor)benzine, althans die brandbare en/of brandversnellende (vloei)stof(fen) en/of een of meer (brandbaar/brandbare) goed(eren), althans (een) de(e)l(en) van de inboedel, in (de hal van) die woning/dat perceel, in aanraking gebracht met (open) vuur, door dat (open) vuur door die/een brievenbus, althans die/een opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, naar binnen, in (de hal van) die woning/dat perceel te duwen of te gooien of te brengen, waardoor die (motor)benzine, althans die brandbare en/of brandversnellende vloeistof(fen), en/of die/dat (brandbaar/brandbare) goed(eren), althans de(e)l(en) van de inboedel, vlam vatte(n), tengevolge waarvan brand is ontstaan in/aan/nabij (de hal van) die woning/dat perceel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(parketnummer 08/700211-07);

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 31 maart 2007, in de gemeente Hengelo (O), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) perso(o)n(en) genaamd [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en/of de moeder van die [benadeelde 2], van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet - terwijl die [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en/of die moeder van die [benadeelde 2] verbleef/verbleven, althans aanwezig was/waren, in de woning/het perceel gelegen aan de [adres Hengelo] - zich toen daar begeven naar de/die woning/dat perceel gelegen aan de [adres Hengelo], en/of (vervolgens) (een hoeveelheid) (motor)benzine, althans (een) brandbare en/of brandversnellende (vloei)stof(fen), door de/een brievenbus, althans enige opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, in (de hal van) die woning/dat perceel gegoten of gebracht, en/of (vervolgens) door die/een brievenbus, althans die/een opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, die (hoeveelheid) (motor)benzine, althans die brandbare en/of brandversnellende (vloei)stof(fen) en/of een of meer (brandbaar/brandbare) goed(eren), althans (een) de(e)l(en) van de inboedel, in (de hal van) die woning/dat perceel, in aanraking gebracht met (open) vuur, door dat (open) vuur door die/een brievenbus, althans die/een opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, naar binnen, in (de hal van) die woning/dat perceel te duwen of te gooien of te brengen, waardoor die (motor)benzine, althans die brandbare en/of brandversnellende vloeistof(fen), en/of dat/die (brandbaar/brandbare) goed(eren), althans de(e)l(en) van de inboedel, vlam vatte(n), tengevolge waarvan brand is ontstaan in/aan/nabij (de hal van) die woning/dat perceel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(parketnummer 08/700211-07);

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 31 maart 2007,

in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in de woning/het perceel gelegen aan de [adres Hengelo], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) zich toen daar begeven naar de/die woning/dat perceel gelegen aan de [adres Hengelo], en/of (vervolgens) (een hoeveelheid) (motor)benzine, althans (een) brandbare en/of brand¬versnellende (vloei)stof(fen), door de/een brievenbus, althans enige opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, in (de hal van) die woning/dat perceel gegoten of gebracht, en/of (vervolgens) door die/een brievenbus, althans die/een opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, die (hoeveelheid) (motor)benzine, althans die brandbare en/of brandversnellende (vloei)stof(fen) en/of een of meer (brandbaar/brandbare) goed(eren), althans (een) de(e)l(en) van de inboedel, in (de hal van) die woning/dat perceel, in aanraking gebracht met (open) vuur, door dat (open) vuur door die/een brievenbus, althans die/een opening, van die woning/dat perceel, in elk geval op enige wijze, naar binnen, in (de hal van) die woning/dat perceel te duwen of te gooien of te brengen, waardoor die (motor)benzine, althans die brandbare en/of brandversnellende vloeistof(fen), en/of die/dat (brandbaar/brandbare) goed(eren), althans de(e)l(en) van de inboedel, vlam vatte(n), tengevolge waarvan brand is ontstaan in/aan/nabij (de hal van) die woning/dat perceel, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten voor (andere delen van) de in (de hal

van) die woning/dat perceel aanwezige inboedel, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer anderen, te weten voor (een) perso(o)n(en) genaamd [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en/of de moeder van die [benadeelde 2] - welke perso(o)n(en) verbleef/verbleven, althans aanwezig was/waren, in die woning/dat perceel gelegen aan de [adres Hengelo] -, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

(parketnummer 08/700211-07);

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 31 maart 2007, in de gemeente Oldenzaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in/aan/nabij de woning/het perceel gelegen aan [adres Oldenzaal], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen daar opzettelijk

- zich begeven naar die woning/dat perceel gelegen aan [adres Oldenzaal], en/of

- (vervolgens) zich de toegang tot (de/een (woon)kamer van) die woning/dat perceel verschaft, en/althans zich (naar binnen), in (de/een (woon)kamer van) die woning/dat perceel, begeven, door de/een (achter)deur van die woning/dat perceel open te breken, althans te verbreken, en/althans zich op enige (andere) wijze de toegang tot die woning/dat perceel aan [adres Oldenzaal] verschaft, en/of

- (vervolgens), (binnen) in (die/een (woon)kamer van) die woning/dat perceel (een hoeveelheid) (motor)benzine, althans (een) brandbare en/of brandversnellende (vloei)stof(fen), en/of een of meer (brandbaar/brandbare) goed(eren), althans (een) de(e)l(en) van de inboedel, (in die (woon)kamer) van die woning/dat perceel, in aanraking gebracht met (open) vuur, waardoor die (motor)benzine, althans die brandbare en/of brandversnellende vloeistof(fen), en/of dat/die goed(eren), althans de(e)l(en) van die inboedel, vlam vatte(n),

tengevolge waarvan brand is ontstaan (binnen) in/aan/nabij (de/die (woon)kamer van) die woning/dat perceel, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning/dat perceel en/of een of meer andere in de (onmiddellijke) nabijheid van die woning/dat perceel staande/zich bevindende (andere) woning(en)/perce(e)l(en) en/of de daarin aanwezige (andere) goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer anderen, te weten een of meer bewoner(s)/perso(o)n(en) aanwezig in de (onmiddellijke) nabijheid van de woning/het perceel aan [adres Oldenzaal] gelegen andere woning(en)/perce(e)l(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

(parketnummer 08/700211-07);

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

terechtstaande - voor wat betreft parketnummer 08/710002-07 - ter zake dat

1.

hij op of omstreeks 29 december 2006 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde 4] van het leven te beroven, met dat opzet die [benadeelde 4] bij de keel heeft gegrepen en/of (met kracht) haar keel/hals heeft dichtgeknepen/gedrukt en/of gehouden en/of haar sjaal met kracht om haar hals/keel heeft getrokken/gesnoerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 28 december 2006 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [benadeelde 4], zijnde de echtgenote van verdachte, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [benadeelde 4] bij de keel heeft gegrepen en/of (met kracht) haar keel/hals heeft dichtgeknepen/gedrukt en/of gehouden en/of haar sjaal met kracht om haar hals/keel heeft

getrokken/gesnoerd waardoor haar de ademhaling werd ontnomen althans belemmerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 april 2006 te Oldenzaal opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde 4]), zijnde de echtgenote van verdachte, eenmaal of meermalen in het gezicht/tegen het hoofd heeft geslagen en/of een telefoon naar/tegen het hoofd heeft gegooid en/of die [benadeelde 4] tegen de muur heeft gedrukt en/of heeft geschopt tegen haar heup, in elk geval tegen haar lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Gezien de stukken

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte in het midden gebracht;

De raadsman heeft in de zaak onder parketnummer: 08/700211-07 (kort gezegd: de brandstichtingen) in zijn pleidooi primair betoogd dat het OM niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard omdat zijn cliënt reeds vanaf 31 maart 2007 als verdachte werd beschouwd doch bij sinds die datum gehanteerde opsporingsmethoden niet als zodanig werd aangemerkt.

De rechtbank overweegt daaromtrent:

De rechtbank verwerpt het verweer reeds omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen vergt dat een dergelijk verweer bij de vordering tot inbewaringstelling had moeten worden opgevoerd. Nu dat noch bij de rechter-commissaris is gebeurd, noch bij de vordering tot gevangenhouding, noch bij de eerste behandeling op 7 augustus 2007 kan de raadsman zich er niet meer met vrucht op beroepen bij de inhoudelijke behandeling van de zaak.

Ten aanzien van de twee onder bovengenoemd parketnummer tenlastegelegde feiten heeft de officier van justitie gerequireerd tot vrijspraak voor feit 1 (brandstichting in Hengelo).

De raadsman heeft eveneens voor vrijspraak gepleit. De rechtbank sluit zich hierbij aan.

Ten aanzien van feit 2 (de brandstichting in Oldenzaal) had de officier van justitie gerequireerd tot bewezenverklaring. De rechtbank acht echter ook in dat feit geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Weliswaar acht de rechtbank het heel opmerkelijk dat de aan verdachte toebehorende mobiele telefoon is gepeild rond het tijdstip van de brand in Oldenzaal in de nabijheid van die brand, zonder dat verdachte die stelt op dat moment in Rijssen te hebben verbleven, daarvoor een aannemelijke verklaring kan geven doch dat enkele gegeven (dat overigens door de raadsman ter discussie is gesteld) levert geen bewijs op voor het (mede)plegen van brandstichting door verdachte. Ook overige feiten en omstandigheden die de officier van justitie in zijn requisitoir noemde kunnen in de onderzoeksfase wellicht als "werkhypothese" dienen doch zij leveren onvoldoende bewijs op voor een bewezenverklaring.

Ten aanzien van het onder parketnummer: 08/710002-07 onder 1 ten laste gelegde acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de raadsman het primair tenlastegelegde (poging doodslag) bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de aangifte van [benadeelde 4] (p. 13: "Ik voelde dat hij mijn keel met kracht dichtkneep waardoor ik niet meer kon ademhalen (...) Ik heb toen gedacht dat ik doodging"); de verklaring van haar vader (p. 16: "Mijn dochter droeg een sjaal om haar hals. Ik zag dat [verdachte] deze sjaal vastpakte en mijn dochter hiermee wurgde (...) Ik zag dat mijn dochter bijna geen lucht meer kreeg"; de moeder van aangeefster (p. 16A: "Ik zag dat Eugin met zijn beide handen aan de sjaal die Elisabeth om haar nek had, trok. (...) Ik zag dat Elisabeth geen lucht meer kreeg en benauwd werd. Mijn man en ik probeerden samen om de handen van Eugin los te krijgen van de sjaal. Dit lukte niet en Eugin bleef Elisabeth wurgen"); de buurvrouw (p. 18: " ...kwam Elisabeth helemaal overstuur bij mij binnen. (...) Ze vertelde dat ze bij de keel was vastgepakt en dat ze dacht dat ze werd vermoord. Ik zag dat de nek van Elisabeth rood was"); de verklaring van verdachte (p. 21/22: Ik kan mij wel voorstellen dat ik haar deze sjaal om haar keel heb getrokken (...) Ik weet zeker dat ik haar vastgepakt (heb) bij haar keel" en bij de rechter-commissaris op 2 januari 2008 "... toen sloegen bij mij alle stoppen door. Wat ik erover heb verteld bij de politie klopt: ik weet zeker dat ik haar bij haar keel heb gepakt en dat zij een sjaal om haar keel had") Door het slachtoffer eerst met de handen en daarna met een sjaal de keel dicht te knijpen heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer als gevolg hiervan zou komen te overlijden. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat de verdachte pas is gestopt doordat de omstanders hem van het slachtoffer aftrokken.

Indien in de tenlastelegging taal-en/of schrijffouten c.q. misslagen voorkomen zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen - die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen - waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het onder parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair en het sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

- voor wat betreft parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair en sub 2 -

1.

hij op 29 december 2006 te Hengelo, gemeente Hengelo (O), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde 4] van het leven te beroven, met dat opzet die [benadeelde 4] bij de keel heeft gegrepen en haar keel/hals heeft dichtgeknepen/gedrukt en gehouden en haar sjaal met kracht om haar hals/keel heeft getrokken/gesnoerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 17 april 2006 te Oldenzaal opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde 4]), zijnde de echtgenote van verdachte, in het gezicht/tegen het hoofd heeft geslagen en die [benadeelde 4] tegen de muur heeft gedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden, waarbij de inhoud van die bewijsmiddelen telkens alleen is gebezigd tot bewijs van het feit, waarop die inhoud bijzonderlijk betrekking heeft.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrij gespro¬ken.

Het bewezene levert op:

- voor wat betreft parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair, het misdrijf:

"Poging tot doodslag"

strafbaar gesteld bij de artikelen 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht;

- voor wat betreft parketnummer: 08/710002-07 sub 2, het misdrijf:

"Mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote"

strafbaar gesteld bij de artikelen 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht;

De verdachte is deswege strafbaar nu van geen zijn strafbaarheid uitsluitende omstandigheid is gebleken.

De rechtbank overweegt voor wat de straf betreft:

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder parketnummer 08/700211-07 sub 1 primair, subsidiair en meer subsidiair zal worden vrijgesproken.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat verdachte voor het onder parketnummer: 08/700211-07 sub 2 tenlastegelegde en het onder parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair en sub 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, met aftrek preventieve hechtenis.

Ten aanzien van de civiele vorderingen vordert de officier van justitie dat de vorderingen van [benadeelde 4] zal worden toegewezen en dat de civiele vorderingen van de heer [benadeelde 1] en mevrouw [benadeelde 2] niet ontvankelijk zullen worden verklaard;

De rechtbank overweegt dat op grond van de aard van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregel behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald, waarbij de rechtbank ten aanzien

van de strafmaat nog overweegt dat de twee bewezen verklaarde feiten gericht waren tegen de echtgenote. Met name de poging tot doodslag dient verdachte zwaar te worden aangerekend. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest, dat verdachte in een emotioneel belastende fase van zijn huwelijk was beland alsmede het feit dat hij in de gevoegde zaken al enige tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

(Civiele vordering)

De rechtbank overweegt verder dat terzake het onder parketnummer: 08/700211-07 sub 1 tenlastegelegde feit en terzake het onder parketnummer 08/710002-07 sub 1 tenlastegelegde feit zich via het voorgeschreven 'voegingsformulier' ter terechtzitting (zie 51b, lid 2 Sv) als benadeelde partij heeft gevoegd, in het strafproces: [benadeelde 4], wonende te [adres], die op de voet van artikel 51b, lid 1 Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van Euro 600,-- terzake immateriële schade (voor elk feit een bedrag van Euro 300,--)

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 4] voornoemd, ter zake het onder parketnummer: 08/700211-07 sub 1 tenlastegelegde geheel ongegrond, nu verdachte terzake daarvan wordt vrij gesproken.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 4] voornoemd, terzake het onder parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit geheel gegrond, aangezien is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit sub 1 primair, zulks op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de gehele vordering is gebleken.

Deze schade bedraagt, naar het oordeel van de rechtbank, naar redelijkheid en billijkheid het gevorderde bedrag van Euro 300,--, zodat die vordering integraal kan worden toegewezen.

De rechtbank zal hierbij tevens de maatregel bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De rechtbank overweegt verder dat terzake het onder parketnummer: 08/700211-07 (vord. nadere omschr.) sub 1 tenlastegelegde zich via het voorgeschreven 'voegingsformulier' ter terechtzitting (zie 51b, lid 2 Sv) als benadeelde partijen hebben gevoegd, in het strafproces: [benadeelde 1] en [benadeelde 2], beiden wonende te [adres], die op de voet van artikel 51b, lid 1 Wetboek van Strafvordering opgave hebben gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij tot een totaalbedrag van Euro 702,30,-- respectievelijk Euro 1602,30 terzake materiële en immateriële schade.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de vorderingen van de benadeelde partijen, [benadeelde 1] en [benadeelde 2] voornoemd, geheel ongegrond, aangezien verdachte voor het onder parketnummer: 08/700211-07 (vord. nadere omschr.) sub 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde feit, zijnde de feiten waarop de civiele vorderingen zijn gegrond, wordt vrijgesproken.

De na te noemen straf en maatregel zijn gegrond, behalve op voormel¬de artikelen, op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 45 en 57 van het Wetboek van Straf¬recht.

RECHTDOENDE:

Verklaart de officier van justitie ten aanzien van hetgeen verdachte onder parketnummer: 08/700211-07 sub 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en sub 2 is tenlastegelegd ontvankelijk in zijn recht tot strafvervolging;

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer: 08/700211-07 (vord. nadere omschr.) sub 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en sub 2 is tenlastegelegd;

Spreekt hem daarvan vrij;

Verklaart bewezen, dat het onder parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair en sub 2 tenlastegelegde in voege als boven¬om¬schreven door verdachte is begaan;

Verstaat, dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten, zoals hierboven vermeld;

Verklaart verdachte deswege strafbaar;

Veroordeelt hem te dier zake tot:

Een GEVANGENISSTRAF voor de duur van TWAALF MAANDEN;

Beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot NEGEN MAANDEN en TWEE DAGEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op TWEE JAREN aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

Beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzeke¬ring en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierbo¬ven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis in de zaak onder parketnummer: 08/710002-07.

Veroordeelt verdachte, terzake het onder parketnummer: 08/710002-07 sub 1 primair en sub 2 bewezen verklaarde feit, tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 4], wonende te [adres], van een bedrag van Euro 300,--, (driehonderd Euro).

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten van het geding door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsmede in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat verdachte verplicht is, terzake het onder parketnummer:

08/710002-07 sub 1 primair bewezen feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden

van een bedrag groot Euro 300,--, zulks ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 4] voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 6 dagen zal worden toegepast.

Verstaat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van genoemd bedrag ten behoeve van de benadeelde partij, [benadeelde 4] voornoemd, dat daarmee de verplichting van verdachte om aan die benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan de benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] ten bedrage van Euro 300,-- in de zaak onder parketnummer: 08/700211-07 niet-ontvankelijk is, en dat de benadeelde partij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] ten bedrage van Euro 702,30,-- respectievelijk Euro 1602,30 in de zaak onder parketnummer: 08/700211-07 niet-ontvankelijk zijn, en dat de benadeelde partijen deze vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. Geeve, voorzitter,

mrs. Bloebaum en Veurink, rechters,

in tegen¬woordig¬heid van Groot, griffier,

en uitgesproken ter terechtzitting van de rechtbank voor¬noemd,

op 6 mei 2008.